Legongdans


Na alle dagen vroeg opstaan, konden we eindelijk eens een keer blijven liggen totdat we vonden dat we genoeg geslapen hadden. We wasten ons, kleden ons aan en gingen naar de gemeenschappelijke ruimte voor het ontbijt. We kregen een lekker omeletje en Ronac was helemaal blij dat hij eindelijk weer melk kon drinken in de ochtend. Hij ging het zelfs helemaal alleen in het Engels bestellen bij de serveerster. Knap van hem hoor!


De twee clowtjes in de tuin van onze accomodatie.

Na het ontbijt haalden we onze zwembroek en doken we het zwembad in. We brachten er een paar uur door met het opduiken van onze duikschijven. In de middag besloten we om Ubud een beetje te verkennen. Het dorp is centraal gelegen in het midden van Bali. De naam Ubud komt van het Balinese woord “ubad” dat medicijn betekent. In de begin periode was Ubud een gehucht maar in 1930 werd er onder leiding van vorst Sukawati begonnen met de bouw van een hotel. In 1936 begonnen een aantal kunstenaars de schilders organisatie en sindsdien groeide het dorp.


Waterpret in het zwembad van Sagitarius.

We liepen de Jalan Monkey Forest af en doken een zijstraatje in. We liepen meteen tegen groene rijstvelden aan. We aten bij een restaurantje dat gelegen was aan zo’n rijstveld. Terwijl wij genoten van heerlijke sapjes, kip met cashewnoten, nasi campur en spaghetti speelden de lokale kinderen met in een vlieger in het rijstveld. Na het eten vervolgden we onze verkenningstocht door Ubud. Opvallend is dat men op Bali overwegend hindoeïstisch is en dat zie je duidelijk terug in het straatbeeld. Overal zijn tempels en zie je mensen die dagelijkse offers brengen. De offers zijn meestal rijst, deeg, bloemen of vruchten en deze zijn verpakt in palmblad. Zelfs op straat, bij winkels, huizen en restaurants zie je de offers liggen. Het zijn vooral de vrouwen die de offers brengen om de geesten tevreden te stellen.


Offers die we overal langs de weg zagen.

Aan de hoofdstraat (Jalan Raya Ubud) tussen winkels, cafés, restaurants en hotels ligt het Puri Saren Agung. Het paleis van de oude koningen wordt ook wel ‘waterpaleis’ genoemd. Het werd gebouwd in de zestiende eeuw. In de jaren 30 van de vorige eeuw, dus al voor de Indonesische onafhankelijkheid, werd het koningshuis afgeschaft. Het paleis is te bezichtigen maar was tijdens ons bezoek voor het grootste gedeelte afgesloten vanwege een lokale ceremonie. Op de terugweg kochten we van straatverkopers kaartjes voor een dansvoorstelling. We gingen eerst terug naar het hotel en relaxten wat. De dansvoorstelling begon om exact 19:30 uur in Balai Banjar Ubud Kelod.


Op Bali kun je verschillende dansvoorstellingen bezoeken en wij hadden gekozen voor de Legongdans. Al op jonge leeftijd leren meisjes maar soms ook jongens de kunst van het traditioneel dansen. De dansen zijn vaak honderden jaren oud en worden gebruikt bij tempelfeesten of andere plechtigheden. Het verhaal van de Legongdans gaat over een prinses in de 12e eeuw die op zoek is naar haar prins. Meestal wordt er door twee meisjes gedanst. Wat ons opviel was de manier waarop de voeten worden neergezet tijdens deze dans. Ook de handgebaren en gezichtsuitdrukkingen zijn vaak vol drama en expressie.


De dans werd begeleid door het gamelanorkest. Er kwam een flink volume uit de instrumenten en soms moesten we de handen voor onze oren houden. De hele voorstelling keken wij met open mond en gingen we volledig op in de dans, de muziek en de mooie meisjes. Na de voorstelling zijn we bij één van de vele restaurants aan de Jalan Monkey Forest gaan eten. Er kwamen enkele specialiteiten uit de regio op tafel zoals babi guling (geroosterd speenvarken) en bebek bengil (geroosterde eend).

Onafhankelijkheidsdag

We waren op tijd wakker en hadden nog tijd over om te ontbijten. We konden kiezen uit toast met jam of bananenpannenkoeken. Een simpel ontbijt wat we toch met smaak op aten. We vertrokken rond de klok van 8.15 uur. In de buurt van Aimere zagen we bij mensen thuis het proces om de sterke drank arak te maken. De oorsprong van arak ligt in Arabië en daar vandaan is het via Sri lanka naar Indonesië gebracht. Het wordt gemaakt van het sap uit palmsuiker van de kokospalm. Het wordt gestookt tot een alcoholpercentage van 30 en 50 %. De smaak ligt tussen whisky en rum. De arak wordt in Indonesië vaak puur gedronken maar meestal wordt het in cocktails of punch gebruikt.


Op de foto met onze chauffeur Elvis (rechts) en zijn vriend 

We hadden deze keer een vroege lunch (11:30 uur). Edison had Elvis een goed adres gegeven waar we geroosterd varkensvlees konden eten. Het was ook meteen het enige gerecht op de menukaart. Toen het vlees geserveerd werd, leek het erg veel op de babi merah die Jong (de Indonesische moeder van Nicole) vaker voor ons heeft gemaakt. Het varkensvlees was felrood gekleurd, geroosterd en werd geserveerd met nasi putih (witte rijst), groenten en sambal. Een heerlijk gerecht dat goed smaakte.

Met goed gevulde maag vervolgden we onze weg in de richting van Ruteng. Vandaag werd in Indonesië de zeventigste Onafhankelijkheidsdag gevierd. Overal vonden ceremonies, feesten en activiteiten plaats om te vieren dat Indonesië in 1945 onafhankelijk werd van Nederland. We hadden er wel een beetje een dubbel gevoel bij. Onderweg zagen we veel rode en witte versieringen, de kleuren van de Indonesische vlag. We stopten in de Manggarai provincie bij een dorp om even naar de feestelijkheden te kijken.


hooggeerde gasten.

Terwijl we stonden te kijken kwam er een jongen aanlopen die ons in het Engels uitnodigde om samen met de burgemeester en commissaris van de politie de ceremonie bij te wonen en van dichtbij mee te maken. Het werd een geweldige en bijzondere gebeurtenis. Alles wat er gebeurde werd in het Engels toegelicht. Eén man sprak zelfs Nederlands en we werden door iedereen als eregasten behandeld. We zagen de uitvoering van de caci, het traditionele zweepgevecht van de Manggarai.


De krijgers zijn uitgedost met een typisch gehoornd hoofddeksel en bewapend met zweep en een groot schild gemaakt van buffelleer. De twee rivalen gaan het gevecht aan en worden begeleid door het ritme van instrumenten en gezang. De winnaar is degene die de fysieke en spirituele verdediging van de tegenstander weet te doorbreken. Littekens opgelopen tijdens het gevecht worden zorgvuldig gekoesterd en gezien als kenmerk van mannelijkheid. Bloed uit zo’n wond is een offer aan de nitu, de geesten van de voorouders.

Iedereen wilde na afloop met ons op de foto en het kostte moeite om deze feestelijkheden achter te laten en verder te reizen. Niet ver van Ruteng bezochten we het Ranamese meer wat ‘groot meer’ in de lokale taal betekent. Het meer is omgeven door regenwoud en was ooit een kratermeer. Om het terrein te mogen betreden moesten we “smeergeld” betalen en de bedragen variëren iedere keer, volgens Elvis. Een duidelijk staaltje van corruptie in dit land.


Aan het einde van de middag (15:30 uur) arriveerden we bij het FX72 Hotel. Het hotel is prachtig gelegen midden tussen de bergen en de rijstvelden. Het uitzicht was adembenemend. Het hotel is nog niet zo heel lang geopend en is gehuisvest in een oud schoolgebouw. We kregen een kamer op de tweede etage met een dubbel bed en een matras op de grond. Wij hadden geen zin om nog wat te doen en wilden alleen maar op de tablet of Nintendo spelen. Pappa en mamma lieten ons in de kamer en gingen een stukje lopen tussen de rijstvelden bij het hotel.


Voetballen op het rijstveld.

Ze kwamen enthousiast terug dat er kinderen met ons wilden voetballen. Dat lieten we ons geen tweede keer zeggen. We trokken de schoenen aan en gingen met ze mee. Op een rijstveld naast het hotel waren een heleboel jongetjes aan het voetballen. We werden direct uitgenodigd om mee te doen en ze wilden onze naam en leeftijd weten. In het begin was het even wennen want de bal was wat zacht en de ondergrond (rijstveld) voelde heel anders aan dan een grasveld. De kinderen hier zijn aan de omstandigheden gewend en er waren er een paar met veel talent.

Het was echt super leuk en ik wist van geen ophouden. Af en toe moesten we opletten dat we de bal niet kwijt raakten in de stroming van het irrigatiesysteem rond de rijstvelden. Pappa ging terug met Ronac en mamma bleef bij mij. Toen de zon onder was, moest ik echt mee terug naar het hotel. Jammer dat we hier maar één nachtje blijven want ik had nog wel een keer willen voetballen. We aten in het restaurant van het hotel maar vonden de gerechten (o.a. mie goreng en kip) allemaal een beetje tegenvallen. Tja, ook dat kun je een keer hebben. Natuurlijk keken we nog even een filmpje voordat we moe maar voldaan gingen slapen.

Dag 14; Tempel van de Tand

We bleven vandaag de hele dag in en om Kandy dus we konden iets langer in bed blijven liggen. Na een uitgebreid ontbijt haalde Nana ons op. We hadden ons schema gisteren iets aangepast en daarom gingen we vandaag naar de Tempel van de Tand. De stad Kandy was de laatste hoofdstad van het Singhaleserijk voordat het eiland in 1815 in Engelse handen viel. De stad is vooral bekend vanwege de Dalada Maligwa (Tempel van de Tand) waar volgens de verhalen een hoektand van Boeddha bewaard zou worden.


Wij brachten als eerste een bezoek aan deze beroemde tempel. De ingang was goed beveiligd met gewapende militairen en betonblokken. In het verleden werd er door de Tamil Tijgers een aanslag gepleegd op de ingang van het complex en daarbij zijn vele doden gevallen. Nu bestaat de ingang dus uit hekken, metaaldetectors en militairen. Wel stonden er veel kraampjes met fleurige lotusbloemen die door pelgrims gekocht werden om de tand van Boeddha te vereren. Samen met pappa ga ik door de controle en Ronac ging met mamma.

Om de gebouwen te mogen betreden moesten we uiteraard onze schoenen uit doen en op blote voeten verder gaan. Bij de eerste zaal waar we binnen kwamen, stonden twee mannen te trommelen, dit hoorde bij de puja-ceremonies (offerdiensten) die drie keer per dag uitgevoerd worden. Voor de ruimte waar de heilige tand bewaard wordt, was het erg druk. Veel mensen stonden in de rij, offerden lotusbloemen of zaten op de grond te bidden. Drie keer per dag (‘s morgens, ‘s middags en ‘s avonds) worden er rituelen uitgevoerd en wordt de deur naar de tand geopend. Men krijgt de tand niet te zien, maar wel een gouden kistje op het altaar in de vorm van een stupa waar de tand in zou zitten.


De tand zou na Boeddha’s verbranding uit het vuur zijn gehaald en werd uit India naar Sri Lanka gebracht. Vele eeuwen wordt de tand op Sri Lanka al vereerd. Vanaf Anuradhapura verhuisde de tand steeds mee wanneer de hoofdstad van het Singaleese rijk verplaatst werd. Zo kwam hij uiteindelijk in Kandy terecht. Het duurde nog een tijd voordat de deur werd geopend en Nana besloot om eerst naar het museum te gaan.

Hier zagen we veel schilderijen hangen die het verhaal vertellen van de tand. Voor mij dus makkelijk te begrijpen en ik volgde aandachtig alle schilderijen zodat ik de hele geschiedenis begreep. We stonden al bijna buiten toen we Nana er aan herrinerden dat we de tand nog niet hadden gezien. Hij was het bijna vergeten en we keerden weer terug naar de Inner tempel op de eerste etage. We sloten aan in de rij en liepen tien minuten later in een flits langs de kleine ruimte met de gouden stupa (dagoba). Je hebt maar tien seconden om te kijken en je kunt bijna niet stil staan. Toch was het lang genoeg voor mij om de mooie gouden stupa te zien glinsteren.

Op de terugweg naar de minivan kwamen we nog een olifant tegen. De mahout nam een baby mee en liep met haar een aantal keer onder de buik van de olifant door. Het zou de baby geluk brengen in de toekomst. We reden via een slingerende bergweg naar Peradeniya, een plaats net buiten Kandy. Hier bezochten we de botanische tuinen van Peradeniya.

In 1371 werden de tuinen aangelegd door de toenmalige koning en in 1815 hebben de Engelsen er een botanische tuin van gemaakt. Het regende flink dus onze paraplu’s gingen mee. We bezochten als eerste een kas met allerlei soorten orchideeën. In de tuinen was een verscheidenheid aan bomen en tropische planten en ondanks de regen was het prachtig om er doorheen te lopen. Op de Memorylane stonden bomen die gepland waren door hoogwaardigheidsbekleders o.a. Joeri Gagarin en Indira Gandhi. Onze lunch hadden we in de tuin bij een mooi paviljoen. Om daar te komen moesten we een flink grasveld oversteken en het was echt soppen geblazen in onze schoenen.


Ondanks de regen was de botanische tuin toch prachtig

Toen we aan tafel op ons eten wachten, hoorden we dat er mensen waren met bloedzuigers op hun lichaam. Ik werd een beetje panisch en mamma controleerde ons meteen. Wij hadden niets maar pappa bleek er eentje tussen zijn tenen te hebben. Hij had er niets van gevoeld maar er liep wel een straaltje bloed over zijn voet. Hij haalde hem met een doekje er vanaf, jakkes. Het eten was super uitgebreid en de curry’s pasten niet allemaal op tafel en werden daarom op een extra bijzettafeltje gezet. Het eten en de service was hier echt top en toen we afrekenden konden we bijna niet geloven dat we in verhouding zo weinig hoefden te betalen.


We liepen terug aar de minivan en besloten om niet naar het Millenium park te gaan en als alternatief gingen we naar een edelstenenshop/juwelier. In Sri Lanka worden veel edelstenen gevonden soms hele kostbare. Zo vonden ze hier ooit de grootste en zwaarste blauwe saffier ter wereld. Bij de juwelier kregen we eerst een film te zien, in het Nederlands ook nog, over de mijnbouw en het delven van edelstenen in Sri Lanka, zeer interessant. Na de film zagen we onbewerkt en bewerkte edelstenen zoals saffieren, robijnen en maanstenen. In de winkel keken we even rond en pappa zei tegen mamma dat ze wel een mooi sierraad uit mocht zoeken. Ze had tenslotte nog geen verjaardagscadeau gehad.

Mamma’s oog viel op de bijzondere Cat’s Eye (kattenoog), een mineraal die na bewerking een kattenoogeffect geeft. Bij de juiste lichtinval wordt er een zilverachtige streep veroorzaakt in de steen en dit lijkt op een kattenoog. Er waren verschillende kleuren stenen variërend van grijs, bruinig tot groen. Vroeger waren kattenogen geliefde edelstenen die men combineerde met diamanten. De steen zou je aura beschermen tegen een negatieve energie en het stimuleert geluk, vertrouwen, innerlijke rust en voorspoed. Na wat zoeken, kijken en onderhandelen zocht mamma een mooie steen uit die ze in een ring zouden plaatsen. Morgenochtend zou de ring klaar zijn en konden we hem ophalen.

We bezochten daarna nog een werkplaats voor houtbewerking. Hier zagen we verschillende houtsoorten en hoe je deze in verschillende kleuren kan verven met natuurlijke producten. Het was sjiek om te zien wat een mooie dingen de houtbewerkers allemaal maakten van het hout. Van bed tot kast, maskers en schaakspellen.


Rond 16.30 uur stapten we uit bij de “Kandyan Arts Association Hall” vlakbij de Tempel van de Tand. Hier kregen we een culturele dansshow te zien van de “Kandy Dansers”. Helaas was het druk en waren de voorste rijen al bezet. Gelukkig vonden we een plaatsje op de vijfde rij en hadden we ruim zicht op het podium. Een paar minuten voor aanvang van de show kwam een man mamma en Ronac halen en mochten ze op twee gereserveerde plaatsen op de voorste rij gaan zitten. De show begon met mannen die in rood-witte kleding een oorverdovend lawaai produceren met hun traditionele instrumenten, de “Pancha Thuryas”. Er werden verschillende dansen opgevoerd en die werden begeleid door de muziekinstrumenten.Halverwege moesten Ronac en ik allebei naar het toilet. Snel plassen en daarna weer terug voor de show. Ik glipte snel met mamma en Ronac mee om de tweede helft ook vanaf de voorste rij te kunnen zien.

De dansen waren heel acrobatisch en ik vond het fantastisch. Aan het einde van de voorstelling was er een act met vuurfakkels die ze over hun lichaam lieten bewegen. Ze deden de fakkel zelfs in hun mond! Als laatste werden er kolen aangestoken. Je voelde de hitte er van af komen en toen gingen er twee mannen over heen lopen op blote voeten! Met open mond zaten wij te kijken, hoe kan dat?? Ongelofelijk hoor, zo knap!

Na deze show gingen we terug naar het hotel en regende het nog steeds. We kleedden ons om en gingen lekker wat eten in het goede restaurant van het hotel. Mamma waagde zich aan de verse krab en had veel priegelwerk om de kleine beetjes vlees uit de schaal te halen. Ze liet mij proeven en ik moet toegeven dat het wel heel erg lekker was. Ik nam verder soep, pasta met pestosaus en overheerlijke toetjes. Jammer dat we dit hotel morgen weer verlaten want ik vond het echt een super goed hotel.

De Saramaccaners (dag 11)

Na het ontbijt vertrokken we rond de klok van 10:00 uur met de korjaal naar een kostgrondje in de buurt. De kapitein en bootsman Made brachten ons er binnen 15 minuten naar toe. Een kostgrondje wordt bij ons in Nederland ook wel volkstuin of moestuin genoemd. Wij bezocht het kostgrondje van familie van Sensi. De vrouw van wie het kostgrondje was is al ver boven de 70 jaar en was er zelf niet.  Ze wist wel dat we zouden komen om haar kostgrondje te bekijken.
Voordat we bij het kostgrondje aankwamen moesten we eerst door de ingang. De ingang bestond uit een poort met palmbladeren en een kleine offerplaats. In het binnenland zijn de mensen erg bijgelovig en geloven ze in geesten. Door de palmbladeren bij de ingang van dorp, huis of kostgrond op te hangen houden ze de geesten buiten blijven. Geesten zweven namelijk door de lucht en kunnen niet bukken.  Op het kleine altaar kunnen verschillende dingen zoals voedsel, water etc. worden geofferd om de geesten gunstig te stemmen. We liepen door de poort naar de open ruimte waar verschillende huisjes staan. Vervolgens kwamen we aan bij het kostgrondje zelf.

De mannen kappen in het oerwoud een stuk grond kaal en daarop werden dan groenten en fruit verbouwd voor eigen gebruik. De vrouwen werkten met name op de kostgrondjes en deden daar veelal het zware werk. De mannen gingen jagen en deden lichter werk zoals het vlechten van manden bijvoorbeeld. Op de kostgrondjes werd van alles door elkaar heen verbouwd. We zagen dat hier o.a. cassavewortel, okra, rijst, kruiden, ananas, kousenband en bananen verbouwd werd. Na een paar jaar zal de grond niet meer vruchtbaar zijn en wordt er een ander deel gebruikt. De cassave wordt veel verbouwd op de kostgrondjes omdat hij gemakkelijk groeit en zeer voedzaam is. Ook kun je deze aardvrucht lang bewaren. Er worden platte broden van gemaakt die op open vuur op een speciale platte plaat wordt gebakken. Daarna worden ze te drogen gelegd in de zon en kunnen ze enkele jaren bewaard worden.


Spelen met de kindertjes uit het dorp, wat een vechtersbazen zeg!

De rijst was net van het land gehaald en lag te drogen in bosjes bij elkaar. We zagen ook nog de zaden waarin saffraan zit, aan een boom hingen cacaobonen, een kruidje roer me niet en citroengras. Ik bleef de hele tijd speuren naar nieuw citroengras want dat vond ik zo lekker ruiken. Uiteindelijk vond ik nog wat citroengras op een andere plek en spotte ook een mooie sprinkhaan. We gingen met de boot terug naar Awarradam voor de lunch en een paar uurtjes relaxen.

We vertrokken om 15:00 uur met de korjaal naar de dorpen in de buurt. In het Langu gebied liggen 7 dorpen en Kajana is hier het grootste van. In totaal wonen er circa 850 inwoners verdeeld over de 7 dorpen. Wij zouden 3 van deze dorpen bezoeken Begoon, Ligorio en Kajana. De bewoners zijn de Saramaccanen, ook wel marron of bosnegers genoemd. Men spreekt hier voornamelijk het Saramaccaans. We zagen de toegangspoort, een offerplaats en kris kras door elkaar huisjes staan. Sommige huisjes zijn verlaten omdat de bewoners naar de stad zijn vertrokken.

 

We liepen van dorp naar dorp en zagen wat vrouwen aan het werk. Zowas er een kleine Saramaccaanse vrouw palmnoten aan het pletten voor de palmolie. In de noten zit soms ook een witte worm, de meelworm. Sensi vroeg wie er een wilde proberen en pappa en Zoey boden zich meteen aan. Ze staken de meelworm levend en wel in hun mond en na een beetje kauwen werd de worm doorgeslikt. Ronac en ik riepen allebei tegelijk: “ik wil ook”. Ronac was echt beledigd Sensi uitlegde dat jonge kinderen beter nog geen meelwormen kunnen eten. We snapten er niets van want pappa had er net toch ook een opgegeten?

In Ligorio bleven we even bij een school staan waar vooral les gegeven werd door vrijwilligers. Twee vrijwilligers, een Nederlandse en een Amerikaan waren net bezig om de school te versieren met een mooie zelfgemaakte wereldkaart. Ook stopten we bij een vrouw die broodjes aan het bakken was in een openluchtoven. Bij haar zat een vriendin met een baby van 9 maanden oud. Het schattige mannetje heette Clarence en hij keek ons met grote ogen aan. Natuurlijk kon mamma het niet laten om hem even op te tillen en te knuffelen.


Keyro vraagt uitleg over het openen van nootjes.

Uiteindelijk kwamen we uit in het dorp Kajana, waar aan de overkant van de rivier ook het vliegveld is. We kregen even tijd voor onszelf bij het toeristenoord Kosindo. Als snel verscheen er een horde met lokale kinderen en liepen Ronac en ik met de donkere kindjes te rennen op het grasveld. Mamma begon foto’s te maken en alle kinderen wilden wel poseren voor de camera, zo spontaan.

Na een tijdje gingen we naar een gemeenschappelijke ruimte waar we een voorstelling kregen van traditionele zang en dans van de Saramaccaanse vrouwen en meisjes uit het dorp. De vrouwen waren kleurig gekleed en velen hadden gevlochten traditionele kapsels. Natuurlijk werden ook wij uitgenodigd om bij verschillende dansen mee te doen en dat vonden Ronac en ik wel erg leuk. Iedere zang en dans had een bepaalde betekenis die Sensi ons vertelde na afloop.

Voorafgaande aan een van de dansen was Ronac gaan zitten op een stoel die was klaar gezet voor deze dans. Er werd wat heen en weer gepraat en toen werdRonac gepromoveerd tot dorpshoofd die verleid zou worden door een jong meisje. De dans begon rustig en Ronac vond het allemaal wel prima. Toen het meisje voor hem met de heupen en billen ging schudden werd het hem wat te veel. Hij stond op van de stoel en rende hard weg. Iedereen moest lachen en had de grootste lol. De dans werd nog een keer vertolkt maar nu nam onze doofstomme bootsjongen Kaje de plaats in op de stoel. Hij genoot met volle teugen van de wiegende heupen van het meisje en danste de hele avond mee  op de trillingen van de muziek.

Tijdens het optreden was het hard gaan regen en konden we niet vertrekken met de korjaal. We bleven wachtten tot de regenbui minder was en trokken onze poncho’s aan. Het was ondertussen al rond 21:30 uur en het was pikdonker geworden. Met mijn poncho aan en zaklamp op mijn hoofd stapte ik in de korjaal en hoopte maar dat er niet nog zo’n regenbui zou volgen. Het was ongelofelijk knap hoe de kapitein en bootsman de korjaal door het donker veilig naar ons resort terug loodsten.

Ons eten stond al een lange tijd klaar en we vielen meteen aan. Het varkensvlees met rijst en groente smaakte ook nu het wat kouder was geworden nog prima. Eenmaal terug op de kamer werden we verrast door een verstopte gast. Pappa wilde een luier voor Ronac pakken uit de kast en had in plaats van een luier bijna een mega spin van circa 12 centimeter in zijn handen.  Even schrikken dus. Pappa en mamma twijfelden even wat ze moesten doen enbesloten om toch maar naar Sensi te gaan en om advies te vragen. Moesten ze hem wel of niet niet laten zitten? Hoe giftig was hij?

Pappa en ik haalde Sensi en mamma maakte natuurlijk wat foto’s van deze grote behaarde spin. Sensi bevestigde dat het een soort tarantula, een vogelspin was. Deze soort was niet giftig maar had op zijn lijf haartjes die hij kan afschieten als hij in gevaar is. Die haartjes kunnen irritatie geven aan slijmvliezen van bijvoorbeeld de ogen of luchtwegen. Het zou irritatie, zwelling en jeuk geven en klachten kunnen wekenlang aanhouden. Hoewel vogelspinnen meestal proberen te vluchten bij gevaar bestond er toch de mogelijkheid dat als hij in het nauw zit hij die haartjes af zou schieten. Volgens Sensi was het beter om hem dood te maken en geen risico te nemen vooral vanwege het effect dat het kan hebben op kinderen. Gewapend met een klerenhanger maakte Sensi dus een einde aan het leven van deze tarantula. Ronac en ik vonden het allemaal maar erg spannend en Ronac bleef maar praten over de “taatula” zoals hij de spin noemde.

Door de opwinding sliepen we dus niet voor 00:00 uur maar ja dat hoort er ook een beetje bij. Terwijl Ronac, mamma en ik in bed lagen, rookte pappa nog een sigarettje op het balkon. Een keer raden wat hij daar in de nok van het dak zag zitten? Nog een tarantula maar deze hebben we fijn in leven gelaten.

Villa Zapakara (dag 3)

Voor vandaag hadden we een speciale dag voor Ronac en mij op het programma staan. Pappa en mamma hadden gehoord van kindermuseum Villa Zapakara en wilden daar naar toe gaan. We hadden eerst nog even een ontbijtje en bestelden toen een taxi bij de receptie. De taxi was er vrij snel en we waren binnen 10 minuten op de plaats van bestemming. We waren wat aan de vroege kant (9.40 uur) want vanaf 10.00 uur gingen alle activiteiten pas beginnen. We werden welkom geheten door Cher en zij legde uit wat we allemaal aan workshops konden doen deze dag.

Villa Zapakara is niet zomaar een museum maar meer een interactieve tentoonstelling waarbij de kinderen zelf dingen moeten doen. We werden hierbij geholpen door educatieve begeleiders. Voordat we met de eerste workshop konden beginnen speelden we in de speeltuin en op een tuk tuk die op het terrein stond. Pappa en mamma snapten niet waar wij al die energie vandaan haalden want op dit tijdstip was het al ontzettend warm. Er kwamen nog een aantal kinderen en gezamenlijk begonnen we aan de eerste activiteit.

Vanwege de Keti koti feestdag van morgen was het thema van vandaag een combinatie van Afrika en India. We gingen als eerste onze Ghanese dagnaam opschrijven en zo zouden we de hele dag heten. Afhankelijk van je geboortedag krijg je in Ghana je naam. Ronac, mamma en ik zijn alle drie op een woensdag geboren. Alle jongetjes die op een woensdag werden geboren kregen de naam Kwaku, alle meisjes Akua. Pappa was geboren op een zaterdag en kreeg de dagnaam Kwame. Pappa en moesten wel lachen want nu hadden ze twee kindjes met dezelfde naam Kwaku en Kwaku.

Bij de eerste workshop van de dag werden wij aan het werk gezet. We gingen zelf een Afrikaanse bordspel maken. Hiervoor werd eerst uitgelegd wat er gedaan moest worden en daarna konden we zelf aan de slag. We kregen een vierkant stuk karton, moesten hier negen cirkels op tekenen en de cirkels onderling verbinden met een lijn. Daarna konden we het  bord nog inkleuren als daar tijd voor was. Vervolgens kregen alle kinderen drie dezelfde kleur flessendopjes als pionnen. Toen iedereen klaar zat, legde een van de begeleiders het doel van het spel uit. Het was eigenlijk gewoon hetzelfde als het bij ons bekende boter, kaas en eierenspel. Na de uitleg kon iedereen op hun eigen bord een spelletje gaan spelen. Ik kreeg de smaak te pakken en wilde niet ophouden met het spelen van het spel. Zelfs tijdens de lunchpauze speelde ik gewoon door met de Nederlandse stagiaire Melanie. Gelukkig nam ik nog net even de tijd om een tosti te eten en wat stroop te drinken. Stroop is hier de naam voor siroop dat wordt aangelengd met water.


Keyro danst mee in een echte Bollywood film (rechtsonderin)

Na de pauze namen we deel aan de Bombay-tour. Het thema van de tentoonstelling is momenteel de miljoenenstad Mumbai (Bombay) in India. We werden 75 minuten lang ondergedompeld in het leven in Mumbai. De begeleiders beginnen met een verhaal te vertellen en alle kinderen werden in groepjes verdeeld. We waren allemaal een “neefje” of “nichtje” van onze begeleider. Ik was zo bij de hand en zei dat het helemaal niet kon want wij zijn geen familie van elkaar. Door middel van een verhaal, rollenspel en activiteiten gingen wij het leven in Mumbai ervaren. Bombay “City of dreams” genoemd, liet zien dat dromen werkelijkheid kunnen worden. Er werd verteld dat wij nieuwkomers zijn in de Bollywood-industrie en dat we graag filmster wilden worden.

Met de trein gingen we naar hartje Bombay en daar zagen we verschillende woon- en werkplaatsjes. We begonnen in een arme wijk van Bombay waar we een kamer zagen waar twee volwassenen en 5 kinderen in woonden. We bezochten een naaiatelier, een werkplaats voor recycling, kledingwinkel en nog veel meer. Ook hoorden we het verhaal van de lunchbezorger in Bombay en werd ons het verhaal verteld van een meisje met maar één been die beroemd werd in een videoclip. Ik ging helemaal op in het verhaal en deed goed mee. We kwamen langs een auto, een Ganesha beeld (Indiase olifantengod) en belandden uiteindelijk in de betere wijk van Bombay.

Kwaku en Kwaku maken samen een Afrikaans spelletje.

In de bloemenwinkel moesten we een mala maken, dit is een Indiase bloemenkrans. Ondertussen kwam er een kindje uit de andere groep met kopjes Chai, Indiase thee. Opeens klonk daar een oproep dat er een clip opgenomen ging worden en dat alle kinderen naar beneden moeten komen voor opnames van de videoclip. We moesten het dansje wat we aan het begin hadden geleerd uitvoeren. We oefenden eerst nog een keer en moesten ons daarna omkleden in Indiase gewaden. Ik had goed opgelet en deed het dansje mee. Vervolgens gingen we door naar de bioscoop waar een film te zien kregen. Ik was erg nieuwsgierig en bleef maar vragen wat voor verrassing we zouden krijgen. Het enige antwoord wat ik kreeg was: “je zult het zo wel zien”. We kregen nog een lekkere Bombay sandwich die goed verpakt was in een zakje van gerecycled krantenpapier, in Bombay wordt niet weggegooid en krijgt alles een twee kans. Vervolgens gingen de lichten uit en begon er een videoclip te spelen op het scherm. Ineens zag ik mijzelf op het scherm en riep ik enthousiast door de stille zaal “hé dat ben ik!”.  We zaten allemaal in de videoclip gemonteerd met het dansje wat we hadden gedaan. Alle pappa’s en mamma’s waren trots en wij vonden het geweldig. Helaas was dit meteen het einde van de Bombay-tour.

Een van de medewerkers belde een taxi voor ons en het duurde nog een tijdje voordat er eentje kwam. We gingen naar het Mets kantoor om een tour te boeken naar Awarradam maar het kantoor was gesloten. Pappa en mamma besloten daarom maar terug te gaan naar Tiscover Suriname en daar de tour alvast te boeken en volgende week dan te gaan betalen bij Mets. Toen we het allemaal geregeld hadden gingen we terug naar het appartement. Pappa en ik gingen nog even naar Telesur om een simkaart te kopen voor de mobiele telefoon. Zo kunnen we een taxi bellen als we ergens staan, zelf gebeld worden en contact opnemen met de familie. Ik voorspelde pappa dat het zou gaan regenen en bleek ook nog gelijk te hebben. We moesten hard rennen om voor de bui binnen te zijn.

We gingen vanavond eten bij het Surinaams restaurant in de buurt van het appartement. Ze waren nog geopend alleen waren de meeste gerechten al uitverkocht. We konden kiezen uit een paar gerechten die al verpakt waren om mee te nemen naar huis. We namen een moksi alesi met vis en een kip in hete saus geserveerd met kool. Alles werd warm gemaakt en er volgden verontschuldigingen voor de kartonnen bakjes. Voor ons maakte dat niets uit want het smaakte allemaal overheerlijk. Moksi alesi is een echt Surinaams gerecht en betekend letterlijk “gemengde rijst”. Er zijn daarom ook verschillende soorten bijvoorbeeld met zout vlees, vis, kip etc.

In het restaurant werd door het personeel nog druk gewerkt aan de voorbereidingen voor het Keti Koti feest van morgen. We hadden dus geluk dat ze nog open waren. Opvallend is dat veel restaurantjes hier in de buurt ‘s middags geopend zijn en ’s avonds meestal uitverkocht of gesloten zijn. Ronac speelde nog een tijdje met een kindje van een van de medewerkers en samen renden ze op en neer bij de fan die aan stond. Bij terugkomst in het appartement ging Ronac direct naar bed en gingen pappa en ik nog even in het donker zwemmen in het zwembad van appartement Martinus.

 

Een optreden van wereld klasse!

Onze laatste vakantiedag in Ladis was alweer aangebroken. Het was vandaag de beurt aan de mamma’s om de piste op te gaan en de pappa’s bleven thuis met de kinderen. Het was buiten erg koud en er stond een flinke wind. Onze mamma’s gingen pas rond de klok van 10:00 uur weg. Mamma kwam echter al snel weer terug naar het appartement.

Ze was flink gevallen op haar stuitje en kon niet goed bewegen of zitten. Ze durfde het niet aan om verder te snowboarden. Omdat mamma terug was kon pappa nog even gaan snowboarden, had hij weer geluk! Mamma ging ondanks de pijn toch met Keyro en mij naar het zwembad bij Kinderhotel Laderhof. Voor mij was het de eerste keer maar Keyro was er deze week al eens geweest. Hij wees ons de weg naar het zwembad. Ik moest eerst even wennen in het zwembad maar al snel vond ik het helemaal fantastisch en rende ik door het kinderbadje. Op de muren waren allemaal vissen en zeedieren getekend en ik herkende zelfs “Nemo”. Mamma vond het na bijna twee uur zwemmen wel genoeg geweest. We moesten ons weer aankleden en gingen daarna nog een stukje lopen. We kwamen langs het meertje met Burcht Laudegg en liepen daarna toch maar naar huis omdat het flink koud was.

Ik deed een middagdutje en toen ik wakker werd was pappa ook al thuis. De rest van de middag werd er voornamelijk opgeruimd en ingepakt. We aten ’s avonds Mexicaanse tortilla’s en na het eten werden we getrakteerd op een optreden van Allek, Keyro en Camielle. Zij dansten voor een groot publiek op het liedje “Chu Chu Ua” en “Aram Sam Sam”. Het was een optreden van wereldklasse en ze kregen een groot applaus. Op tijd weer naar bed want morgen hebben we weer een lange terugreis voor de boeg.


Samen met Allek en Camielle gaven we een spetterend optreden.

Zang en dans in Santiago de Cuba (dag 18)

Na ons ontbijt bereidden we ons voor op een wandeling door het historische centrum van Santiago. Pappa stippelde een route uit met bezienswaardigheden.
Als eerste liepen we naar het Parque Abel Santamaria ter herinnering aan Abel Santamaria. Samen met Raul en Fidel Castro werd hier in 1953 een aanval gedaan op het ziekenhuis en de Moncada kazerne aan de overkant van de grote weg.De aanval mislukte en vele rebellen, waaronder ook Abel Santamaria, werden gevangen genomen en gedood door de politie. We liepen ook naar de overkant waar de Moncada kazerne ligt. We zagen in de kazerne nog de vele kogelgaten zitten van de rebellenaanval.


De Moncada kazerne, een stukje Cubaanse geschiedenis.

Tegenwoordig is de kazerne een school en museum. We liepen om het gebouw heen en daarna verder naar het plaza de Marte waar vroeger in de koloniale tijd mensen tot de dood werden veroordeeld. Via plaza Dolores en een grote winkelstraat kwamen we weer uit bij Parque Cespedes. We liepen hier vandaan naar de wijk ten westen van Parque Cespedes, Tivoli genaamd.

We gingen naar het uitkijkpunt, het Balcon de Velazquez. Ik mocht even rondlopen en keek zo uit over de baai en de havens. Het begon erg warm te worden en we besloten om even terug te gaan naar onze casa en de wandeling ’s middags voort te zetten. Het was veel te warm om te slapen en ik maakte pappa en mamma een beetje gek met mijn drukke gedoe. Uiteindelijk pakten we de spullen maar weer en gingen we nog wat dingen bekijken.


Parque Cespedes, straatartiest.

We liepen terug naar de authentieke wijk Tivoli. In deze wijk wonen veel verschillende bevolkingsgroepen zoals Jamaicanen, Chinezen en zo voort. We kwamen ook nog langs de lange trap Padre Pico we moesten heel veel treden af om weer richting het parque Cespedes te gaan. Vanaf het plein liepen we de Calle Heredia in, de populairste straat van Santiago. In deze straat wordt heel veel muziek gemaakt. In vele casas kun je naar live-muziek gaan luisteren van grote en kleine artiesten. We hoorden vanaf de straat muziek bij het Museo del Carnaval (carnavalsmuseum). We liepen de trap op en gingen naar binnen. Er was een optreden van een band en de muziek had een opzwepend ritme.


Carnaval in Cuba.

De ritmes waren met Afrikaanse en Frans-Haitiaanse elementen en klinkt heel anders dan de andere muziek die ik tot nu toe in Cuba heb gehoord. Mamma en ik werden uitgenodigd om mee te dansen op de muziek. Het was even aanpassen maar al snel gingen mijn beentjes van de vloer en danste ik de conga. Aan het einde van het optreden kochten pappa en mamma de cd van de band zodat we thuis ook nog kunnen genieten van muziek.


Ik en de Cubaanse mevrouw.

We staken daarna over en kwamen bij Casa ARTex waar ook muziek werd gemaakt. Hier was een optreden van een vrouwenband die onder andere traditionele son-muziek maakten. Ook hier kon ik niet stil blijven zitten en aan het einde van het optreden klapte ik dan ook heel hard in mijn handjes.


Vrouwenband treedt op in cas ARTex.

Na deze optredens was het al laat geworden en gingen we terug naar onze casa voor het avondeten. We hadden lekkere soep en verse vis.
’s Avonds was ik heel erg moe van al het dansen en ik lag dan ook vroeg in mijn bedje.