Dag 16; Hiken naar World’s End


Het was vroeg (5:30 uur) en nog donker toen de wekker ging. Ik had veel moeite om op te staan en mijn warme bed uit te komen. Toch stonden we een half uur later klaar om te vertrekken naar de Horton Plains. We kregen een ontbijtpakket mee die we onderweg op konden eten. Helaas had de 4WD vertraging en stonden we een half uur voor niets te wachten. In de auto vielen Ronac en ik allebei weer in slaap en gelukkig duurde de rit zo’n 1 ½ uur. Bij de park entrance maakten pappa en mamma ons wakker en om ongeveer 8:15 uur vertrokken wij aan onze wandeling. Nana ging niet met ons mee vanwege klachten aan zijn voet maar dat vonden wij niet erg. Zo konden we lekker ons eigen tempo lopen en ons eigen ding doen.


Met walkie-talkies hielden we contact met pappa en Ronac.

De Horton Plains, staat op de werelderfgoedlijst, is een hoogvlakte gelegen tussen de 2100 en 2300 meter hoogte. Vroeger was dit het domein van olifanten, luipaarden en apen maar dat is verleden tijd. De wandeling die we gingen maken was zo’n 9 kilometer. Al snel zagen we hoe uniek het landschap was. Het eerste gedeelte ging door grasland en langs kleine moerassen. In het landschap staan veel rododendrons, dit zijn struiken tot kleine bomen met prachtige bloemen. Het gebied staat bekend om zijn diversiteit van planten, bomen, vlinders en dieren. Na het grasland kwamen we in een wat dichter bosgebied ook wel “cloud forest” of nevelwoud genoemd.


Het was echt sjiek om door het nevelwoud te hiken.

Het was duidelijk waarom alles hier zo weelderig groeit en bloeit want het was er vochtig en klam. Het ene moment zag je veel en het andere moment was je in een nevel van mist gehuld. We liepen over smalle, steile en meestal rotsige paadjes die voornamelijk door erosie tot stand zijn gekomen. Af en toe liepen we flink omhoog om vervolgens weer voorzichtig af te dalen. Als eerste kwamen we aan bij Mini Worlds’s End, de afgrond was hier wel 270 meter diep. Vanwege de wind moesten we ons goed vast houden en niet te dicht bij de rand komen. Nadat we weer iets verder hadden gelopen kwamen we aan bij het daadwerkelijke World’s End.


 World’s end.
Het plateau eindigde op dit punt en er was een 900 meter diepe afgrond. We hadden geluk met het weer en het was redelijk open zodat we van het dal en een adembenemende uitzicht konden genieten. Bij mooi weer zou je zelfs de Indische oceaan moeten kunnen zien liggen. Ook hier stond weer veel wind dus oppassen geblazen. We aten een kipsandwich uit ons ontbijtpakket en dat gaf ons nieuwe energie om verder te gaan met de wandeling. Vanaf de plateaurand van World’s End volgden we de weg naar de BakersFalls en kwamen we opnieuw langs mooie vergezichten. Tijdens het lopen werden we aangemoedigd door Ronac die liedjes aan het zingen was.

Vlak voordat we een grillig bos in zouden lopen, moesten we nog even naar het toilet. Er waren hokjes en een wc-pot in de openlucht en ik heb nog nooit zo’n prachtig uitzicht gehad terwijl ik een plasje deed op het toilet, uniek! Eerst was het een stuk steil klimmen tussen de bomen door. Eenmaal boven aangekomen moesten we een steil pad naar beneden volgen om bij de BakersFalls te komen. Ik weet niet hoe pappa het voor elkaar kreeg met Ronac op zijn rug maar hij was heel snel uit ons gezichtsveld verdwenen. Samen met mamma klauterde ik veilig en wel naar beneden.


Baker’s falls.

De watervallen waren 20 meter hoog maar zijn vooral indrukwekkend door de breedte. Er kletterde flink wat water naar beneden. We rusten uit en vertrokken toen er een stel “lompe Hollanders” arriveerden. Het was een flinke klim naar boven maar ik klauterde heel goed en was als eerste boven. Natuurlijk zat ik helemaal onder de modder en schrammen maar dat kon mij niets schelen. Het laatste stuk van de wandeling ging weer door de graslanden. Af en toe zagen we beekjes en meertjes. Soms scheen de zon even en dan was er weer de mist. Op de laatste paar honderd meter van de wandeling begon het te regenen.


Omhoog klauteren over het steile pad.

Nana stond ons op te wachten en we liepen snel naar de 4WD minibus. Op de parkeerplaats zagen we nog een groot Sambarhert. Het prachtige dier was groot, had een donker bruine vacht en een gewei. De dieren leven meestal alleen en niet in kuddes zoals andere herten wel doen. Ronac viel in slaap en miste hierdoor de heerlijke verse vanilleyoghurt die Nana onderweg kocht bij de lokale melkfabriek.


Sambarhert.

Tegen de klok van 13:30 uur waren we weer terug bij ons hotel. We kleedden ons om, douchten ons en wilden daarna even naar het dorpje lopen. Toen we net onderweg waren begon het flink te regenen en we namen de eerste de beste tuk tuk die we zagen. We hadden geen zin om af te dingen en betaalden de jongen 100 roepie (€ 0,50) voor een ritje van een paar kilometer. Het centrum stelde niet veel voor en we liepen wat langs de winkels en over de groentemarkt. We hadden een late lunch bij een van de weinige restaurantjes die we konden vinden.

We namen kleine broodjes (worstenbroodjes, roti kip) maar die smaakten zo lekker dat we er nog een paar haalden. We liepen terug naar het hotel en zagen onderweg nog wat typisch Engelse huizen en tuinen met rozen. Ook kwamen we langs een wedstrijdbaan voor paardenraces. Ons diner stond om 19:00 uur klaar en we gedroegen ons voorbeeldig. Het hoofdgerecht was mijn favoriete eten namelijk spaghetti bolognese. Na het eten vielen onze oogjes bijna dicht en zat er niets anders op dan lekker in ons bedje te kruipen en te gaan slapen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *