Onafhankelijkheidsdag

We waren op tijd wakker en hadden nog tijd over om te ontbijten. We konden kiezen uit toast met jam of bananenpannenkoeken. Een simpel ontbijt wat we toch met smaak op aten. We vertrokken rond de klok van 8.15 uur. In de buurt van Aimere zagen we bij mensen thuis het proces om de sterke drank arak te maken. De oorsprong van arak ligt in Arabië en daar vandaan is het via Sri lanka naar Indonesië gebracht. Het wordt gemaakt van het sap uit palmsuiker van de kokospalm. Het wordt gestookt tot een alcoholpercentage van 30 en 50 %. De smaak ligt tussen whisky en rum. De arak wordt in Indonesië vaak puur gedronken maar meestal wordt het in cocktails of punch gebruikt.


Op de foto met onze chauffeur Elvis (rechts) en zijn vriend 

We hadden deze keer een vroege lunch (11:30 uur). Edison had Elvis een goed adres gegeven waar we geroosterd varkensvlees konden eten. Het was ook meteen het enige gerecht op de menukaart. Toen het vlees geserveerd werd, leek het erg veel op de babi merah die Jong (de Indonesische moeder van Nicole) vaker voor ons heeft gemaakt. Het varkensvlees was felrood gekleurd, geroosterd en werd geserveerd met nasi putih (witte rijst), groenten en sambal. Een heerlijk gerecht dat goed smaakte.

Met goed gevulde maag vervolgden we onze weg in de richting van Ruteng. Vandaag werd in Indonesië de zeventigste Onafhankelijkheidsdag gevierd. Overal vonden ceremonies, feesten en activiteiten plaats om te vieren dat Indonesië in 1945 onafhankelijk werd van Nederland. We hadden er wel een beetje een dubbel gevoel bij. Onderweg zagen we veel rode en witte versieringen, de kleuren van de Indonesische vlag. We stopten in de Manggarai provincie bij een dorp om even naar de feestelijkheden te kijken.


hooggeerde gasten.

Terwijl we stonden te kijken kwam er een jongen aanlopen die ons in het Engels uitnodigde om samen met de burgemeester en commissaris van de politie de ceremonie bij te wonen en van dichtbij mee te maken. Het werd een geweldige en bijzondere gebeurtenis. Alles wat er gebeurde werd in het Engels toegelicht. Eén man sprak zelfs Nederlands en we werden door iedereen als eregasten behandeld. We zagen de uitvoering van de caci, het traditionele zweepgevecht van de Manggarai.


De krijgers zijn uitgedost met een typisch gehoornd hoofddeksel en bewapend met zweep en een groot schild gemaakt van buffelleer. De twee rivalen gaan het gevecht aan en worden begeleid door het ritme van instrumenten en gezang. De winnaar is degene die de fysieke en spirituele verdediging van de tegenstander weet te doorbreken. Littekens opgelopen tijdens het gevecht worden zorgvuldig gekoesterd en gezien als kenmerk van mannelijkheid. Bloed uit zo’n wond is een offer aan de nitu, de geesten van de voorouders.

Iedereen wilde na afloop met ons op de foto en het kostte moeite om deze feestelijkheden achter te laten en verder te reizen. Niet ver van Ruteng bezochten we het Ranamese meer wat ‘groot meer’ in de lokale taal betekent. Het meer is omgeven door regenwoud en was ooit een kratermeer. Om het terrein te mogen betreden moesten we “smeergeld” betalen en de bedragen variëren iedere keer, volgens Elvis. Een duidelijk staaltje van corruptie in dit land.


Aan het einde van de middag (15:30 uur) arriveerden we bij het FX72 Hotel. Het hotel is prachtig gelegen midden tussen de bergen en de rijstvelden. Het uitzicht was adembenemend. Het hotel is nog niet zo heel lang geopend en is gehuisvest in een oud schoolgebouw. We kregen een kamer op de tweede etage met een dubbel bed en een matras op de grond. Wij hadden geen zin om nog wat te doen en wilden alleen maar op de tablet of Nintendo spelen. Pappa en mamma lieten ons in de kamer en gingen een stukje lopen tussen de rijstvelden bij het hotel.


Voetballen op het rijstveld.

Ze kwamen enthousiast terug dat er kinderen met ons wilden voetballen. Dat lieten we ons geen tweede keer zeggen. We trokken de schoenen aan en gingen met ze mee. Op een rijstveld naast het hotel waren een heleboel jongetjes aan het voetballen. We werden direct uitgenodigd om mee te doen en ze wilden onze naam en leeftijd weten. In het begin was het even wennen want de bal was wat zacht en de ondergrond (rijstveld) voelde heel anders aan dan een grasveld. De kinderen hier zijn aan de omstandigheden gewend en er waren er een paar met veel talent.

Het was echt super leuk en ik wist van geen ophouden. Af en toe moesten we opletten dat we de bal niet kwijt raakten in de stroming van het irrigatiesysteem rond de rijstvelden. Pappa ging terug met Ronac en mamma bleef bij mij. Toen de zon onder was, moest ik echt mee terug naar het hotel. Jammer dat we hier maar één nachtje blijven want ik had nog wel een keer willen voetballen. We aten in het restaurant van het hotel maar vonden de gerechten (o.a. mie goreng en kip) allemaal een beetje tegenvallen. Tja, ook dat kun je een keer hebben. Natuurlijk keken we nog even een filmpje voordat we moe maar voldaan gingen slapen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *