Dag 21; Nederlandse historie in Galle

Ronac en ik hadden een goede nachtrust ondanks de gezangen van de priesters. Pappa en mamma waren meerdere malen wakker geworden en hadden dus iets minder goed geslapen. We hadden ons ontbijt beneden in het restaurant. Vers fruit vooraf en daarna toast met jam, eitjes en curd. Curd is de specialiteit van deze streek. Het is een zure dikke yoghurt gemaakt van buffel melk die gezoet wordt met treacle (stroop gemaakt van suikerriet). Ik vond het heerlijk. Langs de weg vind je ook veel kraampjes die de curd verkopen in aardewerk potten.


Prachtige uitzichten langs het fort van Galle.

We gingen deze ochtend naar de havenstad Galle. In deze stad viel nog veel te zien van de Nederlandse overheersing. We bezochten het fort dat gebouwd werd door de Portugezen maar door de Nederlanders werd vergroot en verbouwd in 1665. Het fort bleek nog in goede staat, het overleefde zelfs de grote tsunami van 2004. Het fort fungeerde tijdens de tsunami als schokbreker en dit voorkwam dat de achterliggende stad werd weggevaagd. We maakten een wandeling over de fortmuren. Binnen de muren van het fort stonden veel Nederlandse gebouwen zoals het huis van de gouverneur en een oud Nederlandse kerk.

We zagen Nederlandse straatnamen en bezochten op de Lynbaan een museum. In de vitrinekasten zagen we allerlei antiek en verschillende gebruiksvoorwerpen zoals schalen, theepotten etc. We zagen Delfsblauw en Maastrichts aardewerk. Op de binnenplaats zat een man edelstenen te slijpen en een vrouw kant te klossen. We mochten van een van de medewerkers met een emmer water halen uit de oude waterput. Onze volgende stop was bij het National Maritime Archeology Museum dat gehuisvest was in een oud Nederlands warenhuis. We zagen allerlei dingen die te maken hebben met de zee. Bijvoorbeeld de zeevaart historie, boten, koraal en dieren en vissen die er leven.


Twee emmertjes water halen…
Onze laatste stop was bij de gereformeerde “Groote kerk”. De Groote Kerk werd gebouwd in een kruisvorm. Binnen in de kerk lagen in de vloer grafstenen die origineel uit een begraafplaats komen. De kerk werd in 2004 gerenoveerd en is momenteel nog steeds in gebruik. We waren rond 13:30 uur weer terug bij ons hotel en we wilden direct door naar het strand. Zonnebrandcrème op, UV shirt en zwembroek aan en heerlijk het water in. Vanwege de ligging in de baai is de zee redelijk veilig om in te zwemmen. Unawatuna heeft veel schade gehad tijdens de tsunami van 2004, maar is weer opgebouwd.

Op het strand stonden veel palmbomen en er zijn veel kleine restaurantjes en hotels te vinden. We wandelden een stuk langs het strand en gingen bij een van de restaurantjes lunchen. Ik was eigenwijs en zei wel tien keer dat ik niets wilde. Toen pappa, mamma en Ronac hun eten kregen, bleek dat ik toch honger had. Ze wilden niets meer voor mij bestellen maar ik kon wel van de “spicy fried rice met zeevruchten” van mamma mee eten en dat smaakte zeer goed. Samen met mamma zwommen we in zee en speelden we in het zand. Pappa liep naar de stupa en pagode van de vrede.


Daar zaten de lawaaimakers dag en nacht te zingen.
Hij zag daar de “boosdoeners” van de gezangen en hoorde dat er bijna een einde aan zou komen. Er waren bepaalde festiviteiten en het standbeeld van Boeddha werd geverfd. Toen de zon langzaam onderging vertrokken we naar de kamer om ons daar te douchen en van al het zand te ontdoen. Het avondeten hadden we in het drukke restaurant want er was helaas geen plaatsje vrij op het strand. De spullen werden ingepakt en morgen beginnen we alweer aan onze laatste reisdag in Sri Lanka.


De baai van Unawatuna.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *