Gamen in Bangkok

We werden rond acht uur wakker in een groot bed in een luxe kamer. Pappa en mamma sliepen in de aangrenzende kamer. Er was een keukentje, eetkamertafel met stoelen, sofa, airco, twee badkamers en televisies. Wat een enorme luxe deze laatste dag. Mamma voelde zich nu belabberd, had koorts en last van haar luchtwegen. Ze bleef langer in bed liggen terwijl wij televisie keken.

In de middag wilden we naar een winkelcentrum om de dag door te komen. Het meisje van de receptie sprak niet al te best Engels en begreep niet helemaal wat we bedoelden. Uiteindelijk kwam ze toch met een idee en werd er een taxi voor ons gebeld. In de omgeving van het hotel was helemaal niets te beleven. De taxi reed ongeveer 20 minuten en bracht ons naar een groot winkelcentrum.

Het was veel drukker dan normaal omdat alle Thai, een vrije dag hadden vanwege Moederdag. We besloten om eerst het foodcourt te zoeken en daar iets te gaan eten. Wij wilden naar de KFC en pappa en mamma bestelden pittig Thais eten. Alles werd betaald met een soort pinpas waar je voorafgaande bij een kassa geld op kon zetten. Na afloop kon je het bedrag dat niet gebruikt was weer terug krijgen en gaf je de pinpas weer terug (gebruik is geheel kosteloos).

We liepen langs verschillende afdelingen in het winkelcentrum en kwamen er zelfs nog een stand van Tupperware tegen!? Mamma helemaal enthousiast natuurlijk.

Op de gameafdeling voelden wij ons goed thuis en mochten we ook op een paar game-apparaten een spelletje doen. We wilden graag in een raceauto maar begrepen niet precies hoe het werkte. Een vriendelijke medewerker legde het ons graag uit. Een Thais jongetje en zijn vader wilden wel tegen ons racen.

Wij gingen in de raceauto zitten en starten het spel. Voor ons was het de eerste keer en we moesten wel even wennen. Het ging best aardig maar we verloren de race, helaas. We liepen heel wat keren rond op zoek naar het Plants vs Zombies spel dat we in het begin hadden gezien maar niet meteen terug konden vinden. We moesten op onze beurt wachten maar uiteindelijk konden we plaats nemen en met de waterstraal richten op de zombies.Ondanks dat ik de wedstrijd later begon dan Keyro, wist ik hem toch te winnen.

We kochten beiden nog een souvenir uit Thailand en keerden toen per taxi terug naar het hotel. We hadden weliswaar uitgecheckt maar konden nog gebruik maken van het zwembad. Heerlijk even spetteren en tot ergernis van pappa en mamma elkaar pesten en plagen in het water.

Ons laatste diner hadden wij bij het hotel. We bestelden Thaise rode en groene curry, een pikante rijstnoedelsalade met garnalen en het bekende gerecht Pad Thai. Het zijn roerbakken noedels met kip of garnalen bestrooid met pinda’s en taugé. Zeer smakelijk en lekker dat we het toch nog konden proeven.

We kleedden ons na het eten om en maakten ons klaar voor vertrek naar het vliegveld. Met een taxi gingen we naar het internationale Suvarnabhumi vliegveld. Inchecken, veiligheidscontrole en paspoortcontrole ging allemaal soepel.

Door het hele vliegveld heen staan prachtige houtsnijwerken en sculpturen. In de centrale hal stond een kunstwerk uitgewerkt in boeddhistische en hindoeïstische stijl, de afmeting was enorm. Ons vliegtuig steeg rond de klok van ?? uur op. We kregen eerst nog avondeten voordat alle lichten uit gingen en we verzocht werden om te gaan slapen. Het lukte niet meteen en we speelden nog spelletjes op de ingebouwde activiteitentablet.

Cu Chi tunnels

Op onze laatste dag in Vietnam gingen wij naar de bekende Cu Chi tunnels. Het is een tour met veel historische waarde en het mag eigenlijk niet ontbreken in je bezoek aan Zuid Vietnam. Eerst hadden we ongeveer twee uur in de bus voor de boeg. De geschiedenis van de Cu Chi tunnels gaat terug naar de Vietnamoorlog of zoals de Vietnamezen zeggen: De Amerikaanse oorlog. In deze oorlog speelde Ho Chi Minh ook een belangrijke rol.

Na de Eerste wereldoorlog vertrok Hồ in 1923 naar het communistische Rusland. Hij ging weken voor een bedrijf en werd hun afgevaardigde in China. In 1941 keerde hij terug naar Vietnam om de onafhankelijkheidsbeweging Viet Minh te leiden. Hij zorgde tijdens de Tweede wereldoorlog voor veel succesvolle militaire acties tegen de Japanners.

Na de oorlog zag de Viet Minh beweging de mogelijkheid om na de revolutie aan de macht te komen en werd Noord Vietnam onafhankelijk. Het land kwam onder leiding te staan van de communistische partij van Hồ en hij werd de eerste premier. De verkiezingen die later dat jaar gepland stonden, werden echter tegengehouden door de Verenigde Staten. Hierop brak in 1957 de Vietnamoorlog uit tussen de VS en Zuid-Vietnam aan de ene kant en communistische Noord-Vietnam en de Viet Minh aan de andere kant.

Zuid Vietnam werd militair door de VS gesteund maar het Vietnamese volk kwam zelf ook in opstand tegen de VS. Samen met gevluchte Vietminh-strijders infiltreerden ze in speciale eenheden en verenigden zij zich met lokale vechtende guerrillagroepen. Zo ontstond de communistische guerrillabeweging de Vietcong.

Vietcong werd door de Amerikanen afgekort tot VC en uitgesproken volgens het Navo alfabet “Victor Charlie”. Er volgden bombardementen op het noorden maar ook het gebruik van chemische wapens zoals napalm die in het zuiden in de strijd tegen de werd gebruikt, richtten zware verwoestingen aan. Er werden steeds meer Amerikaanse troepen in Vietnam gevestigd. De VS had genoeg zelfvertrouwen om te geloven dat ze de Viet Minh wel aan konden en konden verslaan.

De VS had meer materiaal en wapens beschikbaar en ze waren veel sterker dan de Vietnamezen. De Amerikanen dachten dat ze de oorlog binnen enkele maanden zouden winnen maar dit liep al snel uit en werden jaren. Eén van de redenen was dat de Vietcong zich terug kon trekken in de ondergrondse tunnels zoals die bij Cu Chi. De Viet Minh en Vietcong maakte gebruik van het tunnelstelsel en was hierdoor een dodelijke, gevaarlijke en ongrijpbare vijand.

In de bodem, die zacht en kleiachtig is, werden tunnels uitgegraven (meestal in het natte seizoen) die stabiel bleven en niet instortten. De ingang van de tunnels waren goed verborgen en voor het blote oog nauwelijks zichtbaar. De gangen waren heel smal en gegraven op verschillende niveaus. Ze volgden dikwijls een zigzag patroon en hadden vaak bochten ter bescherming tegen explosies.

In de gangen waren allerlei valkuilen aangelegd om ongewenste indringers te verjagen. De tunnels waren een wereld op zich met onder andere ondergrondse werkruimtes, hospitalen, slaap- en eetruimtes en wapen- en voedselopslag. Het leven van de strijders in de tunnels moet ongelofelijk hard zijn geweest. De lucht om in te ademen was slecht, er leefde veel ongedierte en ze hadden last van vitaminetekort door gebrek aan zonlicht.

De strijders zaten overdag voornamelijk ondergronds en verlieten de tunnels in de nacht om de strijd te gaan voeren. Ze konden in een gevecht zijn met de Amerikaanse soldaten en dan ineens weer in het niets verdwijnen, vaak tot grote verbazing van de Amerikaanse soldaten.

Er werden pogingen ondernomen om de tunnels op te blazen maar dit had weinig succes. Net zoals het gebruik van traangas om de tunnels mee te vullen. Er waren te veel foefjes om de doorgangen af te sluiten waardoor de verspreiding van het gas werd tegen gegaan. Het circa 250 kilometer uitgestrekte tunnelcomplex werd pas echt beschadigd toen de Amerikaanse luchtmacht het gebied begon te bombarderen met B-52 vliegtuigen die een bommenregen veroorzaakte. Ho Chi Minh probeerde tijdens dit conflict, waarbij meer dan een miljoen mensen omkwamen, regelmatig over vrede te onderhandelen, maar dit was tevergeefs. De overwinning van Vietnam kwam uiteindelijk in 1975 en een jaar later werd de Socialistische Republiek Vietnam uitgeroepen, waardoor Noord- en Zuid-Vietnam weer herenigd werden.

Tegenwoordig is een deel van het tunnelcomplex omgebouwd tot een museum en is het gebied te bezoeken. Per groep werden we met gids en begeleider toegelaten op het complex. We kregen eerst een algemene inleiding over de oorlog en de kant van het verhaal van de Vietnamezen. Dit verhaal is natuurlijk heel anders dan het verhaal die in de Westerse wereld wordt verkondigd.

Na de inleiding we de bossen in. Heel vreemd om hier te lopen en te weten dat hier zo heftig is gevochten in het verleden. Als eerste zagen we slim ontworpen ventilatieschachten die op termietenheuvels leken. Daarna gingen we op zoek naar een ingang van een tunnel. Vaak zijn deze goed verstopt onder de bladeren van de jungle. Wij wisten dat er een ingang moest zijn en nog zagen wij het niet.

De ingang die tevoorschijn kwam, bleek heel klein te zijn. En dan te bedenken dat de tunnels zijn vergroot en verbreed om de bezoekers makkelijker toe te laten dan dat ze daadwerkelijk waren. Pappa ging als tweede van de groep in zo’n tunnel en moest wat moeite doen om zich er in te laten zakken. Een paar meter verder kwam hij er bij een andere ingang weer uit. We konden allemaal 3 verschillende tunnels in die varieerden in lengte. Het was zelfs voor mij al moeilijk bewegen in de gangen, laat staan hoe het voor een volwassene geweest moet zijn!

We zagen nog een hospitaal en een ondergrondse ruimte waar van Amerikaanse wapens nieuwe wapens of boobytraps werden gemaakt. Een ander deel van het museum is ingericht op de diverse boobytraps (valkuilen) die de Vietcong voor zijn vijanden achterliet.

Zeer afschrikwekkend. Na de rondleiding konden degenen die het wilden nog een bezoekje brengen aan een schietbaan. Hier kon men tegen betaling wat kogels afschieten met verschillende soorten wapens. Ik kon me niet indenken dat iemand dit zou doen. Toch waren er in de bus drie personen die het wel wilde. Waarom zou je dat doen, vroeg ik mij af?

We moesten ongeveer een 20 minuten wachten tot deze hedendaagse soldaatje “Wanna Be” klaar waren en we aan de terugreis naar HCMC konden beginnen. We arriveerden daar rond 15:00 uur en liepen direct door naar de Bui Vien waar we aan het einde van de straat bij restaurant Five Oysters, een tafeltje vonden. Het was ondertussen weer zachtjes begonnen met regenen.

We bestelden een gerecht met aubergine (mamma), morning glory met kip. Na het eten bleven we onder genot van een drankje nog wat aan tafel zitten en speelden we een potje pesten. Tegen de klok van 17.:00 uur lopen we naar het hotel om onze spullen op te halen. We hadden een taxi gereserveerd die ons naar het vliegveld zou brengen. Eén van de medewerkers gaf aan dat de taxi er was maar toen we langs de weg stonden, zagen we hem niet.

De medewerker was al aan het bellen toen mamma aan de overkant iemand met de lampen zag seinen. Het bleek onze taxi te zijn. Het was natuurlijk midden in de spits en alle wegen stonden vast. De chauffeur probeerde iedere keer een andere weg om sneller vooruit te komen maar dat mocht niet helpen. Gelukkig hadden wij geen haast en waren we ruim op tijd bij het vliegveld. We vlogen met lowcost airline Nok Air naar Bangkok.

Het inchecken duurde enorm lang en toen wij uiteindelijk aan de beurt waren, begrepen we ook waarom. Bij iedere balie zat een stagiaire en iedereen moest een vliegticket voor kunnen leggen voor het verlaten van Thailand. Een en ander had te maken met het visum voor Thailand. Handig als je voor de balie staat en dit nog op moet gaan zoeken in je email?!

Het mailtje dat we in eerste instantie hadden was niet voldoende en uiteindelijk vond pappa de benodigde formulieren, pfff. Uiteindelijk waren we ingecheckt en mochten we mee op de vlucht naar Bangkok. We kwamen de tijd door met snuffelen in de Tax free winkeltjes en wat spelen op de tablet. Ook belden we met jarige oma Margriet om haar te feliciteren. De vlucht verliep prima en om 22:30 uur  landden we op het oude vliegveld Don Muang.

We hadden al snel onze bagage en liepen naar de taxistandplaats. Er stond een mega wachtrij en we besloten om met de Airport shuttle gratis naar het andere vliegveld Suvarnabhumi te gaan en daar vandaan een taxi te nemen naar het geboekte hotel. Het hotel lag ergens tussen in dus het zou qua tijd weinig uitmaken. Al snel kwamen we erachter dat er heel veel file stond op de snelwegen rondom Bangkok

De shuttlebus was snel bij het andere vliegveld en gelukkig wisten we ook snel een taxi te krijgen. We stonden in de staart van een file maar de chauffeur wist om te rijden. Wij waren letterlijk doodmoe en konden nog nauwelijks op onze benen staan. We kwamen rond 1:00 uur aan bij Hotel Siam Piman en hadden nog twee gasten voor ons die nog aan het inchecken waren. Toen pappa wilde inchecken vond de baliemedewerker geen reservering en waren we even bang dat we nog niet naar bed konden. Uiteindelijk werd de reservering gevonden en konden we snel inchecken, naar de kamer en slapen.

Fietsen door Bangkok

Wat hadden wij een moeite om vanmorgen wakker te worden en op te staan. Maar ja, wat wil je het was nog midden in de nacht. Toch moesten we opschieten want we werden om 6:30 uur aan de andere kant van het centrum verwacht bij het kantoor van Co van Kessel. Op straat vonden we direct een taxi die ons naar het kantoor wilde brengen. We waren vrij snel daar omdat het verkeer zo vroeg in de morgen nog niet echt druk was.

Het kantoor ligt in de wijk Yaowarat en is ’s werelds grootste Chinatown. Co van Kessel is een Nederlandse touroperator die dertig jaar geleden is begonnen met het aanbieden van tochten door Bangkok. Helaas is hij zelf in 2012 overleden maar zijn werk wordt voorgezet door een enthousiast team. We meldden ons aan bij de ontvangstbalie en vulden enkele papieren in.

We zouden een tocht gaan maken door Bangkok en wel op de fiets! WTF! Hoe gaan we dat overleven met al dat verkeer, dacht ik? We kregen allemaal een mooie gele fiets en stelden het zadel in op de juiste hoogte. Voorop de fiets zat een handig mandje waar we onze waterflesjes en andere spullen in konden leggen. Ronac kreeg een speciale kinderfiets. Samen met nog zes andere Nederlanders gingen wij om 6:45 uur op pad.

DCIM101GOPRO

Onze gidsen waren de Nederlandse Beau en de Thaise Tommy. Ronac fietste direct achter Beau en zou het tempo aangeven voor de groep. Eerst fietsten we naar de pier van de Chao Phraya Express  en stapten we met fiets en al op de boot naar de overkant. De wijk Arunpat lag direct aan de overkant en grensde vroeger aan het paleisterrein van koning Taksin. In de korte tijd dat deze koning regeerde was Thonburi de hoofdstad van Siam. De koning probeerde zijn Siamese rijk weer op te bouwen na de verwoesting van de oude hoofdstad Ayutthaya door de Birmezen. Hij gebruikte daarbij de hulp van allerlei bevolkingsgroepen. De Portugezen die voor hem hadden gevochten en de Chinese immigranten en Maleisische handelaren die hem van wapens hadden voorzien, gaf hij land en toestemming voor het bouwen van een kerk, scholen en moskeeën. Ondanks de vele migranten is de sfeer in deze wijk is uitgesproken Thai en je komt er nauwelijks toeristen tegen.

We kwamen terecht in het gekrioel van een ontwakend Bangkok. We hobbelden op onze fiets door straatjes die minder dan twee meter breed waren. Af en toe moesten we flink op de rem om verschillende obstakels te ontwijken. We fietsen over de lokale markt tussen de lokale bevolking door. Ook zij rijden gewoon met hun scooter langs de kraampjes. Op sommige plaatsen moesten we even van de fiets afstappen en gingen we lopend met de fiets in de hand. We roken verschillende geuren en kleuren van al de producten die te koop aangeboden worden. De lokale bevolking doet hier hun dagelijkse boodschappen. De producten worden vers ingeslagen en maar voor één maaltijd gebruikt.  Er was een overvloed en ruime keuze aan groente, fruit, vlees, vis, rijst etc.

Ook zagen we veel eetstalletjes waar de Thai hun ontbijt aan het verorberen waren. We kregen bij één van de stalletjes kokosnootpannenkoekjes. Ik vond het net poffertjes. In het Thais heet de snack: Kanom Krok. De verkoper had een soort poffertjespan op het vuur staan. Daarin werd eerst het beslag, zoals wij dat ook kennen van de pannenkoeken, gegoten. Vervolgens deed hij daar kokosnootmelk en een topping overheen. De topping kan bestaan uit bosui of maiskorrels. Toen het beslag wat gestold was, haalde hij alles in één keer van de plaat en begon met een schaar te knippen. Nadat hij klaar was met knippen deed hij de pannenkoekjes op elkaar, zodat er een soort van gesloten bolletje ontstond. Per portie betaal je 30 tot 40 baht en krijg je er een stuk of zeven. Het is een erg populaire snack in Thailand die wij zeker wel wilden proeven! We hapten er in. Van binnen waren de pannenkoekjes nog niet helemaal gestold. De kokosmelk droop langs onze vingers en we plakten direct aan alle kanten. Ik vond het lekker maar niet super bijzonder.

We stapten weer op onze fietsen en vervolgden onze weg. Soms fietsten we over het trottoir en dan weer over een “soort van “ fietspad. Onze route ging over de rechter oever (Thonburi-kant) van de Chao Phraya rivier. In de verte zagen we de bekende Wat Arun maar deze prachtige tempel met Chinees porseleinen versieringen stond in de steigers voor restauratie. We stopten bij de Portugese kerk Santa Cruz en kregen daar verschillende soorten fruit te eten. We kregen ramboetan en mangosteen. Heerlijk tropisch fruit dat in Nederland niet of nauwelijks verkrijgbaar is. De mangosteen is sappig en het witte vruchtvlees is zoetzuur van smaak. De ramboetan met zijn “harige” schil had stevig wit vruchtvlees met een zoete smaak.

Als we weer op de fiets stappen komen we niet veel later uit bij de Wat Kalayanamit. We zien bouwvakkers aan het werk. Ze zijn de tempel en het gebied er omheen aan het renoveren. We gaan de tempel in en het blijkt een prachtig versierde ruimte te zijn met een enorm groot zittend Boeddha beeld. De Boeddha is 15 meter hoog en 12 meter breed en neemt bijna de hele ruimte in beslag. Ondanks dat het een boeddhistische tempel is, zie je hier ook veel Chinese invloeden en versieringen. Naast de tempel ligt een basisschool en we krijgen de toestemming om het schooltje even te bezoeken. De kinderen hebben net pauze en krijgen een pakje drinken.

Opvallend is dat ze allemaal een uniform dragen. De leerkrachten spreken een beetje Engels zodat een paar leerkrachten uit onze groep het een klein gesprekje kunnen voeren. Na deze korte onderbreking werd het hoog tijd om verder te gaan. We gaan opnieuw het water op maar deze keer niet met de ferry maar met een longtailboot.  De fietsen gaan gewoon mee! Ze worden netjes om en om tegen elkaar neergezet en als ze allemaal zijn ingeladen, kunnen wij aan boord. Ronac en mamma stappen voorin en pappa en ik zitten helemaal achterin. Een paar mensen moeten van plaats wisselen om de boot in balans te houden. Als iedereen zit, geeft de kapitein gas en de boot schiet vooruit! Het lijkt wel of we op moeten stijgen de lucht in, zo hard gaat het. Het water spat lekker hoog op aan beide zijkanten. Op deze manier verkenden we de vele kanalen en vertakkingen van de Chao Phraya. De kanalen worden “klongs” genoemd. Vooral de oude wijk Thonburi dat “Venetië van het Oosten” wordt genoemd is een wirwar van klongs. De klongs worden gebruikt voor transport, drijvende markten maar ook voor het lozen van afvalwater. Langs de kanalen zagen we houten huizen op palen, schamele hutjes, tempels, markten en restaurantjes. Ook werden er twee varanen langs de oevers gespot. Na ongeveer een half uur varen gingen we aan wal om bij één van de restaurantjes te gaan eten. Er stond allerlei lekkers op tafel maar om dat het pas 9:30 uur was, had ik nog niet zo veel trek. De eigenaresse sprak zelfs een aantal woorden Nederlands, grappig.

Het laatste deel van de fietstocht ging over betonnen weggetjes door een gedeelte waar vroeger bloemen en fruitplantages waren. Tegenwoordig is de grond opgekocht door projectontwikkelaars en worden er nieuwe huizen gebouwd. Ondanks dat er veel gebouwd wordt, is dit gedeelte nog vrij groen en heerst er vooral rust. Op een bepaald punt werden we weer door de longtailboot opgepikt en gaan we via het water terug naar het beginpunt. Voordat we de Chao Praya rivier opgaan moeten we de reddingsvesten aan doen. De zon was al aardig aan het schijnen en de reddingsvesten waren super warm. Eenmaal op de rivier gaf de kapitein gas en scheuren we letterlijk over het water. Het bootje stuiterde alle kanten op. Uiteindelijk zetten we veilig en wel weer voet aan wal. Het laatste stukje fietsten we door een deel van een ambachtswijk. Hier kun je voornamelijk alles voor auto, motor en scooters kopen. Onder andere auto-onderdelen worden gerecycled. Niets wordt weggegooid en alles krijgt een tweede leven. Veel onderdelen komen uit Singapore. In Singapore mogen motoren en auto onderdelen niet ouder zijn dan drie jaar en deze worden daarom veel verkocht aan het buitenland. Veel onderdelen komen dus naar Thailand en worden hergebruikt voor verschillende voertuigen zoals longtailboot, tuk tuk of motor. Opvallend was de sterke geur van rubber en motorolie.

Als laatste bezochten we nog een oude Chinese tempel. De hoofdkleuren van de tempel waren rood en geel. De kleuren staan voor geluk en rijkdom. In de tempel komen geregeld tempelbezoekers die ieder zijn of haar eigen ritueel heeft. We zagen verschillende soorten offers. Zo waren er wierrookstokken, Chinese godenpapier, kaarsen, bloemen en eten of drinken. Ook was er een grote dikke lachende Boeddha. Beau onze gids vertelde ons de legende. Deze Boeddha was eerst heel mooi en had alles wat hij wilde. Hij was dit zat geworden en wenste dat hij lelijk was. Een dag later was hij lelijk en dik. Hij voelde zich veel gelukkiger en had geen zorgen meer. Hij trok door China om het boeddhisme te verspreiden en werd hierbij vaak omringd door kinderen. Vanwege zijn gulheid en blijheid noemt men hem vaker de “Happy Boeddha”.

We fietsten nog een klein stukje en ineens stonden we weer voor het kantoor van Co van Kessel. De fietstour was afgelopen. We namen afscheid en vonden een taxi. We lieten ons afzetten bij Kao San Road omdat de taxichauffeur het adres van ons hotel niet kende. We liepen wat door Kao San Road met zijn vele souvenir kraampjes. In een zijstraat dronken we een lekkere smoothie bij één van de vele toeristische restaurantjes. Ronac had honger en kreeg nog een paar kleine pannenkoekjes met chocoladesaus. Hij at het niet helemaal op en ik mocht de restjes op eten. We waren wat moe geworden en hadden geen zin om terug te lopen naar ons hotel en namen een tuk tuk. Voorafgaande aan het ritje moest er eerst onderhandelt worden (afdingen) over de ritprijs. Natuurlijk betaalden we nog veel te veel voor het korte ritje. Een tuk tuk is een lawaaierig voertuig met drie wielen. De naam is afgeleid van het geluid dat de motor van het vervoersmiddel maakt. Vooraan zit de chauffeur en achter op een brede bank zaten wij, de passagiers. Het was een leuke ervaring om hier een ritje mee te maken. We moesten ons goed vast houden want de tuk tuk scheurde door het verkeer.

In het hotel namen we een douche om ons wat op te frissen en daarna vertrokken we in de richting van de Giant Swing. Onderweg kwamen we langs winkels waar je Boeddha’s in alle vormen en maten kon kopen. De Giant Swing lag echt heel dichtbij het hotel en we waren er zo. De originele schommel werd gebouwd in 1784 als heiligdom door koning Rama I. Het heiligdom ligt op een plein voor de oude Wat Suthat. De Giant Swing werd diverse keren herbouwd en wordt nu nog gebruikt bij ceremonies. We liepen door en kwamen uit bij een centraal park waar veel mensen bezig waren met hun dagelijkse work-out. Van jong tot oud kan men zich in dit park op zijn of haar eigen manier bewegen. Een rondje hardlopen, gewichtheffen, balans oefeningen of een work-out op een van de aanwezige fitness toestellen behoort tot de mogelijkheden. Wij vonden het leuk en deden vrolijk mee.

Na onze work-out liepen we naar de Wat Saket of ook wel Golden Mount (Gouden berg) genoemd. De Boeddhistische tempel ligt op een kunstmatige heuvel die is omgeven met een betonnen muur. De muur is gebouwd om instortingsgevaar door erosie te voorkomen. Het was een steile klim maar het uitzicht over de stad was fenomenaal. Helemaal bovenop de heuvel staat een blinkende gouden stoepa.

We brachten een tijdje boven door maar wilden niet wachten tot het helemaal donker was. We liepen terug in de richting van het hotel en vonden een plaatsje in een restaurant waar geen woord Engels werd gesproken. We bestelden wat gerechten door deze aan te wijzen op de menukaart. Het bestelde drinken werd door de bediende bij de buren gehaald. Op tafel kwam Som tam, een pittige salade van onrijpe gesnipperde papaja met pinda’s, gedroogde garnaaltjes en tomaten, een pittige groene curry en rundvlees met groenten in pepersaus en een salade met rundvlees. Het smaakte goed. Ons hotel bleek uiteindelijk om de hoek te liggen en we waren weer snel terug. De spullen werden ingepakt want morgen gaat onze reis verder.

Wat Phra Kaew

Bangkok ligt op de oever van de Chao Phraya rivier en zo’n 25 kilometer van de Golf van Thailand. In het verleden werd het land Siam genoemd. Vroeger was Ayutthaya de hoofdstad van Siam en was Bangkok maar een kleine handelsplaats met verbinding naar zee. Nadat steeds meer drasland werd drooggelegd werd de hoofdstad verplaatst naar Bangkok. De Thaise naam voor Bangkok is Krung Thep of ook wel volledig Krung Thep Mahanakhon Amon Rattanakosin Mahinthara Ayuthaya Mahadilok Phop Noppharat Ratchathani Burirom Udomratchaniwet Mahasathan Amon Piman Awatan Sathit Sakkathattiya Witsanukam Prasit. De stad heeft hiermee een wereldrecord in handen voor de langste plaatsnaam.

Wij begonnen onze dag met een ontbijt op de vijfde etage van ons hotel. Er was koffie en thee, cornflakes, noedelsoep, toast en een versgebakken eitje. Een goede start voor onze verkenning van de bekendste bezienswaardigheden van de stad.


We verlieten het hotel op weg naar het grootste paleis van Thailand. Onderweg ontmoetten wij een Spanjaard die vertelde dat we ons paspoort nodig hadden om binnen te komen en dat het pas vanmiddag weer toegankelijk was in verband met een ceremonie. We liepen even terug om de paspoorten te halen maar besloten om toch naar het paleis te lopen omdat er veel oplichterij plaats vindt op straat. Bij het paleis moesten we inderdaad een procedure doorlopen met ons paspoort maar we konden gewoon naar binnen.

Het paleis bevindt zich op het eiland Rattanakosin in het historische hart van Bangkok. Eén van de eerste koningen van Thailand, Rama I, liet in de 18e eeuw het paleis bouwen. Het terrein van het paleis is even groot als 142 voetbalvelden en wordt volledig omgeven door een witte muur. Thailand is één van de weinige landen in Azië dat niet is gekoloniseerd. Thailand heeft net als Nederland een koninklijk huis en een regering. Aan het hoofd van het koninklijk huis staat een koning en bij de regering een minister-president. In oktober 2016 is de 88 jarige koning Bhumibol overleden. De koning heeft in totaal 70 jaar het land geregeerd. Hij was de langstzittende vorst ter wereld. De koning was zeer geliefd bij de Thai en zijn overlijden heeft een grote impact gehad. Er werd zelfs een jaar van rouw afgekondigd. De kroonprins, zijn zoon, zal hem opvolgen. Overal in de hele stad zagen we bloemenkransen met foto’s van de overleden koning hangen. Ook is er iedere dag een speciale ceremonie bij het paleis waar mensen uit heel Thailand naar toe komen om afscheid te nemen van hun koning, indrukwekkend.

We volgden de mensenstroom en kochten een entreekaartje voor het paleis. Er zijn meer dan 100 gebouwen maar het belangrijkste gebouw is de Wat Phra Kaew. De tempel van de Smaragdgroene Boeddha is de belangrijkste Boeddhistische tempel van Thailand. We liepen eerst in het gebied rondom de tempel. Overal waar je kijk, zie je gouden tempels, muren bedekt met edelstenen en mozaïektegeltje, pilaren afgezet met goud en kleine spiegeltjes en beelden van goden. Het is één en al bling bling. Keyro voelde zich niet echt lekker vermoedelijk door de warmte en we deden het rustig aan.

Anders dan in andere tempels wonen er in dit complex geen monniken. We bezochten het heiligste deel van het tempelcomplex waar de Smaragdgroene Boeddha gehuisvest is. Het beeld is maar 66 centimeter groot en niet gemaakt van smaragd (zoals de naam doet vermoeden) maar van jade. Volgens de legendes komt het beeld oorspronkelijk uit India. De Smaragden Boeddha draagt ieder seizoen een ander kostuum. Eén van de bewakers liet ons op zijn telefoon foto’s zien hoe de verschillende kostuums er dan uit zien. Zo draagt Boeddha in de zomer een kroon en sieraden, in de winter een gouden sjaal en in de regentijd een vergulde monnikspij en hoofdtooi. Alleen de koning of kroonprins mag de kostuums verwisselen tijdens een ceremonie. Het moet voorspoed en geluk brengen in ieder seizoen.

Na het bezoek aan de Smaragden Boeddha liepen we via het Koninklijk Paleis naar de uitgang. Wat een mensen niet normaal! We vervolgden onze weg in de richting van de Wat Po. Onderweg stopten we voor een ietwat verlate lunch bij restaurant Royal Club. Hier aten pappa en Keyro een heerlijke pittige Thaise groene curry, eentje met kip en eentje met beef. Ik had een mildere Massaman curry en mamma had garnalen met knoflook en basilicum. Het gerecht zat boordevol met hele rode rawitpepers. Het stoom kwam haar uit de oren. Gelukkig had zij een soda met limoen en honing om de hitte wat te temperen. Wij dronken een verse mango smoothie.

 

Met weer nieuwe energie liepen we naar de Wat Pho. Het Thaise woord voor een tempel met een klooster is “Wat”. In heel Thailand staan naar schatting zo’n 30.000 tempels die bewoond worden door ongeveer 250.000 monniken. Het Boeddhisme is geen geloof maar een levenswijze. Toch wordt het gezien als de belangrijkste “godsdienst” van het land. De Wat Pho is de grootste en oudste tempel van Bangkok. Op het terrein zagen we veel stoepa’s (symbool van het Boeddhisme). De stoepa’s zijn kleurrijk versierd met Chinees porselein. De legende gaat dat vroeger veel Chinese schepen aanmeerden in de haven van Bangkok en hier hun overtollig porselein dumpten. Veel porselein werd gerecycled en gebruikt om tempels mee te versieren.

Het hoogtepunt van deze tempel is de Phra Buddha Saiys. De 46 meter lange en 15 meter hoge liggende boeddha wordt in heel Thailand aanbeden. Het was niet gemakkelijk om het Boeddhabeeld te fotograferen want het ligt verscholen achter grote pilaren. Terwijl we door het tempelcomplex liepen begon het een heel klein beetje te regenen. Op ons gemak liepen we terug naar het hotel om even wat bij te komen van de hitte. ’s Avonds zijn we gaan eten bij Krua Apsorn restaurant een paar blokken verwijderd van ons hotel. Het restaurant had verschillende prijzen gewonnen.

We bestelden weer verschillende gerechten o.a. Massaman curry met garnalen en lotuswortel, gebakken rijst en een rode curry. Ik wilde graag de Thaise viskoekjes maar deze zouden erg pittig zijn volgens de serveerster. Toch werden ze besteld en ze waren heerlijk. Een beetje pittig maar zeker niet zo dat de vlammen uit mijn oren kwamen. Mamma had een bekend Thais gerecht: Tom Yam Kung, een Thaise pikante en zure soep met garnalen. Terug op onze kamer was er weinig tijd om nog iets te doen want morgenochtend moeten we om 5:30 uur al opstaan voor een activiteit. Wordt vervolgd……

Streetfood

We sliepen een aantal uurtjes maar veel was het niet. Na iets meer dan 11 uur vliegen landden we op het Suvarnabhumi International Airport. Vanwege het tijdsverschil tussen Nederland en Thailand moesten we ons horloge aanpassen en 5 uur later zetten. Eenmaal op Thaise bodem moesten we eerst langs bij “immigration” voor de paspoortcontrole en het visum. Hier stond een MEGA rij en het duurde meer dan een uur voordat we langs de immigratie aren en het visum in ons paspoort hadden zitten.

De skyline van Bangkok, vanuit de shuttlebus richting centrum.

De bagage draaide al rondjes op de bagageband en die hadden we snel opgepikt. Buiten zochten we naar de airport shuttle bus die heen en weer pendelt tussen het vliegveld en de bekende backpackersstraat (wijk) Kao San Road. De bus stond al klaar en vertrok direct toen wij instapten. We kochten een kaartje voor slechts 60 baht, ongeveer € 1,50 per persoon. Het was 33 kilometer van het vliegveld naar Kao San Road maar het verliep vlotter dan we hadden verwacht.


Kao San Road

Bangkok is een miljoenenstad en de eerste indruk was overweldigend. Er wonen zo’n 8 miljoen mensen in Bangkok en met de buiten wijken etc. wordt het totaal aantal op 15 miljoen geschat. Na 50 minuten verlieten we op Kao San Road de bus en moesten we nog een stukje te voet verder. Met behulp van de gedownloade wegenkaarten zochten we de weg naar het Siri Poshtel Hotel. We kwamen door leuke straatjes gevuld met markt- en eetkraampjes. Ons hotel lag op ongeveer 15 minuten lopen van Kao San Road in een rustig gedeelte en opvallend minder toeristisch.

We kregen een ruime, schone kamer met drie stapelbedden. We namen even wat rust want het was behoorlijk warm. Bovendien waren we ook redelijk moe van de hele reis. We besloten op tijd te gaan eten zodat we vroeg naar bed konden. Voor de Thai speelt eten een grote rol in het dagelijks leven. Een Thai eet niet zoals ons drie keer per dag maar snackt de hele dag door. Tijdens het lopen naar het hotel hadden we al diverse eetstalletjes, foodcourts, handkarren, fietsen, brommers en driewielers gezien die eten verkopen. Het eten langs de kant van de weg is niet alleen heel erg goedkoop maar moet ook nog eens overheerlijk zijn.

Keyro was meteen verliefd op Bangkok en vooral de Thaise keuken.

Tijd om het uit te gaan proberen! We vonden in een zijstraat bij het hotel een aantal eetstalletjes aan de straat en namen daar plaats aan een tafeltje. Er was geen menukaart maar op plaatjes wezen we aan welke gerechten we wilden hebben. We namen vier gerechten en proefden van allemaal. Het was overheerlijk en kostte ons 262 baht, nog geen 7 euro, inclusief (dure merk) frisdrank. Helaas is het stadsbestuur van Bangkok bezig om de kraampjes met “Street food” te verbieden. Met ingang van 2018 moeten alle straatverkopers zijn verdwenen uit het straatbeeld. Erg zonde als je bedenkt dat juist deze voedselkramen een belangrijk kenmerk zijn van Bangkok. Terwijl wij zaten te eten brak er een tropische regenbui los. Niet normaal de regen kwam echt met bakken uit de lucht. De trottoirs stonden blank en het regenwater kon niet weg. Na een tijd wachten besloten wij om de regen toch te trotseren en naar het hotel terug te gaan. Ronac kon het niets schelen en liep dansend door de regen en was tot op zijn onderbroek nat. In de hotelkamer droogden we ons lekker af en gingen we zonder te klagen direct ons bedje in.