De citadel en de koninklijke tombes

Na een heerlijke nacht in het Hong Thien hotel zaten we rond 8:00 uur aan het ontbijt. Wij kregen een chocolade milkshake, Ronac en mamma hadden fruit met yoghurt, pappa en ik hadden een lekkere omelet. We liepen om 9:30 uur naar de straat waar we opgehaald werden door een touringcar- bus. Helaas zat de bus bijna helemaal vol. Er moesten nog meer mensen opgehaald worden en daar moesten we een geruime tijd op wachten. Er was één stel dat op het dooie akkertje kwam aanlopen. Ze leken totaal geen haast te hebben en waren zich niet bewust dat er mensen op hun aan het wachten waren. Enkele passagiers werden ergens anders afgezet en daarna konden we eindelijk naar het complex met de keizerlijke paleizen.

Het complex ligt in het historische centrum met de citadel en het is uitgeroepen tot een UNESCO World Heritage Site. De citadel was lange tijd het middelpunt van de Nguyen dynastie.  Het werd aan het begin van de negentiende eeuw gesticht door keizer Gia Long.

Binnen deze muren ligt de Paarse Verboden stad en de laatste koninklijke familie van Vietnam woonde hier. Vroeger was dit de plek waar alleen de Koninklijke familie en de directe volgers mochten komen maar tegenwoordig is het opengesteld voor publiek.

We kwamen via verschillende poorten en bruggen bij de paleizen, pagodes en tempels. Ik vond het erg mooi en mocht met de spiegelreflexcamera van mamma al het moois vastleggen. Te voet liepen we de citadel door en uiteindelijk weer terug naar de bus. De volgende stop werd gemaakt bij een mooi aangelegde tuin met paviljoen. In de tuin zagen we verschillende soorten fruit groeien en prachtige bloemen.

De laatste stop voor de lunch was bij de Thien Mu pagode die gelegen is op slechts 5 kilometer afstand van de stad. De hoofdtempel werd gebouwd in 1601 door Nguyen Hoang die in die tijd gouverneur was. De achthoekige Phuoc Duyen toren is beroemd en torent met zijn 21 meter hoogte uit boven het complex. Op elk van de zeven etages staat een standbeeld van Boeddha. We moesten flink wat traptreden beklimmen om bij de toegangspoort tot het complex te komen.

Op het terrein staat ook een paviljoen met een enorme bronzen klok. De klok is al meer dan drie eeuwen oud en de klok is op grote afstand te horen. Achter de toren en de klok ligt de werkelijke tempel en de kloostergebouwen. De pagode is omringd met een tuin van bloemen en planten, die zorgvuldig worden onderhouden. Na dit bezoek is het tijd voor de lunch. We zochten een tafeltje en wachten tot het buffet werd geopend. We stonden redelijk vooraan in de rij maar er waren mensen die duidelijk niet langer konden of wilden wachten die voorkropen of aan de andere kant van het buffet begonnen.

Op zich smaakte het redelijk al vonden wij de vorm van buffet iets minder. Na de lunch moesten we de bus weer in. Het was in de bus warmer dan buiten en we zweetten ons letterlijk “een ei uit”. We bleven vooral veel water drinken om het zweet weer aan te vullen en niet oververhit te raken.  De middag zouden we een bezoek brengen aan enkele graftombes. De Nguyen dynastie telde in totaal dertien heersers en zeven van deze heersers hebben een tombe in Hué.

We brachten als eerste een bezoek aan de tombe van Minh Mang. Het gigantische complex ligt bij het dorp An bang, zo’n 12 kilometer buiten het centrum van Hué. Na het verlaten van de bus bleek dat er nog een groep toeristen zich had aangesloten en onze gids hun ook moest begeleiden. De groep werd erg groot en het was moeilijk om de uitleg te verstaan. We liepen zelf maar wat rond en lazen de informatieborden. Rondom het mausoleum waren prachtige tuinen, sierlijke bruggen, rijkversierde gebouwen, pleinen en mooie paviljoens. Het complex is spectaculair en past geheel bij het eerbetoon aan een van de meest geëerde keizers die Vietnam heeft gehad. Minh Mang was van 1820 tot 1841 keizer, opvolger van Gia Long en hiermee de 2e keizer in de Nguyen dynastie.

 

Tijdens zijn regeerperiode werden er wetten uitgebracht die de Katholieke missionarissen in de ban deden. Ook de Boeddhisten en de Taoïsten werden gestraft omdat de goddelijkheid van de keizer ondermijnden. Vanaf een plein met figuren in traditionele kledij en gevechtsklare olifanten en paarden liepen wij omhoog naar één van de terrassen. De terrassen waren voorzien van mooie terrassen met patronen die aarde, hemel en water symboliseren. De belangrijkste gebouwen zijn de afgelopen jaren stap voor stap in oude staat teruggebracht. We liepen terug naar de bus en waren daar op de afgesproken tijd. Helaas namen de toeristen in de andere bus het niet zo nauw met de tijd en stonden wij een dik half uur te wachten. Echt belachelijk!

De Khai Dinh tombe bezochten wij als tweede in de rij. Alleen al het uitzicht vanaf het complex was prachtig. Keizer Khai Dinh was de twaalfde keizer in de Nguyen dynastie (1916 – 1925). Bij de bevolking was hij niet erg geliefd omdat men vond dat hij heulde met de Fransen. De bouwstijl van de tombe is dan ook een mix tussen Europese en Vietnamese bouwstijlen. De bewaking van het complex bestond uit stenen soldaten, paarden en olifanten.

Er zijn verschillende delen te benoemen: de grafheuvel met de tombe, de tempel en een galerij met verhalen over de goede daden van Khai Dinh.  Na deze tombe stopten we onderweg bij een kraampje waar wierrook en de traditionele Nón lá (punthoed) gemaakt werd. Leuk om te zien. Ons laatste bezoek was aan de tombe en het complex van keizer Tu Duc, vierde in de Nguyen dynastie. Het complex is gelegen in een vallei tussen de bossen bij het dorp Dong Xuan Thoung. Het werd niet alleen gebouwd als rustplaats na de dood van de keizer maar het werd door de keizer ook gebruikt als plek om te werken en als buitenverblijf.  We kwamen via de zuidpoort binnen en kochten bij een van de kraampjes een ijsje. We liepen over een bakstenen pad naar een meer met waterlelies en lotusbloemen. Er stond ook een paviljoen waar keizer Tu Duc wijn dronk, gedichten schreef en zijn eigen afscheidsrede maakte.

Op het terrein staan diverse tempels die zijn opgedragen aan de 104 vrouwen en minnaressen die de keizer er op na hield. Hij bleef ondanks zijn vele vrouwen en minnaressen kinderloos. Het was een mooi complex met fraaie tuinen en het moet rustgevend zijn geweest om hier de tijd door te brengen. We reden met de bus naar een aanlegsteiger voor boten.

Het laatste stukje van de city-tour werd afgelegd met een drakenboot. We voeren over de “Sông Huong”, de parfumrivier. Een beetje een vreemde naam want echt fris zag de rivier er niet uit. Voor Hué is de rivier altijd erg belangrijk geweest. Het zorgt voor eten, vis, en het is een goede manier om goederen te transporteren. Na deze warme dag namen we even een verfrissende duik in het zwembad.

’s Avonds hadden we ons diner bij een Country restaurant. De bediening was vriendelijk en we knoopten een gesprek aan met de ober die aan een technische universiteit in Europa wilde gaan studeren. Pappa, mamma en ik bestelde een lekkere hamburger met frietjes en Ronac nam een broodje tonijn. We waren vrij moe van deze dag en sliepen rond 22:00 uur al.

Halong Bay

Iedereen begon rond 6:30 uur een beetje te ontwaken. Keyro en ik waren nog moe en bleven nog vrij lang in bed liggen terwijl pappa en mamma de rugzakjes inpakten voor onze trip naar Halong Bay. De grote rugzakken bleven opnieuw achter in Hanoi. Snel wassen, aankleden en een ontbijtje. We namen afscheid van iedereen die we met de Sa Pa Experience trip hadden leren kennen. We werden rond 8:00 uur opgehaald voor onze trip naar Halong Bay zou begeleiden. Gelukkig kon de trip doorgaan want een paar dagen geleden werd er nog een tyfoon verwacht. In totaal zou het ongeveer vier uur rijden over een afstand van 170 kilometer.

Halverwege hadden we een plasstop bij een beeldentuin met souvenirshop en winkel. Het was erg warm en we kregen lekker een ijsje die we in de schaduw van een palmboom op aten. Op de afgesproken tijd stonden we bij de bus maar er was geen chauffeur en geen reisleider te zien.

Na een half uur wachten kwam de reisleider ons vertellen dat er een ongeluk was gebeurt op de weg naar Halong Bay en dat de weg volledig was afgesloten. Hij kon niet aangeven hoelang het zou gaan duren en of we er vandaag wel naar toe konden gaan. We zagen wel een langzaam rijdende file op de weg maar er vertrokken nog steeds bussen van het parkterrein in beide richtingen?

Bovendien wilden we de bus in want daar is airco en buiten was het niet uit te houden zo warm. De buschauffeur was in geen velden of wegen te bekennen, raar dat zo iets zomaar kan? Na aandringen van een aantal passagiers kwam hij bijna een uur na de afgesproken tijd eens aanlopen. De file was toen alleen maar aangezwollen en ondertussen reed het ook bijna niet meer. We sloten achteraan in de rij en het ging een hele tijd duren.

Uiteindelijk kwamen we voorbij het ongeluk en konden we weer doorrijden. De chauffeur had toen ineens haast en gaf gas. Voor ons niet zo fijn want wij zaten helemaal achter in en werden bij iedere rem actie, hobbel of put in de weg gelanceerd. We kwamen uiteindelijk rond de klok van 14:30 uur aan in de haven van Ha Long.

Op weg naar de boot voor onze tweedaagse cruise door Halong Bay

De boot van Imperial Cruise was er niet (meer?) maar met een bootje werden we aan boord gebracht van het schip de Classical Cruise. We konden direct plaats nemen aan tafel waar we de verlate lunch geserveerd kregen. Het programma werd wat omgegooid zodat we de dag nog optimaal konden benutten. Al snel hadden we de haven achter ons gelaten.

De Ha long Baai (Halong Bay) is een baai  in de Golf van Tonkin nabij de grens met China. Al snel zagen we de kalkstenen eilanden op rijzen uit het heldere water van de oceaan.  De ondergrond van deze eiland is van kalksteen en daardoor erg poreus. De eilanden waren groen begroeid en wij vonden het een spectaculair gezicht. De Vietnamese naam voor de baai is “Vịnh Hạ Long” en dat betekent “ Baai van de dalende Chinese draak”. Volgens de Vietnamese legende zijn de eilanden in Ha Long Baai ontstaan door een draak die hier vroeger woonde.

Relaxen op het dek, wat een uitzicht, wow!

De draak trok een deel van het land met zijn staart mee het water in. Alleen de hoger gelegen gebieden bleven boven het water uit steken. De draak zou zelfs meerdere keren gespot zijn door zeilers uit de omgeving. Een broodje aap verhaal natuurlijk maar ik houd wel van de legendes. In het verleden zijn er in deze baai ook zeeslagen gevoerd tegen de Chinezen en Mongolen.

Tijdens de Vietnamoorlog werden op verschillende vaarroutes ook mijnen gelegd door de Amerikaanse marinevloot. Sinds 1994 staat de Ha Long Baai op de werelderfgoedlijst van Unesco. Het is een zeer populaire bestemming bij toeristen en dat was aan de vele schepen die we tegenkwamen wel te zien. Na de lunch kregen we de sleutel van onze kajuit waar we de nacht zouden door brengen. Volgens de reisleider was het simpel, klein en zonder luxe .Wij waren het hier niet mee eens en waren tevreden.

We hadden twee kamers naast elkaar. De kamer bestond uit een tweepersoons bed, douch, toilet en zelfs een airco. We kleedden ons om en genoten vanuit onze luie stoel op het dek van de prachtige uitzichten. We voeren naar een plek in de baai waar we konden kajakken. Het vaarschema en het waterpeil was gunstig dus was het mogelijk om te kajakken.

De kajak is een kleine spitse boot. Van oorsprong komt het model van de kajak van de Inuit (Eskimo’s) en werd de kajak gebruikt  om op zee te jagen op grote vissen, zelfs walvissen. De kajak was van kunststof materiaal. De bovenkant van de kajak bleek dicht te zijn met uitzondering van een klein gat in het midden waar wij in moesten gaan zitten.

Samen met pappa in de kayak.

Mamma en Keyro gingen samen in een kajak en pappa en ik. Achteraf was dat niet zo’n verstandige keuze want mamma en Keyro hadden al snel mot met elkaar over het besturen van de kajak. Bij ons verliep het super goed en ik kon het zelfs alleen. Afwisselend stak ik de kajakpeddel links en rechts naast de boot in het water en zo kwamen wij vooruit. Al peddelend konden we hier een stukje van de baai verkennen.

Rustgevend was het niet want op de achtergrond hoorden we de hele tijd het gemopper van mamma en Keyro die het niet eens waren. Stiekem konden pappa en ik er wel een beetje om lachen. Na het kajakken konden we nog even zwemmen in het water. Vanaf het kleine bootje konden we in het water springen. We moesten wel een beetje opletten want er zijn een hoop kwallen.

Zonsondergang vanaf de boot.

Niet iedereen ging zwemmen want in het water dreef vrij veel afval. Gelukkig viel het op deze plek wel mee. Langzaam ging de zon onder en zagen we een mooie gekleurde lucht. We gingen met de kleine boot terug en weer aan boord van het schip. Er stond weer een verrassend goed diner voor ons klaar later op de avond.

Squid fishing, oftewel vissen op inktvis.

Na het eten hadden we nog een klein feestje want Mart, een Nederlandse jongen vierde vandaag zijn verjaardag. Er was door Friends Travel Vietnam een verjaardagstaart afgeleverd en hier konden we allemaal van smullen. Terwijl pappa en mamma op het dek zaten met een biertje en cocktail gingen wij vissen op squid (inktvis).

Helaas vingen we alleen maar een vieze kwal, beh!

Hengeltje met haakje in het water en vangen maar. We vingen veel. Zo hadden we plastic, een slipper en andere rotzooi aan ons hengeltje hangen maar geen inktvis. We gingen ons concentreren om een kwal te vangen want daar zagen we velen van. Van kleine kwallen tot enorme reuze kwallen. Het lukte ons één keer om er eentje aan boord te krijgen. Net op het einde lukte het ons bijna om een inktvis te vangen maar nadat de donkere inktwolk was opgelost, bleek hij toch stiekem van ons haakje geglipt te zijn. Na deze leuke avond gingen we toch later naar bed dan de bedoeling was. Lang lagen we niet wakker want we waren toch best wel moe.

Van Lombok naar Bali

Toen we onze ogen opendeden lagen we al aangemeerd in de haven van Bangsal. We bleken aan de noordkant van het eiland Lombok te zijn terwijl ons was doorgegeven dat we zouden aanmeren aan de westkant van Lombok in de plaats Mataram. Het Duitse koppel was weer gezegd dat ze in Labuhan Lombok aan zouden komen, vreemd?


Wakker worden op het dek.
We kregen aan boord nog een ontbijt geserveerd van groene banananpannenkoeken. Keyro wilde er niets van hebben maar ze smaakten hetzelfde als de gewone bananenpannenkoeken. We pakten onze laatste spullen in en tilden alles naar het bovendek. De bemanning hielp ons bij het aan wal gaan en daar namen we afscheid van elkaar. We liepen de aanlegsteiger af en kwamen bij een lokaal kantoor waar je vervoer kon regelen naar accommodatie in Lombok, de Gili-eilanden en Bali. Wij wilden door naar Bali en graag zo snel mogelijk. Er zijn zogenaamde “snelle” boten (fast ferry’s) alleen zaten die al vrij vol. Ongelofelijk want het was pas 08:00 uur in de morgen. Pappa kon een ticket regelen voor de boot van 11:30 uur en we moesten daarom nog een uur of drie daar doorbrengen.


Wachten op de boot naar Lombok.

Het dorp stelde niet veel voor en uiteindelijk ging ik met mamma cijfers leren en deed Keyro wat opdrachten uit zijn werkboek en las de Donald Duck Special. De boot had uiteindelijk nog vertraging maar rond 12:00 uur konden we toch aan boord gaan. De boot was volgepropt met alleen maar toeristen en we moesten even zoeken voor een zitplaats. Voor ons zat een chagrijnige vrouw die blijkbaar niet gewend is dat kinderen ook reizen. Ze liet via haar man weten dat we rustig aan moesten doen terwijl we helemaal niet druk of vervelend waren. Binnen ongeveer aanderhalf uur legde de boot de afstand tussen Bangsal en Padangbai af.


Welkom Bali! Aankomst met de speedferry vanuit Lombok.

We gingen van de boot af en moesten een tijd wachten op onze rugzakken. Het was megadruk op de steiger en het was goed opletten geblazen. We liepen de haven uit opzoek naar het busje dat ons naar Ubud zou brengen. Het vervoer was inclusief in de ticket die we hadden gekocht. De ticket was echter ingenomen door de rederij en hadden wij niet terug gehad. Pappa ging terug naar de boot maar daar konden ze onze tickets niet vinden, heel erg vreemd. Ondertussen stonden wij te zweten in de felle zon en verveelden we ons enorm. Gelukkig wist pappa via een aantal touroperators te achterhalen wie ons naar Ubud kon brengen.

Een mannetje ging voorop en loodste ons door de achteraf straatjes van Padangbai naar een minibus die al aardig vol zat. Er werd geschoven met bagage en flink gepropt en zo konden wij zonder ticket toch mee naar Ubud. We lieten ons afzetten bij Sagittarius Inn, een accommodatie die in één van de boekjes stond en ons wel aanstond. We waren bang dat het vol zou zitten maar het tegendeel bleek waar. Ze hadden plaats genoeg en we kregen een mooie kamer met twee tweepersoonsbedden en badkamer met bad, douche en toilet.


Eindelijk weer eens een “echt” bed en douche.
Ondanks dat de accommodatie in het centrum ligt aan de drukke Jalan Monkey Forest merk je daar weinig van. De goed aangelegde en verzorgde tuin is een oase van rust met veel Hindoeïstische beelden. Ook was er een mooi zwembad waar wij natuurlijk direct gebruik van wilden maken. We vermaakten ons de rest van de dag bij het zwembad. In de avond zijn we gaan eten bij restaurant “Three Monkeys”. Het is een vrij populaire gelegenheid en dus ook erg druk. We kregen een tafel in de binnentuin aan een klein rijstveld. Het was sfeervol verlicht en er heerste een prettige sfeer. De menukaart was uitgebreid en de gerechten vooral georiënteerd op de Westerse toerist. Wij bestelden een voorgerecht (o.a. bruschetta, loempia met spinazie, feta, dadels en walnoten. Als hoofdgerecht bestelden we o.a. pizza en beef rendang. Als toetje kregen we een bolletje huisgemaakt ijs. Ik nam aardbei en Keyro nam koffie. Vannacht konden we weer eens lekker slapen in een gewoon bed met dekbed en fatsoenlijk kussen, heerlijk.


Eten bij de three Monkeys in Ubud.

Pulau Satonda

Vroeg in de morgen werden we gewekt door de geur van tosti. We kregen zelfs een soort van ontbijt op “bed”. De tosti was wel apart en anders dan bij ons. Het bestond uit kaas en pindakaas, een vreemde maar toch lekkere combinatie. Mamma en Ronac voelden zich weer helemaal oké.

Ondertussen waren we de hele nacht doorgevaren en lag de boot voor anker bij Satonda eiland. Het eiland ligt enkele kilometers voor de kust van Sumbawa. Het was vroeger een vulkaan maar is nu uitgedoofd. De krater die toen gevuld was met hete lava is nu gevuld met water. Oorspronkelijk was dit zoet water maar na de tsunami in 1815 is het water in het meer zout. De tsunami ontstond na de dodelijkste vulkaan eruptie uit de geschiedenis namelijk de uitbarsting van de vulkaan Tambora. Deze vulkaan lag aan de noordkust van het eiland Sumbawa waarbij deze van ca 5100 meter naar 2800 meter hoogte is gehalveerd.


We gingen van boord en maakten een kleine wandeling langs de kraterrand en het meer. Ook was er nog tijd om het koraalrif voor de kust van Satonda te ontdekken. Ook hier was weer een kleurrijke onderwaterwereld te vinden. Het lijkt wel of het ene plekje nog mooier is dan het andere. Vervolgens moesten we een stukje varen en hadden tussendoor een lunch met groenten nasi putih en tempeh (soort koek op basis van sojabonen). We maakten even na de middag een stop bij Pulau Moyo. Dit eiland ligt aan het begin van Sumbawa.


Op dit eiland was een waterval waar we met z’n allen naar toe wandelden. Ik had geen zin om mijn wandelschoenen aan te doen en wilde op blote voeten lopen. Achteraf bleek dit een goede keuze te zijn want we moesten door meerdere riviertjes heen waden. We liepen door een dichte bebossing en hoorden van de kapitein dat hier veel herten leven. De waterval (Air Beling) is een waterval met een zoutwater meer. Er waren verschillende poeltjes waar je in kon zwemmen. Op een soort stoeltje van lianen konden we rustig heen en weer schommelen boven het water. Pappa klom met een deel van de groep nog verder langs de waterval omhoog.



Boven gekomen was hier ook een poel met een echte liaan waar men aan kon slingeren als een echte Tarzan. Al zwierend liet iedereen zich vanaf de liaan in het water plonsen. Na deze kort wandeling konden we nog even snorkelen en van de boot af springen en duiken. Een keer probeerde ik te duiken maar kwam iets te plat op mijn buik terecht, au. In de avond kregen we ons laatste diner aan boord en vertrokken we in de richting van Lombok. Ook weer een flink aantal uren varen. Samen met pappa sliep ik deze nacht op het bovendek. We waren de dieseldamp en benauwdheid een beetje zat en wilden wat frisse lucht. Ik sliep als een roosje.


Slapen op het dek onder de sterrenhemel.

Snorkelen op het rif

De ochtend begon al vroeg. De geur van bananenpannenkoeken kwam ons om half zeven al tegemoet. We aten op het bovendek onze pannenkoek samen met een kopje thee of koffie. Keyro vond de pannenkoek niet zo lekker en daar was Fransman David erg blij mee want die lustte er nog wel eentje. We begonnen rond 7:00 uur met varen naar Pink beach. Eigenlijk stond dit voor gisteren op het programma maar dat werd niet gehaald.

Rond 7:30 uur kwamen we er aan en konden we, in het nog erg koude water, gaan snorkelen. We klommen van de boot af en zouden zo naar het strand zwemmen en of snorkelen. Het snorkelen lukte mij nog steeds niet zo goed en ik hield het maar bij zwemmen. Af en toe liftte ik mee op de rug van mamma. Het koraalrif was hier erg mooi om te zien en zelfs zonder dat ik onderwater ging, kon ik door het glasheldere water van alles zien.


De riffen barsten van het leven met kleurrijke vissen en ongewervelde dieren (zeelelies, sponzen). Het koraalrif is voor dieren een ideale plek om te wonen. Veel dieren verblijven er hun hele leven (papegaaivis, anemoonvis, slakken en zee-egels). Andere dieren (schildpad, haai, dolfijnen) komen er tijdelijk om voedsel te zoeken. De meeste dieren op het rif leven van plankton. Dit zijn heel kleine diertjes die in het water zweven. Het koraal zelf eet ook alleen maar plankton. Koraal wordt gegeten door de papegaaivis, de zee-egel en door een grote zeester. Het koraalrif biedt naast eten ook bescherming. Tussen de koralen zitten veel holletjes, spleten en andere schuilplaatsen. Veel vissen leggen hun eitjes tussen het koraal zodat hun jongen dan in een goed en veilig gebied groot kunnen worden en niet meteen worden op gegeten door andere vissen. De koraalvissen zijn vaak felgekleurd en vallen dus goed op. Ze zijn dus goed zichtbaar voor vijanden. De kleuren van de dieren dienen niet om vijanden af te schrikken maar houden een waarschuwing in voor soortgenoten: Dit is mijn gebied, blijf hier vandaan.


Op koraalriffen treft men ook poetsvissen aan. Het zijn vissen die nodig zijn om andere vissen van parasieten te ontdoen. In spleten en holen van het koraal bevinden zich murenes die vooral in de schemering en nacht op roof uitgaan. Het rif liep door tot aan het strand. Ik kon nergens staan en raakte lichtelijk in paniek en wilde niet naar het strand. Door mijn gespartel haalde mamma haar hand en been open aan het scherpe koraal. Gelukkig kwamen we snel weer in dieper water waar ik kon zwemmen. Pappa en Keyro gingen wel even het strand op. Het zand zou een roze gloed moeten hebben doordat het witte zand is gemengd met stukjes rood koraal. Misschien dat de lichtval niet goed was want het zag er gewoon wit uit en niet roze. Na ongeveer een uur klommen we weer aan boord om onze weg te vervolgen naar Manta Point. Op deze plek loopt een soort van snelweg voor reuzenmanta’s of ook wel de duivelsrog genoemd.
De stroming was sterk en daardoor wordt je bij het zwemmen erg snel moe van. De manta’s zouden ook veel dieper zwemmen door de sterke stroming en het was hopen dat we er een paar zouden kunnen vinden. Vanwege de stroming zouden wij aan boord blijven omdat het te gevaarlijk was om het water in te gaan. Vanaf de boot zochten de matrozen naar manta’s. Als er eentje gezien werd, moesten pappa, mamma en de anderen snel het water in om deze dieren te kunnen zien. Het duurde even maar toen werd er: “manta, manta” geroepen. Uiteindelijk hadden ze toch geluk en wisten ze er allebei een paar manta’s, ver onder hun, in de diepte te zien. Met een spanwijdte tot zeven meter kan de reuzenmanta tot maximaal 3000 kg wegen. De reuzenmanta doet er zes tot acht jaar over voor hij volwassen is en heeft dan zo’n 3 ½ tot 4 ½ meter spanwijdte.


Heerlijk lunchen op de boot.

De mond zit niet aan de onderkant zoals bij andere roggen maar min of meer aan de voorkant. De bovenkant is meestal zwart of blauw en de onderkant wit. De reuzenmanta voedt zich met plankton en kleine visjes die hij uit het water filtert. Zelf zijn de manta’s ongevaarlijk. Hun natuurlijke vijanden zijn grote haaien en orka’s. Volgens pappa en mamma was het een ongelofelijke ervaring om boven deze giganten te zweven. We voeren verder en speelden wat potjes kaart en hadden een lunch van groenten, verse tonijn en nasi putih. Rond het middaguur gingen we voor anker in de baai bij Gili Laba. De boot lag direct voor de kust en zo konden we van boord springen om te snorkelen naar de kust. Het onbewoonde eiland is een buur van Pulau Komodo alleen dan zonder de Komodovaraan. Op het eiland lag een heuvel die je ook kon beklimmen om een spectaculair uitzicht te hebben.


Voor ons was het veel te warm en daarom bleven wij met mamma beneden aan het mooie witte strand om te graven, te zwemmen en te snorkelen. Pappa waagde zich wel aan de pittige klim en werd boven getrakteerd op een wonderschoon uitzicht. Weer terug aan boord werd er iets nieuws gedaan. We lagen in water dat diep genoeg was om van de boot af in het water te springen. Samen met pappa, Berndt en Franziska maakte Keyro knappe sprongen die ik nog niet na wil doen. Ik stond hen aan te moedigen vanaf de boot. We kregen zelfs een deel van de bemanning zo ver om ook mee te doen met ons. Van sommige vroeg ik mij af of ze überhaupt wel konden zwemmen. Het was meer krabbelen zoals een hond doet dan dat het zwemmen was. Leuk was het in ieder geval wel.


Na deze gezellige waterpret gingen we circa 17 uur aan één stuk doorvaren richting Satonda Island, wat bij Sumbawa hoort. Het is best wel een gevaarlijk stuk op open zee en er zijn hier nog weleens boten gezonken. De zee was wild en de golven tilden de boot alle kanten op. Mamma en ik werden later op de middag misselijk en moesten overgeven. We waren zeeziek of waren het toch de in Bena gekochte nootjes die niet goed meer waren? We weten het niet. Na het overgeven ging het met allebei wel direct beter. We vermaakten ons aan boord vooral met de Nintendo en de tablet. Rond een uur of zes kregen we te eten en we werden getrakteerd op een mooie zonsondergang met in de verte een vulkaan op de achtergrond. De lichten gingen al vroeg uit zodat de kapitein kon zien waar hij moest varen en daarom lagen we al op tijd in bed.

Komodo National Park


Ergens rond de klok van 5:00 uur werden we in onze slaap even gewekt door de zingende klanken van de muezzin, de persoon die de moslims oproept tot gebed. Gelukkig vielen we daarna nog even in slaap om rond 7:30 uur wakker te worden en op te staan. We pakten onze spullen en genoten nog even snel van een lekker ontbijtbuffet met pannenkoeken, mie goreng en nasi putih. Op de afgesproken tijd (08:30 uur) stonden we bij het kantoor van de rederij. Er waren sinds gisteravond nog acht extra mensen bij gekomen en zo kwam het aantal passagiers aan boord in totaal op veertien. We moesten lopend naar de haven en de straat langs de haven is een combinatie van traditionele havenbedrijvigheid, souvenir shops, duikscholen, restaurants en kleine hotelletjes. In de haven moesten we wat hindernissen overbruggen om bij de boot te komen.


Het werd klimmen en klauteren over de relingen van de schepen. Op de boot maakten we kennis met de hele groep. Twee Duitsers (Berndt en Franziska), twee Noord Italianen, twee Fransen (broer en zus), een Engelsman, een Amerikaans/Japans koppel en een Indonesisch meisje. Een gevarieerd gezelschap dus. Het personeel aan boord bestond uit een man of acht. We lieten de haven al snel achter ons en gingen over de Flores zee op weg naar het Komodo National Park. Het was een paar uur varen en in de tussentijd werd aan boord de lunch bereidt en verorberd. Lekkere nasi putih met gado gado en kroepoek. Als toetje was er vers fruit van watermeloen en ananas. De maaltijden, water, koffie en thee aan boord zijn inclusief. In de zeestraat tussen de eilanden Sumbawa en Flores liggen Pulau Komodo en Pulau Rinca. Op deze eilanden leeft de Komodovaraan. Het is een hagedis uit de familie die ze ook wel varanen noemen. Het is de grootste varaan/hagedis ter wereld en één van de oudste nog levende diersoorten die 60 miljoen jaar geleden leefde.

De lokale bevolking noemt de varaan “ora” wat ‘mond’ betekent. Andere namen zijn biawak raksasa (reuzenvaraan) en buaja darat wat landkrokodil betekent. We bezochten als eerste Pulau Rinca. Met een klein bootje werden we van de grote boot naar het eiland gebracht. Op de steiger stond een bord dat waarschuwde voor krokodillen in het water maar wij zagen alleen heel veel vissen in het heldere water. We moesten een klein stukje lopen naar het hoofdkwartier van het park om ons te laten registreren. Hier werden we door een in onze ogen “belangrijke” man welkom geheten. We moesten hier ook betalen, onder andere de entree voor het park, toeslag voor de fotocamera en de gids tijdens de wandeling over het eiland. We liepen naar buiten en kregen een ranger toegewezen die ons zou begeleiden tijdens de wandeling. Je mag niet alleen rondlopen in het park. Je moet altijd onder begeleiding van een ranger die een grote stok met een V-vormig einde heeft. Hiermee kan hij de varanen op afstand houden als het nodig is. We konden kiezen uit een aantal “hikes” en namen de “medium trek” van ongeveer anderhalf uur lopen.

We liepen het kamp een klein stukje uit en zagen, net voorbij het hoofdkwartier bij de gaarkeuken, al een aantal komodovaranen in de zon liggen om op te warmen. Ondanks dat de varanen niet gevoerd worden, komen ze toch op de geur van het eten af. De komodovaraan werd pas on 1910 ontdekt en bestudeerd door biologen. Vanwege het kleine gebeid waar de komodovaraan voorkomt is het een kwetsbare diersoort en is het afhankelijk van bescherming. Het zijn enorme beesten, die tot wel drie meter groot kunnen worden. We liepen het bos in op zoek naar een andere varaan. Al snel had onze ranger er eentje gespot in de begroeiing langs het pad. De varaan stond net op en liep een stuk voor ons uit langs de bosrand. Met de grote varaan nog in onze ooghoeken, zagen we aan de andere kant een kleine jonge varaan van ongeveer één jaar oud lopen. Even dachten we dat de grote varaan achter de kleine varaan aan zou gaan, het zijn namelijk echte kannibalen, maar ze kruisten elkaar op een aantal meter en gingen ieder hun eigen weg. Na een tijdje lopen verlieten we de beschutting van het bos en kwamen we in een open gebied met grasachtige begroeiing.


Het was in de zon echt bloedheet en dat maakte de wandeling minder aangenaam. Het zweet parelde op ons lichaam en liep in straaltjes naar beneden. We zagen nog een kolonie langstaartmakaak apen, wilde zwijntjes, Javaanse hertjes en een bijennest. Onze wandeling eindigde bij het park hoofdkwartier en daar vandaan liepen we terug naar de steiger voor de boten. We gingen aan boord en vervolgden de tocht naar het volgende eiland, pulau Komodo. Als je alle eilanden vanaf bovenaf ziet liggen, lijken ze dicht bij elkaar te liggen. Het lijkt zo want in de praktijk valt dat wel tegen. Het was nog een aardig stukje varen. Ondertussen was het later op de middag geworden (16:00 uur)  en de meeste toeristen hadden Pulau Komodo al bezocht en waren weer vertrokken. Onze groep was samen met een andere groep nog de enige die op zoek gingen naar de komodovaranen. We kregen een ervaren gids/ranger toegewezen en drie helpers gewapend met V-stok. Wij mochten hier zelf ook een stok in de hand nemen om de varanen op afstand te houden. Ronac had direct een “click” met de gids en liep al snel hand in hand met hem voorop.


We waren net vertrokken toen we al een varaan zagen liggen in het gras. Het was een van de oudere varanen van het park. We konden hem goed bekijken. We zagen een langwerpig lichaam en een lange staart. Ze kunnen tot wel drie meter lang worden en een volwassen mannetje kan wel 150 kilo wegen. Een mannetje is beduidend groter dan het vrouwtje maar omdat jongere en oudere varanen samen leven is het in de praktijk moeilijk te onderscheiden. Hij heeft vier gebogen poten en een brede en platte kop. Aan de poten zitten lange platte, gekromde mesachtige nagels. De huid van de varaan is bedekt met schubben die ongeveer zo dik zijn als je nagel. In de bek van de varaan zitten ongeveer een 60-tal tanden waardoor ze als een zaag makkelijk door het vlees van hun prooi kunnen snijden en er stukken af kunnen scheuren. De komodovaraan is een echte vleeseter en hij eet naast levende prooien ook wel aas (dode dieren). Met behulp van zijn oren, ogen en vooral zijn tong zoekt hij een mogelijke prooi. De varaan zal proberen om zijn prooi direct te doden maar dit lukt niet altijd. Een prooi bezwijkt echter snel door de (giftige) beet van de varaan die kan leiden tot bloedvergiftiging. Door zijn gespleten tong, kan een varaan bij een gunstige wind, een rottend karkas op een afstand van meer dan acht kilometer opsporen. De stok in onze handen voelt ineens als een wat klein wapen tegen deze bijna drie meter lange ‘draak’, zoals ontdekkingsreizigers het zeldzame dier vroeger beschreven.


Wij liepen rustig verder met Ronac en de gids voorop. Het duurde niet lang of een varaan kruiste ons op het pad. Hij/zij besloot om het pad te volgen en liep voor ons uit. Wij volgden op gepaste afstand. Ronac en de gids als eerste. Ronac voelde zich natuurlijk wel heel erg cool om zo dicht achter de varaan te lopen. Het imposante van de varanen is dat ze zich bij het lopen helemaal oprichten. Ze zien er bij het lopen direct veel dreigender en enger uit. Ze waggelen van links naar rechts, en kunnen een behoorlijke snelheid ontwikkelen. De varaan ging uiteindelijk het pad af en verdween rustig in de struiken. We hadden erg veel geluk want niet veel later zat er weer eentje midden op onze trail. Deze wilde echter niet van het pad afwijken en wij moesten daarvoor zelf uitwijken naar de struiken. Ronac en de gids gingen voorop. Toen mamma ging, hoorde de varaan takken kraken en hij keek haar een lange tijd aan. Gelukkig bleef ze muisstil staan. Eén van de helpers moest uiteindelijk voor afleiding zorgen zodat de hele groep de varaan veilig kon passeren. Wow, het was wel een spannende ervaring.

Echt heel gaaf om deze imposante beesten van dichtbij mee te maken in hun eigen leefomgeving. We wandelden verder en kwamen bij een hoger gelegen gebied en daar vandaan hadden we ook weer een mooi uitzicht over de omgeving. Weer terug bij het kamp, kochten we van één van de helpers, twee kleine beeldjes van een varaan. Het begon al schemerig te worden toen we Pulau Komodo verlieten. We zouden richting Pulau Kalong varen om daar voor anker te gaan en de nacht door te brengen. Op dit eiland hangen ook duizenden vliegende honden in bomen die uitvliegen tegen de schemering.


We kwamen er pas bij donker aan en er waren geen vliegende honden meer te zien.We kregen een lekker diner voorgeschoteld en daarna mochten we nog even op de tablet een spelletje doen en een filmpje kijken. Omdat we met veel minder mensen aan boord waren dan de berekende capaciteit, konden we kiezen waar we wilden slapen. Je kon ook boven op dek slapen dan heb je natuurlijke airco. Wij sliepen de eerste nacht beneden onder het dek. In het begin bleek het beneden toch wel erg warm te zijn en de dieseldampen zijn ook niet echt lekker. Ik zou er niet aan moeten denken dat je hier met 16 of meer personen slaapt! In de loop van de nacht koelde het echter flink af en hadden we niet genoeg aan alleen de dunne deken. Onze lange broek en fleece vest bood uiteindelijk genoeg warmte om lekker te kunnen slapen.

Dag 19; Byglandsfjord; Skinny dippen

Vanwege het laat naar bed gaan van gisteravond moesten we vanmorgen wat slaap inhalen. We werden wakker omstreeks 09:30 uur. We genoten van een lekker ontbijt op ons balkon met uitzicht over de bergen en het fjord. Het was vandaag helaas iets minder warm maar droog en zo konden we toch iets ondernemen. Bij de receptie van de camping huurden we een roeiboot om het fjord op te gaan.

We deden reddingsvesten aan en namen de peddels mee naar de aanlegsteiger. Hier stapten we in een van de roeibootjes die er lagen. Met pappa achter de peddels roeiden we naar het kleine eilandje dat tegenover onze camping in het fjord ligt. Bij het eilandje Bøøyi meerden we aan en trokken de roeiboot op het strand. Aan de andere kant van het eiland hadden we mensen met een kajak gezien maar hier zagen of hoorden we ze niet. Wat een mooie en rustige plek. Samen met pappa ging ik zwemmen in het water.

Het was een stuk kouder dan gisteren omdat het meer bewolkt was. Pappa had geen zwembroek mee en sprong zomaar in zijn blootje in het water. Het wordt ook wel skinny dippen genoemd. Na een tijdje stapten we in de roeiboot en voeren we om het eiland heen. We konden hier niet aanmeren en daarom sprongen we vanaf de boot rechtstreeks in het koude water om te zwemmen.

Mamma roeide verder om het eiland heen en we stopten nog even bij het eerste inhammetje. Allemaal waren we nieuwsgierig geworden naar het skinny dippen en we trokken allemaal onze kleding uit. Gezamenlijk stapten we helemaal naakt het koude water in. Het was een beetje vreemd om zonder iets aan in het frisse water te zwemmen. Ik was een beetje bang dat er onverwacht iemand aan zou komen en ons dan in ons blootje aan zou treffen. Toen we in de verte een kajak aan zagen komen, wist ik dan ook niet hoe snel ik uit het water moest gaan om mijn broek aan te doen. We roeiden terug naar de camping en waren rond 15:00 uur terug bij onze hut.

Esther en Daniel waren ook terug van hun uitstapje en we dwaalden gezamenlijk over de camping. Na een tijdje kwam Matthijs aangerend, hij was net gearriveerd en wilde meteen met ons voetballen. Ook Martijn en zijn ouders Monique en Jeroen waren vandaag aangekomen op de Neset camping. Het avondeten hadden we bij het restaurant/cafetaria van de camping. Een lekkere hamburger met frietjes. Ik wist niet hoe snel ik hem op moest eten zodat ik daarna direct weer met mijn vrienden kon gaan spelen.

We speelden samen met de pappa’s een partijtje voetbal op het grote veld. Later op de avond bracht mamma Ronac naar bed en hing ik alleen met mijn “grote vrienden” (Matthijs en Martijn) op een bank bij het cafetaria. We hadden op deze plaats het beste internetbereik en zo konden we muziek luisteren op de mobiele telefoon van Matthijs. Ondanks dat ik flink wat jaartjes jonger ben, hadden we het erg gezellig met elkaar. Mamma noemde ons de “hangjeugd” van de camping toen ze mij om 23:00 uur kwam halen om naar bed te gaan.

Dag 5; Rondom Negombo

We haalden vandaag wat slaap in en sliepen wat langer uit. Hierdoor waren we wel te laat voor het ontbijt. Toen de eigenaar ons zag vroeg hij of we toch nog wat toast, jam en koffie wilden. Dat is nog eens service! We aten wat toast en verlieten daarna Villa Araliya om te gaan pinnen en naar het strand te gaan. We liepen door de hoofdstraat van het dorp Kochchikade. Men noemt het vaak onder een en dezelfde naam met Negombo maar deze beroemde vissersplaats ligt 6 ½ kilometer verder terug naar het vliegveld. Het pinnen was snel gebeurd en daarna konden we het strand op. Er was een breed zandstrand en we zagen meteen een felgekleurde traditionele vissersboot, oruva genaamd, liggen. Terwijl pappa en mamma spraken met een paar mensen die donaties wilden voor een project of iets wilden verkopen liepen wij verder het strand op.


Op het strand bij Negombo.

De zee was erg ruw met hoge golven en dus niet geschikt om te zwemmen. Ik vond het geraas maar niets en bleef een beetje op afstand. Mijn broer Keyro begin meteen als een hondje te graven en was al snel nat door de hoge golven die verder het strand op spoelden dan hij had verwacht. Op ons gemak liepen we terug naar Villa Araliya om iets te lunchen voordat we vertrokken richting de lokale vismarkt van Negombo.

De vismarkt is de tweede grootste vismarkt in Sri Lanka. De vissers komen vroeg in de morgen en laat in de middag terug met hun vangst. Op het strand staan verkopers klaar om de vissen over te nemen. De vissen worden direct schoongemaakt, verkocht en bepaalde soorten worden gedroogd op het strand in de brandende zon. Op de markt zelf was het niet zo druk meer maar we zagen toch verschillende soorten vis, schaal- en schelpdieren die te koop werden aangeboden. Op het strand was het wat drukker en waren vissers in de weer om hun vangst uit de netten te halen of hun boot weer gereed te maken om te vertrekken. Op het strand lagen ook vissen te drogen en dat stonk toch wel een beetje. Honden en vogels hingen er ook omheen en echt hygiënisch was het niet.


Keyro had ontzettende dorst en pappa kocht een fles water bij het lokale café. Ik protesteerde tegen water en wilde cola of Fanta. Ik kreeg dit niet en bleef eigenwijs in het café staan. Mamma tilde me op en liep weg maar zodra ze mij weer neerzette, rende ik terug naar het café. De gasten vonden het wel grappig en bekeken het met een lach op hun gezicht. Helaas hielp het niets en kreeg ik geen frisdrank. We kregen van Nana nog wat uitleg bij een van de groentestalletjes. Ze verkopen hier veel groente en fruit dat ik niet kon.


De vismarkt van Negombo.

We reden vanaf de vismarkt richting het Mutharajawela nationaal park voor een boottochtje. Onderweg zagen we Nederlandse kenmerken in het straatbeeld terug. In de 16de eeuw kwamen de Nederlandse VOC-schepen hier naar toe om handel te drijven. Ze bouwden zelf een kanaal netwerk van zo’n 120 kilometer om de goederen te vervoeren. Vooral kruiden en specerijen maar vooral kaneel behoorden tot de handel. In het Mutharajawela nationaal park maakten we een boottocht over een van de Nederlandse kanalen.


Onderweg zagen we meteen de watervaraan, een soort hagedis die gemiddeld wel 1 ½ meter lang kan worden. De varaan is een carnivoor en is niet kieskeurig wat eten betreft. Zo eet hij vogels, kikkers, schildpadden, vissen, eieren en kleine zoogdieren zoals ratten en muizen. Ook zagen we direct verschillende soorten vogels. Als eerste liet een bonte specht zich zien maar niet fotograferen. Daarna zagen we verschillende soorten ijsvogels.


Kingfisher (ijsvogel) tijdens het boottochtje op het kanaal.

IJsvogels zijn graag in de buurt van stromend water en eten vissen. We zagen de gewone ijsvogel helder blauw gekleurd met bruine buik, de bonte ijsvogel wit met zwart van kleur en smyrna ijsvogel, felblauw met bruin. Ook zagen we waterhoentjes, aalscholvers, groene bijeneter, witte ibis, zeearend en een zilverreiger.


Nederlands kanaal.

De zilverreiger wit van kleur wordt zo genoemd omdat zijn verenpak glinstert in de zon als hij nat is. Het kanaal mondde uit bij de lagune. De dagelijkse vloed brengt zeewater vanuit de oceaan naar het moeras. Ook zagen we mangrovewoud met moerasvarens. In een van de bomen zagen we ook de Ceylon kroonaap, een soort makaak. Hij bleef ons rustig aankijken terwijl wij steeds dichterbij kwamen met de boot. Het was echt mooi om zoveel dieren te zien tijdens deze boottocht.


Op de terugweg reden we door het centrum van Negombo en dat had niet zoveel uitstraling. We stopten even bij een supermarkt waar pappa wat flessen water inkocht terwijl wij in de minibus wachten. Ons avondeten hadden wij in Villa Araliya. Pappa en mamma hadden opnieuw curry maar deze keer met chapati’s, een soort rond, plat brood in plaats van rijst. Keyro en ik hadden vers gebakken pizza uit een houtskooloven, lekker. ’s Avonds speelden we nog met ons vriendje Suraj en helaas moesten we ook afscheid nemen van hem want morgen gaat onze rondreis echt beginnen en vertrekken we naar de omgeving van Sigiriya.


Pizza!!!!

Dag 2; Burj Khalifa

We stonden vandaag rond 8:00 uur op en zaten een half uur later al aan het ontbijt. Onze plannen werden wat gewijzigd omdat de souks die we wilden bezoeken niet geopend waren. Op vrijdag komt het leven in het Midden Oosten wat langzamer op gang vergelijkbaar met onze zondag. We gingen daarom met een taxi naar de Mall of Emirates. Het was nog een flink stuk rijden één na grootste winkelcentrum ter wereld.
Je kunt er niet alleen winkelen maar er is ook een verbinding met de indoor skihal van Ski Dubai en er waren bioscopen, een theater en een uitgebreid amusementspark. Buiten was het al goed warm aan het worden en we waren blij dat we binnen konden blijven in het gekoelde winkelcentrum. Het winkelcentrum is een schitterend complex en werkelijk alles glimt en blinkt. Er waren winkels van de top designers (Gucci, Prada etc.) maar ook de goedkopere ketens zoals H&M waren vertegenwoordigd.
Ook liepen er veel Emirati in hun traditionele kledij. De mannen droegen een dishdasha, een witte, wijde jurk. Om het hoofd hadden ze de shumagh, een roodwitte hoofddoek of de gutrah de witte hoofddoek. Rond de hoofddoek zat de igal, een zwarte band die de doek op zijn plaats moet houden. De vrouwen droegen een zwarte soepele zwarte overjurk, de abaya en een zwarte hoofddoek, niqab, een gezichtsluier die het gezicht bedekt en alleen de ogen vrij laat. We liepen een tijdje rond en kwamen uit bij de Magic planet op de tweede verdieping van het complex. Hier vond we allemaal entertainment en attracties voor jong en oud. We kochten bij de kassa een family-card en konden zo in verschillende attracties. Zo was er een draaimolen, achtbaan, botsautootjes en nog veel meer. Het was vrij groot en we brachten er wel een paar uur door.


Voordat we de warmte in gingen, hebben we wat gegeten in de grote Foodmall waar je keuze had uit allerlei soorten maaltijden. Wij namen een hamburgermenu en die bleek 10 lekkerder te zijn dan die van de grote M. We liepen naar de taxistandplaats en lieten ons naar Madinat Jumeirah brengen. Het complex is in Arabische stijl gebouwd en bestaat uit een winkelcentrum (souk), drie luxe hotels en verschillende restaurants. De winkels zijn kleinschalig en je kunt er voornamelijk souvenirs kopen. We gingen even naar buiten en kwamen er achter dat het heel warm was, zo’n 42 graden. In de verte zagen we het beroemde Burj Al Arab, een hotel van wereldklasse met een groot helikopterplatform voor de aan en afvoer van hotelgasten. Het hotel wordt gepromoot als enig zevensterren hotel ter wereld. Het is gebouwd in de vorm van een zeil, een dhow, van een Arabisch schip. De minst dure kamers kosten tussen de $ 700 en $ 6000 per nacht.


De Burj Al Arab

We maakten nog een rondvaart van ongeveer 20 minuten met een abrataxi, bootjes die niet-hotelgasten rondvaren over de kanalen. Zo zagen we goed hoe mooi het complex is opgebouwd. Bij een café dronken we een lekkere slush-ice en vertrokken daarna per taxi naar Dubai Mall. Dit winkelcentrum is het grootste ter wereld en er is ruimte voor wel 1200 winkels. Ons doel was echter niet het winkelcentrum maar het hoogste gebouw ter wereld, Burj Khalifa, die deel uit maakt van het complex. De bouw van deze wolkenkrabber startte in 2004 en in 2009 bereikte de toren haar hoogste punt van 828 meter. De Burj Khalifa werd ontworpen door een Amerikaans architectenbureau uit Chicago.


Je kon de toren op en daarvoor had pappa via internet tickets geregeld. Per half uur worden er een aantal mensen naar het observatiedek op de 124e verdieping geleid. Wij hadden tickets voor 18:00 uur en moesten nog even wachten. We liepen even naar buiten om de toren ook zo te aanschouwen. Om 17:50 uur gingen we terug en konden we door de controle. We moesten nog even wachten tot we met een super snelle lift binnen enkele seconden naar de 124e verdieping schoten. Het platform lag op ongeveer 400 meter en we hadden een goed uitzicht over de stad en de woestijn. Er hing wat smog dus we konden niet helemaal tot de kust kijken maar het zicht was er niet minder om.


Pappa en mamma wilden boven blijven tot de zon zou ondergaan maar dat duurde ons veel te lang. We werden baldadig en plaagden elkaar de hele tijd. Pappa en mamma besloten dat we naar beneden gingen om terug te gaan naar het hotel. We liepen buitenom het winkelcentrum en zagen nog een stukje van de fonteinenshow die werd opgevoerd in een kunstmatig aangelegd meer tussen de Dubai Mall en Burj Khalifa. We moesten in de rij bij de taxistandplaats maar het ging gelukkig redelijk snel en na 10 minuten zaten we in een taxi op weg naar het hotel. Ronac viel vrijwel meteen in slaap. We bestelden in het restaurant bij het hotel iets te eten en dat werd na een half uur op onze kamer gebracht. Ronac werd niet meer wakker en zo kon ik mijn bestelde loempia’s en de helft van mamma haar gebakken noedels op eten. Het was ondertussen al 22:30 uur dus tijd om naar bed te gaan.

De ongerepte kust (dag 14)

Het zonnetje scheen vanmorgen al vroeg op ons gezicht. Keyro en mamma waren als eerste op. Pappa was ook langzaam aan het wakker worden in zijn hangmat en ik  sliep nog een ½ uurtje langer door dan de rest. We hadden de nacht redelijk geslapen. Pappa moest wennen aan het slapen in de hangmat en Keyro was vannacht een paar uur wakker geweest van de jeuk maar er was bij hem geen muggenbult te zien.  Ik sliep overal doorheen en merkte niets van een krabbende Keyro en de luid snurkende vissers in de hangmatten en tenten naast ons.
Pappa en mamma hadden ondanks de speciale beschermende muggenkleding toch ontzettend veel muggenbulten. Ronac en ik waren redelijk gespaard gebleven. Blijkbaar wordt er niet getest in Suriname want de muggen prikken gewoon door de geimpregneerde kleding en speciaal geweven stof heen. In het kamp was geen stromend water en dus wasten we ons met een emmer regenwater bij het badhokje.

We gingen lekker naar het strand en zaten daar dus om 8:30 uur al in de zon. Het ongerepte en ruige strand was uitgestorven. Wat een prachtige uniek plek was dit. Ronac en ik speelden heerlijk in het zand en het water van de Atlantische oceaan. We werden daarbij vergezeld door een (zwerf)hond die altijd bij het kamp aanwezig is. Ronac noemde de hond Odys, hetzelfde als de hond bij onze gastouder Nathalie. Samen met Lando en Reginald hadden we rond 10:00 uur een simpel maar lekker ontbijt . We konden nog even lekker relaxen voordat we rond de klok van 13:00 uur weer zouden vertrekken. Er arriveerde net een groep van 11 personen toen wij vertrokken. We hadden dus echt geluk gehad om deze unieke plek voor onszelf alleen te hebben.


Nog eventjes chillen in een hangmatje voordat we weer vertrokken.

We verlieten de kusstrook en voeren het moerasgebied in op zoek naar kaaimannen. Reginald had dit gisteravond al beloofd aan Keyro maar toen was het te laat geworden. Kaaimannen zijn een onderfamilie van de krokodil of alligator. Kaaimannen komen alleen voor in het noorden van Zuid Amerika en zijn over het algemeen veel kleiner dan een krokodil. Het was wel veel moeilijker om ze overdag te spotten dan in de avond of nacht. Toch gleden onze ogen driftig door het moeras om er een te vinden. Even dacht mamma er een te zien maar het dier was zo snel weg dat we het niet zeker wisten. Onze kapitein dacht er ook nog een te zien maar ook deze was snel weer weg. Helaas voor Keyro en mij konden we geen kaaiman vinden die zich wilde laten vangen.

Het begon nog even te regenen maar gelukkig niet al te hard. Niet veel later brak het zonnetje weer door en konden we weer genieten van het prachtige moerasland met de waterlelies en vele vogels. Ook nu moesten we de helling weer over met de boot. Iets wat natuurlijk leuk bleef voor Keyro en mij. Na de helling kwamen we weer in het gebied van de ondergelopen oude plantage met de oude irrigatie kanalen om doorheen te varen. Bij de Johan en Margarethe plantage was er nog even tijd om lekker iets te drinken voordat we de Commewijne rivier weer overstaken.


Op het strand van Matapica.

In de auto met airco van Reginald vielen Keyro en ik allebei heerlijk in slaap. We werden zelfs niet wakker toen er gestopt werd om te gaan lunchen. Pappa en mamma lieten ons liggen in de auto met het raam open en gingen zelf aan tafel bij een van de vele Javaanse eethuisje die we onderweg tegen kwamen. Reginald liet ze van alles proeven en stelde een bord samen met allerlei lekkere gerechten. Het eten blijft hier iedere keer een genot. Voor ons kregen ze van Reginald een portie mee in een afhaalbakje. De service van Reginald is echt super te noemen. Hij zorgde er keer op keer voor dat het ons aan niets ontbrak. Het laatste stuk naar Paramaribo verliep vlot en we waren rond 16:00 uur weer terug bij appartementen Martinus.

Keyro en ik sliepen gewoon door en we werden rond de klok van 17:00 uur wakker gemaakt.  We doken allemaal nog even het zwembad in en Keyro en ik keken nog een film in het appartement. We gingen op tijd naar bed om wat slaap in te halen. Morgen hebben we een keer niets op het programma en kunnen we lekker relaxen en helemaal niets doen. Ik ben benieuwd of ons dat gaat lukken.