Wintersfeer in Geldrop

Ons jaarlijks kerstuitstapje met de familie Lemmens hadden we vorige week door de hevige sneeuwval moeten verplaatsen naar vandaag. Wij reden naar Mierlo en hadden daar gezamenlijk een lunch. We gingen een stukje wandelen in de bossen van Mierlo. De Molenheide is het bosgebied tussen Geldrop en Mierlo. Tegenwoordig is het een dennenbos maar vroeger vond je in dit gebied voornamelijk heideveld. Vlakbij de Tv toren zijn speelvoorzieningen en er ligt een trimbaan met een aantal bewegingstoestellen.

Wij liepen het parcours van de trimbaan en probeerden de oefeningen op de toestellen ook uit te voeren. We verplichten onze pappa’s ook om mee te doen. Soms weken we iets af van de uitleg omdat de grond koud en nat was. Kyomi vond dit af en toe niet leuk en bleef maar roepen dat we het niet goed deden. Na de wandeling reden we naar Geldrop waar het evenement Wintersfeer Geldrop was. Het centrum van Geldrop is gehuld in kerstsfeer. In het centrum was een schaatsbaan opgebouwd en daar omheen waren gelegenheden om te eten en te drinken.

Voordat we aan ons schaatsavontuur begonnen, dronken we eerst een drankje bij Heerenhuys 23. We waren al snel weer opgewarmd, rekenden af en liepen naar de schaatsverhuur. We trokken de schaatsen aan en moesten alleen de baan op. Onze pappa’s en mamma’s mochten niet mee en durfden zelf niet op de schaatsen te staan. We reden op hockeyschaatsen en hadden moeite om evenwicht te houden. Ik had voor een half uur wel een pinguïn gekregen maar na een rondje had ik besloten dat ik deze niet nodig had.

Met vallen en opstaan zou ik het gaan leren. Ik bleef rondje na rondje oefenen tot ik niet meer zou vallen maar dat lukte helaas niet. Helaas moesten we na een uurtje al stoppen omdat we hadden gereserveerd bij Mr. Chang in Aalst-Waalre. In dit restaurant aten we Aziatische tapas. Van de menukaart kies je diverse gerechten die in kleine porties worden geserveerd.

We hadden onder andere pannenkoekjes met eend, garnalen, ossenhaas, loempia’s en nog veel meer lekkere gerechten. Alle gerechten even verrassend en lekker. Echt een genot om hier te eten! Als afsluiter kregen wij nog een lekker ijsje. We reden eerst terug naar Mierlo om onze auto op te halen en daarna reden we direct door naar huis. Het was een lange maar leuke dag en gelukkig hebben wij bijna vakantie.

Historisch Den Bosch

Mamma ging voor de APK controle en onderhoud naar de garage van Bas. Wij hebben deze week vakantie en moesten dus mee. Mamma besloot om er een leuk dagje weg van te maken. Het was even lastig wat we gingen doen want Ronac en ik verschilden van mening. Uiteindelijk stelde Ronac zijn mening bij en vertrokken we na het onderhoud en de keuring in goedgekeurde auto naar Den Bosch. Net zoals Den Haag (’s-Gravenhage) heeft Den Bosch ook twee namen.

De officiële naam is ’s-Hertogenbosch maar de naam Den Bosch is veel ouder. Wij parkeerden bij ondergrondse parkeergarage St Jan die we via een spiraalvormige baan, ook wel de Wokkel genoemd, binnen reden. De parkeergarage bevind zich onder het Zuiderpark waar het Baselaar Bastion is gelegen. Met een tunnel liepen we onder de vestingmuur door en kwamen we bij de vestinggracht uit. Het bastion was een verdedigingswerk en speelde een belangrijke rol tijdens het Beleg van ’s-Hertogenbosch in 1629. Al met al is ’s-Hertogenbosch één van de oudste steden van Nederland en heeft het een middeleeuws stadscentrum.

Van de parkeergarage liepen wij in de richting van de Sint-Janskathedraal. Het is een uniek bouwwerk binnen de Nederlandse kerkelijke architectuur en is uitgevoerd in Brabants gotische stijl. Je ziet dit aan de vele ornamenten, dubbele luchtbogen, luchtboogfiguren maar liefst 96 stuks en versieringen van en boven de ramen. We bekeken de kathedraal vanaf het plein aan de parade. Vroeger was dit plein een deel van de Begijnhof en woonden er ongeveer 300 Begijnen binnen de muren.

Wij besloten eerst een hapje te gaan eten alvorens wij de kathedraal zouden bezoeken. Aan de Parade waren verschillende gezellige eetcafés gevestigd. We vonden ergens een plaatsje en bestelden lekkere gerechten. Ronac en ik namen een clubsandwich en mamma nam de soep van de dag (pompoensoep). We hadden flinke honger dus alles ging schoon op. Na de lunch liepen we naar de kathedraal en bekeken we het interieur.

Binnen zag je duidelijk dat de kathedraal gebouwd is in kruisvorm. In de Sint Jan zagen we een rijk versierd doopvont van 350 kilo, prachtige altaren, een orgel uit de renaissance periode, preekstoel en mooie glas in lood ramen. We kwamen de kerk uit en liepen verder naar het stadscentrum. Wij gingen eerst een trui kopen want we hadden geen jas meegenomen. De weerberichten hadden een graad of 22 voorspeld maar het was opmerkelijk fris en bewolkt. De zon scheen wel maar had een opmerkelijke oranje gloed en scheen minder fel dan gisteren.

Later hoorden we dat het kwam door een combinatie van sluierbewolking, rook- en asdeeltjes en Sahara stof. De rook- en asdeeltjes worden veroorzaakt door bosbranden in Spanje en Portugal en de Sahara stof komt mee met orkaan Ophelia. Een bijzondere combinatie die maar weinig voorkomt. Koud hadden wij het in ieder geval wel. We kwamen uit op de driehoekige Markt, het oudste deel van de stad. Bij de C&A kochten we een lekkere trui en we hadden het daarna een stuk warmer. Aan de Markt ligt het oudste nog bestaande bakstenen huis van Nederland, De Moriaan. Het werd gebouwd in 1220 door Hendrik I van Brabant.

In dit ondertussen gebouw, ondertussen erkend als rijksmonument, is het VVV kantoor gevestigd. We wilden graag een rondvaart maken over de Binnendieze (riviertjes binnen de stadsmuren), maar helaas, bleek bij navraag dat alle boten volgeboekt waren. We kochten daarom een wandelroute om zo toch het een en ander van de stad en zijn historie te kunnen zien. Bij deze route werden ook allerlei leuke wetenswaardigheden vermeld.

We liepen door het Korenstraatje waar vroeger de korenboeren langs kwamen met hun handel op weg naar de Markt. In de Karrenstraat werden vroeger de karren gestald en bevonden zich veel cafés en logementen. Aan het einde van de Korenbrugstraat zagen we het standbeeld van Zoete lieve Gerritje. Het symbool van de Bossche geest wat staat voor vrolijk- en goedmoedigheid. Hier stroomde ook de Binnendieze, het riviertje dat gevoed wordt door de Dommel en de Aa.

De Binnendieze heeft door de jaren heen, veel voor de stad betekend. ‘s-Hertogenbosch ontstond als een kleine ommuurde stad, ter grootte van de Markt en een aantal andere straatjes. Later werd de stad nogmaals ommuurd, ditmaal ter grootte van de huidige binnenstad. De riviertjes binnen de muren kregen de naam De Binnendieze. De Binnendieze werd gebruikt als watervoorziening, wasplaats en visplaats, maar ook als afvalstort.

Tot ongeveer 40 jaar geleden was het water nog een open riool. Door aanleg van een rioolstelsel in de stad verdween de Binnendieze langzaam. Daar werd in 1972 een stokje voor gestoken. Het vaarwater werd beschermd stadsgebied. Het water onder de stad is nu met recht een van de historische trekpleisters van ‘s-Hertogenbosch! In de Lepelstraat was vroeger een maat die gebruikt werd voor het wegen van graan.

Ook was hier de vismarkt waar de visvrouwen hun waar verkochten. Er staat ook nog een Maria kapelletje. We liepen het oude centrum uit via de Wilhelminabrug, over de rivier de Dommel, in de richting van het centraal station. Op het Stationsplein staat de Drakenfontein die mogelijk verwijst naar de “Moerasdraak”, de bijnaam van ’s-Hertogenbosch tijdens de Tachtigjarige Oorlog. De stad kreeg deze naam omdat ze onneembaar zou zijn vanwege de ligging bij een moeras. We liepen verder door omdat we wisten dat ergens aan de linker kant de bekende banketbakkerij  Jan de Groot moest liggen.

We kunnen Den Bosch natuurlijk niet verlaten zonder een Bossche bol te hebben geproefd. De Bossche bol is een chocoladebol en wordt gegeten als een gebakje. De bol wordt gemaakt van soezenbeslag, gevuld met slagroom en geglazuurd met gesmolten chocoladefondant. Bakkerij Jan de Groot werd in 1936 opgericht en begon de chocoladebollen naar eigen recept te verkopen. Ze zijn een bekend fenomeen in en buiten Den Bosch.

We zaten nog vol van de lunch en kochten vier van deze Bossche bollen voor thuis. Zo kon pappa ook meegenieten van ons uitstapje. We vervolgden de route langs de Sint Jansingel en bogen later weer af richting de oude wijk “Uilenburg”. Oorspronkelijk was dit een drukke wijk met veel pakhuizen.

Bij brouwerij Boegbeeld aan de Uilenburg kochten wij voor pappa enkele Bossche speciaal biertjes. De biertjes hadden de naam Sjekladebol, vernoemd naar de Bossche bol en natuurlijk met chocoladesmaak, Siberië, wit bier met sinaasappel en koriander en de laatste had de naam Kutbier. Wat! Ja, we moesten erg lachen om de naam. Het is een ode aan de Bossche Kut. “Kut” is de niet zo mooie bijnaam voor een Bossche volksvrouw die vaak het hart op de tong draagt.

De Bossche volksvrouw zou het haar in onnatuurlijke kleuren verven, draagt veel make-up en heeft opvallende getekende wenkbrauwen. Als je langs rijdt op haar brommer roepen de Bossche mannen: “Ziet goed uit, kut!”. Het biertje zou smaken naar pruimen. Wij stonden te trappelen om pappa te vertellen dat we Kutbier hadden gekocht, hihi.

We kwamen weer een stukje langs de Markt met het stadhuis dat dateert uit de tweede helft van de 14e eeuw. Jan Derkennis was als net zoals bij de bouw van de Sint-Janskathedraal betrokken bij de bouw van dit gebouw. We dwaalden verder door smalle straatjes waar allerlei leuke winkeltjes gevestigd waren en het geld bleef rollen. Een ouderwetse snoepwinkel was een waar paradijs voor ons. Toen we weer bij de Sint Jan aankwamen, sloegen we af en liepen we terug naar de parkeergarage. Het was tijd om terug naar huis te gaan. Na het avondeten mochten we de Bossche bol op eten en proefde pappa het meegebrachte Kutbier. Beiden smaakten voortreffelijk!

Gamen in Bangkok

We werden rond acht uur wakker in een groot bed in een luxe kamer. Pappa en mamma sliepen in de aangrenzende kamer. Er was een keukentje, eetkamertafel met stoelen, sofa, airco, twee badkamers en televisies. Wat een enorme luxe deze laatste dag. Mamma voelde zich nu belabberd, had koorts en last van haar luchtwegen. Ze bleef langer in bed liggen terwijl wij televisie keken.

In de middag wilden we naar een winkelcentrum om de dag door te komen. Het meisje van de receptie sprak niet al te best Engels en begreep niet helemaal wat we bedoelden. Uiteindelijk kwam ze toch met een idee en werd er een taxi voor ons gebeld. In de omgeving van het hotel was helemaal niets te beleven. De taxi reed ongeveer 20 minuten en bracht ons naar een groot winkelcentrum.

Het was veel drukker dan normaal omdat alle Thai, een vrije dag hadden vanwege Moederdag. We besloten om eerst het foodcourt te zoeken en daar iets te gaan eten. Wij wilden naar de KFC en pappa en mamma bestelden pittig Thais eten. Alles werd betaald met een soort pinpas waar je voorafgaande bij een kassa geld op kon zetten. Na afloop kon je het bedrag dat niet gebruikt was weer terug krijgen en gaf je de pinpas weer terug (gebruik is geheel kosteloos).

We liepen langs verschillende afdelingen in het winkelcentrum en kwamen er zelfs nog een stand van Tupperware tegen!? Mamma helemaal enthousiast natuurlijk.

Op de gameafdeling voelden wij ons goed thuis en mochten we ook op een paar game-apparaten een spelletje doen. We wilden graag in een raceauto maar begrepen niet precies hoe het werkte. Een vriendelijke medewerker legde het ons graag uit. Een Thais jongetje en zijn vader wilden wel tegen ons racen.

Wij gingen in de raceauto zitten en starten het spel. Voor ons was het de eerste keer en we moesten wel even wennen. Het ging best aardig maar we verloren de race, helaas. We liepen heel wat keren rond op zoek naar het Plants vs Zombies spel dat we in het begin hadden gezien maar niet meteen terug konden vinden. We moesten op onze beurt wachten maar uiteindelijk konden we plaats nemen en met de waterstraal richten op de zombies.Ondanks dat ik de wedstrijd later begon dan Keyro, wist ik hem toch te winnen.

We kochten beiden nog een souvenir uit Thailand en keerden toen per taxi terug naar het hotel. We hadden weliswaar uitgecheckt maar konden nog gebruik maken van het zwembad. Heerlijk even spetteren en tot ergernis van pappa en mamma elkaar pesten en plagen in het water.

Ons laatste diner hadden wij bij het hotel. We bestelden Thaise rode en groene curry, een pikante rijstnoedelsalade met garnalen en het bekende gerecht Pad Thai. Het zijn roerbakken noedels met kip of garnalen bestrooid met pinda’s en taugé. Zeer smakelijk en lekker dat we het toch nog konden proeven.

We kleedden ons na het eten om en maakten ons klaar voor vertrek naar het vliegveld. Met een taxi gingen we naar het internationale Suvarnabhumi vliegveld. Inchecken, veiligheidscontrole en paspoortcontrole ging allemaal soepel.

Door het hele vliegveld heen staan prachtige houtsnijwerken en sculpturen. In de centrale hal stond een kunstwerk uitgewerkt in boeddhistische en hindoeïstische stijl, de afmeting was enorm. Ons vliegtuig steeg rond de klok van ?? uur op. We kregen eerst nog avondeten voordat alle lichten uit gingen en we verzocht werden om te gaan slapen. Het lukte niet meteen en we speelden nog spelletjes op de ingebouwde activiteitentablet.

De Mekong Delta

Gelukkig waren de bouwvakkers van de afgelopen nacht klaar en sliepen we een stuk beter dan gisteren. We moesten ook vandaag weer op tijd klaar staan voor een tweedaagse trip naar de Mekong Delta, het riviergebied ten zuidwesten van HCMC. Onze spullen konden we achter laten in het hotel en we namen alleen twee kleine rugzakken mee met hoognodige spullen.

We werden op gehaald door een oververhitte reisgids die ons naar de mee nam en ons ergens langs de grote straat neerzette met de mededeling dat we even moesten wachten omdat hij nog andere mensen op moest halen. Mamma nam het er even van en haalde ons ontbijt bij een bakker die daar ook lag. Ze moest ineens haast maken want we moesten verder lopen. Hurry, hurry en ineens waren wij de gids kwijt?

We liepen een stukje terug maar niemand te zien. We besloten maar op het kruispunt te wachten in de hoop dat de gids terug zou komen. Gelukkig gebeurde dat maar hij ging er vervolgens weer als een speer vandoor nadat hij ons weer ergens liet wachten? Pappa en mamma lieten hem duidelijk merken dat hij iets rustiger aan moest doen omdat wij kinderen zijn, iets minder snel lopen en in het drukke verkeer met oversteken extra op moeten letten.

Uiteindelijk keerde hij terug en werden we met nog een heleboel anderen in een bus gezet. Ik hoop dat de rest van de tour iets rustiger verloopt dan de start. Het was ongeveer 2 uur rijden naar de Mekong Delta. Na iets meer dan een uur rijden werd er een stop gemaakt bij een wegrestaurant. Er was een mooi aangelegde tuin bij waar we even onze benen konden strekken. Ook kochten we twee gevulde broodjes en een bao pao broodje.

We reden met de bus verder het rivierengebied in. Het bestaat uit de grote rivier de Mekong en de vele zijtakken en kanalen. De rivier is in totaal 4200 kilometer lang en ontspringt op de hoogvlakte in Tibet en mondt uit in de Zuid Chinese zee. De Mekong delta is een bijzonder gebied met zijn web van riviertjes, (drijvende) markten en woonboten. Het dagelijks leven speelt zich voornamelijk af op het water. Het is het meest dichtbevolkte gebied van Vietnam en er is veel landbouw op de rijstvelden die zich tussen de waterwegen bevinden. Meer dan de helft van alle rijst die in Vietnam wordt verkocht komt hier vandaan.

De Mekong delta wordt daarom ook wel het ‘rijstschuur’ van Vietnam genoemd. Vietnam is naast Thailand en India één van de grootste exporteurs van rijst. Wij stopten ergens in de provincie Ban Tre langs de kant van de weg voor een rondleiding. Deze provincie lag vrij geïsoleerd doordat de Mekong er omheen ligt. Na de opening van de brug tussen de stad My Tho en Ban Tre in 2009 wordt het gebied steeds meer bezocht. De provincie staat bekend om haar fruitboomgaarden en palmbomen.

De Vietnamezen noemen het ook wel Kokosnooteiland. Vroeger  was het gebied een broeinest voor revolutionairen die samenspanden tegen de Fransen en later tegen de Amerikanen. In 1968 was het een van de gebieden die als eerste door de Vietcong werden bezet tijdens het Tetoffensief. We verlieten de bus en namen wat spullen mee want het was onduidelijk wanneer en of we naar de bus zouden terug keren.

We liepen via een pad en hadden de hoofdweg al snel achter ons gelaten. We kwamen in een klein dorp en kregen informatie bij een bijenhouderij. De bijen worden hier in houten kisten gehouden om honing te maken. Onze gids pakt een tray uit de houten kist die vol zit met bijen. Hij legt uit dat er 1 koninginnen bij is, en daarnaast de werkbijen (95% vrouwtjes en maar 5% mannetjes). De kisten worden door het seizoen heen verplaatst naar de beste plek om zo de meeste honing te krijgen.

Daarna mogen we gaan zitten aan een aantal tafeltjes die klaar stonden. We kregen vers fruit om te proeven en een honingdrankje. In een klein glaasje zit een laagje limoensap en daar gieten ze vervolgens honingthee bij. Het drankje was mierzoet en dat trok de bijen natuurlijk aan. Ze kropen in het glaasje en dreigden te verdrinken. Ik viste ze er met mijn lepeltje weer uit en redde hun leven.

Er volgde nog een optreden met lokale instrumenten en gezang. Na dit onderhoud lopen we verder tussen de fruitbomen en kokospalmen door naar een aanlegsteiger voor bootjes. Samen met een Nederlandse die alleen reist, delen wij het bootje. De bootjes zijn een beetje onstabiel en je moet oppassen met het instappen om er niet aan de andere kant weer uit te vallen. We hoeven gelukkig niet zelf te roeien. De omgeving is prachtig en we waren echt aan het genieten. Tot onze verbazing meerde de roeier na nog geen 10 minuten alweer aan bij een kade.  We dachten eerst dat het een grapje was maar het was echt het einde van de route.

We stapten uit en kwamen bij een fabriekje waar de lokale vrouwen de specialiteit van dit gebied maken, namelijk keo dừa (kokossnoepjes). Het snoepje wordt gemaakt van ingedikte kokosmelk. In grote ketels wordt de melk tot een dikke, kleverige massa gekookt die wordt uitgerold en als het afgekoeld is, in vierkantjes wordt gesneden. Met de hand worden de snoepjes in flinterdun rijstpapier verpakt. Zou het rijstpapier er niet omheen zitten dan plakt het snoepje vast aan de verpakking. Je eet het snoepje dan ook met rijstpapier en al. Ze waren in verschillende smaken verkrijgbaar en we konden natuurlijk ook proeven, lekker maar niet speciaal.

Er lag hier ook een python of boa constrictor ? Het is wurgslang en hij heeft geen giftanden. Wie wilde mocht hem om zijn nek leggen. Pappa ging als eerste maar ik vroeg mij af of de slang niet te zwaar voor mij zou zijn. Ik vroeg het aan de gids en hij zei dat ik hem met gemak om mijn nek kon hangen. Een paar tellen later had ik hem om mijn nek. Wow, ik vind het wel stoer van mezelf. Keyro wilde niet of durfde hij gewoonweg niet?

We lieten het dorp achter ons en stapten op een grotere boot met rieten stoelen die de Mekong rivier op kon. We zagen diverse vissersboten en boten die producten vervoeren via de rivier. We gingen lunchen op het eiland Con Cuy bij restaurant Nhà hàng vườn Cồn Quy. We hadden een standaard menu inclusief en konden tegen meerprijs nog extra vis op tafel krijgen.

We hielden ons aan het standaard menu en dat was niet echt bijzonder. Op het bord lag wat rijst, een stukje varkensvlees, wat groenten en een ei. Na de lunch varen we een stuk met de boot en worden we opgepikt door de bus die ons naar het Cha Vinh Trang complex in My Tho brengt. De Binh Trang pagode werd gebouwd in 1849. Na een verbouwing in 1907 werd het gebruikt als paleis van de sultan en neobarokke villa met Korintische zuilen.

Binnen staan Boeddha beelden maar ook buiten is er geen gebrek aan beelden. Er staat een beeld van een Boeddha, een lachende Boeddha en een liggende Boeddha. Een tempel kan gebouwd worden voor iedereen die iets bijzonders heeft gedaan maar een pagode mag alleen gebouwd worden voor een Boeddha.

Na het bezoek aan de pagode stapten we in de bus richting de stad Can Tho. We brachten hier de gasten weg die in een hotel overnachten en wij werden opgewacht door een taxi om samen met nog drie anderen vervoerd te worden naar een homestay in de buurt. Het was toch nog een minuut of twintig rijden van Can Tho en het gebied was veel rustiger.

Hung’s homestay lag aan één van de vele zijtakken van de Mekong rivier. De homestay bleek een stuk groter te zijn en er waren meer dan twintig kamers. We hadden een leuke basic kamer aan de rand van het terrein. Voor de kamers was water en via een bruggetje kwam je bij de kamer. Voor het avondeten lagen we wat in de hangmatten en speelden we met de vele hondjes die er rond liepen, zo schattig!

Voor het avondeten moesten wij ook zelf aan de slag. We maakten springrolls met spinnenweb vellen en vulden het met verschillende groenten. De springrolls werden door de vrouw des huizes gefrituurd in een grote wok. Naast onze zelfgemaakte loempia’s kwamen er nog vele groenten, tofu en een vers gevangen vis op tafel.

Het smaakte goed en we hadden een leuk gezelschap om mee te praten (een Italiaans koppel en een in Frankrijk wonende en werkende Engelsman). Na het eten werd er “happy water” geserveerd. Deze zelfgestookte rijstwijn was natuurlijk niet voor Keyro en mij bestemd. We gingen op tijd terug naar onze kamer want morgenochtend moeten we vroeg op om de drijvende markt van Cai Rang.

Full Moon festival

De dag startte met een lekker ontbijtje in het hotel. Keyro startte Cau Lao, een streekgerecht waar Hoi An bekend om staat. In het gerecht vind men Japanse, Chinese en Franse invloeden terug. In het gerecht zitten gerookte noedels net zoals de Japanse Udon noedels. Het varkensvlees is geroosterd in Chinese stijl en de knapperige noedelstukjes zijn net Franse croutons. De kruiden die in het gerecht zitten zijn allemaal lokaal.

We namen vandaag opnieuw de fiets en zouden als eerste het stadje Hoi An gaan bezoeken. Hoi An is een combinatie van architectuur en geschiedenis en iedere toerist komt vroeg of laat in dit charmante stadje. In de 16e en 17e eeuw was het een havenstad aan de Zuid Chinese zee. Het trok veel handelaars uit Europa, Japan en China en dit zie je terug in de architectuur. De functie van havenstad werd later overgenomen door Da Nang.

Het historische centrum staat op de werelderfgoedlijst van Unesco. We fietsten door het centrum en bekeken het nu met andere ogen dan in de avond. In de oude straatjes staan Chinese pagodes, handelshuizen in Japanse stijl, Franse huisjes, warenhuizen en winkeltjes. We kwamen ook langs de Japanse brug (Chùa Cầu), een voetgangersbrug. De brug is gemaakt van hout en onderdeel van een tempelcomplex. We staken via een brug de Thu Bồn brug over en dronken een drankje op het terras van Madame Kieu.

Met de fiets vervolgden we onze route over de oever van de Thu Bồn rivier naar het ambachtsdorp Thanh Ha, zo’n 3 kilometer van Hoi An. Het dorp ontstond honderden jaren geleden toen een aantal schepen in een hevige storm terecht kwamen en beschutting zochten in Con Dong, één van de dertien Thanh Ha gehuchten.

De ligging , op een kruispunt in de rivier en de weg naar Hoi An, bleek een plek met veel mogelijkheden. De klei die door de rivier werd aangevoerd was  uitstekend te gebruiken voor terra cotta producten. In die tijd deden de VOC schepen de haven van Hoi An aan en de pottenbakkers van Thanh Ha had vele klanten in Hoi An. Veel dakpannen in Hoi An en het dorp zelf kwamen hier vandaan.

We bezochten het museum waar je de keramiek, technieken, producten en de verschillende invloeden terugvindt. We bekeken de collectie en hadden betaald om aan twee activiteiten te deel te nemen. We begonnen met het verven van een eivormig stuk keramiek.

Keyro maakte een Minion en ik maakte er een mooi lieveheersbeestje van. We werkten rustig en geconcentreerd. Na onze verfkunst gingen we zelf pottenbakken. Samen met één van de medewerkers en hulp van een draaischijf modelleerden we allebei een potje. We mochten dit versieren en daarna werd het met een föhn gedroogd en uitgehard. Een super leuk souvenir om mee terug naar huis te nemen en ook nog eens door ons zelf gemaakt.

We fietsten nog wat door het dorp en begonnen toen aan de weg terug naar het centrum van Hoi An. Hier kwamen we met de fiets nergens meer binnen omdat het hele centrum afgezet was en vrij van verkeer werd gehouden. We fietsten 3 keer heen en terug en alles liep iedere keer dood bij een wegafzetting. Ook kwamen we er achter dat onze souvenir door de warme zon was gesmolten en er alleen nog een hoopje klei over was.

Mamma werd er op een gegeven moment kribbig van en begon als een bezetene terug te fietsen naar het hotel. We zoefden overal langs. We dronken wat en namen een duik in het zwembad. ’s Avonds gingen we met de fiets naar het centrum want de meneer die op het golfkarretje rijdt, had een vrije dag. We stalden onze fietsen net bij het historische centrum.

Vanavond was het extra speciaal omdat het Full Moon Festival plaats vond. Op deze dag worden er werkelijk overal lampionnen aangestoken op straat in de hostels, bars en op de rivier die door de stad stroomt. Ook wordt het gebruik van (straat)lampen beperkt. Een echt spektakel waar veel mensen op af komen. We zijn eerst bij een leuk restaurant aan de waterkant gaan eten.

Er kwam opnieuw een lokale specialiteit op tafel namelijk Bánh Xèo. Het zijn krokante rijstpannenkoekjes met garnalen en taugé, yummie. Ook kwamen de gefrituurde wontons weer op tafel, een bord pasta en geroosterde gehaktstokjes. Met goed gevulde buikjes liepen we naar de kade en huurden we een klein bootje om het water op te gaan. We begaven ons tussen de andere bootjes. We kregen een papieren lotusbloem met kaarsje er in.

Bij Keyro vloog de papieren lotusbloem in brand maar gelukkig had onze kapitein nog een nieuwe voor hem.  Om de komende maanden geluk te hebben, zet je de lotusbloem in de rivier vergezeld van je wens. Met de wind en de stroming werd het lichtje zachtjes weggevoerd tegelijk met alle andere lichtjes. Een manjefiek gezicht.

Sneller dan verwacht stonden we weer op de aanlegsteiger. Door het stadje stonden bij winkels en restaurant offertafels met eetkommetjes, wierrook en kaarsen voor voorspoed en geluk. Onze fietsen stonden er nog en in het donker fietsten we terug naar het hotel. Vanwege een vervoerprobleem naar Ho Chi Minh City zouden we morgen ook nog een dagje in Hoi An blijven. Wij vinden dat helemaal niet erg want Hoi An is “chill”.

An Bang Beach

Vandaag voelde ik me al een stuk beter. Ik was nog wat slapjes maar de koorts leek gezakt te zijn. We hadden eerst ontbijt met brood en ei. We maakten onze tassen klaar om naar het strand te gaan.

Bij het hotel konden we gratis gebruik maken van de fietsen. Voor Ronac hadden ze zelfs een kleinere fiets geregeld. Ronac probeerde de fiets maar vond hem niet fijn en besloot met veel theater dat hij bij pappa of mamma achterop zou gaan. We vertrokken rond 10:00 uur in de richting van het An Bang strand. Het was ongeveer 6 kilometer en we volgden de hoofdwegen. Ik fietste steeds achteraan want ik had nog maar weinig energie.

We stopten tussendoor om wat te drinken en van de omgeving te genieten. Vlakbij het strand werden we aangesproken door vele mannetjes die ons hun fietsenstalling aanprijzen. We kwamen niet met de fiets bij het strand en moesten dus onze fiets stallen. We kregen een nummer op ons zadel dat we betaald hadden en bij elkaar hoorden. We gaven aan dat het niet klopte en Keyro bij ons hoorde maar er werd niet echt geluisterd of het werd niet begrepen.

We lieten het zo en liepen naar het strand. Er waren veel barretjes en restaurants en we besloten om eerst iets te drinken. Mamma nam een verse klappernoot en wij namen frisdrank. We trokken onze zwembroek aan op het toilet en gingen daarna het strand op. Er stonden veel ligbedden met parasols er boven. Ook hier werden we continu aangesproken om een bedje te huren bij een van de strandtenten.

Als je er die dag ging eten, waren de bedjes gratis. We besloten om bij een van de vele een ligbed te nemen zodat we ook wat schaduw van de parasol zouden hebben. Het An Bang strand is mooi met palmbomen en wit strand. Het strand zou het beste strand zijn rond Hoi An maar wij vonden het wel erg toeristisch. We vermaakten ons heerlijk in de zee en op het strand. We bouwden kastelen, dammen en geulen waar het water in liep. Lekker een middag ontspannen en niets doen.

Tussendoor hadden we een lekkere lunch bij het strandtentje waar we de ligbedden hadden gehuurd. Ronac nam een hamburger, mamma had noedels, pappa had iets anders en ik nam een noedelsoep. We verlieten het strand pas rond 17:00 uur. Bij de fietsenstalling kregen wij een discussie met de eigenaar dat wij mijn  fiets niet meekregen omdat hier een ander nummer op stond dan die van pappa en mamma.

Pappa was vasthoudend en liet duidelijk zien dat wij de fietssleutel hadden en we fietsten gewoon weg. Tja, we hadden dit vanmorgen al heel duidelijk gemaakt dus helaas voor hem. De terugweg fietsen we niet langs de grote weg maar reden we tussen de rijstvelden door. Heerlijk hoe rustig het daar was.

Terug in het hotel moesten we eerst douchen om al het zand van ons af te spoelen want het zat werkelijk overal. Tegen 19:30 uur werden we met het golfkarretje weer naar het centrum gebracht. We liepen deze keer de Cau An Hoi brug (Bridge of Lights) over. De brug is ’s avonds verlicht met veel lampjes en iedereen passeert deze brug maar ondanks de vele mensen werd er nauwelijks geduwd. Aan deze kant van de brug bleken veel restaurants te liggen en al snel hadden we een leuk restaurant gevonden. We liepen de trap op naar het For You restaurant.

We gaven onze bestelling door aan de bediende en speelden een potje kaart tot het eten klaar was. Ronac had gegrilde kipfilet met frietjes, mamma en ik namen een lokale specialiteit Banh Bao Vac ook wel White Rose genoemd.  Het is een dumpling, een deegpakketje van rijstvellen, in de vorm van een bloem. Het is gevuld met garnalen, krab en kruiden. Er worden krokant gebakken uien en een dip van bouillon, pepers, citroen en suiker bij geserveerd. Een smaakexplosie!

Pappa had een andere lokale specialiteit fried wonton. Gefrituurde wonton (rijst)vellen met daar bovenop garnalen en krabvlees gemengd met tomaat en kruiden. Ook zeer smakelijk! Na het eten liepen we nog wat door het stadje en genoten van alle lichtjes en prachtige lampionnen. Het is soms net of je in een sprookje loop met al die lichtjes. We waren rond 22:00 uur weer terug in het hotel.

De nachttrein

Het was de bedoeling om vandaag op tijd op te staan en te vertrekken maar dat lukte ons toch niet helemaal. We hadden eerst weer een lekker ontbijtje en checkten ons daarna uit. De spullen konden we achterlaten en zouden we aan het einde van de middag weer ophalen. Te voet liepen we met een plattegrondje in de hand in de richting van het Mausoleum van Ho Chi Minh. Iedere dag weer staan hier enorme wachtrijen om de oud president de laatste eer te bewijzen.

Onderweg naar het Mausoleum

Ho Chi Minh was de aanvoerder van de onafhankelijkheidsbeweging tegen de Franse kolonisten. Hij werd na de Vietnamoorlog een communistische grootheid en is nog steeds zeer geliefd in Vietnam. “Uncle Ho” zoals men hem vaak noemt was een wijs man met hart voor zijn land. We kwamen onderweg langst langs een park waar we even wat verkoeling zochten onder de bomen. De zon brandde fel en we hadden het erg warm. We moesten een heel stuk om het terrein van het mausoleum lopen om bij de ingang te komen. Het was een hele bedoeling om binnen te mogen. Rugzakken moesten worden afgegeven, drinken is niet toegestaan, kauwgom kauwen, petjes, zonnebrillen zijn verboden. We moesten fotocamera’s afgeven en zouden deze aan de andere kant van het terrein weer terugkrijgen.

Het Mausoleum van Ho Chi Minh

Mamma vond het niet zo’n prettig idee om haar duurdere camera zomaar af te geven. Op goed geluk dan maar, zei ze. We sloten achteraan in een lange rij. Gelukkig was de wachtrij overdekt en stonden we nog een klein beetje uit de zon. Langs de wachtrij stonden wachters die de mensenmassa (soms wel 50.000 bezoekers per dag) in de gaten hield. Vlak voor het mausoleum moesten we ons opstellen in twee rijen, mochten we niet meer praten en schuifelden we langzaam het mausoleum binnen. We mochten niet stilstaan en moesten vooral doorlopen. Ho Chi Minh wilde na zijn dood gecremeerd worden en zijn as uit laten strooien over zijn geliefde Vietnam.

Maar na zijn dood dachten de Vietnamese leiders daar echter anders over. Het lichaam van Uncle Ho ligt al jaren als een gebalsemde mummie opgebaard in het mausoleum. Wel vreemd als je bedenkt dat hij dit zelf absoluut niet zo wilde. Het zag er uit alsof hij vredig lag te slapen en ieder moment kon ontwaken en opstaan. Na het verlaten van het mausoleum vroeg Ronac waarom we zo lang in de rij hebben gestaan om langs een dood iemand te lopen? Eigenlijk is het ook wel een beetje luguber maar deze man heeft zoveel voor Vietnam betekend dat wij het bij deze vakantie vonden horen en daarom een bezoek brachten aan het mausoleum. We volgden de massa en kregen bij een loket mamma’s fotocamera weer terug. De rugzak moesten we aan de andere kant voor 12:00 uur ophalen.

Het presidentieel paleis.

We hadden niet veel tijd om door het op het zelfde terrein gelegen huis en tuinen van Ho Chi Minh te bezoeken. Bij het loket van de tassen was het rommelig en mamma werd naar het kastje naar de muur gestuurd. Uiteindelijk wist ze toch onze rugzak terug te krijgen. We wandelden nog in de omgeving van het mausoleum en namen toen een taxi naar het Old Quarter. Opnieuw was het heel warm vandaag, zo’n 38 graden, en zochten we een restaurant uit met airconditioning.

Het Old Hanoi Restaurant was heel sfeervol gedecoreerd met lampionnen en had een leuke menukaart. Ronac en ik namen Pho Bo (noedelsoep), mamma nam Bun Cha, varkensvlees geroosterd op de barbecue in een zoete soep. Pappa had het gerecht Cha Ca Ha Noi style en dit werd op een speciale manier opgediend. De serveerster bereidde het aan onze tafel. In een kleine wok werd vis, pinda’s, groenten etc. gebakken daarna doe je het in een rijstvel en kun je het eten. Het was erg lekker en blijkbaar een specialiteit in Hanoi.

En alweer een heerlijke lunch

We hadden ruim de tijd genomen voor onze lunch maar besloten om toch nog een bezoek te brengen aan de Hoa Lo gevangenis, nu een museum. Ondanks dat het niet ver was namen we uit tijdsbesparing een  taxi. We hadden al snel in de gaten dat de meter wel erg snel opliep en er iets niet klopte. We stopten bij de gevangenis en hij wilde ons voor het kleine stukje heel veel geld laten betalen. Pappa ging in discussie en zei dat hij de boel aan het oplichten was en we het bedrag van de meter niet gingen betalen. Ineens deed hij alsof hij het niet begreep en niet verstond.

Toen pappa zei dat we dan de politie erbij zouden halen, ze stonden toevallig ook nog daar met een auto, werd hij wat zenuwachtig. Pappa gaf hem een bedrag waarvan hij vond dat dit bij het ritje paste en wij stapten uit. De taxichauffeur was het er niet mee eens maar reed er toch maar snel vandoor. Tja, ook dat hoort er een beetje bij. Men probeert af en toe de toeristen voor de gek te houden met opgevoerde meters enzovoort maar wij zijn er gelukkig niet ingetrapt. We liepen de voormalige gevangenis in en kochten de entreekaartjes.

De indrukwekkende “Hoa Lo” gevangenis.

De Hao Li gevangenis is door de Fransen gebouwd en in de onafhankelijkheidsoorlog werden veel Vietnamese strijders hier gevangen gezet. De omstandigheden waren slecht en de gevangenen werden gemarteld en gedood. Het waren niet alleen maar mannen die hier gevangen zaten maar ook veel vrouwen die soms ook nog in gevangenschap een kind kregen. De Fransen vertrokken maar de gevangenis bleef staan. Tijdens de Vietnam oorlog werd de gevangenis door de Vietnamezen gebruikt om politieke en Amerikaanse soldaten gevangen te houden.

Busted!

Het museum verteld gruwelverhalen van deze periodes. Er wordt uitgelegd welke martelingen de gevangen moesten ondergaan en onder welke erbarmelijke omstandigheden zij als beesten in een kooi gehouden werden. Volgens de propaganda die we zagen, zouden de omstandigheden tijdens het Vietnamese regime een stuk beter zijn geweest. Op foto’s die we zagen hangen, zagen we lachende Amerikaanse gevangenen volleyballen, schilderen en roken . Toch zeggen verschillende Amerikaanse gevangenen dat ze gemarteld zijn en zwaar ondervoed waren.

De waarheid zal mogelijk ergens in het midden liggen, vermoeden wij. Het is zeer indrukwekkend en op deze manier besef je een klein beetje beter wat dit land en haar inwoners hebben moeten doorstaan in het verleden. We konden in de cellen om te ervaren hoe het was maar we vonden het maar akelig. We keken nog een film en bij het monument voor de herdenking van de gevallen slachtoffers. We liepen terug en aten een ijsje op het terras in het park naast het Hoan Kiem meer. We haalden onze backpacks op bij het hotel en er werd een Uber taxi gebeld. Het personeel hielp ons mee met alles in de taxi zetten en ze zwaaiden ons uit toen we vertrokken.

Klaar voor de treinreis!

Wat een gastvrijheid! Binnen 10 minuten werden we netjes voor het station afgezet. We waren ruim op tijd en moesten nog dik 40 minuten in de wachtruimte wachten tot we de trein mochten betreden.  Omdat Vietnam uitgestrekt is, is het een ideaal land om met de trein te reizen. Er loopt een treinspoor van Hanoi tot Ho Chi Minhstad. Het is niet alleen een manier om van de ene naar de andere plaats te komen. Een treinreis is veel meer dan dat. Het treinspoor loopt door mooi landschap en je hebt kans om de lokale bevolking te ontmoeten.

In de slaaptrein.

De treinreizen duren in Vietnam vaak lang dus we hadden de nachttrein geboekt.  We hadden een vierpersoons- slaapcoupe in het Violetta gedeelte van de trein. We legden onze backpacks onder de smalle bedden en liepen wat heen en weer in de gang. We vertrokken stipt op tijd. Het was inmiddels donker geworden toen we het station uitreden. Het eerste stuk ging door Hanoi en de trein reed vrij langzaam. We zwaaiden naar de kinderen die langs het spoor liepen of achterop de motorfiets bij hun ouders zaten. In onze coupe was het sfeervol met de sfeerlamp en we deden wat spelletjes. We besloten om op tijd te gaan slapen. We poetsten onze tanden, gingen naar het toilet (lastig met dat wiebelen) en legden ons in het smalle bed. Door het heen en weer gaan van de trein, vielen wij al snel in slaap.

Bánh mì

We werden wakker van het ruisen van de zee. De spullen werden alweer ingepakt want we zouden deze mooie plek alweer verlaten. We gingen naar het restaurant voor het ontbijt en opnieuw viel het eten tegen. Op zich verlangen wij niet veel maar gezien de hoge bedragen die het resort vraagt per nacht, verwacht je toch wel iets meer.

Vaarwel paradijsje…

We stapten op de boot en voeren door de Lan Ha baai richting Ha Long baai. Onderweg zagen we bij een aantal eilanden drijvende dorpen van vissers. Veel bewoners van de dorpjes komen nooit aan het vaste land en leven hun hele leven op zee. Ze leven van de vis en weekdieren die ze vangen en verkopen. Bij Ha Long Baai stapten we over op de boot die we eigenlijk hadden geboekt. Hij was groter dan de andere boot en iets luxer. Onze voorkeur had toch echt de eerste boot.

Aan boord van het schip volgden we een korte kookles. De gids aan boord leerde ons een echt Vietnamees gerecht klaar maken. Natuurlijk maakten we de wereldbekende Vietnamese loempia’s. De loempia’s worden gemaakt van rijstpapier. We vulden de loempia met ingrediënten die we lekker vinden. Zo kun je ze vullen met noedels, kip, garnalen, kruiden of knapperige groenten. Toen wij aan de beurt waren was er al veel van de vulling op maar het lukte ons toch om met de overgebleven ingrediënten een lekker loempia te vullen.

Workshop Vietnamese loempia’s

Na het klaar maken van onze eigen loempia mochten wij hem op eten. We vonden een tafeltje aan dek met het uitzicht op Ha Long baai op de achtergrond. Voordat we van boord gingen, hadden we nog een lunch. De gids van vandaag had veel haast en liep ons flink op te jagen bij het van boord gaan. Uiteindelijk stonden wij op de kade en pappa was nog op de boot. Ook in de haven zaten we nog een dik half uur te wachten voordat we in de bus konden. Dus waar al die haast nu voor nodig was, geen idee.

De terugreis naar Hanoi was een stuk relaxter dan op de heen weg. Na aankomst haalden we in Hanoi onze spullen op bij Friends Travel. Vanuit de Hang Buom was het ongeveer 10 minuten lopen naar ons hotel. We werden zeer vriendelijk ontvangen door het personeel van hotel Friends Inn. We kregen een hele zoete lemon juice aangeboden van het huis. Onze kamer lag op de eerste etage, was zeer ruim en had airco, douche en toilet. We fristen ons op en wilden iets gaan eten. Net op het moment dat wij de straat uitlopen, begint het toch te regenen. We schuilen even onder een afdak maar we hadden niet het idee dat het voorlopig zou stoppen met regenen. Aan de overkant van de straat lag een Coffee bar en we besluiten daar naar toe te rennen en iets te drinken. Alleen al van het oversteken waren we goed nat geworden.

Verrast door een tropische bui.

De vriendelijke mevrouw kwam meteen met een handdoek aan zodat we ons wat konden afdrogen. Ondanks dat ze geen Engels sprak lukte het ons om een bestelling te doen. We wilden ook iets eten maar dat ging niet in de bar maar ze nam pappa en mij mee naar de buren waar we een  Bánh mì bestelden. Het Vietnamese brood, Bánh mì (“Bánh” is brood, “mì” is  tarwe is afgeleid van het Franse baguette (stokbrood) dat werd geïntroduceerd door de Fransen in de koloniale tijd. Het brood is over het algemeen luchtiger en heeft een dunnere korst dan de Franse variant.

Een broodje “Bánh mì”

Het broodje kan gevuld worden met verschillende ingrediënten maar meestal zit er varkensvlees bij. Het is vaak een ratjetoe van varkensvlees. Werkelijk alles kan erin. Het vlees kan bestaan uit: Vietnamese gestoomde varkensworst (Cha lua), ham met veel vet, varkensoor,  gegrilde gehaktburgers (Nem nuong), varkenspaté, varkensgehakt Xiu mai of Chinese geroosterde varkensvlees (Xa xiu). Maar ook eieren of viskoekjes (Cha ca) kunnen erin. Bij het vlees kan er nog verse koriander, ingemaakte wortel, komkommer, Thaise basilicum en of chilipepers worden toegevoegd. Geen idee wat wij bestelden dus het was een grote verrassing toen het gebracht werd. Het was een heerlijk broodje die we binnen no- time op hadden. De rekening viel zoals altijd mee en de drankjes bleken duurder te zijn dan de broodjes. Gelukkig was het in de tussentijd droog geworden en waren we snel terug in het hotel.

Streetfood

We sliepen een aantal uurtjes maar veel was het niet. Na iets meer dan 11 uur vliegen landden we op het Suvarnabhumi International Airport. Vanwege het tijdsverschil tussen Nederland en Thailand moesten we ons horloge aanpassen en 5 uur later zetten. Eenmaal op Thaise bodem moesten we eerst langs bij “immigration” voor de paspoortcontrole en het visum. Hier stond een MEGA rij en het duurde meer dan een uur voordat we langs de immigratie aren en het visum in ons paspoort hadden zitten.

De skyline van Bangkok, vanuit de shuttlebus richting centrum.

De bagage draaide al rondjes op de bagageband en die hadden we snel opgepikt. Buiten zochten we naar de airport shuttle bus die heen en weer pendelt tussen het vliegveld en de bekende backpackersstraat (wijk) Kao San Road. De bus stond al klaar en vertrok direct toen wij instapten. We kochten een kaartje voor slechts 60 baht, ongeveer € 1,50 per persoon. Het was 33 kilometer van het vliegveld naar Kao San Road maar het verliep vlotter dan we hadden verwacht.


Kao San Road

Bangkok is een miljoenenstad en de eerste indruk was overweldigend. Er wonen zo’n 8 miljoen mensen in Bangkok en met de buiten wijken etc. wordt het totaal aantal op 15 miljoen geschat. Na 50 minuten verlieten we op Kao San Road de bus en moesten we nog een stukje te voet verder. Met behulp van de gedownloade wegenkaarten zochten we de weg naar het Siri Poshtel Hotel. We kwamen door leuke straatjes gevuld met markt- en eetkraampjes. Ons hotel lag op ongeveer 15 minuten lopen van Kao San Road in een rustig gedeelte en opvallend minder toeristisch.

We kregen een ruime, schone kamer met drie stapelbedden. We namen even wat rust want het was behoorlijk warm. Bovendien waren we ook redelijk moe van de hele reis. We besloten op tijd te gaan eten zodat we vroeg naar bed konden. Voor de Thai speelt eten een grote rol in het dagelijks leven. Een Thai eet niet zoals ons drie keer per dag maar snackt de hele dag door. Tijdens het lopen naar het hotel hadden we al diverse eetstalletjes, foodcourts, handkarren, fietsen, brommers en driewielers gezien die eten verkopen. Het eten langs de kant van de weg is niet alleen heel erg goedkoop maar moet ook nog eens overheerlijk zijn.

Keyro was meteen verliefd op Bangkok en vooral de Thaise keuken.

Tijd om het uit te gaan proberen! We vonden in een zijstraat bij het hotel een aantal eetstalletjes aan de straat en namen daar plaats aan een tafeltje. Er was geen menukaart maar op plaatjes wezen we aan welke gerechten we wilden hebben. We namen vier gerechten en proefden van allemaal. Het was overheerlijk en kostte ons 262 baht, nog geen 7 euro, inclusief (dure merk) frisdrank. Helaas is het stadsbestuur van Bangkok bezig om de kraampjes met “Street food” te verbieden. Met ingang van 2018 moeten alle straatverkopers zijn verdwenen uit het straatbeeld. Erg zonde als je bedenkt dat juist deze voedselkramen een belangrijk kenmerk zijn van Bangkok. Terwijl wij zaten te eten brak er een tropische regenbui los. Niet normaal de regen kwam echt met bakken uit de lucht. De trottoirs stonden blank en het regenwater kon niet weg. Na een tijd wachten besloten wij om de regen toch te trotseren en naar het hotel terug te gaan. Ronac kon het niets schelen en liep dansend door de regen en was tot op zijn onderbroek nat. In de hotelkamer droogden we ons lekker af en gingen we zonder te klagen direct ons bedje in.

Servus!

De broertjes Ubachs waren al om 6:30 uur wakker en onze nachtrust werd hierdoor eerder verstoord dan wij wilden. We stonden op, speelden wat en schoven wat later aan tafel om te genieten van een uitgebreid kerstontbijt. Er was voor ons ook een klein cadeautje van Star Wars en hier konden we ook direct samen mee spelen. Tegen 9:00 uur waren we gereed en vertrokken we naar het skigebied. Wij gingen skiën in het skigebied Silvretta Montafon. Met ruim 155 kilometer piste het grootste gebied van de deelstaat Vorarlberg.

Helaas is er opnieuw weer weinig sneeuwval geweest in heel Oostenrijk en omringende landen dat er maar een beperkt aantal pistes geopend is. In dit skigebied komt dat momenteel neer op maar 48 kilometer piste. Merendeel van de pistes zijn besneeuwd door sneeuwkanonnen en veel sneeuwval wordt er voor deze week niet voorspeld. We moeten er maar het beste van maken met de pistes die geopend zijn. We stapten in de Versettlabahn op weg naar de Versettla en het Nova Stoba restaurant gelegen op 2030 meter hoogte.

In de lift gekke bekken trekken met mamma.

Alle medewerkers en mensen zijn hier erg vriendelijk en we worden steeds begroet met “Servus”. In Oostenrijk is dit een vriendelijke groet als je elkaar tegenkomt en minder formeel als “goedendag”. We zouden vandaag geen les nemen maar zelf wat oefenen zodat we bij morgen bij het voor skiën niet zo onwennig op de latten zouden staan. We wilden beginnen met een blauwe piste. Ik was helemaal overtuigd dat ik het wilde doen maar na een paar meter sloeg de twijfel toe en wilde ik niet meer.

Mamma liep een stukje terug naar boven en pappa en Keyro vervolgden de blauwe piste. Er was niet echt een andere mogelijkheid om wat te oefenen en geen sleeplift. We oefenden een stukje van de gondellift naar het restaurant. Heel vermoeiend voor mamma want zij moet mij continu naar boven slepen. Na een aantal keer had ik het zelfvertrouwen terug en ging ik met mamma toch naar de blauwe piste. Ik probeerde haar zo goed mogelijk te volgen en mij bochten te maken.

Wat een stoere skiër ben ik he?

In het begin ging dat heel erg goed maar op het steilere gedeelte werd ik wat bang en lukte het niet om mijn bocht naar recht goed af te maken. Terwijl ik daar wat aan het stuntelen was, kwamen pappa en Keyro ook nog voorbij.  Uiteindelijk wist ik toch de Spatlabahn te bereiken en kon ik voor het eerst in een stoeltjeslift terug naar boven.

Onze eerste curry würst van de vakantie.

Ondertussen was het lunchtijd geworden en zochten we een plaatsje in het zelfbedieningsrestaurant Nova Stoba. We hadden als lunch curry worst met frietjes, mmm, dat smaakte goed na al die inspanning. Na de lunch ging mamma met mij naar beneden om bij de kinderlift in het dal nog wat aan mijn techniek te oefenen. Het was hier totaal niet steil en het liefste ging ik hier recht en snel naar beneden. We werden wat nat want in het dal viel een lichte regen. Nu maar hopen dat het op de berg wat kouder is en het daar sneeuwt.

Keyro en pappa gingen al aan de après-ski.

Rond 16:00 uur zochten we een plekje in de schirmmbar voor een drankje. We wachten we we allemaal compleet waren en reden terug naar Haus Sun. Terwijl wij ons douchten en speelden, maakten onze ouders het kerstdiner klaar. Vandaag aten we runderstoofvlees met sperziebonen en zoete aardappelpuree gemaakt door René. Als toetje hadden we chocoladefondue, ook hier had mamma haar Tupperware bij zich! Maar wel een erg lekker toetje van fruit met chocolade. We mochten iets langer opblijven omdat het kerstavond was. Morgen gaat het skiën pas echt beginnen en gaan wij op les. Ik ben benieuwd.