Dromedarisrit

Zo wat koelde het af in de nacht. Het was echt koud ondanks de dikke dekens die we hadden gekregen. Midden in de nacht ben ik mijn fleecevest nog aan gaan doen. Rond 6:15 uur werden we wakker gemaakt voor de zonsopgang maar Ronac en ik hadden geen zin om op te staan. Pappa was wel meteen wakker en mamma verliet 10 minuten later ook de tent om de zonsopgang te zien.

Wij bleven nog een half uur liggen en toen moesten we echt opstaan. We vertrokken rond de klok van 7:15 uur terug naar de bewoonde wereld. De temperatuur was een stuk aangenamer dan gisterenmiddag. De rit was minder prettig omdat we toch wel een beetje pijn aan de billen en bovenbenen hadden.

Rond 8:30 uur waren we terug bij het huis van Hassan. We konden al het zand afspoelen onder de douche en waren daarna weer helemaal schoon. We kregen na de douche nog een ontbijt aangeboden. Heerlijke lekkernijen kwamen er weer op tafel. De dadelpasta was verrukkelijk en we kregen van Hassan een pot cadeau om mee te nemen naar huis. Na het ontbijt laadden we de auto weer in en nemen afscheid.

We begonnen aan een lange rit naar Ouarzazate. Via Rissani reden we in de richting van Nkob en vervolgens naar Agdz. We kwamen door de vallei van de rivier de Draa. In de plaats Agdz maakten we een stop voor een late lunch. We bestelden spiesjes die op de barbecue voor het restaurant werden gegrild. Naast ons zat een Nederlandse familie waarvan de jongste zoon nog even mee deed met toepen (kaartspel). Het eten smaakte goed.

We hadden nog wat kilometers voor de boeg en reden na een uur pauzeren weer verder. Het laatste stuk ging weer door de bergen met scherpe bochten. De uitzichten waren fantastisch. In de late middag arriveerden we bij Maison d’ hotes Dar Farhana in Ouarzazate. We kregen thee met wat lekkers en werden daarna naar de kamers gebracht. We probeerden duidelijk te maken dat we een driepersoonskamer hadden gereserveerd maar dit werd niet begrepen.

We kregen twee tweepersoonskamers tegenover elkaar. We zetten onze spullen neer en trokken onze zwemkleding aan. Na anderhalf uur kwam de eigenaar ons vertellen dat we de verkeerde kamers hadden en vroeg of we onze spullen wilden verplaatsen. Gelukkig was er nog niet veel uitgepakt en hadden pappa en mamma het al snel geregeld. Ik zwom lekker in het zwembad maar net zoals bij alle andere zwembaden tot nu toe vond Ronac het te koud.

De accommodatie is echt super. De sfeervolle kamers, mooie binnentuin en het zwembad, heerlijk relaxen zo. We aten opnieuw bij de accommodatie. Het werd geserveerd in de speciale eetkamer met uitzicht op de tuin en het verlichte zwembad. We kregen salade vooraf, soep en als hoofdgerecht hadden we pastilla. Het nagerecht was vers fruit, sinaasappel en meloen. Na het eten mochten we nog even gamen en een korte film kijken voordat we naar bed gingen.

De woestijn bij Erg Chebbi

Wat hebben we heerlijk geslapen in de ksar. Het was zo stil dat we langer sliepen dan de bedoeling was. We hadden ontbijt op het terras. Keyro had slechte zin omdat internet niet goed werkte. Voordat we vertrokken bezochten we nog het museum dat in de ksar gevestigd was. Ik had er ook weinig zin in maar toen we eenmaal binnen waren vond ik het erg interessant. Er was veel te zien in het museum. We zagen veel over hoe de verschillende stammen met elkaar samen leefden in de oase. Er waren verschillende gebruiksvoorwerpen, klederdracht en nog veel meer. We weten niet of we het hele museum bezocht hebben omdat ik ineens heel nodig naar de wc moest.

We checkten uit en deden de bagage in de auto. We hadden een flinke rit voor de boeg. We vervolgden onze route naar de poort van de woestijn, Merzouga. Het is een klein plaatsje aan de rand van de Sahara in de buurt van de Algerijnse grens. Het eerste deel van de route ging over een goede weg en verliep voorspoedig. Het gebied begon al woestijnachtig uit te zien met af en toe groene oases.

Na ongeveer een uur kwamen we in meer bewoonde omgeving en reden we niet harder dan 40 kilometer per uur. We reden dorpje in dorpje uit. Er waren veel controles onderweg. Bij sommigen mochten we doorrijden bij anderen moesten we even stoppen. De agenten waren meer geïnteresseerd in waar we vandaan kwamen en waar we naar toe gingen dan in de autopapieren of het rijbewijs. We kwamen door een klein gehucht waar op een plein een grote markt werd gehouden. We stopten even om de benen te strekken en rond te kijken.

We kwamen vervolgens door de grote stad Erfoud en al snel kwamen we in de buurt van Rissani. Het is de laatste stad voor de woestijn. Tussen Erfoud en Rissani hadden we verschillende musea of verkooppunten gezien van fossielen. We besloten om aan eentje een bezoek te brengen. Er kwam meteen een jongen naar ons toe en hij begon te vertellen over hoeveel fossielen en mineralen er in dit gebied gevonden worden. Het gebied is zeer bekend bij paleontologen en vooral de trilobieten uit deze regio zijn zeer geliefd.

In de harde kalksteen van het Atlasgebergte zijn de fossielen goed bewaard gebleven. Er is een grote diversiteit en er zijn verschillende bijzondere vormen gevonden van Cambrium tot en met het Devoon tijdperk. Trilobieten zijn uitgestorven geleedpotigen die in de zee leefden. Het lichaam van de trilobiet is opgebouwd uit een aantal delen. Het kopschild en staartschild zijn duidelijk te herkennen. Ze zagen er een beetje buitenaards uit. We liepen rond en zagen ook nog vele mineralen. Alles was natuurlijk te koop maar of het allemaal echt was, is en blijft natuurlijk de vraag.

We kochten voor een paar euro een steentje voor onze verzameling en doneerden een klein bedrag voor het behoud van het museum. We stappen weer naar buiten en in onze auto. Gelukkig met airco want het was al flink heet. Na Rissani volgen we de borden naar Merzouga, nog zo’n 35 kilometer te gaan. We rijden door een grindwoestijn met af en toe wat lage zandduinen. Soms zien we hoe de wind het zand opneemt en er kleine zandwervelstormpjes ontstaan. Ons idee van de woestijn en dat het allemaal zand is, klopt dus niet echt.

De woestijn is voor een groot gedeelte zwart gruis met zand eronder. Door de wind zijn de hoge zandduinen bij Erg Chebbi ontstaan. We zagen de rood kleurige duinen al van ver opdoemen in het landschap. We reden het dorp voorbij en zouden ergens naar rechts af moeten slaan maar we zagen geen weg. Degene waar we ons moesten melden voor de woestijntocht had ook geen adres maar alleen GPS coördinaten door gegeven. We reden door maar keerden weer om. Op de plaats waar we af zouden moeten, zagen we in de verte wel een groepje huizen liggen. In het zwarte grind zagen we bandensporen en we besloten om het er op te wagen. We volgden de sporen, reden rustig en kwamen bij het groepje huizen uit.

Bij de eerste mensen die we zagen vroegen we naar Hassan Lhou. De mannen bleken de buren te zijn en wezen ons het eerste huis dat we gepasseerd waren. Hassan kwam al aanlopen en we werden warm ontvangen. De auto konden we achter het huis parkeren en we werden naar de gastenkamer gebracht. We konden hier de spullen achter laten tijdens onze woestijntocht en morgen konden we hier gebruik maken van de douche. Het was nog veel te warm om te vertrekken en we moesten nog wat tijd door zien te komen. We gingen naar het platte dak en hadden daar vandaan uitzicht over het gebied.

We gingen alvast kijken bij de dromedarissen die ons straks de woestijn in zouden brengen. We gaan per dromedaris de woestijn in en niet per kameel. Beide dieren behoren tot de kameelachtigen en ze hebben veel overeenkomsten. Een dromedaris is een een bultige kameel die zijn oorsprong vind in het Midden Oosten. De kameel daarentegen komt oorspronkelijk uit Centraal Azië en komt nog in het wild voor. Beiden worden gebruikt als vervoersmiddel in de woestijn. Ze kunnen goed tegen de warmte en zweten weinig. Ze kunnen wel  meer dan 100 kilometer per dag afleggen zonder dat zij onderweg water drinken. We speelden ook nog een paar kaartspellen.

Gelukkig konden we binnen zitten want buiten was het echt bloedheet (35 graden).  Tegen 16:00 uur was het tijd en konden we vertrekken. Hassan ging zelf niet mee maar we maakten kennis met Omar de kamelenman. Ik moest als eerste opstappen en zou voorop gaan. Daarna volgde mamma, Keyro en pappa was als laatste. Omar had mijn kameel vast en de rest werd met een touw achter elkaar vastgemaakt zodat ze niet zomaar weg konden. We moesten eerst het stuk naar de weg afleggen. We zagen op de vlakte veel karkassen liggen van dode kamelen. Nadat we de weg hadden overgestoken kwamen we al meteen bij de woestijn en zandduinen.

Er werden in mijn zadeltassen nog wat groenten en voorraad gestopt en toen gingen we echt de woestijn in. Wow, wat vond ik dit prachtig. Ik keek mijn ogen uit en kon er geen genoeg van krijgen. De zandduinen bij Erg Chebbi zijn zo’n 150 meter hoog, 30 km lang en 10 km breed.

De Sahara is de grootste zandwoestijn op aarde. De naam Sahara is afgeleid van het Arabische woord sahra, dat woestijn in algemene zin betekent. De Sahara is zeer droog en er valt maar weinig neerslag per jaar. Niet de hele Sahara bestaat uit de kenmerkende ergs (zandduinen) maar er zijn ook veel rots gebieden.

Hier zagen we voornamelijk rood zand. Het was in totaal ongeveer 1 ½ uur tot we bij het woestijnkamp aan kwamen. Het kamp bestond uit een aantal berbertenten waar we de nacht in zouden doorbrengen. Er waren 5 gastententen, een gezamenlijk tent en een tent voor de kamelenmannen.

Na aankomst waren we vrij om te doen wat we wilden. Pappa en mamma gingen op een board staan en gingen sandboarden de berg af. Echt hard ging het niet. Wij rolden gewoon de zandduinen af en hadden al snel het zand overal zitten.

Na ongeveer een half uur begonnen we te lopen naar de grootste zandduin (Erg) van het gebied. Het was een flinke klim naar boven. We wilden de zonsondergang zien maar helaas. Even voordat de zon zou verdwijnen, schoof er een grote wolk voor. In de schemering rolden we en liepen we terug naar het kamp. Er stond een pot met thee voor ons klaar die we op krukjes voor onze tent opdronken. We kregen gezelschap van een schattig poesje die zelfs voor een langere tijd bij mamma op schoot bleef liggen. We kregen rond 20:00 uur het eten geserveerd in de gezamenlijke ruimte.

Er was nog een Italiaans koppel en een Aziatische vader die Arabisch sprak met twee jonge zoontjes. Aan de laatsten zaten we ons een beetje te ergeren. Eerst haalden ze de poes die rondliep aan en gaven haar wat te eten om haar vervolgens te pesten en weg te jagen. Wij begrepen er helemaal niets van. Het eten was veel en lekker. Salade met rijst en mais vooraf, tajine met kip en groenten en fruit als toetje.

Na het eten waagden we een poging om djembé te spelen. Echt geweldig klonk het niet. Wat later op de avond gingen we nog even bij de kamelenmannen zitten die vannacht in de buitenlucht op een matras zouden slapen. Ze speelden djembé en zongen er bij. Het klonk een stuk beter dan ons getrommel. Het werd steeds donkerder en er kwamen steeds meer sterren tevoorschijn aan de hemel.

Het was bijna volle maan en het werd niet helemaal donker waardoor we minder sterren zagen dan gebruikelijk. Ondanks dat was het toch betoverend mooi. We maakten ons rond 22:00 uur klaar om naar bed te gaan. Morgenochtend worden we op tijd gewekt om de zonsopgang te zien.

De Dadès vallei

Het was vandaag moeilijk om wakker te worden en op te staan. Uiteindelijk zaten we om 8:45 uur aan het ontbijt. We zouden om 9:30 uur starten met de wandeling. Het was nog koud maar het zonnetje begon al aardig te schijnen.

Onze gids heet Olaiyd en we hadden hem gisteren en vandaag al aan het werk gezien in het hotel. Hij vroeg ons wat geduld te hebben en even te wachten. We gingen naar buiten en genoten vanaf het terras van het uitzicht. Wat een verschil was met gisteren.

Om 10:00 uur kwam Olaiyd zich verontschuldigen dat onze lunch nog gemaakt moest worden en we nog niet konden vertrekken. Uiteindelijk was alle klaar en konden we gaan. We liepen een klein stukje langs de weg en sloegen daarna af de wadi (vallei) in.

We liepen langs de rivierbedding die vol met stenen ligt en er stroomt water doorheen.  We liepen langs akkers waar graan (gerst, tarwe), wortelen, kool en aardappelen verbouwd worden. Ook staan er veel palmbomen, amandelbomen en vijgenbomen. Veelal voor lokaal gebruik. We kwamen door slaperige berberdorpjes en langs stoffige ingestorte kashba’s. Zomaar ineens stonden we voor de kleurige rode bergen en vreemd uitziende rotspartijen. Hier loopt een smal bergpad de bergen in.

De tocht bestaat uit drie delen. Het eerste deel was vrij gemakkelijk lopen maar al snel werd het smaller en we moesten we flink gaan klimmen. Dit is dus het tweede deel. Op sommige stukken moeten we ons zien te redden op de bijna verticale rotsen. Met kleine pasjes liepen we over smalle richeltjes en trokken we ons omhoog aan de rotsen om de weg te vervolgen. Sommige stukken waren weer smal en waren we bang dat mamma kwam vast te zitten.

Voor hele dikke mensen is deze route niet aan te bevelen. We kwamen ook twee karkassen van berggeiten tegen die in de winter door het water in de kloof waren verdronken. Olaiyd steekt ons vaak een helpende hand uit maar de meeste tijd loop en klim ik als eerste naar boven. Het laatste stuk naar het plateau was een flinke klim en ging bijna steil omhoog. Olaiyd vertelde ons om rustig aan te doen en heel voorzichtig te zijn.

Ik ondervond geen problemen en stond als eerste boven. Leuk om mamma en Keyro zo te zien zwoegen. Het plateau is grauw en dor en er staan alleen maar rotsplanten en struiken.

We moeten nog een stukje lopen totdat we bij een berberwoning komen. De woning is uitgehakt in de rotsen. We worden door de familie (moeder met drie kinderen) uitgenodigd om binnen te komen kijken. Het is niet groot en best donker. De moeder en dochter verzorgen een kop thee.

Nu niet alleen met mint maar er bleek ook verse tijm aan toegevoegd te zijn. Naast de grot is nog een kleine ruimte waar het vee gestald staat. Er liep een ezel, een jonge geit en een kip. De jonge kinderen keken verlegen naar ons.

De dochter was bescheiden en verlegen maar ondanks at zeer geïnteresseerd in foto’s die we konden laten zien op de display van onze spiegelreflexcamera. De terugweg gaat bergaf en is een stuk gemakkelijker te lopen.

We komen weer uit in de groene vallei maar gaan nog niet terug. We lunchen op een vlak stuk met gras langs de rivier. Het broodje met kip, paprika en uien was het wachten wel waard geweest. Het was veel en er was ook nog banaan en sinaasappel.

De zon scheen behoorlijk fel en het werd aardig warm. We lopen nog een stuk tot we uitkomen bij een plek waar de rivier flink stroomt. We houden een rustpauze bij het water.

Ik was al aardig moe en er werd besloten om terug te lopen naar het hotel. We steken de (op deze plek) flink stromende rivier over. Geen stevige brug maar een smalle boomstam. Het grootste gedeelte van de terugweg lopen we langs de openbare weg.

Goed opletten want sommige auto’s scheurden toch nog best hard langs. Mamma nam me de laatste paar honderd meter op haar rug, super lief.

We waren rond 16:00 uur terug en verlangden naar een lekkere douche. Helaas viel dat tegen en werd het water niet warm. We spoelden ons snel schoon en droogden ons snel weer af. We deden het verder rustig aan. In de avond aten we weer bij het hotel. Helaas werd er exact hetzelfde eten geserveerd als gisteren. Na het eten waren we moe en gingen we direct slapen. Morgen rijden we verder naar nog een kloof in het Atlasgebergte en wel de bekende Todgha (Todra) kloof.