Historisch Den Bosch

Mamma ging voor de APK controle en onderhoud naar de garage van Bas. Wij hebben deze week vakantie en moesten dus mee. Mamma besloot om er een leuk dagje weg van te maken. Het was even lastig wat we gingen doen want Ronac en ik verschilden van mening. Uiteindelijk stelde Ronac zijn mening bij en vertrokken we na het onderhoud en de keuring in goedgekeurde auto naar Den Bosch. Net zoals Den Haag (’s-Gravenhage) heeft Den Bosch ook twee namen.

De officiële naam is ’s-Hertogenbosch maar de naam Den Bosch is veel ouder. Wij parkeerden bij ondergrondse parkeergarage St Jan die we via een spiraalvormige baan, ook wel de Wokkel genoemd, binnen reden. De parkeergarage bevind zich onder het Zuiderpark waar het Baselaar Bastion is gelegen. Met een tunnel liepen we onder de vestingmuur door en kwamen we bij de vestinggracht uit. Het bastion was een verdedigingswerk en speelde een belangrijke rol tijdens het Beleg van ’s-Hertogenbosch in 1629. Al met al is ’s-Hertogenbosch één van de oudste steden van Nederland en heeft het een middeleeuws stadscentrum.

Van de parkeergarage liepen wij in de richting van de Sint-Janskathedraal. Het is een uniek bouwwerk binnen de Nederlandse kerkelijke architectuur en is uitgevoerd in Brabants gotische stijl. Je ziet dit aan de vele ornamenten, dubbele luchtbogen, luchtboogfiguren maar liefst 96 stuks en versieringen van en boven de ramen. We bekeken de kathedraal vanaf het plein aan de parade. Vroeger was dit plein een deel van de Begijnhof en woonden er ongeveer 300 Begijnen binnen de muren.

Wij besloten eerst een hapje te gaan eten alvorens wij de kathedraal zouden bezoeken. Aan de Parade waren verschillende gezellige eetcafés gevestigd. We vonden ergens een plaatsje en bestelden lekkere gerechten. Ronac en ik namen een clubsandwich en mamma nam de soep van de dag (pompoensoep). We hadden flinke honger dus alles ging schoon op. Na de lunch liepen we naar de kathedraal en bekeken we het interieur.

Binnen zag je duidelijk dat de kathedraal gebouwd is in kruisvorm. In de Sint Jan zagen we een rijk versierd doopvont van 350 kilo, prachtige altaren, een orgel uit de renaissance periode, preekstoel en mooie glas in lood ramen. We kwamen de kerk uit en liepen verder naar het stadscentrum. Wij gingen eerst een trui kopen want we hadden geen jas meegenomen. De weerberichten hadden een graad of 22 voorspeld maar het was opmerkelijk fris en bewolkt. De zon scheen wel maar had een opmerkelijke oranje gloed en scheen minder fel dan gisteren.

Later hoorden we dat het kwam door een combinatie van sluierbewolking, rook- en asdeeltjes en Sahara stof. De rook- en asdeeltjes worden veroorzaakt door bosbranden in Spanje en Portugal en de Sahara stof komt mee met orkaan Ophelia. Een bijzondere combinatie die maar weinig voorkomt. Koud hadden wij het in ieder geval wel. We kwamen uit op de driehoekige Markt, het oudste deel van de stad. Bij de C&A kochten we een lekkere trui en we hadden het daarna een stuk warmer. Aan de Markt ligt het oudste nog bestaande bakstenen huis van Nederland, De Moriaan. Het werd gebouwd in 1220 door Hendrik I van Brabant.

In dit ondertussen gebouw, ondertussen erkend als rijksmonument, is het VVV kantoor gevestigd. We wilden graag een rondvaart maken over de Binnendieze (riviertjes binnen de stadsmuren), maar helaas, bleek bij navraag dat alle boten volgeboekt waren. We kochten daarom een wandelroute om zo toch het een en ander van de stad en zijn historie te kunnen zien. Bij deze route werden ook allerlei leuke wetenswaardigheden vermeld.

We liepen door het Korenstraatje waar vroeger de korenboeren langs kwamen met hun handel op weg naar de Markt. In de Karrenstraat werden vroeger de karren gestald en bevonden zich veel cafés en logementen. Aan het einde van de Korenbrugstraat zagen we het standbeeld van Zoete lieve Gerritje. Het symbool van de Bossche geest wat staat voor vrolijk- en goedmoedigheid. Hier stroomde ook de Binnendieze, het riviertje dat gevoed wordt door de Dommel en de Aa.

De Binnendieze heeft door de jaren heen, veel voor de stad betekend. ‘s-Hertogenbosch ontstond als een kleine ommuurde stad, ter grootte van de Markt en een aantal andere straatjes. Later werd de stad nogmaals ommuurd, ditmaal ter grootte van de huidige binnenstad. De riviertjes binnen de muren kregen de naam De Binnendieze. De Binnendieze werd gebruikt als watervoorziening, wasplaats en visplaats, maar ook als afvalstort.

Tot ongeveer 40 jaar geleden was het water nog een open riool. Door aanleg van een rioolstelsel in de stad verdween de Binnendieze langzaam. Daar werd in 1972 een stokje voor gestoken. Het vaarwater werd beschermd stadsgebied. Het water onder de stad is nu met recht een van de historische trekpleisters van ‘s-Hertogenbosch! In de Lepelstraat was vroeger een maat die gebruikt werd voor het wegen van graan.

Ook was hier de vismarkt waar de visvrouwen hun waar verkochten. Er staat ook nog een Maria kapelletje. We liepen het oude centrum uit via de Wilhelminabrug, over de rivier de Dommel, in de richting van het centraal station. Op het Stationsplein staat de Drakenfontein die mogelijk verwijst naar de “Moerasdraak”, de bijnaam van ’s-Hertogenbosch tijdens de Tachtigjarige Oorlog. De stad kreeg deze naam omdat ze onneembaar zou zijn vanwege de ligging bij een moeras. We liepen verder door omdat we wisten dat ergens aan de linker kant de bekende banketbakkerij  Jan de Groot moest liggen.

We kunnen Den Bosch natuurlijk niet verlaten zonder een Bossche bol te hebben geproefd. De Bossche bol is een chocoladebol en wordt gegeten als een gebakje. De bol wordt gemaakt van soezenbeslag, gevuld met slagroom en geglazuurd met gesmolten chocoladefondant. Bakkerij Jan de Groot werd in 1936 opgericht en begon de chocoladebollen naar eigen recept te verkopen. Ze zijn een bekend fenomeen in en buiten Den Bosch.

We zaten nog vol van de lunch en kochten vier van deze Bossche bollen voor thuis. Zo kon pappa ook meegenieten van ons uitstapje. We vervolgden de route langs de Sint Jansingel en bogen later weer af richting de oude wijk “Uilenburg”. Oorspronkelijk was dit een drukke wijk met veel pakhuizen.

Bij brouwerij Boegbeeld aan de Uilenburg kochten wij voor pappa enkele Bossche speciaal biertjes. De biertjes hadden de naam Sjekladebol, vernoemd naar de Bossche bol en natuurlijk met chocoladesmaak, Siberië, wit bier met sinaasappel en koriander en de laatste had de naam Kutbier. Wat! Ja, we moesten erg lachen om de naam. Het is een ode aan de Bossche Kut. “Kut” is de niet zo mooie bijnaam voor een Bossche volksvrouw die vaak het hart op de tong draagt.

De Bossche volksvrouw zou het haar in onnatuurlijke kleuren verven, draagt veel make-up en heeft opvallende getekende wenkbrauwen. Als je langs rijdt op haar brommer roepen de Bossche mannen: “Ziet goed uit, kut!”. Het biertje zou smaken naar pruimen. Wij stonden te trappelen om pappa te vertellen dat we Kutbier hadden gekocht, hihi.

We kwamen weer een stukje langs de Markt met het stadhuis dat dateert uit de tweede helft van de 14e eeuw. Jan Derkennis was als net zoals bij de bouw van de Sint-Janskathedraal betrokken bij de bouw van dit gebouw. We dwaalden verder door smalle straatjes waar allerlei leuke winkeltjes gevestigd waren en het geld bleef rollen. Een ouderwetse snoepwinkel was een waar paradijs voor ons. Toen we weer bij de Sint Jan aankwamen, sloegen we af en liepen we terug naar de parkeergarage. Het was tijd om terug naar huis te gaan. Na het avondeten mochten we de Bossche bol op eten en proefde pappa het meegebrachte Kutbier. Beiden smaakten voortreffelijk!

Saigon Unseen Motorbike tour

De nacht was een drama en we sliepen allemaal ontzettend slecht. De bouwvakkers aan de overzijde van de straat werkten dag en nacht door!? Drilboren, metselen en felle lampen hielden ons uit onze slaap. Helaas moesten we toch op tijd op want om 08:00 uur dienden we beneden klaar te staan voor de Unseen motorbike tour. Er was gebeld dat de gidsen iets later kwamen en dat kwam ons goed uit. We stonden net beneden tot de crew van Saigon on Motorbike arriveerde.

We maakten kennis met John”, “Dieu”, “Lam” and “Man”. Ronac zou tussen pappa of mamma gaan zitten maar er was een stagiaire bij en die kon Ronac achterop nemen. Ronac was echter verlegen en durfde niet. We kregen allemaal een helm, dit is verplicht sinds 2007. We zouden niet zelf gaan rijden maar kregen een “ervaren” bestuurder toegewezen. In HCMC noemt men een brommer, scooter, motorbike ook wel een “xe Honda”.

Honda, het bekende Japanse merk, is nog steeds de marktleider. Voor de “gewone” Vietnamees is het aanschaffen van een scooter best duur en ook de benzine is niet goedkoop. We stapten achter op de scooter en vertrokken de straat op. Het is een hele andere manier van de stad verkennen dan te voet. We bevonden ons nu precies midden in de heksenketel van scooters en niet op het trottoir. Af en toe is het alsof we in een kermisattractie zitten en honderden scooters passeren ons links en rechts op de weg. Ze lijken zich weinig van de verkeersregels aan te trekken.

Als we rechtsaf moeten, wordt er gewoon links voorgesorteerd en wordt er vervolgens dwars door de rijen brommers naar de rechterkant van de weg gemanoeuvreerd. Soms gaan de scooters rakelings langs elkaar maar iedere keer lijkt het weer goed te gaan. Vooral goed om je heem kijken en op de mede weggebruikers letten lijkt de sleutel te zijn om het te overleven in het verkeer van HCMC. Veel bestuurders dragen een mondkapje om te zorgen dat ze de uitlaatgassen niet inademen. Bij onze eerste stop maakten we kennis met een ouder Australisch koppel die ook met de tour meegingen.

We bezochten een monument van de Vietnamese monnik Thích Quảng Duc. Deze monnik stak zichzelf in 1963 op een drukke weg in Saigon in brand om te protesteren tegen de discriminatie van Boeddhistische monniken. De foto’s die tijdens zijn daad gemaakt werden door een journalist, gingen de hele wereld over. Na zijn dood werd het lichaam verder verbrand maar zijn hart bleef intact en verbrandde niet.

Zijn hart werd in een glazen kelk opgeslagen in de Xa Loi pagode maar werd later verplaatst naar de kluis van de bank. Een indrukwekkend verhaal in ieder geval. We stapten weer achterop de scooter. Ronac had besloten bij de stagiaire achterop te gaan en voelde zich heel erg stoer.

HCMC is opgedeeld in  negentien districten (Quận) en deze zijn weer verdeeld in wijken (phườngs). Zo verblijven wij in de backpackerswijk in district 1 en reden we nu naar district 3. Hier bezochten we het Nguyen Thien Thuat appartement, één van de oudste complexen van de stad. Hier zagen we goed het dagelijkse leven van de mensen in de stad. We reden door naar district 10 waar we de grootste bloemenmarkt bezochten. Het was een bont kleurenpallet en we roken allerlei lekkere geuren.

We liepen langs verschillende winkels met een keur aan bloemen. Sommige kwamen ons bekend voor en andere totaal niet. Er waren losse bloemen, boeketten en bloemstukken voor verschillende gelegenheden te koop. De Australische mevrouw en mamma kregen een boeket met bloemen van gids John.

We stapten weer op en reden naar een koffiebar voor een verfrissing. Voor koffieleuten is Vietnam een goed land om te bezoeken. Ze zijn namelijk de op één na grootste koffie exporteur ter wereld. De koffie wordt geserveerd in een glas met daarop een druipfilter. Het duurt een tijdje voordat de koffie druppel voor druppel het glas vult. Het duurde dus even voordat pappa aan zijn kopje koffie kon beginnen.

De volgende stop was bij een van de Chinese tempels in Cho Lon, de Chinese wijk in district 5. Onderweg raakten we in het drukke verkeer twee scooters kwijt. Op één van de scooters zat Ronac. Telefonisch was er direct contact. Gelukkig was er niets gebeurd en ze zaten “ vast” in het verkeer. Toch duurde het nog wel een tijdje voordat de twee scooters het terrein opreden. Ronac was wel blij om ons weer te zien en had het toch niet zo fijn gevonden dat hij ons uit het zicht was verloren.

De Thien Hau tempel is een taoïstische tempel met Vietnamese invloeden. De tempel is in de negentiende eeuw gebouwd door de in de Chinese wijk Cho Lon wonende gemeenschap. De tempel is gebouwd ter ere van de Chinese taoïstische Godin van de zee Tianhou (Māzǔ). Dat komt door de ligging vlak bij de zee waardoor de inwoners van Saigon redelijk sterk afhankelijk zijn van de goede wil van Tianhou. De zee zorgt immers voor vis en kan ook voor onheil zorgen. Als mooiste detail van de Vrouwenpagode (zoals de tempel ook wel genoemd wordt) is de fries met prachtig kleurrijk houtsnijwerk.

Het zijn scènes uit een negentiende-eeuwse Chinese stad die uitgebeeld worden. Aan de muren hingen rode stroken papier hierop schrijven gelovigen hun gebeden. Ook hingen er vele wierrookslingers en kwamen we een en andere te weten over de Chinese dierenriemtekens. We stapten weer op de scooter en reden meer naar de buiten wijken van HCMC. We reden een stuk langs de rivier Sài Gòn. De rivier is sterk verontreinigd doordat fabrieken nog steeds hun afvalwater er in lozen.

Ook bestaat er in veel delen van de stad nog geen fatsoenlijke riolering en komt dit ook allemaal in het rivierwater terecht. We stopten bij een vrouwtje dat jonge groene kokosnoten verkocht. We kregen even een gezonde opfrisser, kokoswater. Kokoswater wordt vaak verward met kokosmelk maar dat is iets geheel anders.

Kokosmelk wordt gemaakt van het kokosvlees in de kokosnoot en heeft een witte kleur en is een melkachtige substantie. Kokoswater is transparant, en is, na gewoon water, het meest natuurlijkste beetje vocht ter wereld. De kokosnoot zelf maakt tijdens het groeien en rijpen zelf kokoswater aan. De kokosnoot neemt regenwater op en wordt door de aanwezige vezels in de noot gefilterd en bewaard in het binnenste van de kokosnoot. Het is dus een natuurlijk filtersysteem. De kokosboom voegt tijdens de groei mineralen en vitaminen toe aan het kokoswater. De vrouw opende de noot met een groot kapmes en we dronken het water met een rietje uit de noot. Ik vond het maar een vreemd weeïg smaakje en was er niet kapot van.

DCIM101GOPRO

We reden verder langs de rivier naar district 4 waar we Pho gingen eten. Pho is zo’n beetje het nationale gerecht van Vietnam en we zijn het overal in het land tegen gekomen. De locals eten het als ontbijt, lunch en/of avondeten. Het is een soep met rijstnoedels die op vele manieren bereid kan worden.

Traditioneel wordt het gemaakt met rundvlees en kruiden zoals steranijs, gember en koriander. Je laat deze ingrediënten uren (soms zelfs dagen) trekken tot een bouillon. Ook kaneel, venkelzaad en kruidnagels worden vaker toegevoegd. We gingen aan tafel zitten en al snel stond er een dampende kom pho voor mijn neus. Wat de pho helemaal afmaakt zijn de verschillende toppings. Op tafels stonden verschillende geurende kruiden zoals Thaise basilicum, koriander maar ook vissaus, pepers, taugé, lente-uitjes, limoensap en pinda’s kunnen in de pho gedaan worden. Het smaakte goed!

Na het eten liepen we naar buiten en bleek het weer te zijn omgeslagen. Het was flink aan het regenen. Er werden regencapes gepakt en aangetrokken. Ronac had besloten dat hij niet meer zijn vaste chauffeuse  achterop wilde en wisselde met de chauffeur van pappa. Nu reed hij voorop en moest iedereen hem volgen. Ondanks de regencapes waren we bij aankomst in het hotel toch goed nat geworden.

We namen afscheid van de crew en gingen naar onze kamer om iets droogs aan te doen. Het was net even droog toen we weer naar buiten gingen om nog een stukje te gaan lopen. Nog geen 10 minuten later begon het weer hard te regenen. We zijn bij een foodcourt naar binnen gegaan. Ronac bleek nog honger te hebben en bestelde een wrap met kebab. Hij was helemaal blij ermee. Ik nam macarons met een bolletje ijs

Een macaron is een klein, rond en luchtige koekje met een vulling ertussen. Van oorsprong komen de koekjes uit Frankrijk. Ze bestaan in verschillende smaken (pistache, aardbei, citroen, chocolade, framboos)  en hebben de prachtige felle kleuren. Lekker zoet, heerlijk! Na een tijdje werd het droog en liepen wij in de richting van het Reunification palace (herenigingspaleis).

Het bleek dichterbij te zijn dan we dachten. Op deze plek stormde in april 1975 een tank van het Noord Vietnamese leger door de hekken van het paleis. De president Duong Van Minh werd gearresteerd en de val van Saigon luidde het einde in van de Vietnamoorlog. In november 1975 werden na onderhandelingen Noord en Zuid Vietnam samengevoegd tot de Socialistische republiek Vietnam. De naam van het paleis wordt op dat moment veranderd in het Herenigingspaleis.

Terwijl we verder lopen in de richting van de Notre Dame kathedraal lopen we in het park tegen een groep mannen aan die een bepaald spel spelen met een shuttle. We worden aangesproken door een trainer en hij laat ons kennis maken met shuttle voetbal zoals wij het maar noemen. Het eerste spel met shuttle is het Ti Jian Zi spel en vond zijn oorsprong in China. Het spel wordt al tenminste 100 jaar gespeeld. Het spel komt voort uit Tsu Chu een spel dat verwant is aan voetbal. Het spel werd gespeeld met een shuttlecock en is in China en Vietnam razend populair.

Er is een speelveld met net opgezet en de shuttle wordt hier met de voet overheen gespeeld. Het bleek vrij intensief en lastig te zijn. Natuurlijk is het op je sandalen nog lastiger dan met voetbalschoenen. We bleven een tijdje oefenen en vonden het erg leuk om te doen. We kochten uiteindelijk twee shuttles van de trainer om het thuis ook een keer te kunnen doen.

We liepen door en kwamen langs de kathedraal gebouwd door de katholieke Fransen. De twee hoge klokkentorens zijn opvallend in het straatbeeld. De rode bakstenen muren zijn gebouwd met stenen uit Marseille. De mooie glas in loodvensters komen uit de Franse Chartres provincie. Naast de kathedraal ligt het Central Post Office van Saigon. Het hoofdpostkantoor is in koloniale stijl gebouwd, het is een mix tussen de gotiek, renaissance en Franse architectuur.

Er wordt vaak gezegd dat het ontwerp van architect Gustav Eiffel zou zijn maar dit is niet het geval. De Franse architecten Vildieu en Foulhoux zouden het originele ontwerp gemaakt hebben. We keken binnen en zagen de hal met telefooncellen, een wandschildering van Saigon en omgeving en eentje van Zuid Vietnam en de telefoon verbindingen. We liepen via lange brede straten door en kwamen bij het stadshuis.

Ook dit gebouw is in koloniale stijl gebouwd. Voor het stadhuis ligt de grootste straat: Nguyen Hue street. Het is volledig wandelgebied en is prachtig verlicht. Er omheen liggen zowel oude als hyper moderne gebouwen. Een mooi contrast. De laatste plaats waar we langs kwamen was de Ben Thanh markt.  Het is de oudste markt in de stad. Hier vind je bijna alles van traditioneel Vietnamees eten, kleding, schoenen, juwelen, groenten, souvenirs en nog veel meer. Helaas waren we aan de late kant en waren de handelaren hun waren al aan het opruimen. In de Bui Vien straat waar tientallen restaurants gelegen zijn, hadden we bij restaurant Huong Viet een heerlijke maaltijd.

Kunming – Guillin – Yangshuo (dag 16)

Vandaag alweer een redelijke reisdag al hebben we het ons zelf erg makkelijk gemaakt om de kinderen en ons zelf een beetje te ontzien. Gelukkig gisteravond per mail nog een hotel kunnen boeken. Ook scheelt ons dat weer wat uitzoekwerk op het vliegveld met mogelijk vermoeide kinderen. Ook hadden we er een pick-up service bij geboekt, niet goedkoop met 280Y (ca. 30€) maar aangezien het ook om 100km ging, viel het nog wel mee.

Het alternatief met de bus was ook veel lastiger omdat we dan waarschijnlijk eerst richting Guillin zouden moeten reizen (30km) en vandaar uit naar Yangshuo. We vertrokken vanmorgen al vroeg. Om 6:30uur stapten we de taxi in met twee slaperige kindertjes. Gelukkig was Ronac niet meer wakker geworden vannacht zodat we toch nog redelijk uitgeslapen vetrokken. De taxirit duurde niet zo lang, nog geen kwartier. Het vliegveld van Kunming bleek erg dicht bij ons hotel te liggen.


Met een klein vliegtuigje op weg naar Guillin.

Op het vliegveld hadden we een onaangename verrassing. Ons vliegtuig stond op het scherm voor 7:20 uur in plaats van 8:20 uur! We hadden dus nog maar een half uurtje om in het vliegtuig te komen. Via een extra check-in balie konden we in ieder geval snel inchecken waarna we ons haastten naar de paspoortcontrole, beveiliging en gate. Ik checkte eventjes de boarding passen tot hoe laat we konden boarden en zag dat er gewoon 7:50 uur op stond, oef! De borden bij de check-in balies gaven blijkbaar de verkeerde tijd aan en dus er was niets aan het handje.

Geheel relaxt met een zee van tijd liepen we gladjes door de beveiliging en liepen door naar de juiste gate waar nog vrijwel niemand zat. Ronac kreeg nog een schone luier want er hing een verdacht luchtje aan hem. Het boarden ging ook precies op tijd al zaten er maar erg weinig mensen in de bus die ons naar het vliegtuig bracht. We bleken in een heel klein vliegtuigje naar Guillin te vliegen. We zaten op plaats 12A,C,D en dit was helemaal achter in het vliegtuig.


Ronac kreeg een lekkere vrucht in het vliegtuig.

Na het opstijgen begonnen we al snel weer te landen voor een tussenstop op één of ander militair vliegveldje bij Baise. Hier werden wat passagiers uitgelaten en moesten wij eventjes wachten in de transferhal. Ronac kreeg weer alle aandacht en samen keken ze naar de opstijgende straaljagers, wat een herrie zeg! Al snel vlogen we door richting Guillin, ook weer een klein stukje. We kregen nog een broodje en water, alweer goede service ook op korte vluchten. Keyro sjanste de hele vlucht met de stewardess die helemaal achter in het vliegtuig zat achter ons. Ronac zette zijn “smeeksmoel” weer op en kreeg het voor elkaar om een half zakje pindas te bemachtigen en een lekkere vrucht waar hij van smikkelde.

Geheel volgens planning landden we op het vliegveld van Guillin en onze rugzakken kwamen ook al spoedig van de band afrollen. Na de laatste controle stond onze chauffeur al klaar met een bordje “ Welcome Vanessa, Ralph, Keyro & Ronac”. We reden in de taxi vlotjes via de tolweg naar ons hotel, het Riverview hotel”. Door een steeds mooier wordend landschap waren we binnen anderhalf uur op onze bestemming.

In het RiverView Hotel waren twee kamers beschikbaar, degene die we gereserveerd hadden of een iets duurdere maar ruimere kamer. Voor de extra 50Y (iets meer dan 5€) kozen we voor de ruimere kamer met een prachtig terras en uitzicht over het gebied (en een stukje van de rivier zoals de naam van het hotel beloofd).


Eventjes relaxen in het bloedhete Yangshuo.

Ronac was de laatste tien minuten van de rit in slaap gevallen en voordat we het centrum gingen verkennen hebben we maar meteen eventjes op bed gelegd. Keyro ging lekker achter de mega grote televisie zitten en genoot van gewelddadig kungfu films. Blijkbaar horen die bij de Chinese opvoeding want ze worden de hele dag door getoond. Ook Vanessa doezelde eventjes weg zodat er eindelijk eventjes tijd was om iets te schrijven. Op het balkon was het super warm, wat een verschil met Dalí en Kunming waar aangenamere temperaturen waren. Hier is het vooral erg benauwd, ik schat zo’n 32 graden maar het voelt meer als 40 graden.


Room with a view.

Ronac sliep meer dan twee uur en haalde dus het vroege opstaan enigszins in. Heel vaak slaapt hij hier niet meer overdag en ik ben benieuwd hoe dat strakjes thuis weer gaat. Keyro en Vanessa speelden nog een potje kaart op het balkon tot Ronac wakker was. Nadat Ronac weer wakker was, besloten we het dorpje een beetje te gaan verkennen, wel op het gemakje vanwege de enorme benauwdheid.
Eerst aten we nog een hapje bij het restaurant in het hotel. Het restaurant serveerde zowel Aziatische als Westerse maaltijden. Vanessa nam de Sichuan style chicken, ik nam fried noodles en Keyro nam pasta met kaas en bacon. Keyro at bijna niets want zijn bord pasta bleef maar “warm”. We konden helaas, net als overal, vooral achter Ronac aanrennen. Het mannetje heeft zoveel energie als hij wakker is en zit helaas nooit stil. Jammer dat ze de kinderstoel nog niet hebben uitgevonden in China.


Li rivier en het karstgebergte.

Het hotel ligt centraal in “downtown” Yangshuo met aan de overkant van de straat de Li rivier en een paar honderd meter van Xie Jie (West street) verwijderd. Yangshuo ligt in het noordoosten van de provincie van Guangxi en is een stad aan de Li rivier. De stad wordt vrijwel geheel ingesloten door de rivier en omliggende karstbergen. Tussen het prachtige landschap van de karstbergen stroomt de Li rivier. We liepen daarom als eerst naar beneden waar we over de kade langs de Li rivier konden lopen.

Er lagen een aantal grote rotsen waar je op kon lopen en dat was voor Keyro natuurlijk erg spannend. Het uitzicht hier was ook weer schitterend en we maakten heel wat foto’s. Ronac was alweer snel aan het sjansen met een meisje met een waterpistool. Voordat we het wisten zaten zowel Ronac als Keyro in het water van de rivier te spetteren. Keyro viel zelfs nog om in het water, mooi want veel schone kleren hebben we niet meer voor hem.
Wat ook opvalt, is dat het hier ontzettend toeristisch is, toegegeven, het dorpje ligt idyllisch en de omgeving is prachtig, maar het authentieke China kun je hier niet meer vinden. Alleen maar souvenirwinkeltjes met rotzooi, Westerse eettentjes, vervelende verkopers die je een vlottocht of iets anders willen aanbieden en na een simpel “nee” toch nog achter je aan blijven lopen. Heel vervelend allemaal.


Springen over de rotsen.

We kochten nog voor veel te veel geld wat druifjes van een vrouwtje en liepen met een natte Keyro terug naar ons hotel om ons op te frissen. Aangezien ons geld ver op was moesten we op zoek naar een ATM (pin automaat). We liepen in de richting van West street (Xie Jie) de oudste straat in Yangshuo en de met marmer geplaveide hoofdweg van de stad. Het aantal buitenlanders in de straat leek het aantal Chinezen in de straat ruimschoots te overtreffen, waardoor West Street door de lokale bewoners ook wel wordt aangeduid als de ‘Buitenlandersstraat’.

Je vindt hier alleen maar souvenirwinkeltjes, cafés en restaurantjes. In dit “Las Vegas”achtige gedeelte van China dachten we wel snel een bank te vinden maar dat viel aardig tegen. Keyro was moe en wilde eigenlijk alleen nog maar een ijsje en naar bed. Bij het “Tourist Office” bleek iemand te zitten die geen Engels sprak, erg handig, maar gelukkig konden we na wat rondvragen toch nog een geldautomaat vinden buiten het toeristische centrum.

Met onze gevulde portemonaie kochten we nog wat broodjes voor het ontbijt morgen. Op de terugweg naar het hotel gingen we op zoek naar een supermarkt. De luiers voor Ronac zijn eindelijk bijna op. Het gaat hier niet hard met luiers, waarschijnlijk omdat hij veel vocht uitzweet en minder poept dan thuis. Toch gaan we het net niet redden dus probeerden we hier wat luiers te vinden. In de supermarkt bleek dat kinderen in China vanaf 13Kg geen luier meer nodig hebben want dit is de grootste maat. Het zal erom spannen of ze gaan passen want Ronac weegt nu net 13Kg maar we kochten toch maar een pak.


West street, beetje te “westers” voor ons.

Keyro kreeg nog zijn beloofde ijsje en smikkelend kwamen we terug in ons hotel. We besloten toch nog maar wat te gaan eten en bestelden een bord spaghetti bolognese en een bord Sweet & Sour Beef. De spaghetti kwam al snel en Ronac en Keyro aten hem bijna samen helemaal op. Ronac genoot nog van de dansende Chinezen aan de overkant van de straat en Keyro maakt een mooie kleurplaat, ideaal die stiften die we meegenomen hebben.
Vanessa nam Ronac eerst mee naar boven zodat hij rustig kon gaan slapen en ik bleef nog even met Keyro op het terras zitten. Toen we boven kwamen sliep Ronac net en Keyro mocht zoals beloofd nog eventjes op het balkon zitten. Met een klein protest ging hij toch even later samen met mij naar bed terwijl Vanessa nog wat schreef op het balkon.

Beijing, Parks & Pictures (dag 3)

Na een, wat leek, korte nacht stonden we rond 8:30uur op. Vandaag een beetje rustig aan doen en de jetlag verwerken, hopen dat de kinderen er niet teveel last van hebben. Ronac sliep in het bed van Vanessa en Keyro lag samen met Ralph in het bed. Aangezien de kamer ruim genoeg was geen probleem.


Ons Guest house in Bejing.

We deden het rustig aan en we gingen lekker in bad. Rond 10.00 uur vertrokken we met het idee om op zoek te gaan naar de metro. We wisten ongeveer waar het moest zijn maar konden geen ingang van de metro te vinden. Het plan werd uiteindelijk gewijzigd en we besloten een poging te wagen om een taxi aan te houden. De missie nam wat tijd in beslag maar na 3 pogingen vonden we een taxichauffeur die we duidelijk wisten te maakten waar we naar toe wilden. Het was een lange taxirit over de tweede ring van de stad. We kwamen langs veel hoge gebouwen en af en toe reden de auto’s en bussen wel heel erg dicht langs elkaar. Maar dat was niet alles want er waren ook nog volgestouwde fietsen, brommers en mensen te voet die er ook nog kriskras doorheen kwamen. Af en toe was het een beetje eng maar de Chinezen bleken toch goede chauffeurs te zijn. Of is dit bedrog? Hoeveel verkeersdoden zullen ze hier per jaar hebben? Veel meer dan in Nederland waarschijnlijk, we hebben er gelukkig nog niets van gezien.


Slaapkamer in ons guesthouse.

 


Binnenplaatsje waar we lekker konden ravotten.

Veilig arriveerden we bij het complex van de Tempel van de Hemelse Vrede dat middenin een park ligt. Als eerste moesten we entreekaartjes kopen om naar binnen te mogen. Kinderen onder de 1.20m hoefden niet te betalen.

We liepen naar binnen en hoorden meteen muziek. We volgden het geluid en kwamen uit bij een pleintje onder de bomen. In veel parken wordt Tai-ji of een andere vorm van lichaamsbeweging gedaan. Hier waren Beijingers aan het dansen op Chinese muziek. We bleven staan kijken en voordat we het wisten waren Keyro en vooral Ronac omsingeld door een heleboel dames.


Help, ik moet meedansen!

Ze tilden Ronac op en begonnen met hem te dansen. Keyro bleef moe en verlegen langs de kant zitten kijken. Ronac amuseerde zich en leek te genieten van de aandacht. Uiteindelijk lukte het ons om Ronac terug te veroveren en liepen we een stukje verder. Al snel werden we weer omsingeld door (toeristische) Chinezen die allemaal met Keyro en Ronac op de foto wilden gaan. Vooral de blauwe ogen, lichte huid en lichte haren zijn hier zeer opvallend, blijkbaar lope er nog niet genoeg toeristen rond.


Op de foto met een lief chinees meisje.

Keyro kwam ook los en samen met een Chinees kindje speelden ze een tijdje met een soort UFO-ballon. Het schoot allemaal niet echt op maar de kinderen amuseerden zich en hadden veel energie.


Chinees UFO werpen is erg leuk!

We maakten ons weer los van de fotograferende Chinezen en liepen naar de Tempel van de Hemel (Temple of Heaven of Tiantan). De tempel werd gebouwd in 1420 en was een rituele plek voor de Qing- en Mingkeizers. Ze kwamen in een processie van de Verboden Stad naar de tempel van de hemel om de voorouders te eren en te bidden voor een goede oogst.


“The Temple of Heaven”, één van de juweeltjes van Beijing.

We zagen als eerste de gebedshal voor goede oogsten. De constructie staat op een drie niveaus tellende marmeren terras met daar omheen een balustrade. Het spitse dak is bedekt met honderden blauw geglazuurde dakpannen. Het was erg warm en we zochten de schaduw op om daar een ijsje te eten. We liepen weer verder en werden opnieuw belaagd door fotograferende Chinezen. Keyro begon het gewoon te vinden en wilde zelfs graag op de foto.


Kissie kissie.


Stairway to heaven.

We aten bij een soort “Chinese snackbar” met airco rice with beef and black pepper en dumplings. Ronac en Keyro aten allebei goed.


Ronac aan de Chinese maaltijd.

Vervolgens liepen we naar het altaar van de hemel waar men kwam om te offeren en te bidden en naar de echomuur. We liepen daarna het park uit op zoek naar een taxi die ons terug kon brengen naar ons guesthouse.


Alweer op de foto met de locale toeristen.


Het altaar van de hemel.

Om 18:05uur waren we terug in onze kamer. Eventjes later liepen we naar beneden om samen met de familie en wat andere gasten dumplings te maken. Een “dumpling” bestaat uit deeg gevuld met vlees of groenten. Ze worden gekookt of gebakken gegeten. Ze lijken erg op de “pelmeni” uit Rusland waar Keyro zo dol op was.


Dumplings maken is leuk!

Keyro hielp goed mee om de vulling in het deeg te krijgen en dicht te vouwen. Na afloop aten we ze gezamenlijk op, smaakte best goed!


En dumplings eten is lekker!

Chetumal – Tulum – Playa del Carmen (dag 13)

Onze laatste reisdag met de auto was aangebroken. Na het ontbijt werd de auto nog een keer ingepakt en zo begonnen we aan onze laatste 325 kilometer. We reden ongeveer twee uur over een saaie rechte weg met af en toe wegwerkzaamheden. Ik kon gelukkig de Disney film van Robin Hood op mijn dvd-speler kijken.


“El Trenecito”

We stopten bij het dorpje Tulúm Pueblo waar we vlakbij de ruïnes van de oude Mayastad Tulúm zouden bezoeken. Vanwege de ligging dichtbij Cancun en Playa del Carmen zijn deze ruïnes super toeristisch. We zagen veel Amerikanen, veel souvenirwinkeltjes en amusement / vermaak voor de toeristen. Hier reed ook een speciaal toeristentreintje “El Trenecito” naar de ingang van het ruïnecomplex zodat men niet hoefde te lopen. Het bleek echt een ritje van een paar minuten te zijn maar ik vond het wel leuk.


Tulúm

Hier bij Tulúm is geen oerwoud en de ruïnes liggen op een 12 meter hoge klif aan de Caribische zee. Het was erg warm en ik was flink aan het zweten. Via een gat in de ommuring kwamen we binnen in het complex. Over de prachtig aangelegde paden en goed onderhouden grasperken liepen we langs de ruïnes. Overal zagen we hagedissen en leguanen in de zon zitten. De ommuurde stad strekte zich in de lengte uit over de rotsen langs de zee en het was in het verleden een belangrijk religieus centrum. Ook was Tulúm een belangrijke handelsplaats van de Maya’s en het enige fort dat aan zee werd gebouwd. Zo kwamen hier land- en zeeroutes bij elkaar en werd er waarschijnlijk zelfs handel gedreven met de binnenlanden van het huidige Guatemala via de Río Motagua. Binnen in “El Castillo” staken de Maya’s vuur aan en het licht van dit vuur scheen door twee openingen in de muur aan de zeezijde. Het doel hiervan was om de zeelui veilig tussen de vele rotsen door te loodsen.


Leguaan op de uitkijk bij Tulúm.

Tulúm heeft voorheen waarschijnlijk bekendgestaan onder de naam Zama, wat ‘stad der ochtendstond’ betekend. Tulúm is ook het Yucatec-Maya woord voor hek of muur, en de muren rondom het complex dienden ertoe dat het fort van Tulum bescherming bood tegen een invasie.
We liepen verder rond en kwamen langs de Tempel van de Fresco’s en “El Castillo”. Vanaf de klif hadden we een prachtig uitzicht over de azuurblauwe maar woeste zee. Pappa en mamma vonden de zee te woest en de golven te hoog en ik mocht helaas niet zwemmen. Wel bleef ik lang staan kijken bij het uitkijkplatform. Wat een uitzonderlijk mooie lokatie voor een stad is dit.


Lachen op de foto met Ronac en pappa.

Na onze rondwandeling namen we “El Trenecito” terug en zijn we nog lekker iets gaan eten. Ik at bijna een heel bord met papas fritas leeg. Ondanks dat alles erg toeristisch was, smaakte het eten er niet minder door. Ons laatste stukje per auto ging naar Playa del Carmen en het stadsdeel Playacar waar ons hotel zich bevindt. We hadden de verkeerde afslag maar via de volgende afslag kwamen we er ook. We moesten onze hotelvoucher laten zien aan een beveiligingsmannetje voordat we de hotelzone mochten betreden. We moesten nog een aardig stukje rijden en een aantal diepe topes trotseren voordat we bij het hotel aankwamen.

We parkeerden de auto en checkten in bij RIU Hotel Yucatán. Alles werd uit de auto gehaald en naar onze kamer gebracht. We bleven niet te lang op onze kamer en in het hotel want de huurauto moest ingeleverd worden. We zouden naar het stadskantoor in Playa del Carmen moeten gaan maar de receptioniste zei dat we het ook bij het winkelcentrumpje in Playacar konden proberen. We reden hier naar toe en leverden de auto daar af. Wat een goede tip van de receptioniste want dit kostte een stuk minder tijd. Alles werd afgehandeld en er waren gelukkig geen gebreken aan de auto.

In totaal hebben we deze vakantie bijna 2500 kilometer met de auto afgelegd. Soms zijn we de weg kwijt geweest, verkeerd gereden, topes rustig en hard overgereden, diverse controles gehad maar uiteindelijk hebben we veilig en zonder pech of ongelukken Playa del Carmen bereikt. Opnieuw is gebleken dat pappa een prima chauffeur is die zich overal aanpast en mamma redelijk goed kan navigeren. ‘s Avonds inspecteerde ik met pappa nog het zwembad en het strand maar het was helaas al te laat om een frisse duik te nemen. Komende dagen krijgen we wat meer rust, hoeven we niet meer te rijden en kunnen we lekker gaan relaxen.

Palenque (dag 11)

Het had vannacht flink geregend maar gelukkig was het vanochtend weer opgeklaard. We hadden het ontbijt in de eetzaal en kregen zoals bijna overal roerei, bonenpuree, brood en fruit. Ik at lekker brood met jam.

Vandaag gingen we naar de bekende archeologische Maya vindplaats vlakbij Palenque. Palenque ligt op de grens van het laagland van Yucatán en de Lancadón-jungle. We hoefden maar een klein stukje (circa 10 minuten) te rijden tot de ingang van de ruïnes. Palenque is vooral vanwege de ondoordringbare jungle een van de meest bijzondere overblijfselen van de Maya’s.


Eindelijk samen de Maya tempels beklimmen met pappa.

We betaalden de entree en moesten eerst een stukje door de jungle lopen totdat we door de dichte vegetatie een gebouw konden zien. Sommige ruïnes liggen nog volledig bedekt onder het oerwoud terwijl andere volledig zijn vrijgemaakt en gerestaureerd. In Palenque regeerde een van de bekendste Maya koningen namelijk Pakal de Grote. Hij regeerde van 615 tot 683 en heeft de indrukwekkendste graven in Midden-Amerika nagelaten.

Het eerste wat voor ons opdoemde was de Tempel van de Inscripties. Binnen in de tempel is een lange hiërogliefentekst die het koningshuis van de stad en de daden van Pakal de Grote beschreef. Bij het opheffen van een grote steen in de vloer kwam er een gang te voorschijn, die naar een lange inwendige trap voerde die terug naar de begane grond en de tombe van de vergoddelijkte Pakal leidde.

De Tempel van de Stervende Maan naast de Tempel van de Inscripties konden we beklimmen. Samen met pappa ging ik de hoge traptreden op als een echte ontdekker. Sjiek hoor, hier had ik de hele vakantie al op gehoopt. We liepen daarna naar het middelpunt van het complex namelijk “El Palacio”(het paleis). Het paleis is gebouwd op overblijfselen van eerder gebouwde gebouwen en beslaat een totale oppervlakte van ruim 5000m2.


uitzicht op o.a. het paleis.

In het paleis waren o.a. een sauna, sanitaire ruimtes met stromend water en riolering. Ook is er een vierkante toren waarvan de functie nog niet achterhaald is. Ik liep eerst samen met pappa door het paleis en daarna gaf ik mamma een rondleiding als een volleerd gids. Mamma ontdekte op een muurtje nog een grote harige spin. Volgens een van de gidsen die daar rond liep was het een tarantula (vogelspin).

Vogelspinnen worden door veel mensen gevreesd door de grootte en het sterk behaarde lichaam. Vogelspinnen zijn ondanks hun grootte relatief ongevaarlijk. De meeste soorten zijn niet erg snel, niet giftig voor de mens en ook niet agressief. Ik vond de spin niet eng maar bekeek hem toch maar van een afstandje.

Door het oerwoud liepen we naar het Plein van het Kruis. Hier staan drie tempels Tempel van het Kruis, Tempel van de Zon en Tempel van het Bebladerde Kruis waarvan laatste het grootste is. We beklommen de Tempel van het Bebladerde Kruis met z’n vieren. Zelfs Ronac vond het leuk want hij heeft de hele weg naar boven hard zitten lachen. Vanaf de tempel hadden we een prachtig uitzicht over de Tempel van de Inscripties, het Paleis en het oerwoud. In het oerwoud zouden ook brulapen moeten zitten maar wij hebben ze niet gezien of gehoord, jammer.

Bij een van de vele souvenirstalletjes kochten we nog twee lederen zemen met de Maya-kalender erop. De Tzolkin was de heilige kalender van de Maya en telde 260 dagen. De kalender was afgestemd op de natuurlijke ritmes van het menselijk lichaam en op de cyclus van de aarde met de maan en zon. Heel ingewikkeld allemaal en ik ga het gewoon gebruiken als schatkaart om de Mayaschat te vinden. Het begon langzamer warm te worden en daarom liepen we zo veel mogelijk door de schaduw in de richting van de uitgang.


Ons hotel “Plaza Palenque”

‘s Middags gingen we heerlijk zwemmen in het zwembad van het hotel. Ik zag ook nog een hele grote iguana (leguaan) die uit een boom kwam klimmen. Het was een groene leguaan (iguana iguana), een reptiel (koudbloedig dier) die lekker in de zon ging liggen om zichzelf op te warmen. Iguana’s kunnen wel tot 2 meter groot worden en kunnen goed klimmen. Ze eten voornamelijk bladeren en fruit. Ik blijf het toch fascinerende dieren vinden. Tussendoor aten we lekker wat bij het zwembad en ik bleef zwemmen tot het uiteindelijk weer begon te regenen en onweren (wat een verrassing). ‘s Avonds werden de rugzakken alweer gepakt want morgen vertrekken we richting de kust

San Christóbal (dag 9)

Vandaag hoefden we een dag niet te rijden en bleven we in San Cristóbal. We zaten rond de klok van 8:30 uur aan het ontbijt waar ik weer lekker fruit en wat stukjes brood kreeg. Na het ontbijt gingen we naar buiten om het centrum van San Cristóbal te verkennen.


Kathedraal in San Christóbal de las casas.

De stad San Cristóbal werd in 1528 gesticht door Diego de Mazariegos. Voorheen was het de hoofdstad van de staat Chiapas maar door onder andere de economische groei raakte San Cristóbal deze functie kwijt aan de stad Tuxtla. De toevoeging “de las Casas” is een soort van eerbetoon aan geestelijke en voorvechter van rechten voor de indiaanse bevolking: Bartolomé de las Casas.

Een groot deel van de inwoners bestaat uit de Tzotzil maya met hun eigen cultuur en tradities. In het straatbeeld zie je dit veel terug komen. Het uiterlijk en kleding van de mensen was hier duidelijk anders dan in de andere plaatsen die we tot nu toe bezocht hebben. De ene vrouw ziet er nog mooier uit dan de andere in prachtige gekleurde Maya kleding en het haar in lange vlechten.


Uitzicht over San Christóbal de las casas.

We begonnen onze verkenningstocht in het historische centrum. We liepen door straatjes met keien, langs koloniale gebouwen, pleinen en kerken. Om de hoek van het hotel lag het Plaza 31 de Mayo met het Palacio Municipal (stadhuis) en de kathedraal. We liepen de hoek om en kwamen op het plein voor de kathedraal. De kathedraal is gebouwd in de 16de eeuw en zag er mooi uit in de rood en gele kleuren. We bezochten ook nog een leuke markt rondom een oud klooster. Hier komen Maya’s uit de omringende bergdorpen naar toe om hun zelfgemaakte kleding, poppetjes, kleedjes, sieraden en andere spullen te verkopen. Zelfs kleine kinderen ((vanaf een jaar of vier) worden al gestimuleerd om spullen te verkopen. Wij kochten bij een meisje van een jaar of zes (schatting) twee handgemaakte poppetjes voor 10 pesos (60 eurocent).

S’middags reden we met de auto naar het nabij gelegen indianendorp San Juan Chamula. In het dorpje staat één van de meest bijzondere kerkjes ter wereld en deze wilden wij gaan bezoeken. San Juan Chamula is een spiritueel en gesloten dorp. Men probeert alle moderne invloeden van buitenaf te weren maar met de vele toeristen die er komen, lijkt mij dit onmogelijk. Mensen willen bij voorkeur niet gefotografeerd worden omdat ze denken dat dit de ziel weg neemt. Om dit te respecteren namen we dan ook geen camera mee.

San Juan Chamula is een hechte gemeenschap en iedereen krijgt er een huis en te eten. De vrouwen houden zich de hele dag bezig met het weven van de klederdracht en de mannen met het vermaken van de goden. Dit doen ze door uitbundige rituelen met muziek, vuurwerk en een hoop geschreeuw. De hele dag door drinken ze coca cola of alcohol en laten ze boeren om hun lichaam te zuiveren van kwade geesten. Het dorp heeft een spirituele leider die elk jaar opnieuw gekozen wordt. Je moet van goede huize komen om spiritueel leider te worden, en vooral geld hebben, om het hele dorp van alcohol, eten, onderdak en van vooral veel rituelen te kunnen voorzien.

We parkeerden de auto net voor het centrale plein en vroegen een paar chicos om op onze auto te letten voor een paar pesos. We liepen door een soort winkelstraat naar het plein waar ook het “tourist office” was gevestigd. Hier moesten we een toegangsbewijs kopen om de kerk in te mogen. Voordat we bij de kerk waren moesten we het plein oversteken en we werden aan alle kanten omringd door kinderen die iets wilden verkopen of als gids wilden fungeren. Voor de ingang werden we nogmaals erop gewezen dat er in de kerk niet gefilmd of gefotografeerd mag worden. We gaven ons kaartje af en gingen stilletjes door de op een kier staande deur naar binnen.

Achter de kleine kerkdeur bleek een magische wereld schuil te gaan. De kerkvloer was bezaaid met een tapijt van dennennaalden en we roken een scherpe geur van (Copal) wierrook en hars. Het hoge houten plafond was zwart geblakerd door de walm van honderden kaarsen die op de vloer en op tafels stonden te branden. Tegen de muren zagen we tientallen grote beelden van rooms-katholieke heiligen die hier als goden vereerd worden. Er waren diverse ceremoniën aan de gang. Mensen waren aan het bidden en prevelden teksten. We liepen rond en bleven even bij een ceremonie staan kijken. Het was niet helemaal duidelijk waarom de mensen aan het bidden waren.

Ik was meer geobsedeerd door de vele brandende kaarsjes en de kip die ze bij zich hadden. Een van de ceremonies kan bijvoorbeeld zijn: stel ze hebben een ziek kind, dan zullen ze door het bidden de ziekte van het kind overdragen naar de kip. De kip wordt vervolgens gedood op een discrete manier. Dus als de kip dood is, is de ziekte ook dood/weg. Vervolgens wordt de kip begraven op de heilige berg, waar niemand van buitenaf mag komen. Aan het einde van de ceremonie wordt alles weer opgeruimd en kan iemand anders aan een nieuwe ceremonie gaan beginnen.

Na enige tijd gingen we weer naar buiten. We liepen nog wat over het marktplein voor de kerk. Helaas werden al veel marktkraampjes afgebroken maar aan aandacht ontbrak het niet. Ik werd door vele vrouwen omhelst, gekust en gezegend met een kruisje op mijn hoofd. Eén vrouw maakte het wel heel erg bont en zoende me wel vijf keer. Ze bleef me maar vast pakken en tegen me praten in het Spaans maar ik verstond er niet veel van. Ik was “hermoso” en leek op mijn mamma vanwege mijn lichte huid. Grappig was het wel, in Nederland zou zoiets in ieder geval nooit gebeuren.

We reden weer terug naar ons hotel in San Cristóbal om daar lekker op de binnenplaats in het zonnetje te zitten. Ik ging lekker even slapen en mamma liep in haar eentje nog naar de Templo de Santo Domingo. Ze moest aardig wat trappen op voor een mooi uitzicht over de stad.

‘s Avonds liepen we nog een rondje door het centrum om een leuk restaurantje te vinden. We keken nog eventjes bij een optreden van een echte indiaan met een hele sjieke hoofdtooi van allemaal veren. Het viel ons op dat er heel veel toeristen uit Mexico waren, maar heel weinig uit Europa.


Een echte indiaan.

We gingen eten bij restaurant Tierra Dentro. Ik at brood, Keyro pasta bolognese, mamma fajitas (gevulde maïspannenkoek) en pappa Pollo Mole Poblano. Het gerecht van pappa is typisch voor deze streek en de Mole (dikke saus) wordt bereidt met een bepaald soort peper, fruit, noten, kruiden en chocolade. Toen we terug waren in het hotel lieten pappa en mamma de open haard op de kamer aan maken.

Omdat San Cristóbal op 2300 meter hoogte ligt, koelt het ‘s avonds flink af. Gisteravond hadden we het wat fris gehad dus vandaar dat vandaag de open haard maar aan ging. Al snel verdween de kilte en werd het aangenaam warm in de kamer. Lekker soezend bij de open haard vielen we allemaal in diepe slaap.


Lekker bij de open haard.

Uxmal – Campeche (dag 6)

Vandaag reden we bij toeval de ruïneroute van Uxmal naar Campeche. We reden rond de klok van 10:00 uur weg en wilden de snelle route (ca. 185 km) rijden maar namen de verkeerde afslag. Pappa en mamma vonden het onzin om terug te gaan omdat je ook deze route kon rijden maar dan zonder uitstapjes.

Het zou zelfs maar ca. 175 km zijn. Het enige nadeel waar we al snel achter kwamen was dat we door veel kleine dorpjes kwamen met erg veel “topes”. De “topes”, verhoogde verkeersdrempels hielden de rit enigszins op. Pappa moest zeer alert blijven want af en toe doken ze ook nog eens uit het niets op. Gelukkig staat bij de meeste “topes” wel een vooraankondiging of een bordje zodat we niet onnodig gelanceerd worden.

Bij het dorp Hopelchen raakten we de weg even kwijt en bleek door de wilde gebaren van enkele inwoners dat we tegen het verkeer in aan het rijden waren. Gelukkig kon pappa gauw draaien en was er niets aan de hand. Keyro werd niet snel daarna beroerd van de warmte en hij moest flink overgeven. Gelukkig voelde hij zich daarna beter en konden we weer verder onze route rijden. We arriveerden rond 12:15 uur al bij Hotel Baluartes in Campeche.

Normaal gesproken kun je pas rond de klok van 15:00 uur inchecken in de hotels maar ook hier was het geen probleem om eerder in te checken. Ze waren nog wel onze kamer aan het poetsen en we moesten heel even wachten totdat we onze kamer in konden. De kamer was pure luxe en er lagen een heleboel kussen op de bedden waar Keyro en ik ons in konden verstoppen. Na wat gerust te hebben gingen we de stad Campeche verkennen.

Campeche is een oude Spaanse handelspost die gesticht werd in 1540 en uitgroeide tot stad. Men exporteerde voornamelijk hout en verfproducten voor textiel. Dit leidde er toe dat de stad vaker werd belaagd door Engelse, Franse en Nederlandse piraten die de schepen aanvielen en de stad plunderden. De ergste aanval in 1663 leidde tot veel doden en het gevolg was dat er rond de stad dikke muren werden gebouwd. Deze muren werden versterkt met acht “baluartes”(bastions). Delen van de muur en de bastions zijn nog te zien.


De oude stadsmuur van Campeche
Wij zagen o.a. de baluarte de Santiago die is omgevormd tot botanische tuin. We liepen over het parque Principal, het centrale hoofdplein met zijn kleurrijke zuilengalerijen en de kathedraal. We gingen eten bij restaurant Marganzo tegenover de stadspoort. Ik kreeg mijn flesje melk terwijl Keyro vrolijk zat te kleuren op een kleurplaat die hij van de serveerster had gekregen. Keyro kreeg een spaghetti en pappa en mamma verorberden eerst heerlijke voorgerechtjes met vis en daarna nog een visschotel Marganzo.


Een heerlijke uitgebreide lunch.

Voordat we terug liepen naar het hotel kochten we nog wat flesjes water en fresca’s (cola, Fanta) bij een straatkraampje. Ik kreeg veel aandacht van de mevrouw van de kraam en ik beloonde haar met een paar mooie glimlachen. Ze vond mij erg “hermoso” wat geloof ik zoiets is als mooi of knap. Zoals iedere dag begon het hier ook weer rond 17:00 uur te regenen en bleef het de hele avond door regenen. Vannacht sliep ik naast mamma en Keyro in het bed want ik had geen zin om in mijn tentje te slapen. Pappa had prinsheerlijk het bed voor zichzelf.

Mérida (dag 4)


Ingang van ons hotel, Caribe.

Onze dag begon weer op de gebruikelijke tijd namelijk rond de klok van 7:00 uur. We konden het rustig aan doen want vandaag hoefden we niet te rijden en bleven we nog een nachtje in hotel Caribe. Bij het ontbijt kreeg ik voor het eerst papaya te eten. De papaya heeft geel –oranje vruchtvlees en smaakt zoet en meloenachtig, ik vond het wel lekker en smikkelde aardig wat op.


Spetteren in het zwembad op het dak va het hotel.

Na het ontbijt gingen we zwemmen boven op het dak van het hotel met uitzicht op de Cathedral de San Il Defonso. Het was spetteren en spatteren en ik probeerde zoveel mogelijk water binnen te krijgen wat natuurlijk niet de bedoeling was. Rond de middag gingen we een stuk wandelen door het centrum. Mérida is de hoofdstad van de staat Yucatan en het was in de koloniale tijd de belangrijkste stad.


Mooi gebouw op de Paseo Montejo.

De Spanjaarden woonden voornamelijk in het centrum en de indianen in de buitenwijken. Wij liepen naar de Paseo de Montejo waar we chique paleisachtige herenhuizen zagen. Vroeger werden deze huizen gebouwd door de rijke eigenaren van de henequén-plantages. Henequén is van de agaveplant en van deze vezels er wordt een stevige stof van gemaakt.

In Mérida kon je onder andere hangmatten en kleding kopen van deze stof. Op de terugweg aten we bij een lokaal restaurantje, een torta(broodje) Cubano voor pappa en voor mamma Carne Asado (gegrild vlees). Ik kreeg veel aandacht van de serveersters en moest iedere keer verlegen lachen. We hadden het koloniale centrum nog willen verkennen maar ook vandaag kregen we te maken met een tropische regenbui aan het einde van de dag.


Het zwembadje voor onze deur ‘s avonds.

Voor deze tijd van het jaar is dat heel normaal want het is tenslotte regenseizoen. ’s Avonds gingen we eten bij het restaurant dat naast het hotel lag op het sfeervolle parque Hidalgo. Keyro at spaghetti bolognese, pappa tortilla’s en mamma pollo parill. Terwijl een gitarist gezellige muziek speelde vielen van alle indrukken mijn oogjes vanzelf dicht.

Dag 4; Novodevitsjijklooster

We werden vanmorgen allemaal iets later wakker (8:30 uur) en zoals iedere morgen hadden we hetzelfde ritueel van ontbijten, douchen, aankleden en spullen pakken die we gedurende de dag nodig hadden. We zouden vandaag naar het Novodevitsjijklooster gaan in een van de buitenwijken ten zuiden van Moskou.


De metro van Moskou was een echte attractie.

We vertrokken om 10:30 uur naar de metro. Ondanks dat we al een paar keer met de metro hebben gereisd, heb ik er nog niets over verteld. Het metronetwerk in Moskou is heel uitgebreid, druk en het meest efficientste ter wereld. De tarieven zijn goedkoop en is het een snelle manier van reizen vooral in de spits. In de spits komt er om de 1-2 minuten een metro aan en de metro vervoert dagelijks 8-9 miljoen mensen. Je betaald per enkele reis hetzelfde bedrag onafhankelijk van de lengte van de reis en je kunt zo vaak in en uitstappen als je wilt. We kochten een magnetische kaart die we voor de kaartlezer moesten houden en dan wordt er een rit afgeboek. Het poortje gaat open en je kunt doorlopen. Kinderen tot 6 jaar zijn gratis en er hoefde voor Allek en mij niet betaald te worden. Met lange roltrappen wordt je naar het perron gebracht en soms was het even goed kijken waar we naar toe moesten. Gelukkig kan Katja Russisch lezen want het staat niet in het Engels aangegeven. De Russische metroperrons zijn uniek met prachtige kroonluchters, beelden en mozaiken. De beste kunstenaars van de Sovjet-Unie zijn ingeschakeld om de metro te verfraaien. Ze gebruikten thema’s als de Revolutie, nationale defensie en de Sovjetstijl van leven.

Wij stapten onder andere over bij metrohalte Kievskaja en hier zagen we mozaiken die scenes afbeelden uit de vriendschap tussen Rusland en de Oekraine. We stapten bij de juiste metro Sportivnaja uit en moesten nog een stukje lopen voordat we aan kwamen bij het 16de eeuwse Novodevitsjijklooster (letterlijk jonge meisjesklooster).


Het Novodevitsjijklooster.

Het is een versterkt klooster gebouwd om de stad te verdedigen tegen de Mongolen en de Polen. In tegenstelling tot andere kloosters is dit goed gespaard gebleven tijdens de Sovjetperiode. Vasili III van Moskovië stichtte het klooster in 1524. De gebouwen waren een schuilplaats voor adellijke vrouwen die zich uit de wereld wilden terugtrekken. Zo woonden de zus en de eerste vrouw van Peter de Grote er een tijd. In 1812 probeerde Napoleon het klooster op te blazen, maar de nonnen slaagden erin de gebouwen te redden. In 1922 sloten de Bolsjewieken het klooster en vormden het om tot een museum, waardoor het van de vernietiging gered werd. Pas in 1994 mochten de nonnen terug in het klooster trekken en we zagen er zelfs een paar lopen. Het oudste en opvallendste deel van het klooster is de Smolenskkathedraal met zijn vijf schitterende koepels en mooie fresco’s. De achthoekige klokkentoren was in de 18de eeuw het hoogste bouwwerk in Moskou. Bij het klooster hoort een kerkhof, waar tal van beroemde Russen (o.a. Boris Jeltsin) begraven liggen allen bleek de poort die toegang geeft tot de begraafplaats op slot te zijn.

We brachten een aardige tijd door in het kloostercomplex maar begonnen uiteindelijk toch honger te krijgen. Onderweg kwamen we langs een soort van luxe tenten die onderdak gaven aan een restaurant. Binnen was heel veel luxe en het eten was uit de kunst. Met mamma at ik pasta met tijgergarnalen mee en pappa had rare zwarte pasta met vis maar die smaakte buitengewoon goed.


Italiaans eten in Oosterse sferen in Ruslan.

Met goed gevulde maag gingen we opweg naar onze volgende stop. Bij de Universiteit van Moskou (Lomonossov Universiteit) gelegen in de heuvels is een bekend punt voor een uitzicht over de stad. Het gebouw van de Universiteit is in opdracht van Stalin ontworpen en heeft een stalinistisch-gotische wolkenkrabber. We moesten om het gebouw heen lopen en het bleek verder te zijn dan we hadden verwacht. Het uitzichtpunt was een toeristische aangelegenheid en er stonden vele souvenirkraampjes. Ik had meer intresse voor een muziekdoosje van een Unnekerk dan voor het uitzicht. Samen met mamma ging ik toch nog even naar het uitzicht kijken.


Ik met mijn lieve mamma.

Ik zag de rivier de Moskva door de stad slingeren en heel erg in de verte kon ik een glimp van het Kremlin opvangen. We bleven een tijdje en pappa en mamma kochten op mijn aandringen een Unnekerk. We wilden vanaf een ander metrostation terug en om daar te komen moesten we door een prachtig bos lopen. Het ging wel steil naar beneden en we moesten dus goed opletten waar we liepen. Ongeloofelijk en levensgevaarlijk dat hier de dames op naaldhakken naar beneden gaan? Na een snelle terugreis per metro kwamen we weer aan in het appartement. We hadden besloten om niet uit eten te gaan maar om zelf een lekkere pasta bolognese te maken. Het smaakte me heel erg goed en terwijl het buiten nog licht was, ging ik toch naar bed.