Awarradam in het binnenland (dag 9)

Na een dikke week gingen we appartementen Martinus verlaten voor een vierdaagse trip naar Awarradam. De grote rugzakken lieten we achter bij appartementen Martinus en we namen een sporttas en twee kleine rugzakken mee voor onze tocht naar het binnenland. We werden om 09:30 uur opgehaald door Reginald die ons naar het vliegveld Zorg en Hoop bracht. Het vliegveld lag ten westen van het centrum van Paramaribo. Het was gelegen tussen de twee wijken Zorg en Hoop en Flora. Vanaf dit vliegveld vertrekken binnenlandse charter- en lijndienstvluchten met kleinere vliegtuigen.
Wij vlogen met Gum Air, een Surinaamse maatschappij die voornamelijk de charters doet naar het binnenland en het Caribische gebied. We werden opgewacht door iemand van de Mets organisatie en moesten daar in de naar wat men zegt de vertrekhal is plaats nemen tot iedereen aanwezig was. We kregen een broodje met kaas en een bekertje drinken. Er bleken rond dezelfde tijd  twee vluchten te vertrekken, één naar Pallumeu en één naar Awarradam. Toen iedereen er was moesten alle passagiers voor de vlucht Awarradam gezamenlijk met hun bagage op de weegschaal. De kleine Cessna vliegtuigen mogen maar een bepaald gewicht aan boord hebben vandaar het wegen. Uiteindelijk vertrok de groep naar Pallumeu ruim een half uur eerder.

Wij stapten rond de klok van 11:45 uur in de Cessna Karavan. Het was een eenmotorig vliegtuig voor maximaal 12 passagiers met één piloot. Het toestel taxiede snel naar de startbaan en het toestel was zo in de lucht. Het weer was helder dus we zagen goed de uitgestrektheid van Paramaribo en het Brokopondo stuwmeer. Awarradam lag ongeveer 225 kilometer ten zuiden van Paramaribo in het amazoneregenwoud. We vlogen ongeveer 50 minuten en toen zagen we tussen het broccoli landschap, zo noemde ik het, het dorp Kajana verschijnen. We landden op een landingsbaan dat gewoon een grasveld bleek te zijn?.


Met het kleine vliegtuigje naar de jungle.

We maakten kennis met onze gids voor de komende dagen, Sensi genaamd. Hij bleek uit een van de dorpen hier in de buurt te komen en was dus heel bekend met dit gebied. Onze bagage werd uit het vliegtuig gehaald en naar de korjaal gebracht. We zagen het vliegtuigje weer vetrekken en liepen toen naar de korjaal. Er bleken geen kinderzwemvesten aanwezig te zijn dus moesten Ronac en ik een zwemvest voor volwassenen aan. We verdronken in het grote zwemvest en mochten we overboord slaan dan zullen we er eerder mee verdrinken dan dat het ons zal redden. Maar ja, we moesten het vanwege veiligheidsaspecten aan. Bij de het jungle resort zouden kinderzwemvesten zijn dus het was alleen maar om daar te komen.

Awarradam maakt deel uit van het gebied Langu waar acht dorpjes toe behoren en die liggen aan de Gran Rio rivier. De Gran Rio komt stroomopwaarts samen een andere rivier en gaat daarna de Surinamerivier heten. Uiteindelijk loopt deze via het Brokopondomeer en Paramaribo uit in de Atlantische oceaan. In de dorpjes langs de Gran Rio wonen voornamelijk de Saramaccanen. De Saramaccanen zijn afstammelingen van de weggevluchte slaven die zich diep in het oerwoud hebben gevestigd.

We stapten in de lange korjaal en gingen twee aan twee zitten. Tijdens de 25 minuten durende tocht zagen we langs de oevers van de Gran Rio de mensen uit de dorpen bezig met hun dagelijkse bezigheden. Er werd gewassen, gevist en door kinderen gespeeld in het water. Uit respect voor geloof en traditie was ons gevraagd om geen foto’s te maken van de dorpelingen zonder nadrukkelijke toestemming. Het fototoestel en de camera bleven in de tas en we lieten al deze indrukken goed op ons inwerken.


Spetteren in de gran Rio.

In Awarradam werden we uitbundig verwelkomt door het personeel. Er werden handen geschud en als een lopend vuurtje ging over het eiland dat er twee kinderen (Ronac en ik) bij waren. Awarradam is een toeristenaccommodatie op een eiland in de Gran Rio. In totaal stonden er zo’n 14 huisjes, een gemeenschappelijke ruimte, een extra toiletgebouw en een aantal huisjes voor het personeel. Een deel van het personeel verblijft ook ’s nachts op het eiland voor de service en de rest woont aan de overkant van de rivier in een dorpje.

We konden meteen aanschuiven aan de tafel in de gemeenschapsruimte voor een lekkere lunch. Het bestond uit rijst, groenten en vis. Na de maaltijd stelde iedereen zich in een kort persoonlijk gesprek aan elkaar voor. Ronac en ik vonden daar niet veel aan en chillden in de hangmatten. De groep bestond uit echtpaar Kors en Joyce, echtpaar Reginald en Corine, de alleen reizende Sarina en koppel Zoëy en Justine. We kregen ook nog wat algemene informatie over de etenstijden en het programma van vandaag.

De huisjes werden verdeeld onder de gasten. Voor ons was het gemakkelijk want wij hadden de familiehut en daar is er maar één van op het eiland. Het lag afgelegen van de andere huisjes en direct naast de aanlegsteiger van de korjaal. In het huisje was een douche met alleen koud water, toilet en een wasbak. Er waren twee eenpersoonsbedden en een tweepersoonsbed allemaal voorzien van klamboe. Aan de rivierzijde was een balkon met twee hangmatten en Ronac en ik lagen er al snel in.  We hadden ongeveer een uurtje om wat spulletjes uit te pakken, ons te installeren en wat te relaxen.


Keyro “Tarzan”  zwemt in de stroomversnelling.

We liepen wat rond op het kleine eiland en zwommen bij een strandje. We kregen gezelschap van een meisje die vrolijk met ons mee spetterde in het water. Rond de klok van 16: 00 uur gingen we met de korjaal een stukje stroomopwaarts om te gaan zwemmen bij stroomversnelling “Peti”. Voorzichtig klommen we over de met waterplanten bedekte rotspartijen om in het water te komen. Ronac en ik met reddingsvest aan want de stroming is toch best aardig. Pappa en ik waagden ons in een stroomversnelling en kwamen verderop pas weer aan de kant. We moesten via wat boten weer op de wal klimmen. Pappa was bijna zijn sandaal verloren en daarom waren ze zo veel afgedreven. Ik vond het natuurlijk fantastisch en wilde nog een paar keer de stroomversnelling af. Het was fijn dat ik nu zelf goed kon zwemmen anders zou ik dit nooit hebben kunnen doen. Pappa en mamma houden me wel continu in de gaten.

Op de terugweg in de boot vertelde Sensi dat er piranha’s en slangen in de rivier voorkomen. Leuk als je dat te horen krijgt en je er net zo lekker hebt gezwommen. Maar in principe hoef je niet bang te zijn als je maar geen bloedende wondjes hebt. Terwijl we terug voeren naar het eiland spotte mamma als eerst een groep met doodskopaapjes die heerlijk door de bomen klommen. Zodra ze ons in de gaten hadden waren ze ook meteen verdwenen.

’s Avonds kregen we de bekende gritbana soep voor het diner. Heerlijk! Na het diner ging pappa naar de diapresentatie over de flora en fauna in het gebied terwijl mamma met ons naar het huisje ging om te slapen. Het was zo’n inspannende dag geweest dat we allebei binnen 10 minuten waren vertrokken.