Nationaal Park Kornati

We werden vanochtend al vroeg verwacht bij de kade in het centrum voor onze boottocht naar het Kornati Nationaal park. De wekker ging om 7:00 uur en we moesten er uiterlijk om 8:30 uur zijn. Ik was niet vooruit te branden en hield iedereen daarmee op. We kwamen uiteindelijk rond 8:15 uur aan bij de boot en deze zat al aardig vol. We betaalden voor de trip en zochten naar een plaatsje aan boord van het schip “Arbiana”.

Op het bovendek en langs de reling zat alles al vol. We vonden een paar plekjes aan een tafel waar al een paar mensen zaten. Eerst werden er nog op twee andere plekken passagiers opgehaald voordat we op weg gingen naar het Nationaal park. Het zou ongeveer 3 tot 3 ½ uur varen zijn tot onze bestemming. De tijd kwamen we door met spelletjes kaarten en Sudoku.

Ik had met Keyro steeds ruzie en dat maakte het er niet gezelliger op. Vreselijk zo’n puberende broer. We kregen een broodje met ham of kaas als ontbijt. Tussendoor konden we water en een soort van waterige sinaasappelsap pakken. Al snel kwamen we in de wateren van het nationaal park Kornati (Nationaal park Kornaten).

Het park bestaat voor het grootste gedeelte uit onbewoonde eilanden (Kornaten) voor de kust van Dalmatië ten zuiden van Zadar. De archipel (eilandgroep) die binnen het park vallen bestaat uit 89 eilanden. De eilanden zijn dus onbewoond, ze bestaan uit rotsen en kalksteen en  zijn niet of nauwelijks begroeid.

Rond 11:15 uur begon het personeel met het serveren van de lunch maar wij kregen als een van de laatsten. Een beetje vervelend want de vis was ondertussen koud en we naderden onze bestemming voor de middag. Het was chaotisch en haasten.

De vis viel bij mij wel in de smaak maar voor de rest viel het allemaal wat tegen. Veel van de restjes werden gevoerd aan de groep kokmeeuwen die de boot volgden. We meerden aan bij het eiland Dugi Otok wat behoort tot het Telašćica Natuurpark. Het is een 10 kilometer lange baai die tot 1988 deel uit maakte van het nationaal park Kornati. Het is één van de mooiste baaien van de Adriatische kust.

Het was vrij druk en we verlieten de boot en volgden de mensenmassa het eiland op. Na 5 minuten lopen kwamen we bij het zoutwater meer Mir waar veel mensen hun handdoeken neerlegden om te gaan relaxen. Wij wilden dit niet en volgden het wandelpad van 2.2 kilometer rondom het meer. Het was heel erg mooi.

Overal zagen we pijnbomen, olijfbomen en vijgenbomen. Toen we wat verder van het strandje af waren, hoorden we geen geroezemoes meer van de vele mensen maar het getsjirp van de krekels. Ongelofelijk wat een verschil het maakt als je bij de mensenmassa vandaan bent. We kwamen aan de andere kant van het meer uit bij een steile klif met uitzicht op de open zee. Er stonden veel opgestapelde steentjes en het uitzicht was prachtig.

We besloten om een duik te nemen in het Mir lake. We waren vooraf gewaarschuwd dat het water heel erg zout zou zijn. Het meer is door ondergrondse kanalen verbonden met de zee. De concentratie zout is echter hoger dan de zee door verdamping die plaats vind. De temperatuur van het water kan enorm verschillen en daarom is er maar weinig leven mogelijk in het meer.

Er zijn een paar uitzonderingen zoals plankton, algen, schelpdieren, slakken zeebaars en mul (vissoort). Na even het water in geweest te zijn, maakten we ons klaar om terug te lopen. We zochten een plekje in de baai waar de boot lag aangemeerd en gingen daar nog een tijdje snorkelen. De boot vertrok om 14:30 uur terug naar Zadar.

We waren nu op tijd aan boord en zochten een andere plaatsje dan op de heenweg. Blijkbaar werd ons dat niet in dank afgenomen door de mensen die op de heenreis op deze plek zaten. De blikken zeiden genoeg maar ze zeiden er niets van. Mensen zijn wat dat betreft echt kuddedieren en volgen een zelfde patroon. Wij lekker niet. Na een uurtje begonnen we allemaal wat te doezelen en hadden we geen tijd om ruzie te maken. Ik lag aan de ene kant tegen mamma en Keyro aan de andere kant, arme mamma.

We kwamen exact volgens schema aan in de haven van Zadar. Het was 18:00 uur en we liepen nog even het centrum in voor een paar foto’s te maken. Het weer was een stuk beter dan gisteren. We waren rond 20:00 uur terug in het appartement. Pappa maakte een heerlijke tikka masala met rijst klaar en we genoten ervan.

Eigenlijk wilden we terug gaan naar het centrum om nog twee kunstwerken te bezoeken: de Zonnegroet (glazen tegels die oplichten op basis van zonne-energie) en het zee-orgel (gepeeld door de golven van het water). Echter hadden we alle vier geen puf meer om weer naar het centrum heen en terug te lopen.

 

We bleven in het appartement en smikkelden als toetje van de geitenkaasjes met honing. Achteraf hadden we hier best nog een dag langer door kunnen brengen maar we hadden onze volgende accommodatie al geboekt dus dat ging niet meer. ’s Avonds lagen we weer laat in bed maar we hoeven morgen niet vroeg op dus dat is fijn.

Drijvende markt van Cai Rang

We hebben vannacht allemaal redelijk geslapen al was het wel benauwd en plakkerig. De geluiden van het kabbelende water en de dieren die rond scharrelen was rustgevend. De wekker ging om 6:00 uur en we hadden helemaal geen zin om op te staan.

Een half uur later hadden we ons ontbijt en om 7:00 uur stonden we klaar voor vertrek. We stapten met nog een heleboel anderen in een boot en voeren over een zijrivier de Hang Gon in de richting van Can Tho. We zagen genoeg langs de oevers. Opvallend was de grote tegenstelling tussen armoede en rijkdom.

We zagen huizen op palen, gebouwd  in het water of op een van de vele eilandjes, armoedige houten huisje maar ook zagen we grote, stenen huizen met eigen erf. Vaak staan de huizen gewoon naast elkaar. Langs de oevers zagen we (overdekte) markten, restaurants, winkeltjes en benzinestations voor de motorboten. Net voor Cai Rang werden we overgeladen naar onze vaste boot van de reisorganisatie. Net toen mamma aan boord wilde gaan begonnen de boten de schudden en dreven ze uit elkaar. Mamma wist zich nog net met hulp van de gids aan boord te hijsen.

Vanaf dit punt was het nog maar een klein stukje varen naar de drijvende markt van Cai Rang. Het is één van de grootste drijvende markten in de Mekong Delta. Er zijn er in totaal zeven. De winkels en kraampjes op deze markten zijn boten in verschillende grootte. De markt is voornamelijk een groothandel maar er kan ook particulier gekocht worden.

In de vroege ochtend verzamelen de kooplui zich met hun boot(je) vol koopwaar op het water. Alles vaart kriskras over het water, zonder tegen elkaar op te botsen. Er zijn allerlei verschillende boten te vinden. De ene is alleen met roeispanen te bedienen en de ander heeft een motor. Sommigen hebben een kap van doeken opgetrokken om hun waar of zichzelf tegen de zon te beschermen, anderen hebben een kajuit en sommigen dragen alleen de nón lá op hun hoofd; de traditionele strooien hoedjes. De waar is keurig opgestapeld en er is keuze genoeg.

We zagen boten vol met ananas, watermeloen, mango en bananen. Het verbaasd ons ook niet dat groenten en fruit de meest verkochte producten zijn. De koopwaar wordt zorgvuldig bekeken om vervolgens precies bepalen wat ze willen hebben. Als laatste volgt het onderhandelen over de beste prijs en dan is de koop gesloten.  Het was een leuk tafereel om te volgen en de boot voor twee keer rond zodat iedereen het goed kon zien. We maakten een stop ergens langs de rivier bij Les Loc, een botanische tuin en hier hadden we de mogelijkheid om een fietsje te huren en een beetje rond te kijken.

Het duurde lang voordat iedereen een fiets had en toen wij als een van de laatsten aan de beurt waren, had de gids haast en vertrok hij al. Mamma had haar fiets al en ging er snel achteraan om hem tegen te houden. Uiteindelijk lukte het ons om bij de groep te komen. Echter was het achteraan fietsen geen pretje.

De groep Spanjaarden konden niet echt fietsen en het ging langzaam en er was nergens een mogelijkheid om ze te passeren. Het was verder heel rustig en bijzonder groen.  De smalle weggetjes ging over bruggetjes en af en toe vingen we een glimp van de lokale bevolking op.We stopten bij een monkey bridge over een riviertje. Pappa, mamma en Keyro gingen naar de overkant maar ik vond het te eng en bleef lekker aan de kant staan kijken.

We stopten ook nog bij een tempel die bewaakt werd door grote tijgerbeelden. De terugweg fietsten wij in ons eigen tempo ver voorop. Bij het restaurant kochten wij een drankje en konden we even uitrusten. Op de boot kregen wij een stukje gegrilde “snakefish” en muis te eten.

We maakten tussendoor nog een korte stop bij een bedrijfje waar rijstvellen en rijstnoedels geproduceerd worden. De rijst werd eerst geweekt en gekookt in water waardoor het een dunne pap wordt. De pap wordt met een lepel uitgesmeerd over een doek die boven een pan met kokend water gespannen is. Er gaat een deksel bovenop en op deze manier wordt de rijstpap gestoomd en gegaard. Zodra de deksel van de pan gaat wordt het rijstvel met een soort bamboe knuppel van het doek gerold en te drogen gelegd op een gevlochten bamboe mat. Ik mocht de gids hierbij helpen.

Als het rijstvel gedroogd is gaat het door een soort wringer en wordt het vel in slierten gesneden en heb je rijstnoedels. Er werd hier ook de typische rijstnoedel pizza verkocht. Ze verkopen dit product alleen bij de fabriekjes. Wij wilden dit natuurlijk wel eens proeven. De noedels worden gefrituurd in hete olie en dan worden er kruiden, nootjes en een chilisausje aan toegevoegd. Vers uit de pan waren ze het lekkerste. We kochten er ook nog eentje in een verpakking voor onderweg.

In Can Tho lunchten we bij een lokaal restaurantje. Ik bestelde tomatensoep maar vond hem niet zo lekker. We stapten in de bus en begonnen aan de terugreis naar HCMC. Het best nog een lange rit en de spits in HCMC maakte dat we er nog langer over deden. Ik moest het laatste stuk plassen en het schoot maar niet op. Het was echt mijn blaas dicht knijpen. We stopten bij een centrale plek en moesten nog naar het hotel lopen. Ik kon gelukkig even bij het reisbureau van de organisatie naar het toilet en dat voorkwam dat ik een natte broek kreeg.

We checkten opnieuw in bij het Ailen Garden Hotel. We kregen een nog grotere kamer dan eergisteren en een paar verdiepingen lager. We gingen op tijd eten in de Bui Vien straat bij een van de Saigon barbecue kraampjes. Je besteld je vlees per stuk en dan wordt het op een barbecue voor je klaar gemaakt. Ik wilde alleen maar een Banh Mi (broodje) en weigerde al het andere.

Toen al het eten behalve mijn broodje op tafel stond, kreeg ik toch wel honger en begon ik aan een satéstokje en een kippenpootje. De bediende kwam vertellen dat ze geen brood hadden en dat iemand nu onderweg was om brood te halen. Het duurde echter heel lang en het broodje werd niet meer gebracht. We betaalden de rekening en gingen terug naar het hotel.

De Mekong Delta

Gelukkig waren de bouwvakkers van de afgelopen nacht klaar en sliepen we een stuk beter dan gisteren. We moesten ook vandaag weer op tijd klaar staan voor een tweedaagse trip naar de Mekong Delta, het riviergebied ten zuidwesten van HCMC. Onze spullen konden we achter laten in het hotel en we namen alleen twee kleine rugzakken mee met hoognodige spullen.

We werden op gehaald door een oververhitte reisgids die ons naar de mee nam en ons ergens langs de grote straat neerzette met de mededeling dat we even moesten wachten omdat hij nog andere mensen op moest halen. Mamma nam het er even van en haalde ons ontbijt bij een bakker die daar ook lag. Ze moest ineens haast maken want we moesten verder lopen. Hurry, hurry en ineens waren wij de gids kwijt?

We liepen een stukje terug maar niemand te zien. We besloten maar op het kruispunt te wachten in de hoop dat de gids terug zou komen. Gelukkig gebeurde dat maar hij ging er vervolgens weer als een speer vandoor nadat hij ons weer ergens liet wachten? Pappa en mamma lieten hem duidelijk merken dat hij iets rustiger aan moest doen omdat wij kinderen zijn, iets minder snel lopen en in het drukke verkeer met oversteken extra op moeten letten.

Uiteindelijk keerde hij terug en werden we met nog een heleboel anderen in een bus gezet. Ik hoop dat de rest van de tour iets rustiger verloopt dan de start. Het was ongeveer 2 uur rijden naar de Mekong Delta. Na iets meer dan een uur rijden werd er een stop gemaakt bij een wegrestaurant. Er was een mooi aangelegde tuin bij waar we even onze benen konden strekken. Ook kochten we twee gevulde broodjes en een bao pao broodje.

We reden met de bus verder het rivierengebied in. Het bestaat uit de grote rivier de Mekong en de vele zijtakken en kanalen. De rivier is in totaal 4200 kilometer lang en ontspringt op de hoogvlakte in Tibet en mondt uit in de Zuid Chinese zee. De Mekong delta is een bijzonder gebied met zijn web van riviertjes, (drijvende) markten en woonboten. Het dagelijks leven speelt zich voornamelijk af op het water. Het is het meest dichtbevolkte gebied van Vietnam en er is veel landbouw op de rijstvelden die zich tussen de waterwegen bevinden. Meer dan de helft van alle rijst die in Vietnam wordt verkocht komt hier vandaan.

De Mekong delta wordt daarom ook wel het ‘rijstschuur’ van Vietnam genoemd. Vietnam is naast Thailand en India één van de grootste exporteurs van rijst. Wij stopten ergens in de provincie Ban Tre langs de kant van de weg voor een rondleiding. Deze provincie lag vrij geïsoleerd doordat de Mekong er omheen ligt. Na de opening van de brug tussen de stad My Tho en Ban Tre in 2009 wordt het gebied steeds meer bezocht. De provincie staat bekend om haar fruitboomgaarden en palmbomen.

De Vietnamezen noemen het ook wel Kokosnooteiland. Vroeger  was het gebied een broeinest voor revolutionairen die samenspanden tegen de Fransen en later tegen de Amerikanen. In 1968 was het een van de gebieden die als eerste door de Vietcong werden bezet tijdens het Tetoffensief. We verlieten de bus en namen wat spullen mee want het was onduidelijk wanneer en of we naar de bus zouden terug keren.

We liepen via een pad en hadden de hoofdweg al snel achter ons gelaten. We kwamen in een klein dorp en kregen informatie bij een bijenhouderij. De bijen worden hier in houten kisten gehouden om honing te maken. Onze gids pakt een tray uit de houten kist die vol zit met bijen. Hij legt uit dat er 1 koninginnen bij is, en daarnaast de werkbijen (95% vrouwtjes en maar 5% mannetjes). De kisten worden door het seizoen heen verplaatst naar de beste plek om zo de meeste honing te krijgen.

Daarna mogen we gaan zitten aan een aantal tafeltjes die klaar stonden. We kregen vers fruit om te proeven en een honingdrankje. In een klein glaasje zit een laagje limoensap en daar gieten ze vervolgens honingthee bij. Het drankje was mierzoet en dat trok de bijen natuurlijk aan. Ze kropen in het glaasje en dreigden te verdrinken. Ik viste ze er met mijn lepeltje weer uit en redde hun leven.

Er volgde nog een optreden met lokale instrumenten en gezang. Na dit onderhoud lopen we verder tussen de fruitbomen en kokospalmen door naar een aanlegsteiger voor bootjes. Samen met een Nederlandse die alleen reist, delen wij het bootje. De bootjes zijn een beetje onstabiel en je moet oppassen met het instappen om er niet aan de andere kant weer uit te vallen. We hoeven gelukkig niet zelf te roeien. De omgeving is prachtig en we waren echt aan het genieten. Tot onze verbazing meerde de roeier na nog geen 10 minuten alweer aan bij een kade.  We dachten eerst dat het een grapje was maar het was echt het einde van de route.

We stapten uit en kwamen bij een fabriekje waar de lokale vrouwen de specialiteit van dit gebied maken, namelijk keo dừa (kokossnoepjes). Het snoepje wordt gemaakt van ingedikte kokosmelk. In grote ketels wordt de melk tot een dikke, kleverige massa gekookt die wordt uitgerold en als het afgekoeld is, in vierkantjes wordt gesneden. Met de hand worden de snoepjes in flinterdun rijstpapier verpakt. Zou het rijstpapier er niet omheen zitten dan plakt het snoepje vast aan de verpakking. Je eet het snoepje dan ook met rijstpapier en al. Ze waren in verschillende smaken verkrijgbaar en we konden natuurlijk ook proeven, lekker maar niet speciaal.

Er lag hier ook een python of boa constrictor ? Het is wurgslang en hij heeft geen giftanden. Wie wilde mocht hem om zijn nek leggen. Pappa ging als eerste maar ik vroeg mij af of de slang niet te zwaar voor mij zou zijn. Ik vroeg het aan de gids en hij zei dat ik hem met gemak om mijn nek kon hangen. Een paar tellen later had ik hem om mijn nek. Wow, ik vind het wel stoer van mezelf. Keyro wilde niet of durfde hij gewoonweg niet?

We lieten het dorp achter ons en stapten op een grotere boot met rieten stoelen die de Mekong rivier op kon. We zagen diverse vissersboten en boten die producten vervoeren via de rivier. We gingen lunchen op het eiland Con Cuy bij restaurant Nhà hàng vườn Cồn Quy. We hadden een standaard menu inclusief en konden tegen meerprijs nog extra vis op tafel krijgen.

We hielden ons aan het standaard menu en dat was niet echt bijzonder. Op het bord lag wat rijst, een stukje varkensvlees, wat groenten en een ei. Na de lunch varen we een stuk met de boot en worden we opgepikt door de bus die ons naar het Cha Vinh Trang complex in My Tho brengt. De Binh Trang pagode werd gebouwd in 1849. Na een verbouwing in 1907 werd het gebruikt als paleis van de sultan en neobarokke villa met Korintische zuilen.

Binnen staan Boeddha beelden maar ook buiten is er geen gebrek aan beelden. Er staat een beeld van een Boeddha, een lachende Boeddha en een liggende Boeddha. Een tempel kan gebouwd worden voor iedereen die iets bijzonders heeft gedaan maar een pagode mag alleen gebouwd worden voor een Boeddha.

Na het bezoek aan de pagode stapten we in de bus richting de stad Can Tho. We brachten hier de gasten weg die in een hotel overnachten en wij werden opgewacht door een taxi om samen met nog drie anderen vervoerd te worden naar een homestay in de buurt. Het was toch nog een minuut of twintig rijden van Can Tho en het gebied was veel rustiger.

Hung’s homestay lag aan één van de vele zijtakken van de Mekong rivier. De homestay bleek een stuk groter te zijn en er waren meer dan twintig kamers. We hadden een leuke basic kamer aan de rand van het terrein. Voor de kamers was water en via een bruggetje kwam je bij de kamer. Voor het avondeten lagen we wat in de hangmatten en speelden we met de vele hondjes die er rond liepen, zo schattig!

Voor het avondeten moesten wij ook zelf aan de slag. We maakten springrolls met spinnenweb vellen en vulden het met verschillende groenten. De springrolls werden door de vrouw des huizes gefrituurd in een grote wok. Naast onze zelfgemaakte loempia’s kwamen er nog vele groenten, tofu en een vers gevangen vis op tafel.

Het smaakte goed en we hadden een leuk gezelschap om mee te praten (een Italiaans koppel en een in Frankrijk wonende en werkende Engelsman). Na het eten werd er “happy water” geserveerd. Deze zelfgestookte rijstwijn was natuurlijk niet voor Keyro en mij bestemd. We gingen op tijd terug naar onze kamer want morgenochtend moeten we vroeg op om de drijvende markt van Cai Rang.

Bánh mì

We werden wakker van het ruisen van de zee. De spullen werden alweer ingepakt want we zouden deze mooie plek alweer verlaten. We gingen naar het restaurant voor het ontbijt en opnieuw viel het eten tegen. Op zich verlangen wij niet veel maar gezien de hoge bedragen die het resort vraagt per nacht, verwacht je toch wel iets meer.

Vaarwel paradijsje…

We stapten op de boot en voeren door de Lan Ha baai richting Ha Long baai. Onderweg zagen we bij een aantal eilanden drijvende dorpen van vissers. Veel bewoners van de dorpjes komen nooit aan het vaste land en leven hun hele leven op zee. Ze leven van de vis en weekdieren die ze vangen en verkopen. Bij Ha Long Baai stapten we over op de boot die we eigenlijk hadden geboekt. Hij was groter dan de andere boot en iets luxer. Onze voorkeur had toch echt de eerste boot.

Aan boord van het schip volgden we een korte kookles. De gids aan boord leerde ons een echt Vietnamees gerecht klaar maken. Natuurlijk maakten we de wereldbekende Vietnamese loempia’s. De loempia’s worden gemaakt van rijstpapier. We vulden de loempia met ingrediënten die we lekker vinden. Zo kun je ze vullen met noedels, kip, garnalen, kruiden of knapperige groenten. Toen wij aan de beurt waren was er al veel van de vulling op maar het lukte ons toch om met de overgebleven ingrediënten een lekker loempia te vullen.

Workshop Vietnamese loempia’s

Na het klaar maken van onze eigen loempia mochten wij hem op eten. We vonden een tafeltje aan dek met het uitzicht op Ha Long baai op de achtergrond. Voordat we van boord gingen, hadden we nog een lunch. De gids van vandaag had veel haast en liep ons flink op te jagen bij het van boord gaan. Uiteindelijk stonden wij op de kade en pappa was nog op de boot. Ook in de haven zaten we nog een dik half uur te wachten voordat we in de bus konden. Dus waar al die haast nu voor nodig was, geen idee.

De terugreis naar Hanoi was een stuk relaxter dan op de heen weg. Na aankomst haalden we in Hanoi onze spullen op bij Friends Travel. Vanuit de Hang Buom was het ongeveer 10 minuten lopen naar ons hotel. We werden zeer vriendelijk ontvangen door het personeel van hotel Friends Inn. We kregen een hele zoete lemon juice aangeboden van het huis. Onze kamer lag op de eerste etage, was zeer ruim en had airco, douche en toilet. We fristen ons op en wilden iets gaan eten. Net op het moment dat wij de straat uitlopen, begint het toch te regenen. We schuilen even onder een afdak maar we hadden niet het idee dat het voorlopig zou stoppen met regenen. Aan de overkant van de straat lag een Coffee bar en we besluiten daar naar toe te rennen en iets te drinken. Alleen al van het oversteken waren we goed nat geworden.

Verrast door een tropische bui.

De vriendelijke mevrouw kwam meteen met een handdoek aan zodat we ons wat konden afdrogen. Ondanks dat ze geen Engels sprak lukte het ons om een bestelling te doen. We wilden ook iets eten maar dat ging niet in de bar maar ze nam pappa en mij mee naar de buren waar we een  Bánh mì bestelden. Het Vietnamese brood, Bánh mì (“Bánh” is brood, “mì” is  tarwe is afgeleid van het Franse baguette (stokbrood) dat werd geïntroduceerd door de Fransen in de koloniale tijd. Het brood is over het algemeen luchtiger en heeft een dunnere korst dan de Franse variant.

Een broodje “Bánh mì”

Het broodje kan gevuld worden met verschillende ingrediënten maar meestal zit er varkensvlees bij. Het is vaak een ratjetoe van varkensvlees. Werkelijk alles kan erin. Het vlees kan bestaan uit: Vietnamese gestoomde varkensworst (Cha lua), ham met veel vet, varkensoor,  gegrilde gehaktburgers (Nem nuong), varkenspaté, varkensgehakt Xiu mai of Chinese geroosterde varkensvlees (Xa xiu). Maar ook eieren of viskoekjes (Cha ca) kunnen erin. Bij het vlees kan er nog verse koriander, ingemaakte wortel, komkommer, Thaise basilicum en of chilipepers worden toegevoegd. Geen idee wat wij bestelden dus het was een grote verrassing toen het gebracht werd. Het was een heerlijk broodje die we binnen no- time op hadden. De rekening viel zoals altijd mee en de drankjes bleken duurder te zijn dan de broodjes. Gelukkig was het in de tussentijd droog geworden en waren we snel terug in het hotel.

Nam Cat Island in de Lan Ha Bay

We sliepen heerlijk op de boot. Ons ontbijt stond al klaar en we schoven aan bij de lange tafel. Terwijl wij van het ontbijt aan het genieten waren, lichtte de boot het anker en voer weg. We meerden aan in een mooie baai en zouden daar een bezoek brengen aan de Hang Sung Sot Cave (Grot vol verrassingen).

In de grot vol verrassingen (hang Sung Cot Cace).

De baai lag vol met boten en we gingen in optocht de trappen op naar de ingang van de grot. In de grot zijn drie kamers die we konden bezoeken. Het was een mooie grot en we zagen stalagmieten en stalactieten in bizarre vormen en maten. De grot wordt door verschillende kleuren verlicht en dat geeft het extra sfeer. Aan het einde van het wandelpad door de grot, kwamen we bij een lange trap. Deze leidde ons naar een plateau dat 25 meter boven het zeeniveau ligt. Hier vandaan hadden we een prachtig uitzicht over de baai.

We hoorden dat veel foto’s in de reisgidsen vaak vanaf dit punt worden gemaakt. We daalden terug af met de trap naar de wandelpromenade en liepen terug naar onze kleine boot die ons weer naar de grote boot bracht. We vervolgden onze vaarroute richting de Lan Ha Baai. Onderweg gingen wij aan boord van een andere boot die ons verder zou brengen naar Nam Cat eiland.

De Lan Ha baai ligt aan de andere kant van Halong Baai en is stukken minder toeristisch. Wij vonden de landschappen hier ook veel mooier. De eilanden liggen dichter op elkaar en er steken meer kalksteenrotsen uit het water. Tijdens het varen speelden we “bottle flip” en een spelletje op onze tablet. Net na de middag kwamen we aan bij Nam Cat eiland waar we een dag en een nacht doorbrengen bij het Cat Ba Sandy Beach resort.

Op weg naar Nam Cat 

De naam suggereert dat het resort op Cat Ba eiland ligt maar dit was niet het geval. Nam Cat is een privé eiland middenin de baai van Lan Ha. Vanaf de aanlegsteiger liepen we langs gezellige bungalows die gebouwd zijn op palen. We kregen eerst de lunch aangeboden in het restaurant alvorens we konden inchecken.  De tafel was al snel weer gevuld met heerlijke lekkernijen.

Paradijs op aarde.

Na het eten kregen we de sleutels van de bungalows en we lagen vrij ver van elkaar af. We hadden één deluxe bungalow aan het water en een andere aan het strand. In eerste instantie konden we niet ruilen omdat we voor een duurdere betaald zouden hebben? Na veel aandringen kregen wij een “downgrade” en hadden we twee kamers naast elkaar aan het strand. Bij het resort konden we veel watersportactiviteiten doen.

Ik ging samen met pappa een stukje kajakken en Keyro ging met duikbril op samen met Mart zwemmen. Blijkbaar hadden we in ons excursie pakket ook nog een middaguitstapje zitten maar dit meldden wij af. We wilden gewoon relaxen aan het strand en doen waar we zin in hadden.

Zwemmen, zandkastelen bouwen, graven, snorkelen, lezen, genieten van de mooie locatie en wat zonnen. Gewoon een middag niets doen, heerlijk! We speelden lang door tot de zon onder ging en het donker werd. We moesten ons voor het avondeten goed douchen want we hadden werkelijk overal zand zitten. Het avondeten bleek een barbecue-buffet te zijn en eerlijk gezegd vonden wij het allemaal een beetje tegenvallen. Er was weinig variatie en het bijvullen werd ook niet echt goed gedaan. Jammer want de lunch van vanmiddag was juist wel erg goed.

In de avond keken we nog een kort filmpje op de tablet en daarna gingen wij naar bed. Pappa en mamma genoten op de veranda nog van een lekkere cocktail en van het ruisen van de golven.