Tizi ’n Tichka pas

Na ons ontbijt namen we afscheid van Moumir en werden we om 9.10 uur opgehaald om naar het autoverhuurbedrijf te gaan. Het was een stuk drukker dan toen we aankwamen en na ongeveer 20 minuten kwamen we aan bij het kantoor van NJAM Car om onze huurauto voor de komende tijd op te halen. We werden vriendelijk ontvangen, zoals overal in Marokko tot nu toe, door de medewerkster. Meteen werd er gevraagd of pappa Marokkaanse roots had want ze vonden hen eruit zien als een Arabier. Haha, waarschijnlijk zullen we dit vaker gaan horen.

Er moesten wat formaliteiten in orde gemaakt worden. Er werd geen borg geblokkeerd op onze creditcard want ze vonden ons een betrouwbaar en eerlijk gezin. We kregen de auto waar we mee opgehaald waren, een Dacia Duster, precies zoals geboekt. De auto was nog maar een paar maanden oud en had zelfs nog geen nummerbord. Op de voor en achterkant zat een sticker met het kentekennummer. Blijkbaar duurt het administratieve proces en aanvragen van het nummerbord te lang en op deze manier mag je in Marokko toch in de auto rijden.

Alles was vrij snel geregeld en om 10:00 uur rijden we over de ringweg de stad uit. Met plattegrond van Njam Car en de gedownloade kaarten op de telefoon hebben we al vrij snel Marrakesh achter ons gelaten en rijden we op de N9 in de richting van Ouarzazate. De weg N9 is bijna 200 kilometer lang. Vanuit Marrakesh kun je de hoge bergketens van de Hoge Atlas al zien liggen. In de winter ligt er sneeuw en er zijn een twintigtal skipistes.

Ze liggen niet veel lager dan de Alpen en hebben meer dan de helft van het jaar sneeuw. De Jbel Toubkal is 4.167 meter hoog en de Jbel Sirouna erachter 2.773 meter. In een klein dorpje stoppen we even om wat drinken in te kopen. De weg is niet moeilijk te rijden, maar vergt wel enige stuurkunsten. Met pappa achter het stuur komt dat helemaal goed. Na ongeveer 2 uur rijden gaan we echt de bergen in. De weg is een aaneenschakeling van bochten en de uitzichten en landschappen zijn adembenemend.  Na iedere bocht veranderen de kleuren van groen naar bruin of rood. Er wordt op veel plaatsen aan de weg gewerkt en dat geeft wat op onthoud. Halverwege passeren we de Tizi n Tichka bergpas. Het is de hoogste bergpas van Afrika op bijna 2300 meter hoogte.

Langs de route staan veel lokale handelaren die enthousiast (of wanhopig?) geodes verkopen. Een “geode” is een bolvormig stuk gesteente waar de binnenkant begroeid is met gekleurde kristallen. De kleuren zijn knal roze, blauw en groen. Ze zien er onnatuurlijk uit en je ziet direct dat het vervalsingen zijn. Blijkbaar verkopen ze af en toe toch wat want ze blijven het aanbieden en proberen. Ronac werd van de bochtige wegen goed misselijk en spuugde een deel van zijn ontbijt uit. Gelukkig wel in een plastic zak die mamma ons bij voorbaat al had gegeven.

Bij een van de weinige restaurants op de bergroute maakten we een korte stop. We kochten wat drinken en Oreo koekjes en betaalden natuurlijk de hoofdprijs (95 dirham). Ronac was kwaad dat hij geen Pringles (chips) kreeg en maakte flinke stampij.  Na de Tizi n Tichka bergpas gaat de weg naar beneden en passeren we oude verlaten kasbah’s, kleine dorpjes en groene rivierbeddingen. We rijden om 14:30 uur onze plaats van bestemming binnen: Aït Ben Haddou. Onze accommodatie, Kasbah Valentine,  vinden we meteen en  we gastvrij ontvangen.

We krijgen eerst een kopje Marokkaanse muntthee. De Marokkanen drinken hun thee heel sterk en met heel veel suiker of honing. De typische Marokkaanse muntthee wordt dan ook wel eens “Marokkaanse whiskey” genoemd. Andere namen zijn: Toearegthee, Sahrawithee, Atay Benaa’naa’ of muntthee . Het is een thee die in Noord Afrika en in Arabische landen wordt gedronken. De muntthee staat centraal in het sociale leven in het Maghrebgebied. De thee wordt uit kleine theeglaasjes gedronken. Hoewel de ceremonie niet zo uitgesproken is, is de bereiding wel strikt. Eerst wordt de Chinese groene thee die de basis van muntthee vormt, in een metalen theepot gedaan en met een scheut kokend water gewassen. Na het afgieten van het water gaan de suiker en verse blaadjes van de munt in de pot en wordt het kokende water erop geschonken.

Vervolgens worden enkele blaadjes verse thee toegevoegd. De thee moet daarna nog 5 minuten doorkoken. Het eerste glaasje thee dat uit de pot geschonken wordt, wordt weer terug gegoten in de pot zodat alle smaken goed door elkaar trekken. Daarna worden de glazen ingeschonken. Ik vind de thee echt heerlijk. Bij de thee worden koekjes, dadels en nootjes geserveerd. Na het theemoment konden we naar onze kamer. De kamer bleek traditionele berberstijl ingericht.

Bijna de helft van de Marokkanen behoort tot het berbervolk. Berbers stammen af van de oorspronkelijke bewoners van Marokko. Ze hebben hun eigen taal, literatuur en muziek. De Arabieren vormen in Marokko de grootste groep. Toch hebben zij niet altijd in dit land gewoond. Ze kwamen in de zevende eeuw vanuit Arabië naar Marokko om de bevolking tot de islam te bekeren. De Berbers hebben de Arabieren eeuwenlang als indringers beschouwd.

Ze konden het slecht met elkaar vinden. Inmiddels is dat voorbij en nu leeft de bevolking in harmonie samen. Arabieren en Berbers hebben al meer dan duizend jaar dezelfde godsdienst, cultuur en geschiedenis. Vanaf het dakterras hadden we een prachtig uitzicht over de omgeving en de beroemde kasbah van Aït Ben Haddou. Deze middeleeuws verstevigde stad ligt in een vallei langs een rivier. De stad is bekend om zijn schitterende kasbah’s en staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO. De kasbah’s zijn tegen een heuvel aangebouwd en opgebouwd uit leem, een grondsoort die fijner is dan zand. De kasbah is het verdedigbare deel van de medina (oudste deel van de stad) en wordt omringd door hoge stadsmuren.

Bijna iedere nederzetting in Marokko heeft haar eigen kasbah. Vroeger gebruikte men de kasbah als woning voor het dorpshoofd. Als er meerdere kasbah’s zijn noem je het ook wel een ksar. Een kasbah die als woonplaats wordt gebruikt noemt men ook wel een dar. Indien een kasbah als opslagruimte van graan wordt gebruikt, noem je het een igherm. En in sommige gevallen, zoals ook hier, doet de graanschuur tevens dienst als bewakingspost. Je noemt het dan agadir.

Vroeger  lag Aït Ben Haddou aan de handelsroute van de Afrikaanse Sahara naar Marrakech verbond. Toen de zon wat lager stond liepen wij naar de kasbah. Vanuit de verte leek het net op een zandkasteel. Voordat we de site konden bezoeken moesten we eerst de wadi (rivier) Maleh oversteken. Vertaald betekend wadi Maleh, “zoutrivier”. Het water is zeer zoutrijk en niet geschikt voor te drinken. Er stond niet heel veel water maar we moesten toch over de zandzakken en stenen lopen om geen natte voeten te krijgen.

De kasbah is één van de best bewaarde en best gedecoreerde kasbah’s van het land en staat inmiddels onder bescherming van Unesco. Er wonen niet veel mensen meer in de kasbah.  Er leven nog ongeveer tien families maar de meeste bewoners zijn weggetrokken naar het nieuwe gedeelte van de stad. De families die er nog wonen leven van het toerisme en niet meer van de opbrengsten van het land. We liepen via de smalle steegjes naar boven. De huizen (kasbah’s) zijn gegroepeerd in de verdedigingsmuren en die worden op de hoeken versterkt door hoektorens.

Bovenop de heuvel bevond zich de agadir (opslagplaats en bewakingspost). Het uitzicht over de omgeving, de palmenplantage, de woestijn en de Atlas is prachtig. De kasbah was ook het decor voor verschillende film. Zo werden onder andere de films:  Jewel of the Nile, Gladiator, Lawrance of Arabia, End of Times en Game of Thrones. We hadden ondertussen flink honger gekregen want we hadden niet geluncht. We liepen terug naar onze accommodatie en vroegen of het al mogelijk was om te eten. Het was geen probleem en al snel zaten we aan tafel en kregen we de menukaart. We bestelden als voorgerecht harira, gevulde soep met onder andere kikkererwten en linzen.


De kasbah werd ook gebruikt als decor voor de serie “Game Of Thrones”

Ik bestelde tajine rundvlees en groenten als hoofdgerecht, mamma nam couscous met kip, Ronac nam pizza en pappa had een speciaal gerecht pastilla. Vooraf werden er schaaltjes gemengde noten, amandelen, walnoten, olijven en dadels op tafel gezet. Zo lekker! We speelden kaartspelletjes tot het eten geserveerd werd. De soep kwam al snel en bleek aardig te vullen. De tajine, couscous en pizza kwamen ook vrij snel. Net pappa moest wachten op zijn gerecht. De pastilla werd vers gemaakt en is een hartig gevulde taart. Van oorsprong kom het gerecht uit Andalusië.

 

De buitenkant is van een heel dun deeglaagje en kan gevuld worden met verschillende soorten vleesvulling. De meest voorkomende vulling is met duif of kip en amandelen. Als de pastilla in de oven is gebakken wordt deze bestrooid met poedersuiker en kaneel. Het gerecht zag er prachtig uit en wordt dan ook vaker geserveerd op feesten. We wilden allemaal een hapje proeven van het gerecht. Een vreemde maar lekkere smaak. Het hartige in combinatie met de nootjes, poedersuiker en kaneel maakte het zeer zoet. Het toetje bestond uit sinaasappel met kaneel erover. Op de kamer keken we nog een filmpje en daarna gingen we naar bed.

Met de jeep over de Wolkenpas

Ons verblijf in Hué zat er al weer op. We reisden vandaag verder naar kustplaats Hoi An. Pappa en mamma brachten rond 8:00 uur onze rugzakken naar Brothers Travel en die zouden per bus naar Hoi An vervoerd worden. Ons vervoer voor vandaag was een oude Amerikaanse legerjeep. Onze chauffeur en gids was Huy. We maakten even een paar foto’s voordat we rond de klok van 9:00 uur vertrokken. Al snel lieten we Hué achter ons. Huy reed rustig en we hadden alle tijd.

Op weg naar Hoi An!

We zouden de populaire route nemen over de Hai Van pas. In totaal was de trip zo’n 160 kilometer. Onderweg zouden we diverse stops maken zodat we ook wat van de omgeving kunnen zien. Keyro voelde zich vandaag niet zo heel fit en was nog erg moe. Ergens langs de hoofdweg maken we een stop bij klein vissersdorp. Hiervandaan was er ook een prachtig uitzicht over de kust en de bergen in het achterland.

We reden verder en namen na een half uur een afslag naar recht, landinwaarts. We passeerden een controle punt waar betaald moest worden. De weg die we volgden was een zandweg met putten en het was hobbelig en we slingerden alle kanten op. De natuur was hier echt prachtig.

Spannende jeep rit, Ronac als hulpchauffeur

We parkeerden de auto en liepen te voet verder naar Soui Voi, de olifantenwaterval. We waren de drukte net voor en kleedden ons snel om zodat we een duik konden nemen in de verschillende bassins bij de waterval. Het geheel is erg toeristisch ingericht en ingesteld maar dat neemt niet weg dat het een mooi stukje natuur is. Het uitzicht op de bergen is echt geweldig mooi.

Samen met pappa of mamma gleed ik van de stenen af naar beneden. Nog geen half uur later begon het druk te worden en konden wij ons weer aankleden om verder te gaan.

Een prachtig uitzicht vanaf ons lunchadres.

De volgende stop was voor de lunch. We stopten bij een bekend visrestaurant waar Huy zich moeite deed om kleinere porties te bestellen want normaal wordt er per kilo besteld.

Keyro en ik hadden nergens zin in en waren wat dwars. Mamma bestelde garnalen en pappa had oesters. Voor ons werd er een bord gebakken rijst gebracht. Bij het zien van mamma’s garnalen kregen wij er ineens toch zin in en was mamma zo lief om haar garnalen met ons te delen. Aan de lange tafel naast ons werd luidruchtig gegeten en gedronken.

Om de minuut werd er wel een “toast” uitgebracht en werden de glazen geheven. De overgebleven schelpen, servetten, graten etc. belandde zo op de grond, wat een rotzooi! Bij ons had de Keuringsdienst van Waren het restaurant allang gesloten, hihi.

Na de lunch was het een klein stukje rijden naar het begin van de Hai Van pas. Tegenwoordig gaat het meeste verkeer door de aangelegde tunnel dus op scooters, motors en toeristen bussen na, rijdt er niet veel verkeer over de pas. Voordat we de pas op rijden maken we nog even een korte fotostop met uitzicht over de kust en het plaatsje Lang Co.

 

De Hai Van pas, ook wel wolkenpas of in het Vietnamees Deo Hai Van genoemd wordt gezien als een van de mooiste kustwegen ter wereld. De Hai Van pas is het stuk over de bergen wat het plaatsje Lang Co verbindt met de moderne stad Da Nang. De pas is een 21kilometer lange bergweg. Langzaam aan brengt de jeep ons via de kronkelende weg naar het hoogste punt (496 meter).

Hier stoppen we bij een oude bunker en is er naar beide richtingen een mooi uitzicht over de kustlijn. We dalen af naar de grote stad Da Nang dat vroeger bekend stond als Tourane. In 1965 richtten de Amerikanen hier een militaire basis in. Er was een vliegveld, haven en depots met wapens. Er werden veel economische en industriële activiteiten ontwikkeld en het werd een van de belangrijkste handelscentra van het land.

De stranden rondom de stad zagen er mooi uit maar verder vonden wij het niet erg aantrekkelijk door alle grote, hoge gebouwen. Een stuk buiten Da Nang, langs de kustweg, stopten we bij de Marble Mountains.

De marmerbergen bestaan uit marmer en zandsteen. De Vietnamese naam: Ngu Hanh Son betekent “bergen van de 5 elementen”. Elke berg vertegenwoordigt een element en is daar ook naar vernoemd: Hoa Son (vuurberg), Moc Son (houtberg), Kim Son (metaalberg), Tho Son (aardeberg) en Thuy Son (waterberg).

Zelf was ik in de jeep in slaap gevallen en had ik geen zin om mee te gaan. Ik mocht bij Huy blijven terwijl pappa, mamma en Keyro de trappen op klommen om de bergen te bezoeken.

Er waren mooie grotten, pagodes, tempels en mooie uitzichtpunten. Het was nog ongeveer een half uurtje rijden van de Marble mountains naar Hoi An. Onderweg pikten we bij het busstation onze rugzakken op. We hadden gereserveerd bij Rural Scene hotel. Het ligt op het Cam Nam, een van de riviereneilanden. Het is een rustige locatie, twee kilometer van het historische centrum van Hoi An. Huy zette ons er af en wij namen afscheid van hem.

De terugweg zou voor hem een stuk sneller gaan via de tunnel. Wij checkten in en kregen een lekker drankje. We hadden al snel het zwembad gespot. Snel brachten we de spullen naar onze twee grote, aaneengeschakelde slaapkamers op de tweede etage. Daarna snel het zwembad in en lekker even spetteren. We stonden om 19:00 uur klaar zodat we met een elektrisch golfkarretje van het hotel naar het centrum werden gebracht. Wat een top service! Het centrum was erg sfeervol en de straten werden verlicht door lampionnen.

Er zijn talloze restaurants en barretjes te vinden. We liepen door een van de straatjes en zagen bij toeval nog een bekend Nederlandse koppel uit Noord Vietnam zitten bij een van de restaurantjes. Wij maakten even een praatje over wat zij hadden gedaan na de trekking in Sa Pa. Zij gingen verder met hun eten en wij zochten een tafeltje en ook iets bestelden.

Keyro en ik namen pizza, pappa Sint Jacobsschelpen en mamma nam een lokale specialiteit met vis en  een cocktail. Keyro en ik hadden uiteindelijk niet zo’n honger en lieten meer dan de helft van onze pizza over. Gelukkig konden we deze mee krijgen in een doos. We werden om 21:00 uur weer opgepikt door het karretje en zo waren we snel weer terug in het hotel. Terwijl Keyro meteen naar bed ging, keek ik nog even een Vietnamees filmpje op televisie.