Centraal Europa: Dag 15; Klimmen en klauteren in Slovenský Raj Nationaal Park

In de ochtend vertrokken we redelijk op tijd in de richting van het Slovenský Raj Nationaal Park. We reden als eerste naar camping Podlesok in Hrabušice. De camping is gelegen aan de rand van het Slowaaks paradijs (Slovenský Raj Nationaal Park ) en veel wandelingen starten op deze plaats. Er stond een file om het terrein op te komen. Wij melden de parkeerwachter dat we voor de camping kwamen en konden doorrijden. Bij de receptie van de camping vroegen we of er een huisje beschikbaar was. Er was er eentje beschikbaar maar hiervoor vroegen ze € 90,00 per nacht en dat vonden wij wel heel erg prijzig. We besloten om gewoon de tent maar weer op te zetten.


De volgende camping.

We worden zo langzamerhand steeds handiger en sneller met het opzetten van de tent. De camping bestond uit twee terreinen waar je de tent op kon zetten. Wij vonden uiteindelijk een mooi plaatsje aan het einde van de camping. Al snel kwamen we er achter dat het sanitair niet geweldig was. Er waren maar twee gebouwen wat erg weinig is gezien het aantal kampeerplekken die er zijn. Bij de damestoiletten functioneerde maar één van de drie fatsoenlijk. De camping was omheind en afgesloten met een slagboom waarvoor we een elektronische bleeper hadden gekregen bij de receptie.

De tent werd super snel opgezet zodat we nog een beetje op tijd aan de wandeling konden beginnen. De wandeling die we hadden gekozen, was die door de bekendste en meest bezochte, Suchá Belá kloof. Door aardverschuivingen en de eeuwenlange inwerking van water zijn er in dit kalksteengebied prachtige kloven en diepe dalen gevormd. Voordat we aan de wandeling konden beginnen, moesten we entree betalen voor het Nationaal Park. Het werd meteen duidelijk dat het een zeer populaire wandeling is want we kwamen heel veel mensen tegen.

Het eerste stukje liepen we langs en af en toe door de bedding van een beek omhoog. We liepen over keien en de wortels van bomen en probeerden het water te vermijden. We waren blij met onze waterdichte wandelschoenen want af en toe liep de enige weg toch door het water. We werden klam en vochtig en al snel begonnen we te zweten. Soms liepen we over houten bruggetjes waar af en toe planken ontbraken en op sommige plaatsen konden we ons alleen maar vast houden aan de kettingen in de muur. In het midden van de kloof kwamen we terecht in een lange wachtrij.

Hier moesten we met smalle klimladders naar boven klimmen. De ladders zorgden voor veel oponthoud omdat het voor veel wandelaars een zwaar gedeelte van de wandeling is en er ook een hoop mensen bang zijn. Terwijl we moesten wachten, bouwden we dammen met stenen in het stroompje. Het wachten duurde lang en toen we dan eindelijk konden beginnen aan de beklimming van de ladders, wilde Ronac niet meer gaan. Hij was bang maar ik niet. Ik sprong de ladder op en begon in rap tempo aan de klim naar boven. Mamma volgde mij daarna kwam Ronac en pappa sloot onze rij af. Ronac was helemaal in paniek en was huilend de ladder op aan het klimmen. Het pad is eenrichtingsverkeer dus we konden ook niet terug.

Voor Ronac was het extra lastig want hij kon zich alleen maar vasthouden aan de sporten van de bijna verticaal staande gladde ladder. Wij konden ons nog vasthouden aan een ketting in de muur maar daar is Ronac nog te klein voor. Met een schreeuwende Ronac klommen we langzaam op de smalle ladder en langs watervalletjes naar boven. Je moet niet naar beneden kijken als je hoogtevrees hebt want dan durven veel mensen niet meer verder. Eenmaal boven aan gekomen hadden we een volgende beproeving. We moesten om een uitstekende rots heen. De enige houvast was een ketting en een paar gladde roosters boven de afgrond.

Vervolgens ging de route nog een lang stuk langs de rotswand over de metalen, gladde roosters. Wat later kwamen we weer bij trappetjes en houten bruggetjes. Ronac was ondertussen over zijn angst heen en liep weer als een kievit. Snel en behendig liepen we over de keien, bruggetjes, roosters en vlonders. De stijging van de wandeling was zo’n 400 meter en de top van de kloof lag op 950 meter hoogte.

Natuurlijk moesten we ook een weg terug naar de camping volgen. Dit pad was een stuk gemakkelijker dan de heenweg en liep door de bossen. Af en toe was de afdaling lastig doordat de kleine paadjes over keien en boomwortels liepen. We waren na ongeveer vijf uur wandelen weer bij het startpunt. We zochten een tafeltje bij restaurant Rumanka dat direct naast de camping is gelegen.


Gelukkig kon Ronac achteraf weer lachen.

We hadden flinke dorst en er werden milkshakes, bier, kofola en een Tatratea likeur besteld. De Tatratea is een traditionele thee-likeur uit het Tatra-gebergte. Er zijn zes verschillende varianten verkrijgbaar met alcoholpercentages van 22 tot 72%! Mamma nam de citrus (citroen en limoen) variant met een alcoholpercentage van 32%. Zij vond deze likeur al veel te sterk maar pappa vond het wel lekker.

Het avondeten smaakte goed na onze lange wandeling. Pappa had halušky met bryndza en spek, mamma risotto, Ronac vleesdumplings en ik had gepaneerd kaas met frietjes. Als toetje haalden wij zelf bij het buffet buiten nog een lekker Magnum ijsje. Voordat het donker werd speelden pappa en ik nog een partijtje voetbal op het veldje voor onze tent. Ronac ging lekker op de picknickbank zitten en keek naar het kampvuur dat één van onze buren aanmaakte. Wij vielen die avond in slaap met zang en gitaarspel van andere buren. Gelukkig klonk dit veel beter dan de oude man met zijn microfoon een aantal dagen geleden op de camping in Belá.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *