Monkey Forest

Onze dag begonnen we met een lekker ontbijtje. We vertrokken rond de klok van 10:00 uur naar het Sacred Monkey Forest (apenwoud). Het ligt ten zuiden van de Jalan Monkey Forest en op ongeveer 300 meter van onze accommodatie. Het is één van de bekendste trekpleisters van Ubud. Tussen het dichtbegroeide regenwoud vol met beekjes en tempels, leeft een kolonie van Java-apen (makaken).


Het oude hindoeïstische tempelcomplex werd vermoedelijk halverwege de 14e eeuw gebouwd. Helaas zijn in de loop der tijd veel tempels vervallen en sommige van de huidige bouwwerken zijn zelfs replica’s. Het grootste bouwwerk, de Dalem Agung Temple, is de voornaamste tempel en wordt nog gebruikt voor dagelijkse rituelen. We kwamen er al snel achter dat de apen brutaal waren en totaal niet schuw. Terwijl Ronac even zat uit te rusten kwam zijn evenbeeld naast hem zitten. Maar wat deed die ondeugende makaak? Heel stiekem stak hij zijn hand
in Ronac zijn broekzak opzoek naar eten.


Ronac met zijn nieuwe vriendje.
Het zouden goede zakkenrollers kunnen zijn die makaken, haha. Dezelfde makaak had het even later op mamma gemunt en liet haar jurk niet meer los. Af en toe bleven we staan om foto’s te maken van de apen want wat ze zien er toch schattig uit. Eén makaak klom bij pappa op zijn hoofd en toen wij later enkele bananen kochten om ze te voeren, had ik er ook eentje op mijn hoofd zitten. Natuurlijk moeten wij ons afvragen of dit wel goed is voor de apen in het apenbos. Een aantal hadden flinke dikke buikjes van alle banaantjes die ze de hele dag door op een bordje gepresenteerd krijgen.


Zouden apen ook obese kunnen zijn net zoals mensen? Na een paar uur dwalen door het regenwoud en langs de tempels verlieten we het bos en liepen we het centrum van Ubud in. We liepen over de Jalan Raya Ubud, de hoofdstraat met veel kunstwinkels, cafés en restaurants. Ubud is van oorsprong een kunstenaarsdorp en je vind hier veel mooi houtsnijwerk en de Balinese schilderkunst bij de plaatselijke kunstgalerijen. Bij een winkeltje kochten wij onze souvenirs. Pappa en mamma twee wajangpoppen, Ronac een platte wajangpop en ik kocht een echte pijlenschieter. We hadden onze lunch bij Warung biahbiah en bestelden diverse kleine gerechtjes. Een soort Aziatische tapas die we ons goed lieten smaken.


In de middag werd er lekker gezwommen en verzamelden we bloemen die we bij de Hindoeïstische beelden in ons complex neerlegden. In de avond zijn we gaan eten bij het restaurant van Sagittarius Inn. Het was er totaal niet druk maar het eten smaakte goed. In de avond werden de spullen gepakt want morgen vertrekken we uit Ubud om de laatste dagen van onze vakantie aan het strand doorbrengen.