Soleil

Het was lekker weer vandaag en we brachten een dagje door aan het strand van De Haan. We waren deze keer samen gegaan met Tim en Tristan. Het was na aankomst in De Haan even zoeken naar een parkeerplek. Op het strand was het best druk want voor de Belgen was dit de laatste vakantiedag van de zomervakantie. De zee was ver weg dus het strand was breed en we moesten flink lopen om in het water te kunnen. We amuseerden ons wel met z’n allen. Zo maakten we samen met pappa en Tim een groot fort met een gracht er omheen. Daarna was het wachten tot het weer vloed werd en de zee weer op zou komen. Net voordat we weg gingen was het zo ver maar we konden het verdwijnen van het fort net niet helemaal mee maken. We aten zoals altijd lekker een Belgisch frietje bij het frietkot langs de tramlijn in het centrum. De terugweg viel tegen en we kregen te maken met heel wat files en uiteindelijk waren we veel later thuis dan gehoopt. Morgen moeten we gewoon weer naar school maar dit was toch een heerlijk relaxt dagje.

Dag 24; Het orakel van Delphi

We sliepen heerlijk vannacht en na een verfrissende douche waren we weer klaar voor vertrek. Het was maar een kilometer of acht rijden naar de archeologische opgraving van Delphi. De bergachtige omgeving was prachtig en de uitzichten wijds. De parkeerplekken in de buurt van de opgraving stonden allemaal al vol en er liep al een motoragent boetes uit te schrijven aan auto’s die verkeerd geparkeerd stonden. We reden door en kwamen het centrum van de stad Delphi binnen. Toevallig reed daar bij een parkeerplek net iemand weg en kon pappa de auto mooi inrijden op het vrij gekomen plekje. We moesten een 10 minuten terug lopen maar er was een mooie promenade langs de weg. We besloten om eerst de opgravingen te bezoeken en daarna pas het bijbehorende museum. Bij de ticketoffice liepen allemaal kittens rond en die moesten eerst even geaaid worden. De man die onze tickets controleerde was een stuk chagrijn en een tikje onbeschoft. Pappa liet hem duidelijk merken dat hij er niet van gediend was en toen zij de man niets meer en liet ons door. We betraden de archeologische site aan de voet van de Parnassosberg. Tegen de hellingen aan zijn de overblijfselen te zien van tempels, theaters en schathuizen. De geschiedenis van Delphi behoort tot de klassieke oudheid en bekend als het Orakel van de god Apollo. Al vroeg was Delphi een religieus centrum met een orakel en heiligdom voor de aardgodin Gaia. De mythe verteld het volgende verhaal. De god Apollo kwam vanuit Kreta zwemmend in de gedaante van een dolfijn naar het Griekse vasteland. Hij doodde met een brandende pijl, de draak Python die het orakel van Gaia bewaakte. Het heiligdom werd daarna ingericht ter ere van de god Apollo. Het orakel van Apollo (orakel van Delphi) werd het meest bezocht en gerespecteerde orakel van de gehele oudheid. In de tempel van Apollo was de zetel van priesteres/waarzegster Pythia, het orakel. Pythia, het orakel stond in contact met de goden en fungeerde als “doorgeefluik” van de boodschappen en- of raadgevingen van de goden. Jaarlijks kwamen koningen, voorname mensen en duizenden burgers naar Delphi om het orakel te raadplegen bij het nemen van beslissingen of het bepalen van hun lot. Het orakel was een jong meisje dat werd gekozen voor het leven en waarvan de persoonlijke naam maar zelden werd vermeld. Na de uitverkiezing werd er speciaal een ambtswoning binnen het heiligdom ingericht. Op geregelde tijdstippen raakte het orakel in vervoering. Gezeten op een kruk, raakte ze (mogelijk) bedwelmd door hallucinogene dampen die hier uit een rotsspleet in de grond omhoog borrelden. Eenmaal in trance begon Pythia wartaal en vreemde klanken uit te stoten waar niemand iets van begreep maar waarvan men aan nam dat dit de boodschap van de goden was. De boodschap was vaak cryptisch omschreven en werd dan vertaald door de voorname hoge “prophétes” priesters die altijd meeluisterden. Het vergde een grote inspanning om de praktische raad uit de boodschap te halen en er waren altijd meerdere mogelijkheden om de boodschap te interpreteren.
Na binnenkomst kwamen we meteen bij de Romeinse agora, het marktplein en de winkeltjes. Over de heilige weg liepen we verder omhoog. We kwamen langs schathuizen en bouwstenen waar vroeger offerstukken op stonden. De tempel van Apollo stond centraal op het terrein en er stonden nog zes zuilen (gedeeltelijk en gerestaureerd) overeind. Een aardbeving en een brand hebben het grootste deel van de tempel verwoest. We klommen verder via het gedeeltelijk met marmer geplaveide pad en kwamen uit bij het theater. Oorspronkelijk waren hier rond de 5000 zitplaatsen en werden er festivals georganiseerd. Vanaf het theater hadden we een prachtig uitzicht. We volgden het laatste stuk van het pad en eindigden bij de ruïnes van het stadion waar vroeger elke vier jaar de Pythische Spelen werden georganiseerd. De renbaan van het stadion is 178 meter lang en de zitplaatsen werden pas in de Romeinse tijd gebouwd en zijn dus niet zo oud. De mensen moesten dus een flinke klim maken om naar de atleten te komen kijken. In de bradende zon liepen we terug naar beneden. Tussen de archeologische site en het centrum van Delphi lag het museum waar voorwerpen zijn tentoongesteld die men heeft gevonden tijdens de opgravingen. De collectie is exclusief en bevat fraaie stukken dus we gingen naar binnen om deze te bekijken. In de eerste zaal zagen we de gevleugelde sfinx van Naxos uit 550 voor Christus. Het is een marmer beeld van een 2.22 meter hoge sfinx. Het is een mythisch figuur met het lijf van een leeuwin, aan het lijf zitten vleugels en het hoofd is van een vrouw. Vroeger stond deze sfinx als bewaker op een grote zuil bij de ingang van de tempel van Apollo. Er was ook een fries die de strijd uitbeeldde tussen goden en reuzen. Het leek net een stripverhaal maar in werkelijkheid is de afbeelding dus afgeleid van een mythe. In de volgende zaal stonden weer twee topstukken: de twee Kouroi. Het zijn levensgrote mannenfiguren die jeugd, fitheid en schoonheid weergeven. Ze stammen uit 580 v Christus. Het viel op dat de beelden en de gebruiksvoorwerpen ooit met veel vakmanschap werden gemaakt. Ik heb echt bewondering voor de kunstenaars en ambachtslieden die zelfs aan de kleinste details hebben gedacht. In een van de laatste zalen stond het beroemdste stuk van het museum: de Wagenmenner. Het is een levensgroot bronzen beeld en wordt ook wel Heniokhos genoemd. Het beeld is 1.80 hoog en liet een wagenmenner bij de Pythische spelen aan ons zien. Zelfs aan de kleine details zoals de wimpers was gedacht. Het beeld zag er bijna levensecht uit. We verlieten het museum en liepen naar het centrum waar we enkele restaurants hadden gezien. We wilden nog even iets eten voordat we door zouden rijden naar onze laatste bestemming van onze vakantie. We namen enkele voorgerechten en samen met Keyro nam ik een pizza. Onze buikjes zaten al aardig vol van de voorgerechten en met veel moeite werd de pizza door ons allen opgegeten. We reden rond 13:30 uur weg uit Delphi en reden het grootste gedeelte over de snelweg naar Schinias. De laatste 20 minuten gingen binnendoor tot we bij de kust aankwamen. We vonden het adres en het huis maar de poort zat dicht. We belden met Nefeli, de verhuurster en zij was er binnen een paar minuten. Het appartement bevond zich op de tweede etage in de villa die door meerdere mensen bewoond wordt. Er was zelfs een kleine lift! Het LiTho appartement is vrij recent gerenoveerd en zag er exact zo uit als op de foto’s van de Airbnb site. Er was een slaapkamer, keuken, badkamer en woonkamer met twee extra bedden. De inrichting was sfeervol en er was een enorme veranda met uitzicht over de omgeving en de tuin. Op de veranda was het nog te warm dus bleven wij binnen. Pappa en mamma gingen nog even weg om te kijken of ergens in de buurt een supermarkt geopend was. De meesten waren gesloten en ze vonden er uiteindelijk wel eentje maar daar was weinig te krijgen voor het avondeten. Ze namen daarom maar instant noedelsoepjes mee voor de avond. De zon scheen minder fel aan het einde van de middag en we konden lekker buiten op de veranda zitten en spelletjes doen. Rummikub, pokeren en kaarten, gezellig. We hielden ook nog een soort van watergevecht met de tuinslang. Een voordeel van zo’n groot balkon! We bleven wat langer op want morgen gaan we lekker relaxen aan het strand.

Dag 20; Vikos kloof

Zonder ons wakker te maken was pappa vanmorgen al om 7:00 uur vertrokken om de auto weg te brengen. We zaten om acht uur net aan het ontbijt toen hij terug kwam. Het ontbijt was hetzelfde als gisteren maar dat vonden wij absoluut niet erg. We vertrokken rond 8:30 uur met de eigenaar naar Monodendri. Hij volgde niet de doorgaande weg maar nam de tussendoor weg. Hobbel de bobbel, we werden flink door elkaar geschut. Hij zette ons af bij het startpunt van de wandeling en dat scheelde alweer een aantal honderden meters lopen. Voordat we begonnen aan onze wandeling van circa 12 kilometer namen we nog snel een kijkje bij het oude theater. De kloof begint tussen de dorpen Monodendri en Koukouli en eindigt vlakbij het dorp Vikos. De kloof is gedurende miljoenen jaren uitgesleten door de Voidomatis, een zijrivier van de Aoös. Door het uitslijten van de kloof laten de wanden gesteentes zien uit verschillende perioden. De kloof is maar liefst 20 kilometer lang. De diepte varieert van 450 tot 1.600 meter. Op het breedste punt is de kloof 40 meter breed, maar op sommige plekken is dit slechts een paar meter. De Vikoskloof staat in het Guinness Book of Records vermeld als diepste kloof op aarde. We begonnen met een pittige afdaling door een loofbos naar de droogstaande rivierbedding. Wij “de mannen” liepen in een stevig tempo door naar beneden en het wachten was op mamma die het veel voorzichtiger aan deed. Het pad was vrij gemakkelijk te volgen totdat we bij de grote keien in de rivierbedding kwamen. Hier werd het goed opletten en klimmen en klauteren. Vooral het klimmen en klauteren vonden wij erg leuk. Het was gelukkig nog niet heel erg warm, er was wat bewolking en de bomen zorgden voor schaduw. Meerendeel volgden we het pad langs de rivierbedding en soms ging het wat omhoog en laag maar over het algemeen goed te doen. Ongeveer halverwege maakten we een stop om wat te eten. Bananen, broodstengels en wat snoepjes werden uit de tas getoverd. Mijn rugzak die ik moest dragen werd direct een stuk lichter. We kwamen er achter dat Ronac een probleem had met zijn sandaal. De zool zat voor de helft los en hij liep er niet al te gemakkelijk op. En nu, was de vraag? We waren pas net op de helft van de wandeling en hadden nog een aardig aantal kilometers voor de boeg. Pappa bleek inventief te zijn en wist met behulp van een elastiek die mamma in de tas had zitten, de zool aan de sandaal vast te maken. De enige vraag was: “hoe lang zou dit houden?”. Met frisse energie en Ronac met geïmproviseerde sandaal gingen we verder. We liepen in aardig tempo door met mij als leider ver voorop. We kwamen bij een vlakker en open gebied en het zonnetje begon aardig te schijnen. Het laatste stuk naar het dorp Vikos was best steil maar ik liep vrij gemakkelijk met enkele korte tussenstops naar boven waar ik rond 15:00 uur aankwam. De auto stond keurig op de parkeerplaats op ons te wachten. We besloten om eerst iets te gaan eten en drinken voordat we terug reden. Vikos is een traditioneel dorp dat op de kliffen van de berg hangt, boven de diepe kloof. We vonden een taverne naast de kerk van Agios Triffonas nabij het dorpsplein. We bestelden niet al te veel eten omdat we vanavond nog in Vitsa wilden gaan eten. We bestelden een stuk hartige groentetaart, tzatziki, Griekse salade en ik had zin in kippensoep. We ontspanden lekker met een potje kaarten en het eten. Het was een fantastische wandeling in een nog mooiere omgeving. Een echte “must do” als je in deze regio bent. Het was een half uur terug rijden naar onze accommodatie. We namen allemaal een uitgebreide douche om al het stof en zweet van ons af te spoelen. Verder hadden we alle tijd om te ontspannen met een spelletje en een filmpje op de tablet. Pappa, mamma en Ronac gingen ’s avonds in het dorp nog eten maar ik had geen trek en bleef op de kamer. Achteraf hoorde ik dat het eten een beetje tegenviel omdat de meeste gerechten al op waren en er maar weinig keuze was. Er werd vanavond weer ingepakt want morgen gaan we deze prachtige regio weer verlaten. We blijken wat dagen over te hebben dus kunnen we iets extra inplannen. We zullen de stad Delphi bezoeken en onze laatste dagen doorbrengen aan het strand in de buurt van Athene en het vliegveld.

Dag 19; Zagoria regio

In tegenstelling tot de plannen, stonden we later op dan gepland. We wijzigden de plannen omdat de mamma last had van een dikke, pijnlijke knie . We zaten om 9:30 uur op het terras voor het ontbijt. Het uitzicht was schitterend. Er vlogen zwaluwen af en aan naar het nest onder het dak, een leuk gezicht. Het ontbijt was uitgebreid en ik juichte toen ik zag dat er tosti’s geserveerd werden. Er waren nog gekookte eitjes, brood met jam, cake, melk, thee en koffie. De jam trok wespen aan en dat was iets minder prettig. Na het eten vertrokken we op verkenning in de regio. In de Zagoria regio liggen veel groene vlaktes waar wijnranken groeien en er wordt graan en tabak verbouwd. Uit de marmergroeven komt marmer van grote kwaliteit en in de fabriek van Zagori worden dagelijks duizenden flessen mineraalwater gebotteld. Een vruchtbare regio dus! In het gebied van het Pindosgebergte bevinden zich 45 kenmerkende dorpen die bekendstaan onder de naam Zagoria. De regio is altijd al gekenmerkt door haar zeer moeizame toegankelijkheid vanwege het bergachtige terrein. Ten tijde van het Byzantijnse Rijk zorgde de relatieve veiligheid van Zagoria ervoor dat groepen soldaten er zo nu en dan dorpjes bouwden en zich er vestigden. In de 14de eeuw werd Zagoria beschermd tegen aanvallen vanuit Albanië dankzij de ligging vlakbij Ioáninna. Toen Epirus in 1430 in Turkse handen viel, werden er wederzijdse afspraken met de bezetters gemaakt die leidden tot het verdrag van onafhankelijkheid en een verbod voor de Ottomanen om het gebied te betreden en zich met de regio te bemoeien. Er kwamen veel kooplui te wonen die banden hadden met Roemenië, Rusland en Constantinopel. Zij werden de machtigste klasse in het gebied en droegen bij aan de relatieve rijkdom van Zagoria. In 1820 arriveerde een leger van 1.500 man in Zagori onder leiding van Ismael Pasha. Zij waren een onderdeel van de 20.000 soldaten die achter Ali Pasha aan werden gestuurd. Ismael Pasha trok de meeste privileges in. De Zagoria werd bevrijd in 1913 tijdens de Balkanoorlogen. Wij reden als eerste naar het Oxya uitzichtpunt waar je praktisch helemaal met de auto kunt komen. Met de drukte viel het mee en we moesten vanaf de parking ongeveer 100 meter lopen. Het was een aangelegd keien pad dat eindigde bij het uitzicht over de Vikos kloof. De kloof is gelegen in het midden van het Nationaal Park Noord-Pindos en het uitzicht was geweldig mooi. We konden nog een stukje door lopen over een smal pas langs de bergwand. We werden door middel van bordjes gewaarschuwd dat dorlopen geheel op eigen risico is. Mamma en Keyro bleven bij het uitzichtpunt maar pappa en ik liepen door, stoer als we zijn. Het pad liep dood en we keerden terug met z’n allen naar de auto. Op de terugweg passeerden we het “Stone forest”. We parkeren de auto langs de kant om een korte wandeling te maken tussen de merkwaardig gelaagde rotsen. Het stenen woud bestaat uit miljoenen jaren oude kalksteenformaties. De stenen zijn opgestapeld en door weer, wind en tijd gevormd tot torentjes van plakjes steen. Bijzonder om hier tussendoor te lopen. We rijden verder en maken een stop in het dorpje Monodendri. De naam van het dorp, Monodendri, betekent ‘1 boom’. Tot 1753 was het dorp samen met Vitsa één groot dorp waartussen een grote spar stond. Monodendri won de strijd om het gebied waar de boom op stond en nam toen deze naam aan, hoewel de boom er ondertussen niet meer staat. In het dorp stonden de leuke traditionele huisjes van wit natuursteen en leien daken. Op het sfeervolle dorpsplein dronken we onder de bomen een drankje op één van de terrassen. Wij hoopten in het dorp informatie te vinden over het lopen van de Vikoskloof maar helaas. We brachten een bezoek aan het Agia Paraskevi klooster dat net buiten het dorp ligt. We volgden de bordjes en het brede voetpad. De wandeling er naartoe is nog geen kilometer en niet moeilijk. Het klooster ligt op een steil aflopende rots aan de rand van de Vikoskloof. Het klooster werd in 1412 gesticht door Michael Therianos als dank voor de genezing van de oogproblemen van zijn dochter, een wonder dat werd toegeschreven aan de heilige Paraskevi. Het bleek klein te zijn, maar was goed bewaard gebleven. We zagen een pater die een klein winkeltje bemande waar prachtig geschilderde iconen gekocht konden worden. Het klooster wordt sinds 1940 niet meer bewoond. Aan de zijkant van het klooster kun je nog verder lopen langs de rand van de diepe kloof. Het pad was smal en we moesten voorzichtig zijn. Gelukkig hebben we allemaal geen hoogtevrees maar de diepte van de kloof wekte wel ontzag op. Het was schitterend! De terugweg was wat steiler en in de zon best warm, poehpoeh. We besloten om naar een ander pittoresk dorp in de Zagoria regio te rijden. Papingo lag aan de andere kant van de bergen en het was verder rijden dan verwacht. We reden over de beroemde haarspeldbochten, een veel gefotografeerde plek van Zagoria. We stopten onderweg langs de oever van de rivier de Voidomatis waar diverse tochten per raft of kajak begonnen. We genoten even van de natuur en klommen in een boom om de omgeving te overzien. In (Megalo “groot”) Papingo parkeerden we net buiten het dorp op een grote parkeerplaats. In dit dorp ook de geplaveide straatjes en steegjes, leuke pleintjes en een aantal leuke tavernes. De omgeving waar Papingo ligt is fenomenaal, de indrukwekkende hoge rotsen tegenover Papingo zijn prachtig. Veel mensen komen hier om de hoge rotsen te beklimmen. We hadden een overheerlijke verlate lunch bij taverne Astra Inn. Het is opvallend hoe veel goede en natuurlijk (biologisch) bereidde producten je in deze regio kunt eten. De homemade lemonade was heerlijk, de regionale kaasjes om van de smullen en het stoofvlees van pappa smolt in de mond. Onder het eten kregen wij gezelschap van een poesje die kwam bedelen om eten en een knuffel, lief. We volgden de weg naar (Mikro “klein”) Papingo waar een leuk natuurfenomeen verstopt ligt: “Papingo natural pools”. Een smal stroompje, dat hier de bergen uit komt, heeft een mini canyon uitgesleten, echter compleet anders dan de grote Vikos kloof. Hier zie je duidelijk de lagen in de rotsen en zijn op veel plaatsen ronde gaten uitgesleten. In de zomermaanden worden de natuurlijke poelen door middel van een sluisje met water gevuld. Op die manier ontstaan heerlijk koele zwembadjes. We volgden eerst het riviertje stroomopwaarts en liepen zo in een groen paradijsje. Af en toe moesten er flinke stappen gemaakt worden om verder te kunnen. Keyro en pappa namen een verfrissende duik in het koude water. Ik vond het te koud. Je kon ook van de rotsen in het natuurlijke zwembad springen maar dat durfden pappa, Keyro en ik niet. We verbleven een tijdje bij de poelen en reden daarna terug naar Vitsa. Bij onze accommodatie konden pappa en mamma onze wandeling door de kloof regelen. Althans het vervoer. Omdat je een richting uitloopt naar het dorp Vikos, heb je vervoer voor de terugweg nodig. De eigenaar zou morgenochtend vroeg met pappa naar Vikos rijden en onze auto daar bij het eindpunt parkeren. Hij neemt pappa weer mee terug en brengt ons met zijn auto naar Monodendri waar de wandeling begint. Het wordt een pittige wandeling dus gingen we redelijk op tijd naar bed om morgen goed fit te zijn.

Dag 12; Byzantijns Mystras

We begonnen onze dag met een goed ontbijt in de ontbijtzaal van het hotel. We vonden een plaatsje buiten op het terras. Er was veel keuze uit brood, beleg, ontbijtgranen, melk- en yoghurtproducten, zoetigheden, koffie, thee en verse jus ‘d Orange. Na het ontbijt checkten we uit en gingen we op weg naar de archeologische site van Mystras. Tegenwoordig is het een Byzantijnse spookstad op een steile heuvel, een uitloper van het Taygetos gebergte, waar alleen nog enkele nonnen wonen. We parkeerden bij de eerste ingang die we tegenkwamen toen we de heuvel opreden. Boven verwachting waren ook hier nog geen bussen vol met toeristen te zien maar slechts een handje vol. De site bestaat uit drie delen: Kastro (het kasteel), Chora (hogere stad) en Kato Chora (lager gelegen stad). Wij begonnen tegen het advies in het lager gelegen gedeelte Kato Chora. Niet verkeerd want in dit gedeelte was nog erg rustig. Het Kato Chora heeft de grootste oppervlakte van het oude Mystras. Tevens liggen hier een aantal van de bekende bezienswaardigheden. Eerst lazen we wat informatie over de stad. De Byzantijnse stad Mystras werd in 1249 gebouwd door de Frankische kruisvaarder Willem II van Villehardouin. Op 620 meter hoogte werd een sterke vesting gebouwd met uitzicht op Sparta. Het was tevens de bedoeling om Sparta beter te kunnen verdedigen. Na 10 jaar werd Willem II van Villehardouin gevangen genomen tijdens de Slag bij Pelagonia. Uiteindelijk werd hij gedwongen om Mystras, Mani en Monemvasia afstaan aan Michael VIII Paleologus als een soort losgeld. Op deze manier werd Mystras onderdeel van het Byzantijnse rijk. Uiteindelijk gingen veel inwoners van Sparta in Mystras wonen. Er ontstond aan de voet van het kasteel een bloeiende stad en tijdens de hoogtijdagen woonden er naar schatting meer dan 40.000 inwoners. Van 1348 tot 1460 was Mystras de hoofdstad van het Despotaat Morea (Morea is de vroegere naam voor de Peloponnesos). Het Despotaat Morea was een zelfstandig Byzantijns vorstendom ter grootte van bijna de hele regio Laconië op de Peloponnesos in Griekenland. Mystras werd in die tijd het politieke en culturele centrum van de regio Laconië. In 1770 werd de stad geplunderd en in de as gelegd in opdracht van de Turken. De bewoners verhuisden naar Sparta en lieten Mystras achter als spookstad. Vanwege de vele mooie kerken, muurschilderingen, de bibliotheken wordt de stad ook wel het “Wonder van Morea” genoemd. De stad staat op de lijst van UNESCO werelderfgoed. We liepen rond en zagen de vele (deels gerestaureerde) kloosters en Byzantijnse kerkjes. Zo zagen we de Metropolis, een basiliek gebouwd rond 1291 en gewijd aan St. Dimitrios. Het is de oudste van de overgebleven kerken. Tegen de kerk is een klokkentoren aangebouwd en het gebouw heeft verschillende bouwstijlen. De buitenzijde wordt wel gezien als kenmerkend voor de Helleense architectuur uit de tweede helft van de 10de eeuw. De binnenkant van de kerk was de moeite waard. De muren en plafonds zijn beschilderd en de kleuren zijn nog steeds levendig. Het Brontochion klooster bestond uit twee kerken, gewijd aan St. Theodore en Virgin Hodegetria en een aantal kloostergebouwen. In de Hodegetria kerk waren fresco’s te zien. De Agii Theodori kerk werd gebouwd door de geestelijke Pachomius tussen 1290 en 1295, Pachomius werd later abt van Morea. De muren en rode dakpannen zagen er mooi uit en het klooster werd waarschijnlijk gerestaureerd. Het waren de oude Grieken die in de 7e eeuw v C. de terracotta dakpannen invoerden die via de Romeinen ook door de rest van Europa werden verspreid. De Agia Sophia was de kathedraal kerk van het klooster en werd gebouwd door Manuel Kantakouzenos, de eerste despoot van Morea, tussen 1348 en 1380. We volgden de paden naar hoger gelegen delen. De paden waren niet altijd even fijn om op te lopen, grote en soms gladde keien en dan weer losliggende kleine steentjes. Het pad ging vrij steil omhoog en de warmte en het zonnetje dat doorkwam zorgde ervoor dat we alweer flink begonnen te zweten. Het gebied is vrij groot en je moet heel wat hoogtemeters maken om alles te kunnen zien. We apsseren de Monemvasia- poort en komen langs het Despoten paleis dat op dit moment aan het restaureren zijn. Het paleis werd gebouwd door de Franken en hier regeerden de despoten over de Morea regio. De weidse uitzichten over de regio zijn fantastisch. Pappa en mamma klommen nog een stukje door naar de ruines van de burcht op de top van de heuvel. Wij bleven bij het Agia Sofia klooster wachten tot ze weer naar beneden kwamen. Via de paden aan de rechterkant van de benedenstad kwamen we uit bij het Pantanassa klooster. De bijzonder mooie ligging en het uitzicht viel meteen op. Bij het klooster staat de laatst gebouwde kerk van Mystras. Er woont nog een klein groepje nonnen en het is het enige nog bewoonde klooster op de site die nog steeds in gebruik is. Het Pantanassa klooster is opgericht door Ioannis Phrangopoulos in 1428 en het is gebouwd in een gemengde Frankische en Byzantijnse stijl met gotische elementen zoals de ramen. Het klooster was toegankelijk en was mooi van binnen met veel kleurrijke afbeeldingen. We hadden hier ongetwijfeld nog meer tijd door kunnen brengen maar we liepen terug naar de auto. Onze rit ging naar Mavrovouni aan de kust. We kwamen door het centrum van Sparta. De stad Sparta was in het oude Griekenland de hoofdstad van Laconië en eeuwenlang een van de belangrijkste poleis (stadstaten). De basis van de maatschappij bestond uit gelijkheid. Er was geen rijkdom en geen armoede en iedereen was gelijk. Zo droegen dezelfde kledij en waren alle huizen zo goed als hetzelfde. De Spartanen stonden bekend om de buitengewoon sobere en harde opvoeding die zij kregen. Het begrip spartaans verwijst hier ook nog naar. Bij de geboorte werden de kinderen gekeurd. Als het een gezond kind was mocht het in leven blijven, een kind met lichamelijke of geestelijke problemen werd van het Taygetusgebergte geworpen. Er was geen plaats in de samenleving van zwakkelingen en dit was de eerste fase in de opvoeding die ervoor zorgde dat men geen energie hoefde te steken in de zwakkere burgers. Spartanen moesten sterk zijn en kregen op jonge leeftijd al een zware discipline opgelegd. Ze werden op 7-jarige leeftijd opgevoed door de “ephoren”. Het was een soort militaire opleiding die was gebaseerd op fysiek uithoudingsvermogen en gehoorzaamheid. In verschillende fases van de opvoeding zouden de kinderen testen krijgen waaruit bleek hoe sterk ze waren. De zwakkere kinderen vielen af en zo kwamen alleen de sterksten in het Spartaanse leger. Zo werden ze in het water gegooid zonder dat ze konden zwemmen. Alleen de sterksten bleven over en degenen die verdronken werden als zwak gezien. Vanaf hun twaalfde jaar de opleiding harder. De jongens kregen maar één kledingstuk en moesten blootvoets lopen. Vooral in de winter kan het goed koud zijn in de bergen van Laconie en dat ene kledingstuk was natuurlijk veel te koud. De techniek werd gebruikt om de jongens nog harder te maken. De jongens mochten stelen, het werd als moedig gezien maar het was natuurlijk niet de bedoeling om betrapt te worden. Op 18-jarige leeftijd begon de dienstplicht tot 30-jarige leeftijd. De Spartanen die getrouwd waren , mochten hun vrouwen slechts af en toe bezoeken. Een Spartaanse man was door dit alles een goed getrainde vechtmachine die beschikte over geweldige gevechtskwaliteiten. De vrouwen werden net als mannen getraind tot soldaat, zij moesten Sparta verdedigen zodra de mannen weg waren. De bekendste koning van Sparta was Leonidas. Hij was een Spartaan die meevocht die meevocht bij Thermopylae (tijdens de slag bij Thermopylae). Hij vocht dapper tegen de Onsterfelijken (de Perzen). Hij stierf bij de slag maar hij wist wel de Perzen te verslaan en zo zijn stad Sparta te redden van de ondergang. Daarom wordt hij als een held uit de oudheid gezien. Na een klein uurtje rijden kwamen we in de buurt van Mavrouvouni. Het is een klein dorp dat behalve van toerisme ook van de productie van olijfolie leeft. Onze navigatie gaf een toeristische route en we kwamen dwars door de olijfboomgaarden. We kwamen uiteindelijk aan op het adres van onze accommodatie. Het weggetje naar de bungalow ging vrij steil omhoog. De eigenaar zou uit Sparta komen en was er nog niet dus we parkeerden de auto naast de cactusplanten en liepen in de richting van het strand. We zochten een restaurantje waar we een late lunch konden hebben. We vroegen om iets dat snel klaar gemaakt kon worden omdat we de eigenaar niet te lang wilden laten wachten. We bestelden wat verschillende soorten vis (sardines, ansjovis) en salade en brood. Het duurde uiteindelijk toch nog lang. Het was wel erg lekker, al houd ik niet zo van vis. Pappa en Ronac vertrokken eerder uit het restaurant om naar de bungalow te gaan waar de eigenaar op ons wachtte. Ik bleef met mamma achter om te betalen en wij liepen iets later terug. We kwamen de eigenaar en zijn zoon onderweg tegen. De bungalow was heel knus ingericht en alle nodige voorzieningen waren aanwezig. Vanaf het balkon/veranda hadden we uitzicht over de zee. Ik had al snel mijn plekje op de bank gevonden en dook weer in mijn e-book. Pappa, mamma en Ronac gingen nog zwemmen in de zee waar hoge en wilde golven waren maar daar had ik geen zin in. Op de terugweg haalden ze wat boodschappen bij de supermarkt. Vanavond hadden wij pizza met salade als diner. Lekker en verder hoefden we de hele avond niets.

Trogir

We waren vanmorgen lui en wilden alleen maar gamen op onze tablet. Pappa en mamma wilden graag naar een stadje in de buurt bezichtigen en het kostte hen heel veel moeite om ons te mobiliseren. We hoefden niet lang in de auto te zitten want Trogir was maar iets van 5 kilometer rijden. In het centrum van Trogir is het vrij druk en het is zoeken naar een parkeerplek. We parkeren uiteindelijk net buiten het autovrije centrum.

Met parkeertarieven van 1,80 euro per uur zijn het bijna Nederlandse prijzen. Het autovrije centrum ligt op een klein eiland en ligt op loopafstand van de parkeerplaats. Vanwege de strategische ligging tussen het grotere eiland Ciovo en het vaste land was Trogir vroeger een belangrijke stad om te veroveren. Trogir heeft een verdedigingsmuur om het oude centrum en we liepen er eerst via de buitenkant om heen.

We lopen langs de haven en komen uit bij het 15e -eeuwse Kamerlengofort. Hier woonde vroeger de Venetiaanse heerser die op het hoogtepunt vrijwel de hele Adriatische kust in handen had. Ook is de stad in handen geweest van de Grieken, de Romeinen en zelfs de Fransen. Al deze culturen hebben hun stempel gedrukt op de architectuur van de gebouwen in de stad.

Er zijn prachtige gebouwen in Romaanse, Renaissance en Barok stijl terug te vinden. Het is goed warm en we zoeken een plekje op een van de vele terrasjes langs de boulevard voor een verfrissing. We hadden uitzicht op de jachthaven waar heel wat mooie en dure jachten lagen. We liepen de verbindingsbrug die Trogir verbindt met het eiland Ciovo over en bekeken de stad vanaf de andere oever.

Daarna liepen we terug en kwamen we via één van de twee stadspoorten het historische centrum binnen. Sinds 1997 staat het centrum van de stad op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. We slenterden wat door smalle steegjes van het centrum. Ook hier veel mooie middeleeuwse huizen.

De stad schijnt vaker gebruikt te worden als achtergrond in Kroatische, Italiaanse en Duitse films. Helaas lopen ook hier veel toeristen en dat doet enigszins afbreuk aan het mooie centrum. Tot nu toe zagen we overal in Kroatië de florerende toerisme industrie. Alle mooie plekken worden overspoeld met hordes toeristen en horeca, hotels en parkings maken er handig gebruik of misbruik van.

Prijzen schieten de pan uit en gastvrijheid en vriendelijkheid is ook niet overal te vinden. Een beetje jammer. Ik hoop dat het land niet ten onder gaat aan haar eigen succes. We liepen terug naar de parkeerplaats  en deden nog boodschappen voor het avondeten bij de Lidl. De namiddag brachten we door aan het strand.

Lekker zwemmen, varen, snorkelen en lezen in de zon. ’s Avonds werd er zelf gekookt en aten we Mexicaanse wraps, lekker! Na het eten gingen we nog een lange tijd zwemmen in de zee tot het donker begon te worden. Morgen vertrekken we richting Bosnië en zullen we de zee gaan missen.

Seget Vranjica

De dag begin zoals normaal rond de klok van 8:00 uur. Niets uitslapen of in bed blijven liggen. We speelden een speeltje op de tablet terwijl pappa en mamma brood voor het ontbijt gingen halen. Ze namen een lokaal gerecht mee namelijk: burek. Het gerecht is hier naar toegekomen tijdens het Ottomaanse rijk. In veel voormalige Joegoslavische landen (Servië en Bosnië) wordt het gerecht nog gemaakt en gegeten. In de jaren 60 werd het door Albanese en Bosnische bakkers geïntroduceerd in Kroatië en Slovenië. Burek is een deeggerecht, soms wordt het ook gemaakt met blader- of filodeeg en het kan gevuld worden met kaas, gehakt of groenten (spinazie). Na het ontbijt begonnen we met het opblazen van onze boot.

We hielden een relax dagje aan het strand. Het lag al vrij vroeg vol op het kleine strandje en we zochten naar een plekje om onze handdoek neer te leggen. We gingen met de boot het water op, gingen snorkelen en volleybalden in het water. Af en toe maakten Keyro en ik ruzie dus konden we niet samen varen of volleyballen en was pappa iedere keer degene die met één van ons iets moest doen.

Gelukkig waren er ook rustige momenten en konden pappa en mamma ook samen even rusten en hun e-book lezen. Tussendoor gingen we af en toe wat drinken in ons appartement en liepen daarna weer terug naar het strand. Aan het einde van de middag gingen pappa en Keyro een wandelingetje maken door Seget Vranjica en naar de andere kant van het dorp.

Ze zagen meerdere kleine baaien met rotstranden, oude olijfboomgaarden en wijngaarden. Mamma en ik bleven lekker op het strand en zwommen en volleybalden lekker in het water. Vanaf een uur of vijf begon het minder druk te worden op het strand en gingen veel toeristen terug naar hun accommodaties. Pappa en Keyro kwamen ook weer terug.

We bleven tot het donker begon te worden in het water. ’s Avonds gingen we uiteten bij een van de restaurantjes langs de baai. We vonden een plaatsje bij restaurant Samac. Op de menukaart stond een gevarieerde keuze met vlees- en visgerechten.

Pappa en mamma gingen beiden voor de inktvis, de ene voor gegrilde kalamari en de andere voor de gefrituurde variant. Keyro nam kipschnitzel omdat van de Wienerschnitzel er nog maar eentje te bestellen was en ik deze graag wilde. We speelden wat potjes kaart tot het eten werd geserveerd. Ik at niet veel want ik was zo ontzettend moe van de hele dag zwemmen en bezig zijn. Gelukkig hielpen pappa en Keyro mij een beetje en werd het meeste toch opgegeten. Half slapend lag ik bij mamma op schoot te wachten tot we terug gingen naar ons appartement. Daar viel ik direct in slaap.

Šibenik

Onze dag startte redelijk rustig. De laatste was werd van de waslijn gehaald, spullen ingepakt, er werd ontbeten en rustig aangekleed. We verlieten het mooie appartement rond de klok van 10:15 uur. De rit naar Šibenik waar we een tussenstop wilden maken, duurde ongeveer anderhalf uur.

We volgden opnieuw de kustweg D8 en niet de snelweg. De D8 loopt vanaf de grens met Slovenië via Rijeka, Zadar, Split en Dubrovnik helemaal door tot de grens met Montenegro. Het is met 643 kilometer, de langste weg van het land en loopt langs de hele Kroatische kust.  Het was erg druk onderweg en net voor Šibenik belandden we in een stilstaande file. Uiteindelijk bereikten we toch de stad Šibenik en vonden we direct een parkeerplaats op een groot parkeerterrein net buiten het centrum.

Hier vandaan was het ongeveer 10 minuten lopen langs de boulevard naar het centrum. Helaas zat het weer even tegen en begon het wat te miezelen. Nabij de haven lagen veel terrasjes en we zochten een leuk plaatsje uit. We zaten in een schommelstoel aan het water, heerlijk. Gelukkig verdween de regen al snel en maakte het plaats voor een lekker zonnetje.  De stad ligt aan een pittoreske baai waar de karstrivier de Krka in uitmondt.

In tegenstelling tot  andere steden aan de kust is Šibenik niet gesticht door de Illyriers, Grieken of Romeinen maar door de lokale Kroaten zelf. Er regeerden diverse koningen over Šibenik  en aan het einde van de 12e eeuw kreeg de plaats stadsrechten. Na de tweede wereld oorlog groeide Šibenik uit tot een van de belangrijkste havens aan de Adriatische kust. In 1991 werden er nog flinke gevechten gevoerd tussen de Kroaten en de Joegoslavische troepen en de Servische opstandelingen.

De Kroaten verdedigden de stad met succes. Tot in 1995 werd de stad nog regelmatig met granaten bestookt maar uiteindelijk keerde einde 1995 de rust terug en begon de stad met de wederopbouw en reparatiewerkzaamheden. Via de boulevard kwamen we uit bij het auto vrije centrum. De oude binnenstad is gelegen op een aantal heuvelruggen. We kwamen als eerste langs de Sint Jacobuskathedraal, het grootste en mooiste bouwwerk van Dalmatië.

In 15e eeuw werd gestart met de bouw van de kathedraal en pas honderd jaar later was de bouw voltooid. Het is niet vreemd dat de bouw zo lang duurde want de kathedraal is zonder één enkele spijker, hout of ander bevestigingsmateriaal gebouwd. De kathedraal is volledig gebouwd uit wit steen. Het dak en de koepel zijn gemaakt van stenen die in elkaar passen en er is geen cement voor gebruikt. In 2000 werd de kathedraal op de UNESCO Werelderfgoedlijst gezet.

Aan de buitenkant van de kathedraal zitten veel versieringen, zo zijn er 72 gezichten te zien. Pas na de bombardementen en de oorlog werd de kathedraal gerestaureerd door buitenlandse experts en zag men pas hoe bijzonder de kathedraal was. Daarna liepen we door de smalle, oude straatjes en steegjes van het gerestaureerde centrum. Jammer genoeg wordt het oude centrum overspoeld met toeristen en liep je soms in optocht door de straatjes.

Hoe verder we van het oude centrum kwamen hoe rustiger het werd. We vonden een leuk restaurant op een klein pleintje tussen de steegjes en hadden daar een heerlijke lunch. Mamma had garnalen in tomatensaus, pappa, Ronac had kipfilet op een bedje van rösti en ik had ćevapčići. Na de lunch begonnen we aan een steile klim via verschillende trappetjes naar 1 van de 4 forten van Šibenik. We maakten de klim naar Sv. Mihovila  (St. Michael’s Fort) dat in het centrum ligt. We kwamen langs het oude kerkhof met grote graftombes.

Vanaf het fort hadden we een prachtig uitzicht over de stad, zee, eilandjes voor de kust en de omringende heuvels. Vroeger diende het fort om de stad te beschermen tegen indringers van buitenaf. Tegenwoordig wordt het gebruikt voor optredens en evenementen en staat de binnenplaats vol met tribunes. Terwijl wij rondliepen was er een dansgroep aan het repeteren op de oude binnenplaats.

Ronac kocht bij het fort een handgemaakte houten speelgoeddolk en was hier heel blij mee. Ik wilde met het geld van oma Evelien een ander souvenir kopen alleen weet ik nog niet wat. Via de steegjes met de trappetjes, keerden we terug naar de boulevard en liepen we terug naar de auto. We vonden niemand  bij wie we konden betalen voor het parkeren en reden de parking af. Onze bestemming was Seget Vranjica, een toeristenplaatsje op ongeveer 5 kilometer van de historische stad Trogir.

De kustweg die we volgden was werkelijk prachtig. We hadden gisteren via Booking.com een appartement direct aan het strand geboekt. We vonden apartmani Vukman met onze navigatie vrijwel direct.

De gastvrouw haalde haar zoon erbij omdat hij iets beter Engels sprak en liet ons het appartement zien. Het ligt op de begane grond, heeft een keuken en een balkon. Vanuit het appartement kijk je tussen de bomen door uit op het strand en de baai.

Wij gingen meteen naar het strand om te zwemmen en te snorkelen. Pappa en mamma pakten wat uit en gingen even naar een nabij gelegen winkel voor wat kleine boodschappen. In de avond hadden we simpel avondeten, bestaande uit brood met gebakken ei. In het appartement hadden we Wifi en zo konden we ook lekker wat gamen en een filmpje kijken. We blijven hier in totaal 3 nachten dus lekker relaxen.

Nationaal Park Kornati

We werden vanochtend al vroeg verwacht bij de kade in het centrum voor onze boottocht naar het Kornati Nationaal park. De wekker ging om 7:00 uur en we moesten er uiterlijk om 8:30 uur zijn. Ik was niet vooruit te branden en hield iedereen daarmee op. We kwamen uiteindelijk rond 8:15 uur aan bij de boot en deze zat al aardig vol. We betaalden voor de trip en zochten naar een plaatsje aan boord van het schip “Arbiana”.

Op het bovendek en langs de reling zat alles al vol. We vonden een paar plekjes aan een tafel waar al een paar mensen zaten. Eerst werden er nog op twee andere plekken passagiers opgehaald voordat we op weg gingen naar het Nationaal park. Het zou ongeveer 3 tot 3 ½ uur varen zijn tot onze bestemming. De tijd kwamen we door met spelletjes kaarten en Sudoku.

Ik had met Keyro steeds ruzie en dat maakte het er niet gezelliger op. Vreselijk zo’n puberende broer. We kregen een broodje met ham of kaas als ontbijt. Tussendoor konden we water en een soort van waterige sinaasappelsap pakken. Al snel kwamen we in de wateren van het nationaal park Kornati (Nationaal park Kornaten).

Het park bestaat voor het grootste gedeelte uit onbewoonde eilanden (Kornaten) voor de kust van Dalmatië ten zuiden van Zadar. De archipel (eilandgroep) die binnen het park vallen bestaat uit 89 eilanden. De eilanden zijn dus onbewoond, ze bestaan uit rotsen en kalksteen en  zijn niet of nauwelijks begroeid.

Rond 11:15 uur begon het personeel met het serveren van de lunch maar wij kregen als een van de laatsten. Een beetje vervelend want de vis was ondertussen koud en we naderden onze bestemming voor de middag. Het was chaotisch en haasten.

De vis viel bij mij wel in de smaak maar voor de rest viel het allemaal wat tegen. Veel van de restjes werden gevoerd aan de groep kokmeeuwen die de boot volgden. We meerden aan bij het eiland Dugi Otok wat behoort tot het Telašćica Natuurpark. Het is een 10 kilometer lange baai die tot 1988 deel uit maakte van het nationaal park Kornati. Het is één van de mooiste baaien van de Adriatische kust.

Het was vrij druk en we verlieten de boot en volgden de mensenmassa het eiland op. Na 5 minuten lopen kwamen we bij het zoutwater meer Mir waar veel mensen hun handdoeken neerlegden om te gaan relaxen. Wij wilden dit niet en volgden het wandelpad van 2.2 kilometer rondom het meer. Het was heel erg mooi.

Overal zagen we pijnbomen, olijfbomen en vijgenbomen. Toen we wat verder van het strandje af waren, hoorden we geen geroezemoes meer van de vele mensen maar het getsjirp van de krekels. Ongelofelijk wat een verschil het maakt als je bij de mensenmassa vandaan bent. We kwamen aan de andere kant van het meer uit bij een steile klif met uitzicht op de open zee. Er stonden veel opgestapelde steentjes en het uitzicht was prachtig.

We besloten om een duik te nemen in het Mir lake. We waren vooraf gewaarschuwd dat het water heel erg zout zou zijn. Het meer is door ondergrondse kanalen verbonden met de zee. De concentratie zout is echter hoger dan de zee door verdamping die plaats vind. De temperatuur van het water kan enorm verschillen en daarom is er maar weinig leven mogelijk in het meer.

Er zijn een paar uitzonderingen zoals plankton, algen, schelpdieren, slakken zeebaars en mul (vissoort). Na even het water in geweest te zijn, maakten we ons klaar om terug te lopen. We zochten een plekje in de baai waar de boot lag aangemeerd en gingen daar nog een tijdje snorkelen. De boot vertrok om 14:30 uur terug naar Zadar.

We waren nu op tijd aan boord en zochten een andere plaatsje dan op de heenweg. Blijkbaar werd ons dat niet in dank afgenomen door de mensen die op de heenreis op deze plek zaten. De blikken zeiden genoeg maar ze zeiden er niets van. Mensen zijn wat dat betreft echt kuddedieren en volgen een zelfde patroon. Wij lekker niet. Na een uurtje begonnen we allemaal wat te doezelen en hadden we geen tijd om ruzie te maken. Ik lag aan de ene kant tegen mamma en Keyro aan de andere kant, arme mamma.

We kwamen exact volgens schema aan in de haven van Zadar. Het was 18:00 uur en we liepen nog even het centrum in voor een paar foto’s te maken. Het weer was een stuk beter dan gisteren. We waren rond 20:00 uur terug in het appartement. Pappa maakte een heerlijke tikka masala met rijst klaar en we genoten ervan.

Eigenlijk wilden we terug gaan naar het centrum om nog twee kunstwerken te bezoeken: de Zonnegroet (glazen tegels die oplichten op basis van zonne-energie) en het zee-orgel (gepeeld door de golven van het water). Echter hadden we alle vier geen puf meer om weer naar het centrum heen en terug te lopen.

 

We bleven in het appartement en smikkelden als toetje van de geitenkaasjes met honing. Achteraf hadden we hier best nog een dag langer door kunnen brengen maar we hadden onze volgende accommodatie al geboekt dus dat ging niet meer. ’s Avonds lagen we weer laat in bed maar we hoeven morgen niet vroeg op dus dat is fijn.

Zadar

We konden vandaag wat langer uitslapen en hadden geen haast. We begonnen met een lekker ontbijt van vers brood en vleeswaren, gehaald door pappa bij de campingwinkel. Ronac wilde vandaag ook koffie bij zijn ontbijt en dat mocht hij proberen van pappa en mamma. Helemaal blij was hij en hij vond het nog lekker ook. Terwijl pappa en mamma de tent opruimden en inpakten, maakten wij samen een mooie tekening in het zonnetje. Om pappa en mamma wat te helpen, gingen Ronac en ik samen de afwas doen.

Ik deed de afwas en Ronac droogde alles af. We reden rond de klok van 11:00 uur weg bij camping Korana. We reden vandaag naar de kustplaats Zadar. Onderweg passeerden we veel kraampjes langs de weg die honing en kaas verkochten. Uiteindelijk kreeg mamma, pappa zo ver dat hij langs de weg stopte bij één van de kraampjes. Mamma kocht een potje honing en twee soorten schapenkaas, normale en gerookte kaas. Gelukkig was het goed ingepakt want zelfs met de goede verpakking begon het binnen 10 minuten in de auto al naar kaas te ruiken.

We namen een stuk snelweg en we konden goed doorrijden. Omdat we pas na 14:00 uur in het geboekte appartement konden, deden we even boodschappen bij de Konzum. Er lag ook een Decathlon waar we een nieuwe hamer voor de tentharingen kochten en we kregen allebei een snorkelset. We kwamen rond 14:30 uur aan op het adres van de bestemming maar konden het appartement niet vinden.

Het zou zich moeten bevinden in het appartementencomplex maar nergens zagen we een bordje. Een vriendelijke voorbijganger hielp ons en ging navraag doen. Hij kwam al snel terug en wees ons een appartement op de tweede etage. De eigenaresse was al op ons aan het wachten samen met haar zoontje van bijna 1 jaar oud. Het appartement was nieuw, mooi gedecoreerd en gemeubileerd.

Pappa en mamma kregen de lokaal gebrouwen kersenlikeur aangeboden. De eigenaresse liet ons alles zien en gaf ons wat tips over wat te doen in Zadar. Wat een vriendelijke ontvangst. Toen de vrouw weg was, maakten we snel wat soep klaar want we hadden nog niet geluncht.

Tegen 16:00 uur verlieten we het appartement en liepen we naar het centrum. We namen een binnendoor weg over het half vervallen sportpark en dat scheelde volgens de eigenaresse 10 minuten lopen. Zadar was in het verleden een belangrijke stad in de strijd om de macht door verschillende heersers uit de omgeving.

Zo is de stand in handen geweest van de Romeinen, de Byzantijnen, de Venetianen, de Ottomanen, Kroatisch koninkrijk, Oostenrijk-Hongaars rijk, het Italiaanse rijk en de republiek Joegoslavië. De stad is regelmatig aangevallen en tijdens de laatste oorlog (Balkanoorlog) gebombardeerd waarbij historische gebouwen ernstig werden beschadigd. Het is moeilijk voor te stellen dat hier minder dan 25 jaar geleden nog oorlog was. In 1991 begon de Kroatische Onafhankelijkheidsoorlog die ervoor zorgde dat Kroatië zie afscheidde van de Federale Republiek Joegoslavië.

Gelukkig werden een aantal historische bouwwerken gerestaureerd. We liepen via de stadspoort het oude stadscentrum binnen. We waren voornamelijk op zoek naar IJsalon Donat die volgens de eigenaresse het beste ijs van heel Zadar verkoopt. Ronac liep met de kaart en vertelde ons waar we naar toe moesten om alle bezienswaardigheden te zien. We liepen door de winkelstraat Široka ulica en zagen ineens de ijssalon liggen.

We kregen een ijsje en het was echt heel erg lekker. We kwamen langs het Romeinse Forum, de Sint Donatus kerk en de Sint Anastasias kathedraal. Vanaf de stadsmuur bekeken we het uitzicht op de haven. Er lagen gigantisch mooie en vooral dure jachten. Op eentje stond zelfs een helikopter. Het bleek de jacht te zijn van een of andere bankdirecteur te zijn.

Ronac was er helemaal weg van en zei dat als hij later “uitvinder” zou worden, hij ook zo’n boot met helikopter zou kopen, hihi. We wilden eigenlijk de zonsondergang gaan zien maar het begon zachtjes te regenen en we besloten om terug te lopen naar het appartement. Onderweg boekten we nog wel een boottocht voor morgen. In het appartement speelden we wat met de dure geluidsinstallatie voordat we naar bed moesten.