Komodo National Park


Ergens rond de klok van 5:00 uur werden we in onze slaap even gewekt door de zingende klanken van de muezzin, de persoon die de moslims oproept tot gebed. Gelukkig vielen we daarna nog even in slaap om rond 7:30 uur wakker te worden en op te staan. We pakten onze spullen en genoten nog even snel van een lekker ontbijtbuffet met pannenkoeken, mie goreng en nasi putih. Op de afgesproken tijd (08:30 uur) stonden we bij het kantoor van de rederij. Er waren sinds gisteravond nog acht extra mensen bij gekomen en zo kwam het aantal passagiers aan boord in totaal op veertien. We moesten lopend naar de haven en de straat langs de haven is een combinatie van traditionele havenbedrijvigheid, souvenir shops, duikscholen, restaurants en kleine hotelletjes. In de haven moesten we wat hindernissen overbruggen om bij de boot te komen.


Het werd klimmen en klauteren over de relingen van de schepen. Op de boot maakten we kennis met de hele groep. Twee Duitsers (Berndt en Franziska), twee Noord Italianen, twee Fransen (broer en zus), een Engelsman, een Amerikaans/Japans koppel en een Indonesisch meisje. Een gevarieerd gezelschap dus. Het personeel aan boord bestond uit een man of acht. We lieten de haven al snel achter ons en gingen over de Flores zee op weg naar het Komodo National Park. Het was een paar uur varen en in de tussentijd werd aan boord de lunch bereidt en verorberd. Lekkere nasi putih met gado gado en kroepoek. Als toetje was er vers fruit van watermeloen en ananas. De maaltijden, water, koffie en thee aan boord zijn inclusief. In de zeestraat tussen de eilanden Sumbawa en Flores liggen Pulau Komodo en Pulau Rinca. Op deze eilanden leeft de Komodovaraan. Het is een hagedis uit de familie die ze ook wel varanen noemen. Het is de grootste varaan/hagedis ter wereld en één van de oudste nog levende diersoorten die 60 miljoen jaar geleden leefde.

De lokale bevolking noemt de varaan “ora” wat ‘mond’ betekent. Andere namen zijn biawak raksasa (reuzenvaraan) en buaja darat wat landkrokodil betekent. We bezochten als eerste Pulau Rinca. Met een klein bootje werden we van de grote boot naar het eiland gebracht. Op de steiger stond een bord dat waarschuwde voor krokodillen in het water maar wij zagen alleen heel veel vissen in het heldere water. We moesten een klein stukje lopen naar het hoofdkwartier van het park om ons te laten registreren. Hier werden we door een in onze ogen “belangrijke” man welkom geheten. We moesten hier ook betalen, onder andere de entree voor het park, toeslag voor de fotocamera en de gids tijdens de wandeling over het eiland. We liepen naar buiten en kregen een ranger toegewezen die ons zou begeleiden tijdens de wandeling. Je mag niet alleen rondlopen in het park. Je moet altijd onder begeleiding van een ranger die een grote stok met een V-vormig einde heeft. Hiermee kan hij de varanen op afstand houden als het nodig is. We konden kiezen uit een aantal “hikes” en namen de “medium trek” van ongeveer anderhalf uur lopen.

We liepen het kamp een klein stukje uit en zagen, net voorbij het hoofdkwartier bij de gaarkeuken, al een aantal komodovaranen in de zon liggen om op te warmen. Ondanks dat de varanen niet gevoerd worden, komen ze toch op de geur van het eten af. De komodovaraan werd pas on 1910 ontdekt en bestudeerd door biologen. Vanwege het kleine gebeid waar de komodovaraan voorkomt is het een kwetsbare diersoort en is het afhankelijk van bescherming. Het zijn enorme beesten, die tot wel drie meter groot kunnen worden. We liepen het bos in op zoek naar een andere varaan. Al snel had onze ranger er eentje gespot in de begroeiing langs het pad. De varaan stond net op en liep een stuk voor ons uit langs de bosrand. Met de grote varaan nog in onze ooghoeken, zagen we aan de andere kant een kleine jonge varaan van ongeveer één jaar oud lopen. Even dachten we dat de grote varaan achter de kleine varaan aan zou gaan, het zijn namelijk echte kannibalen, maar ze kruisten elkaar op een aantal meter en gingen ieder hun eigen weg. Na een tijdje lopen verlieten we de beschutting van het bos en kwamen we in een open gebied met grasachtige begroeiing.


Het was in de zon echt bloedheet en dat maakte de wandeling minder aangenaam. Het zweet parelde op ons lichaam en liep in straaltjes naar beneden. We zagen nog een kolonie langstaartmakaak apen, wilde zwijntjes, Javaanse hertjes en een bijennest. Onze wandeling eindigde bij het park hoofdkwartier en daar vandaan liepen we terug naar de steiger voor de boten. We gingen aan boord en vervolgden de tocht naar het volgende eiland, pulau Komodo. Als je alle eilanden vanaf bovenaf ziet liggen, lijken ze dicht bij elkaar te liggen. Het lijkt zo want in de praktijk valt dat wel tegen. Het was nog een aardig stukje varen. Ondertussen was het later op de middag geworden (16:00 uur)  en de meeste toeristen hadden Pulau Komodo al bezocht en waren weer vertrokken. Onze groep was samen met een andere groep nog de enige die op zoek gingen naar de komodovaranen. We kregen een ervaren gids/ranger toegewezen en drie helpers gewapend met V-stok. Wij mochten hier zelf ook een stok in de hand nemen om de varanen op afstand te houden. Ronac had direct een “click” met de gids en liep al snel hand in hand met hem voorop.


We waren net vertrokken toen we al een varaan zagen liggen in het gras. Het was een van de oudere varanen van het park. We konden hem goed bekijken. We zagen een langwerpig lichaam en een lange staart. Ze kunnen tot wel drie meter lang worden en een volwassen mannetje kan wel 150 kilo wegen. Een mannetje is beduidend groter dan het vrouwtje maar omdat jongere en oudere varanen samen leven is het in de praktijk moeilijk te onderscheiden. Hij heeft vier gebogen poten en een brede en platte kop. Aan de poten zitten lange platte, gekromde mesachtige nagels. De huid van de varaan is bedekt met schubben die ongeveer zo dik zijn als je nagel. In de bek van de varaan zitten ongeveer een 60-tal tanden waardoor ze als een zaag makkelijk door het vlees van hun prooi kunnen snijden en er stukken af kunnen scheuren. De komodovaraan is een echte vleeseter en hij eet naast levende prooien ook wel aas (dode dieren). Met behulp van zijn oren, ogen en vooral zijn tong zoekt hij een mogelijke prooi. De varaan zal proberen om zijn prooi direct te doden maar dit lukt niet altijd. Een prooi bezwijkt echter snel door de (giftige) beet van de varaan die kan leiden tot bloedvergiftiging. Door zijn gespleten tong, kan een varaan bij een gunstige wind, een rottend karkas op een afstand van meer dan acht kilometer opsporen. De stok in onze handen voelt ineens als een wat klein wapen tegen deze bijna drie meter lange ‘draak’, zoals ontdekkingsreizigers het zeldzame dier vroeger beschreven.


Wij liepen rustig verder met Ronac en de gids voorop. Het duurde niet lang of een varaan kruiste ons op het pad. Hij/zij besloot om het pad te volgen en liep voor ons uit. Wij volgden op gepaste afstand. Ronac en de gids als eerste. Ronac voelde zich natuurlijk wel heel erg cool om zo dicht achter de varaan te lopen. Het imposante van de varanen is dat ze zich bij het lopen helemaal oprichten. Ze zien er bij het lopen direct veel dreigender en enger uit. Ze waggelen van links naar rechts, en kunnen een behoorlijke snelheid ontwikkelen. De varaan ging uiteindelijk het pad af en verdween rustig in de struiken. We hadden erg veel geluk want niet veel later zat er weer eentje midden op onze trail. Deze wilde echter niet van het pad afwijken en wij moesten daarvoor zelf uitwijken naar de struiken. Ronac en de gids gingen voorop. Toen mamma ging, hoorde de varaan takken kraken en hij keek haar een lange tijd aan. Gelukkig bleef ze muisstil staan. Eén van de helpers moest uiteindelijk voor afleiding zorgen zodat de hele groep de varaan veilig kon passeren. Wow, het was wel een spannende ervaring.

Echt heel gaaf om deze imposante beesten van dichtbij mee te maken in hun eigen leefomgeving. We wandelden verder en kwamen bij een hoger gelegen gebied en daar vandaan hadden we ook weer een mooi uitzicht over de omgeving. Weer terug bij het kamp, kochten we van één van de helpers, twee kleine beeldjes van een varaan. Het begon al schemerig te worden toen we Pulau Komodo verlieten. We zouden richting Pulau Kalong varen om daar voor anker te gaan en de nacht door te brengen. Op dit eiland hangen ook duizenden vliegende honden in bomen die uitvliegen tegen de schemering.


We kwamen er pas bij donker aan en er waren geen vliegende honden meer te zien.We kregen een lekker diner voorgeschoteld en daarna mochten we nog even op de tablet een spelletje doen en een filmpje kijken. Omdat we met veel minder mensen aan boord waren dan de berekende capaciteit, konden we kiezen waar we wilden slapen. Je kon ook boven op dek slapen dan heb je natuurlijke airco. Wij sliepen de eerste nacht beneden onder het dek. In het begin bleek het beneden toch wel erg warm te zijn en de dieseldampen zijn ook niet echt lekker. Ik zou er niet aan moeten denken dat je hier met 16 of meer personen slaapt! In de loop van de nacht koelde het echter flink af en hadden we niet genoeg aan alleen de dunne deken. Onze lange broek en fleece vest bood uiteindelijk genoeg warmte om lekker te kunnen slapen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *