Mosasaurus Bèr

We hadden een educatief uitstapje naar het Natuur Historisch Museum met de kinderen van Trajekt. We maakten een reis door de tijd en kwamen uit zo’n 66 miljoen jaar geleden toen Zuid Limburg nog werd overspoeld door de ondiepe tropische Krijtzee.

In deze periode leefden de reusachtige reptielen de mosasauriërs. De zee is natuurlijk al lang geleden verdwenen en de mosasauriërs zijn uitgestorven maar we kunnen wel fossielen en hun skeletten zien. In die tijd waren deze gevaarlijke roofdieren de heersers van de zee. Het waren geen dinosauriërs want dat waren namelijk landdieren. In 1998 werd een stukje staart ontdekt in de kalksteengroeve op de Sint Pietersberg.

De ENCI graaft daar kalksteen af om deze tot cement te verwerken. In deze groeven zoeken paleontologen vaak naar fossielen en botten. Het bleek dat men niet alleen een deel van de staart had gevonden maar het bleek dat er meer botten van het skelet bewaard waren gebleven. In 1999 werd een groot deel opgegraven maar een deel van de botten ontbreekt. Mogelijk werden de resten van de Mosasaurus na zijn dood door haaien uit elkaar getrokken en opgegeten.

Op de botten zitten bijtsporen van haaien en er zijn haaientanden gevonden tussen de botresten. De nog niet volgroeide mosasaurus kreeg de bijnaam Bèr. Wij zagen zijn versteende skelet in een glazen huis op de binnenplaats van het museum. In het museum zelf staat een replica van het skelet zodat we konden zien hoe groot de Mosasaurus moet zijn geweest. De schedel van de mosasaurus had een langwerpige snuit, ongeveer 46 rugwervels en ongeveer 80 wervels vormden de staart.

Het lichaam had aan de zijkanten vier lange vinnen met botjes. Het dier bewoog zich voort met zijdelingse bewegingen van de staart en hij stuurde met behulp van de vinnen. De tanden in de kaken waren krachtig en konden botten breken en vlees van de prooi scheuren. De prooi hoefde dus niet in een keer opgegeten te worden.  Het was allemaal erg interessant.

Er was ook een gedeelte waar we bij verschillende vogels hun geluiden konden horen. Een echt bijennest was voor velen van ons ook erg interessant. In een kamer vonden we allerlei opgezette dieren en potten gevuld met organen of dieren. We zagen echte hersenen en het hart van een mens. Ik vond het er een beetje luguber uitzien. Na het bezoek aan het museum liepen wij via het stadspark terug naar de parkeerplaats. In het park liep nog een pauw te pronken met zijn veren en ook de herten hadden een prachtig gewei op hun kop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *