Oasis du Fint

We deden vandaag rustig aan en hadden niet echt iets op het programma staan. We bleven wat langer in bed liggen en zaten pas om 10:00 uur aan het ontbijt. Op aanraden van de eigenaar maakten we een uitstapje naar de oase van Fint. Het ligt op slechts 12 kilometer van Ouarzazate.

Een deel van de weg er naar toe is geasfalteerd maar dan verandert de omgeving en rijden we door een soort van maanlandschap. Het is een steenwoestijn en de weg bestaat uit grind. We zien een enkele auto maar verder alleen maar een droog en dor landschap en veel stenen. Zomaar ineens doemt de oase voor ons op. Een groene zee van palmbomen met een paar dorpjes en een rivier.

De oase ligt tussen de bergen van de hoge Atlas en de anti Atlas.  We reden de berg af naar beneden voor een bezoek aan de oase. Vlak voor de oase probeerden mannetjes ons te ronselen om de auto te parkeren met de reden dat we met de auto niet verder mochten rijden. We trapten er niet in en reden verder. Een tiental meter hetzelfde verhaal. Iedereen wilde onze gids zijn et cetera. We reden uiteindelijk achter iemand aan die ons leidde naar de parkeerplaats die ook op onze navigatie stond.

Net voor we de parking opreden, kwam er een vrouw met ezel langs. Er was eigenlijk geen ruimte voor haar om te passeren maar ze duwde haar ezel gewoon door. We horen een schurend geluid langs de auto. De takken die op de ezel gebonden waren, krasten in onze auto, ai, ai. Nou ja, we konden er nu niets meer aan doen en zouden het wel horen als we de auto moeten inleveren.

We gaven de jongen aan dat we zelf een rondje wilden lopen en dat respecteerde hij. De oase is nog niet zo heel lang bewoond en degenen die er wonen, zijn vooral voormalige slaven uit het zuiden. Het grootste deel van de oase is nog authentiek en heerlijk rustig. Toch hebben de laatste jaren ook de touringcars hun weg gevonden naar deze prachtige plek. Vandaag was het nog niet druk en we liepen door de oase met zijn akkers, boomgaarden en palmen.

Bij de rivier waren vrouwen de was aan het doen en kinderen waren aan het voetballen. We bleven even staan kijken bij alle bezigheden en liepen toen verder. Aan de overkant van de rivier lag een kleinschalig hotel. Vanaf het terras had je een prachtig uitzicht over de omgeving. We liepen terug naar de auto en besloten om in het restaurant nog wat te drinken. We kregen pindanootjes en een heel groot brood dat gebakken was in de traditionele oven.

We hadden niet veel honger maar namen uit beleefdheid toch allemaal een stukje. We kregen gezelschap van een lieve poes en een Italiaans stel met hun gids. De eigenaar kwam er ook bij zitten en we hadden wat leuke gesprekken. Toen we ons drinken op hadden, besloten we om verder te gaan. Onze volgende stop was het Cinema museum en de Taourirt kashba ten oosten van de stad Ouarzazate.

Het was niet ver rijden en we vonden direct een parkeerplek. We brachten een bezoekje aan het Cinema Museum. Het was best leuk om hier even rond te wandelen. We zagen foto’s, ornamenten, kleding en decorstukken die voor films zijn gebruikt. Ook was er een zaal met oude filmapparatuur. Het was jammer dat het ontbrak aan uitleg.

Nergens stond iets bij dus we hadden geen idee in welke films de rekwisieten waren gebruikt. Na het museum staken we de weg over naar de Taourirt kashba. Het dorp werd in de 13e eeuw gesticht en rond 1920 werd een grote vesting gebouwd op de overblijfselen van het oude fort. In de jaren 90 werd jet met hulp van UNESCO gerestaureerd. We liepen eerst om de kashba met zijn hoge kantelen en versierde gevels heen.

De kashba werd als decor gebruikt bij het draaien van meerdere films zoals ‘Jewel of the Nile’ en ‘Lawrence of Arabia’. We besloten om geen tour te doen en liepen zelf door het openbare gedeelte met de wirwar van straatjes. Een verkoper van tapijten wees ons een hotel waar we vanaf het dakterras een geweldig uitzicht hadden. De eigenaar was een Fransman en zeer vriendelijk. Het hotel was echt een pareltje.

Na ons tochtje door de straatjes waren we toe aan iets verfrissends. We wilden een ijsje halen. De eerste verkoper kon de sleutel van zijn diepvries niet vinden dus liepen we naar de tweede en kochten daar een lekker ijsje. Na de verfrissing liepen we terig naar de auto. We gaven de beveiliger een paar dirham en reden terug naar Dar Farhana.

Hier besteedden we onze vrije tijd lekker aan het zwembad en op het dakterras. ’s Avonds was het opnieuw genieten van het heerlijke eten dat door het personeel van Dar Farhana werd klaar gemaakt. De tajine was toch weer anders dan we hem elders hadden gehad. We lagen wat later in bed maar hebben morgen dan ook weer een rustige dag.

De woestijn bij Erg Chebbi

Wat hebben we heerlijk geslapen in de ksar. Het was zo stil dat we langer sliepen dan de bedoeling was. We hadden ontbijt op het terras. Keyro had slechte zin omdat internet niet goed werkte. Voordat we vertrokken bezochten we nog het museum dat in de ksar gevestigd was. Ik had er ook weinig zin in maar toen we eenmaal binnen waren vond ik het erg interessant. Er was veel te zien in het museum. We zagen veel over hoe de verschillende stammen met elkaar samen leefden in de oase. Er waren verschillende gebruiksvoorwerpen, klederdracht en nog veel meer. We weten niet of we het hele museum bezocht hebben omdat ik ineens heel nodig naar de wc moest.

We checkten uit en deden de bagage in de auto. We hadden een flinke rit voor de boeg. We vervolgden onze route naar de poort van de woestijn, Merzouga. Het is een klein plaatsje aan de rand van de Sahara in de buurt van de Algerijnse grens. Het eerste deel van de route ging over een goede weg en verliep voorspoedig. Het gebied begon al woestijnachtig uit te zien met af en toe groene oases.

Na ongeveer een uur kwamen we in meer bewoonde omgeving en reden we niet harder dan 40 kilometer per uur. We reden dorpje in dorpje uit. Er waren veel controles onderweg. Bij sommigen mochten we doorrijden bij anderen moesten we even stoppen. De agenten waren meer geïnteresseerd in waar we vandaan kwamen en waar we naar toe gingen dan in de autopapieren of het rijbewijs. We kwamen door een klein gehucht waar op een plein een grote markt werd gehouden. We stopten even om de benen te strekken en rond te kijken.

We kwamen vervolgens door de grote stad Erfoud en al snel kwamen we in de buurt van Rissani. Het is de laatste stad voor de woestijn. Tussen Erfoud en Rissani hadden we verschillende musea of verkooppunten gezien van fossielen. We besloten om aan eentje een bezoek te brengen. Er kwam meteen een jongen naar ons toe en hij begon te vertellen over hoeveel fossielen en mineralen er in dit gebied gevonden worden. Het gebied is zeer bekend bij paleontologen en vooral de trilobieten uit deze regio zijn zeer geliefd.

In de harde kalksteen van het Atlasgebergte zijn de fossielen goed bewaard gebleven. Er is een grote diversiteit en er zijn verschillende bijzondere vormen gevonden van Cambrium tot en met het Devoon tijdperk. Trilobieten zijn uitgestorven geleedpotigen die in de zee leefden. Het lichaam van de trilobiet is opgebouwd uit een aantal delen. Het kopschild en staartschild zijn duidelijk te herkennen. Ze zagen er een beetje buitenaards uit. We liepen rond en zagen ook nog vele mineralen. Alles was natuurlijk te koop maar of het allemaal echt was, is en blijft natuurlijk de vraag.

We kochten voor een paar euro een steentje voor onze verzameling en doneerden een klein bedrag voor het behoud van het museum. We stappen weer naar buiten en in onze auto. Gelukkig met airco want het was al flink heet. Na Rissani volgen we de borden naar Merzouga, nog zo’n 35 kilometer te gaan. We rijden door een grindwoestijn met af en toe wat lage zandduinen. Soms zien we hoe de wind het zand opneemt en er kleine zandwervelstormpjes ontstaan. Ons idee van de woestijn en dat het allemaal zand is, klopt dus niet echt.

De woestijn is voor een groot gedeelte zwart gruis met zand eronder. Door de wind zijn de hoge zandduinen bij Erg Chebbi ontstaan. We zagen de rood kleurige duinen al van ver opdoemen in het landschap. We reden het dorp voorbij en zouden ergens naar rechts af moeten slaan maar we zagen geen weg. Degene waar we ons moesten melden voor de woestijntocht had ook geen adres maar alleen GPS coördinaten door gegeven. We reden door maar keerden weer om. Op de plaats waar we af zouden moeten, zagen we in de verte wel een groepje huizen liggen. In het zwarte grind zagen we bandensporen en we besloten om het er op te wagen. We volgden de sporen, reden rustig en kwamen bij het groepje huizen uit.

Bij de eerste mensen die we zagen vroegen we naar Hassan Lhou. De mannen bleken de buren te zijn en wezen ons het eerste huis dat we gepasseerd waren. Hassan kwam al aanlopen en we werden warm ontvangen. De auto konden we achter het huis parkeren en we werden naar de gastenkamer gebracht. We konden hier de spullen achter laten tijdens onze woestijntocht en morgen konden we hier gebruik maken van de douche. Het was nog veel te warm om te vertrekken en we moesten nog wat tijd door zien te komen. We gingen naar het platte dak en hadden daar vandaan uitzicht over het gebied.

We gingen alvast kijken bij de dromedarissen die ons straks de woestijn in zouden brengen. We gaan per dromedaris de woestijn in en niet per kameel. Beide dieren behoren tot de kameelachtigen en ze hebben veel overeenkomsten. Een dromedaris is een een bultige kameel die zijn oorsprong vind in het Midden Oosten. De kameel daarentegen komt oorspronkelijk uit Centraal Azië en komt nog in het wild voor. Beiden worden gebruikt als vervoersmiddel in de woestijn. Ze kunnen goed tegen de warmte en zweten weinig. Ze kunnen wel  meer dan 100 kilometer per dag afleggen zonder dat zij onderweg water drinken. We speelden ook nog een paar kaartspellen.

Gelukkig konden we binnen zitten want buiten was het echt bloedheet (35 graden).  Tegen 16:00 uur was het tijd en konden we vertrekken. Hassan ging zelf niet mee maar we maakten kennis met Omar de kamelenman. Ik moest als eerste opstappen en zou voorop gaan. Daarna volgde mamma, Keyro en pappa was als laatste. Omar had mijn kameel vast en de rest werd met een touw achter elkaar vastgemaakt zodat ze niet zomaar weg konden. We moesten eerst het stuk naar de weg afleggen. We zagen op de vlakte veel karkassen liggen van dode kamelen. Nadat we de weg hadden overgestoken kwamen we al meteen bij de woestijn en zandduinen.

Er werden in mijn zadeltassen nog wat groenten en voorraad gestopt en toen gingen we echt de woestijn in. Wow, wat vond ik dit prachtig. Ik keek mijn ogen uit en kon er geen genoeg van krijgen. De zandduinen bij Erg Chebbi zijn zo’n 150 meter hoog, 30 km lang en 10 km breed.

De Sahara is de grootste zandwoestijn op aarde. De naam Sahara is afgeleid van het Arabische woord sahra, dat woestijn in algemene zin betekent. De Sahara is zeer droog en er valt maar weinig neerslag per jaar. Niet de hele Sahara bestaat uit de kenmerkende ergs (zandduinen) maar er zijn ook veel rots gebieden.

Hier zagen we voornamelijk rood zand. Het was in totaal ongeveer 1 ½ uur tot we bij het woestijnkamp aan kwamen. Het kamp bestond uit een aantal berbertenten waar we de nacht in zouden doorbrengen. Er waren 5 gastententen, een gezamenlijk tent en een tent voor de kamelenmannen.

Na aankomst waren we vrij om te doen wat we wilden. Pappa en mamma gingen op een board staan en gingen sandboarden de berg af. Echt hard ging het niet. Wij rolden gewoon de zandduinen af en hadden al snel het zand overal zitten.

Na ongeveer een half uur begonnen we te lopen naar de grootste zandduin (Erg) van het gebied. Het was een flinke klim naar boven. We wilden de zonsondergang zien maar helaas. Even voordat de zon zou verdwijnen, schoof er een grote wolk voor. In de schemering rolden we en liepen we terug naar het kamp. Er stond een pot met thee voor ons klaar die we op krukjes voor onze tent opdronken. We kregen gezelschap van een schattig poesje die zelfs voor een langere tijd bij mamma op schoot bleef liggen. We kregen rond 20:00 uur het eten geserveerd in de gezamenlijke ruimte.

Er was nog een Italiaans koppel en een Aziatische vader die Arabisch sprak met twee jonge zoontjes. Aan de laatsten zaten we ons een beetje te ergeren. Eerst haalden ze de poes die rondliep aan en gaven haar wat te eten om haar vervolgens te pesten en weg te jagen. Wij begrepen er helemaal niets van. Het eten was veel en lekker. Salade met rijst en mais vooraf, tajine met kip en groenten en fruit als toetje.

Na het eten waagden we een poging om djembé te spelen. Echt geweldig klonk het niet. Wat later op de avond gingen we nog even bij de kamelenmannen zitten die vannacht in de buitenlucht op een matras zouden slapen. Ze speelden djembé en zongen er bij. Het klonk een stuk beter dan ons getrommel. Het werd steeds donkerder en er kwamen steeds meer sterren tevoorschijn aan de hemel.

Het was bijna volle maan en het werd niet helemaal donker waardoor we minder sterren zagen dan gebruikelijk. Ondanks dat was het toch betoverend mooi. We maakten ons rond 22:00 uur klaar om naar bed te gaan. Morgenochtend worden we op tijd gewekt om de zonsopgang te zien.

De Dadès vallei

Het was vandaag moeilijk om wakker te worden en op te staan. Uiteindelijk zaten we om 8:45 uur aan het ontbijt. We zouden om 9:30 uur starten met de wandeling. Het was nog koud maar het zonnetje begon al aardig te schijnen.

Onze gids heet Olaiyd en we hadden hem gisteren en vandaag al aan het werk gezien in het hotel. Hij vroeg ons wat geduld te hebben en even te wachten. We gingen naar buiten en genoten vanaf het terras van het uitzicht. Wat een verschil was met gisteren.

Om 10:00 uur kwam Olaiyd zich verontschuldigen dat onze lunch nog gemaakt moest worden en we nog niet konden vertrekken. Uiteindelijk was alle klaar en konden we gaan. We liepen een klein stukje langs de weg en sloegen daarna af de wadi (vallei) in.

We liepen langs de rivierbedding die vol met stenen ligt en er stroomt water doorheen.  We liepen langs akkers waar graan (gerst, tarwe), wortelen, kool en aardappelen verbouwd worden. Ook staan er veel palmbomen, amandelbomen en vijgenbomen. Veelal voor lokaal gebruik. We kwamen door slaperige berberdorpjes en langs stoffige ingestorte kashba’s. Zomaar ineens stonden we voor de kleurige rode bergen en vreemd uitziende rotspartijen. Hier loopt een smal bergpad de bergen in.

De tocht bestaat uit drie delen. Het eerste deel was vrij gemakkelijk lopen maar al snel werd het smaller en we moesten we flink gaan klimmen. Dit is dus het tweede deel. Op sommige stukken moeten we ons zien te redden op de bijna verticale rotsen. Met kleine pasjes liepen we over smalle richeltjes en trokken we ons omhoog aan de rotsen om de weg te vervolgen. Sommige stukken waren weer smal en waren we bang dat mamma kwam vast te zitten.

Voor hele dikke mensen is deze route niet aan te bevelen. We kwamen ook twee karkassen van berggeiten tegen die in de winter door het water in de kloof waren verdronken. Olaiyd steekt ons vaak een helpende hand uit maar de meeste tijd loop en klim ik als eerste naar boven. Het laatste stuk naar het plateau was een flinke klim en ging bijna steil omhoog. Olaiyd vertelde ons om rustig aan te doen en heel voorzichtig te zijn.

Ik ondervond geen problemen en stond als eerste boven. Leuk om mamma en Keyro zo te zien zwoegen. Het plateau is grauw en dor en er staan alleen maar rotsplanten en struiken.

We moeten nog een stukje lopen totdat we bij een berberwoning komen. De woning is uitgehakt in de rotsen. We worden door de familie (moeder met drie kinderen) uitgenodigd om binnen te komen kijken. Het is niet groot en best donker. De moeder en dochter verzorgen een kop thee.

Nu niet alleen met mint maar er bleek ook verse tijm aan toegevoegd te zijn. Naast de grot is nog een kleine ruimte waar het vee gestald staat. Er liep een ezel, een jonge geit en een kip. De jonge kinderen keken verlegen naar ons.

De dochter was bescheiden en verlegen maar ondanks at zeer geïnteresseerd in foto’s die we konden laten zien op de display van onze spiegelreflexcamera. De terugweg gaat bergaf en is een stuk gemakkelijker te lopen.

We komen weer uit in de groene vallei maar gaan nog niet terug. We lunchen op een vlak stuk met gras langs de rivier. Het broodje met kip, paprika en uien was het wachten wel waard geweest. Het was veel en er was ook nog banaan en sinaasappel.

De zon scheen behoorlijk fel en het werd aardig warm. We lopen nog een stuk tot we uitkomen bij een plek waar de rivier flink stroomt. We houden een rustpauze bij het water.

Ik was al aardig moe en er werd besloten om terug te lopen naar het hotel. We steken de (op deze plek) flink stromende rivier over. Geen stevige brug maar een smalle boomstam. Het grootste gedeelte van de terugweg lopen we langs de openbare weg.

Goed opletten want sommige auto’s scheurden toch nog best hard langs. Mamma nam me de laatste paar honderd meter op haar rug, super lief.

We waren rond 16:00 uur terug en verlangden naar een lekkere douche. Helaas viel dat tegen en werd het water niet warm. We spoelden ons snel schoon en droogden ons snel weer af. We deden het verder rustig aan. In de avond aten we weer bij het hotel. Helaas werd er exact hetzelfde eten geserveerd als gisteren. Na het eten waren we moe en gingen we direct slapen. Morgen rijden we verder naar nog een kloof in het Atlasgebergte en wel de bekende Todgha (Todra) kloof.

Kashba Amerhidil

Onze dag begon rustig. Wat lezen, douchen en rond 8:30 uur zaten we aan het ontbijt. Verse jus d’orange, gekookt eitje, luchtige pannenkoekjes, warme broodjes met amandelschaafsel, honing, smeerkaas en jam. Om 9:15 uur vertrekken we en laten we Aït Ben Haddou achter ons.

We kwamen door de grote stad Ouarzazate waar we aan het einde van onze reis nog twee nachten zullen overnachten. Onze bestemming is Skoura, een klein dorp met ongeveer 2800 inwoners, gelegen in een (palm)oase aan de voet van het Atlas gebergte op de Kashbaroute in de Dadés vallei. Het ligt op de overgang tussen bergketens en woestijn. De oase bestaat uit de droge rivierbeddingen Oued El Hajaj , eindeloze rijen dadelpalmen en reusachtige zandkastelen. De oase werd in de 12e eeuw aangelegd door sultan Yacoub el-Mansour.

We zagen verspreid staande ksar en kashba’s langs de weg. De meeste dateren uit de 19e een 20e eeuw, maar er zijn er ook uit de 17e en 18e eeuw. Tijdens een heftige stammenoorlog in 1893 zijn vele oude kashba’s verwoest, evenals in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, toen de Fransen hier regeerden. Sommige zijn deels  nog bewoond en andere staan leeg omdat de bewoners naar moderne huizen in de buurt zijn verhuisd.

De beroemdste kashba in deze omgeving is die van Amerhidil (ook wel Imridil genoemd). De kashba stond zelfs afgebeeld op het oude 50 dirham biljet. We verlaten de verharde weg en volgen een paar kilometer de stoffige en hobbelige weg die leidt naar de kashba. We parkeren de auto en lopen naar de ingang. We worden al snel aangesproken door een meneer die ons direct in het Engels begint te vertellen over de geschiedenis van de kashba. Pappa weet hem te onderbreken om duidelijk te maken dat we niet zeker weten of we een rondleiding willen. Kareem is vriendelijk en zegt dat we ook zelf rond mogen kijken.

Hij spreekt goed Engels en als pappa hem vraagt wat het kost om hem als gids mee te nemen, blijkt hij een redelijke prijs te vragen. We besluiten om de kashba met hem te bezoeken. Kareem weet veel te vertellen en heeft ook nog humor. Onze namen werden veranderd in Mohammed en Ali (Keyro). Kashba Amerhidil dateert uit 1100 en is ontstaan als nederzetting gebouwd door koranleraar Thami El Glaoui., de laatste pasja van Marrakesh.

De nederzetting werd gebouwd van klei en stro en rijkelijk versierd met berbertekens. Er zijn vier torens voor de vier vrouwen van de pasja. In de jaren 60 werd de kashba nog bewoond maar werd later verlaten omdat het te duur was om de kashba nog te onderhouden. Bij regenval spoelt er namelijk een deel van de klei en leemlaag van de muren en dien je het te restaureren zodat de boel niet instort.

Een rijke familie nam het over en betaalde de kosten van een restauratie. Het is nu gedeeltelijk omgebouwd tot hotel en een deel is als museum ingericht voor het publiek. In de binnentuin zien we allemaal gereedschappen die op het land worden gebruikt. Via smalle gangen brengen we ook een bezoek aan vier verschillende keukens en de gebedsruimte. Ook was er een ruimte waar de kinderen lees kregen uit de Koran. De muren van de kashba zijn dik, de vertrekken zijn hoog en de toegangsdeuren laag.

Het is zo gebouwd om in de winter warm en behaaglijk te zijn en in de zomer blijven de vertrekken zo juist koel. Na de rondleiding lopen we naar de palmoase achter de kashba en krijgen we een glaasje thee bij familie van Kareem. Er was een soort showroom met handgemaakte producten maar er werd niets opgedrongen of verplicht om te kopen.

We hadden een leuk gesprek en vertrokken een half uur later weer terug naar onze auto. In totaal waren we dik anderhalf uur onderweg geweest met de rondleiding. We betaalden omgerekend ongeveer 12 euro, wat wij niet duur vonden voor deze goede en informatieve rondleiding. Vanaf kasbah Amerhidil reden we in één keer door naar onze accommodatie Chez Laila in Skoura.

We waren erg vroeg en onze kamer was nog niet klaar. We konden de auto daar laten staan en gingen te voet naar het centrum. We kwamen langs kale dorre vlakten met hier en daar een palmboom. Door de droogte van de laatste jaren zagen veel palmen er slecht uit of waren dood. Het zag er een beetje zielig uit. We belandden op de lokale weekmarkt waar werkelijk van alles verkocht werd. We kwamen verder maar weinig toeristen tegen. In de hoofdstraat zochten we naar een restaurantje om te kunnen lunchen. In onze Trotter reisgids werd restaurant La Kasbah aanbevolen en we gingen daar naar op zoek. We vonden het en werden  niet teleurgesteld.

Het terras werd overschaduwd door een prachtige boom. Er was geen menukaart maar gastheer Abdullatif ,die alleen Frans sprak, gaf ons de mogelijkheden door. We gingen voor de kipspiesen. Als voorafje kregen we een schaaltje olijven, beetje te bitter voor mij, en zelfgebakken brood. De gegrilde spiesen werden geserveerd met zelfgebakken, verse frieten en tomatensalade.

Onze gastheer gaf ons veel aandacht en maakte een leuk praatje. Hij gaf ons ook het gastenboek om een recensie te schrijven. Ik maakte hier ook een mooie tekening in. Als nagerecht hadden we voor een streekgerecht gekozen. Zelfgemaakte geitenkaas met honing uit de regio. Zo’n lekker kaas en honing hadden we allemaal nog nooit gegeten. Wat was dat lekker zoet en romig zeg! We kregen ook nog wat banaan en sinaasappel met kaneel als nagerecht geserveerd.

We namen afscheid van Abdullatif en pinden wat geld voor de komende dagen bij de bank. We liepen terug over de markt en kochten nog wat kruiden en nootjes. Mamma betaalde nog geen twee euro voor vier soorten kruiden. Bij een oude man kochten we de nootjes. We kochten 500 g zoute pinda’s en 500 g suikerpinda’s voor vijf euro. Alles werd op een oude weegschaal met echte gewichten afgewogen. Ondanks dat we de man niet konden verstaan, was hij super vriendelijk. Hij wilde zelfs met ons op de foto en straalde van oor tot oor toen mamma hem de foto liet zien.

Terug bij Chez Laila werden we direct naar onze kamer gebracht. Lang bleven we daar niet want er was een mooie tuin met zwembad. Helaas was het water erg koud en bleef ik meer aan de kant om te pootje baden. Keyro vond het wel heerlijk. Pappa en mamma zaten heerlijk wat te lezen onder één van de tenten.

’s Avonds hadden we het diner ook weer in onze accommodatie. Natuurlijk weer een voor- hoofd- en nagerecht. We startten met soep en daarna het hoofdgerecht. Mamma had de lokale specialiteit lam met vijgentajijne en Keyro en ik hadden een bord spaghetti. Het toetje was vers fruit. Uiteindelijk lagen we toch weer laat in bed. ’s Nachts onweerde het wat maar daar kregen wij niet veel van mee.

Salaam Aleikum

Vanwege de late aankomst en donkere kamer werden we pas rond 9:00 uur wakker. De luiken voor de ramen zaten dicht en je hoort behalve wat vogeltjes nauwelijks andere geluiden. De kamer bleek er super en sfeervol uit te zien. We gingen naar beneden voor ons ontbijt dat geserveerd in de centrale ruimte.  De hele Riad straalt sfeer uit. Er is veel aandacht besteed aan details en afwerking. Het overdadige ontbijt werd geserveerd door Moumir en Aziza. Er was onder andere matlou (plat brood), beghrir (luchtige pannenkoekjes), verse jus d ’oranje, yoghurt, verschillende soorten jam, honing, koffie en Marokkaanse thee. Het smaakte prima. Na het ontbijt vertrokken we om de stad te gaan verkennen. Eerst moesten we aan geld zien te komen. Aan het einde van de straat vonden we een geldautomaat en konden we Dirhams, de nationale munteenheid pinnen. Het omrekenen is vrij gemakkelijk, 1 Dirham is ongeveer € 0.10.

Marokko is natuurlijk niet altijd hetzelfde geweest. De oudste staat van het land zoals we het nu kennen was het koninkrijk Mauretania (huidig Marokko en Algerije). De Berbers waren de allereerste bewoners van Marokko. In de 2e eeuw voor Christus tot begin 4e eeuw na Christus waren de Romeinen de baas in Marokko. In de 7e eeuw kwamen de Arabieren. Zij veranderden de geschiedenis van Marokko totaal. De Arabieren zijn afkomstig uit Arabië en brachten hun cultuur en godsdienst, de islam, met zich mee. Vanaf dat moment volgden mensen van dezelfde familie elkaar telkens op aan het hoofd van Marokko. In het begin van de twintigste eeuw ging het niet goed in Marokko door de ruzies en gevechten in het land. De Spanjaarden maakten hier handig gebruik van en vestigen zich in 1912 in het Noorden van Marokko. Vanaf 1830 had Frankrijk interesse in Marokko en er werd een overeenkomst gesloten met Frankrijk. De sultan van Marokko regeerde over zijn land, maar eigenlijk was de Franse regering de baas. Uiteindelijk kwamen de Marokkanen in opstand. Zo kwam sultan Mohammed Ben Youssef in 1956 op de troon terecht. Hij verklaarde Marokko onafhankelijk. Sinds 1999 kwam de huidige koning Mohammed VI aan het hoofd van het koninkrijk.

In de twaalfde eeuw was het de hoofdstad van de Almohaden. De handelsstad lag op de karavaanroutes in de Sahara die destijds bijna allemaal naar Timboektoe liepen. Rondom de stad loopt een negen kilometer lange rode aarden wal. Na de Franse bezetting in 1913 werd het moderne gedeelte van de stad gebouwd. Om de hoek bij onze Riad lag één van de koninklijke paleizen. Het Palais de la Bahia  is het mooiste en grootste paleis van de stad.

Eén gedeelte van het paleis wordt nog gebruikt door de huidige Koninklijke familie wanneer zij in Marrakesh zijn. Het werd gebouwd aan het einde van de 19e eeuw in opdracht van Abu ‘Bou’ Ahmed. Hij was voorheen een negroïde slaaf die uiteindelijk Eerste Minister voor de Sultan werd. Abu Ahmed had vier echtgenotes en een harem van 24 concubines. De hoeveelheid kamers, 150 in totaal, moesten er voor zorgen dat de harem vrouwen elkaar zoveel als mogelijk konden ontwijken. We haalden de entreekaartjes en kinderen bleken gratis toegang te hebben. Het paleis was prachtig maar wordt overspoeld door vele toeristen. We liepen er een aardige tijd rond en volgden de aangegeven route zodat we niets van al het moois zouden missen. In het paleis zagen we sierlijk beschilderde plafonds, wanden van mozaïek en marmer, beschilderde houten deuren, mooie binnenpleinen en een zeer grote tuin.

Na het paleis liepen we verder en kwamen we bij een mooi plein met restaurants en winkeltjes. Hier liepen wat verkopers rond die iedere toerist aanklampte om iets te verkopen. Sommigen spraken zelfs wat woordjes Nederlands. Zo zei één verkoopster tegen mamma: kijken, kijken en zegt mamma “niet kopen” waarop de verkoopster zegt: kijken, kijken, verkopen! Haha, een verkoopster met humor in ieder geval. We konden de verkopers netjes afwimpelen en liepen verder. We kwamen bij een ander fraai paleis, het El Badi. Hoewel dit paleis vroeger een paar honderd kamers meer had dan het Bahia paleis, is het tegenwoordig niet veel meer dan een ruïne. Sommige delen van dit zestiende -eeuws paleis zijn nog redelijk in tact.

We besloten om het toch een bezoek te brengen en het stelde zeker niet teleur. Op de muren van het paleis waren op verschillende plaatsen ooievaarsnesten te zien.  Ondertussen hadden we honger gekregen en besloten we op het pleintje waar we eerder waren geweest te gaan lunchen.

Bij Place des Saveurs bestelden we allemaal een ander gerecht. Pappa nam brochette boeuf (spiesjes rundvlees), mamma nam briwatte kofte (bladerdeeghapje met gehakt), Keyro nam swarma poulet (kipshoarma) en ik bestelde een cheeseburger. Het gerecht van mamma duurde lang en werd als laatste gebracht toen wij al klaar waren met eten. Desalniettemin smaakte alles erg lekker.

Met gevulde buikjes dwaalden we door een netwerk aan straatjes en pittoreske steegjes in de richting van het populaire centrale plein, Djemaa el Fna. Jammer dat we af en toe opgeschrikt werden door de brommers die als bezetenen langs rijden. Ook werden we af en toe ingehaald door ezel en wagen. De wirwar van markten ofwel soeks waren leuk om langs te struinen. Bij elkaar vormen de souks rondom het Djemaa el Fna plein de grootste overdekte markt van Afrika. We keken onze ogen uit van de verschillende kleuren, geuren, gesluierde vrouwen en ambachtslieden die we zagen.

Ieder heeft zijn eigen soek dus het ene moment liepen we tussen de tajine, lampen, tapijten of theepotten en dan weer tussen de kruiden, meubels of slippers. We hadden verwacht dat de verkopers zeer opdringerig zouden zijn maar wij ervaarden dit totaal niet zo. Bij een klein winkeltje kocht ik alvast mijn eerste souvenir, een mini tajine. Uiteindelijk kwamen we aan op het Djemaa el Fna plein.

De letterlijke vertaling is “Plein des doods” omdat hier vroeger executies plaats vonden. Op het plein stonden veel kramen waar je een glas versgeperst fruitsap kon kopen. Wij liepen naar een van de kramen  en konden proeven voor welke fruitsoort we wilden. We bestelden allebei een beker met gemengd fruit voor maar 10 dirham (ongeveer 1 euro).

We liepen wat over het plein en zagen slangenbezweerders en mannen met aangeklede aapjes. Er wordt vooral bij de toeristen geprobeerd om slangen om de nek te hangen of een aapje op de schouder te zetten. Wij maakten goed duidelijk dat we dit niet wilden en we werden netjes met rust gelaten.

Bij één van de kraampjes kochten we voor Keyro een FC Barcelona shirt en voor mij een Real Madrid pakje. We zochten een plaatsje bij een van de cafés met dakterras zodat we een goed uitzicht hadden over het plein. Mamma nam Marokkaanse muntthee, pappa cola en wij kregen een ijsje. Naar het wat later op de middag werd kwamen er langzaam karren het plein op. Er werd in recordtijd eetkraampjes opgebouwd.

Wij hadden afgesproken om in onze Riad te eten waar Aziza voor ons zou koken. Ons diner bestond uit voor- hoofd en nagerecht. Als eerste werden er olijven en diverse Marokkaanse salades geserveerd. Er was een aardappelsalade met peterselie, een wortelsalade met kurkuma en komijn en een tomaten komkommersalade. Het hoofdgerecht was een kip tajine met citroen en olijven en als toetje werd er verschillende soorten fruit geserveerd. Verrukkelijk allemaal.

Na het eten vertrokken we weer naar het Djemaa el Fna plein om het in de avond te bekijken. De eetstalletjes deden goed zaken, er waren muzikanten en er werden spelletjes gedaan. Leuk om zo rond te lopen. Na wat afdingen wisten we nog twee petjes te kopen om ons te beschermen tegen de zon. We kwamen uiteindelijk om 22:00 uur pas weer terug in onze riad. Helaas moeten we morgen deze geweldige stad al verlaten en werden de spullen ingepakt. We vertrekken morgenochtend op tijd en zouden Aziza niet meer zien. We namen daarom vanavond al afscheid van haar. Keyro en ik kregen een knuffel en dikke kus op onze wang. Wat een ontzettend warm en lief mens

Station Hombourg

We maakten vandaag een uitstapje in de buurt. We reden naar het dorp Hombourg en even buiten het dorp bevind zich een voormalig spoorwegstation. Het station Hombourg werd in 1895 gelijktijdig geopend met het deel van lijn 38 dat door het Land van Herve loopt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het station gevorderd door Adolf Hitler en werd het deel van de Deutsche Reichsbahn.

Dagelijks gingen er zes heen- en terugritten naar het Duitse Aachen. Deze pendeldienst werd in gebruik genomen toen de tunnel tussen Hombourg en Hindel werd vervangen. Het Belgische leger had deze tunnel in 1940 opgeblazen. Sinds 1958 is het station niet meer in gebruik en sloot het haar deuren in 1962. Na een leegstand van bijna twintig jaar werd het station en een groot gedeelte van het spoor in 1983 verkocht.

De particuliere eigenaar wilde er een spoorwegmuseum van maken. In het oude station werd een café / restaurant gemaakt. De spoorlijn is gerestaureerd met het idee dat de oude treinen naar het station gereden konden worden.

Tegenwoordig staan er langs het spoor tientallen oude treinen, locomotieven en verlaten wagons. Velen zijn vervallen, leeg of staan vol met rommel.

Het is een paradijs voor fotografen en wij poseerden af en toe voor mamma bij de treintoestellen. We liepen het spoor af en liepen nog verder door langs het huidige spoor dat nu gebruikt wordt.

We kwamen uit in de buurt van het grote rangeerterrein van Montzen maar liepen terug richting de auto. Op een terras in het kleine leuke centrum van Hombourg dronken we een lekker glas bier en fris. Het was daarna nog maar een klein stukje teruglopen naar de auto.

Ronac de voetballer

Al een paar maanden wilde ik gaan voetballen en nu was het eindelijk zo ver. Mijn lidmaatschap van de zwemclub Neptunus was opgezegd en nu had ik er de tijd voor. Pappa ging met mij kijken bij de training van Leonidas Wolder JO8-2.

De trainers zijn Dimitri en Ad en ik mocht meteen mee doen. In dit team zitten een aantal klasgenootjes en dat vond ik helemaal leuk. We moesten verschillende oefeningen doen en de training eindigde met een onderling partijtje. Na de training wist ik het zeker: “ik wil gaan voetballen”. Ik ben nummer drie in huis die gaat voetballen. Nu is mamma een echte voetbalvrouw, hihi. In dit team is ook nog plek en ik kan mij inschrijven.

1 April kikker in je bil…

Het regenachtige weer zorgde ervoor dat we dit paasweekend niet weg gingen maar lekker relaxt thuis bleven. In de ochtend hadden we een heerlijk paasontbijt met versgebakken broodjes, paasstol, jus d’orange, fruit en gekleurde eieren. In de middag hadden pappa en mamma gekleurde eieren verstopt in de tuin en mochten wij ze gaan zoeken. We zochten en we zochten maar konden geen enkel paasei vinden in de tuin.

We keken op de meeste vreemde plekken maar niets, geen enkel ei te vinden! Pappa en mamma stonden maar wat te gniffelen. Toen wij de zoektocht opgaven, riepen ze ineens heel hard: “1 april”! Waren wij er toch goed beetgenomen met deze 1 aprilgrap. Pappa en mamma vertelden dat ze de eieren binnen hadden verstopt en zo gingen wij op zoek.

Nu vonden we gelukkig wel eieren. ’s Middags kwam de familie van Zuijlen voor ons gezamenlijk paasdiner. Mamma had al wat voorwerk gedaan en rond 18:00 uur konden we aan tafel. We hadden vooraf een kip of garnalencocktail als hoofdgerecht hadden we saté van varkenshaas, Italiaanse varkenshaas en rollade. Het hoofdgerecht werd geserveerd met frietjes en verschillende groentes en salades.

Zoals gewoonlijk had mamma weer veel te veel gemaakt. Maar wij vonden dat niet erg want dan kunnen we er morgen gewoon nog een keer van smikkelen. Het dessert werd pas rond 21:00 uur opgediend. We hadden een zelfgemaakt chocolade ei gevuld met ijs, heerlijk.

Bioscoopfeestje

Eindelijk was het tijd voor mijn verjaardagsfeestje. Het was beetje verlaat door omstandigheden maar niet vergeten. Mijn vriendjes en vriendinnetje arriveerden allemaal rond de klok van 12.45 uur. Voordat we konden vertrekken, moesten we wachten tot pappa en Keyro thuis kwamen van het voetballen. Het duurde langer dan verwacht en het werd haasten om op tijd bij de bioscoop in Sittard te zijn. We reden ook nog verkeerd en arriveerden er 15 minuten voordat de film begon.

Tijd om mijn cadeautjes uit te pakken, had ik niet. We kregen chips en drinken voor bij de film. We hadden gereserveerde VIP plaatsen. Er waren toch kinderen op onze plaatsen gaan zitten maar zij stonden netjes op toen we het vroegen. De film die we zagen was: Ted en het geheim van koning Midas. Het verhaal gaat over Ted die bouwvakker en archeoloog is. In het eerste deel Ted en de schat van de mummie had Ted al laten zien dat hij goed is in het oplossen van mysteries.

Deze keer staat hij voor de uitdaging om de hanger en gouden ketting van koning Midas te vinden. Volgens de legende kun je met daarmee alles wat he aanraakt, veranderen in goud. Samen met archeologe Sara, op wie Ted verliefd is en met zijn oude vriend mummie gaat hij op zoek. Natuurlijk worden ze dwars gezeten door schurken die de ketting en hangers ook willen hebben.

Het was een spannend avontuur en er waren veel momenten om te lachen vooral mummie die als Spaanse vrouw verkleed ging, werkte op onze lachspieren. In de pauze pakte ik mijn cadeautjes uit en ik werd weer goed verwend. Na de film konden we even spelen bij de bioscoop en rond 16:00 uur vertrokken we naar de McDonalds waar we de middag afsloten met een Happy Meal en een lekker ijsje. Iedereen vond het een leuke en geslaagde middag.

Collecteren voor Jantje Beton

Voor de woensdagmiddagclub gingen we vandaag collecteren. De collecte is voor het goede doel “Jantje Beton”. De organisatie zet zich samen met kinderen in voor meer en uitdagender speelruimte. Het is belangrijk dat kinderen dagelijks buiten kunnen spelen en bewegen. Kinderen moeten steeds meer en spelen steeds minder dus daarom zegt Jantje Beton: Stop nooit met spelen! Met de collectebus en voorzien van legitimatie vertrokken wij de wijk in om te collecteren.

We waren maar met vier kinderen helaas. Bij de eerste paar deuren waren we allemaal wat verlegen maar al snel kregen we de smaak te pakken en waren we trots als mensen geld doneerden in onze collectebus. We liepen door de Valeriushof, Flaminiushof Capitoolhof, Appiushof en Cassiushof. Met rinkelende bussen kwamen we na 1 ½ uur collecteren weer terug in ons jeugdcentrum. De stagiaires hadden lekkere muffins gebakken die we mochten versieren en op eten. We hadden deze traktatie zeker verdiend!