Dag 14; Tempel van de Tand

We bleven vandaag de hele dag in en om Kandy dus we konden iets langer in bed blijven liggen. Na een uitgebreid ontbijt haalde Nana ons op. We hadden ons schema gisteren iets aangepast en daarom gingen we vandaag naar de Tempel van de Tand. De stad Kandy was de laatste hoofdstad van het Singhaleserijk voordat het eiland in 1815 in Engelse handen viel. De stad is vooral bekend vanwege de Dalada Maligwa (Tempel van de Tand) waar volgens de verhalen een hoektand van Boeddha bewaard zou worden.


Wij brachten als eerste een bezoek aan deze beroemde tempel. De ingang was goed beveiligd met gewapende militairen en betonblokken. In het verleden werd er door de Tamil Tijgers een aanslag gepleegd op de ingang van het complex en daarbij zijn vele doden gevallen. Nu bestaat de ingang dus uit hekken, metaaldetectors en militairen. Wel stonden er veel kraampjes met fleurige lotusbloemen die door pelgrims gekocht werden om de tand van Boeddha te vereren. Samen met pappa ga ik door de controle en Ronac ging met mamma.

Om de gebouwen te mogen betreden moesten we uiteraard onze schoenen uit doen en op blote voeten verder gaan. Bij de eerste zaal waar we binnen kwamen, stonden twee mannen te trommelen, dit hoorde bij de puja-ceremonies (offerdiensten) die drie keer per dag uitgevoerd worden. Voor de ruimte waar de heilige tand bewaard wordt, was het erg druk. Veel mensen stonden in de rij, offerden lotusbloemen of zaten op de grond te bidden. Drie keer per dag (‘s morgens, ‘s middags en ‘s avonds) worden er rituelen uitgevoerd en wordt de deur naar de tand geopend. Men krijgt de tand niet te zien, maar wel een gouden kistje op het altaar in de vorm van een stupa waar de tand in zou zitten.


De tand zou na Boeddha’s verbranding uit het vuur zijn gehaald en werd uit India naar Sri Lanka gebracht. Vele eeuwen wordt de tand op Sri Lanka al vereerd. Vanaf Anuradhapura verhuisde de tand steeds mee wanneer de hoofdstad van het Singaleese rijk verplaatst werd. Zo kwam hij uiteindelijk in Kandy terecht. Het duurde nog een tijd voordat de deur werd geopend en Nana besloot om eerst naar het museum te gaan.

Hier zagen we veel schilderijen hangen die het verhaal vertellen van de tand. Voor mij dus makkelijk te begrijpen en ik volgde aandachtig alle schilderijen zodat ik de hele geschiedenis begreep. We stonden al bijna buiten toen we Nana er aan herrinerden dat we de tand nog niet hadden gezien. Hij was het bijna vergeten en we keerden weer terug naar de Inner tempel op de eerste etage. We sloten aan in de rij en liepen tien minuten later in een flits langs de kleine ruimte met de gouden stupa (dagoba). Je hebt maar tien seconden om te kijken en je kunt bijna niet stil staan. Toch was het lang genoeg voor mij om de mooie gouden stupa te zien glinsteren.

Op de terugweg naar de minivan kwamen we nog een olifant tegen. De mahout nam een baby mee en liep met haar een aantal keer onder de buik van de olifant door. Het zou de baby geluk brengen in de toekomst. We reden via een slingerende bergweg naar Peradeniya, een plaats net buiten Kandy. Hier bezochten we de botanische tuinen van Peradeniya.

In 1371 werden de tuinen aangelegd door de toenmalige koning en in 1815 hebben de Engelsen er een botanische tuin van gemaakt. Het regende flink dus onze paraplu’s gingen mee. We bezochten als eerste een kas met allerlei soorten orchideeën. In de tuinen was een verscheidenheid aan bomen en tropische planten en ondanks de regen was het prachtig om er doorheen te lopen. Op de Memorylane stonden bomen die gepland waren door hoogwaardigheidsbekleders o.a. Joeri Gagarin en Indira Gandhi. Onze lunch hadden we in de tuin bij een mooi paviljoen. Om daar te komen moesten we een flink grasveld oversteken en het was echt soppen geblazen in onze schoenen.


Ondanks de regen was de botanische tuin toch prachtig

Toen we aan tafel op ons eten wachten, hoorden we dat er mensen waren met bloedzuigers op hun lichaam. Ik werd een beetje panisch en mamma controleerde ons meteen. Wij hadden niets maar pappa bleek er eentje tussen zijn tenen te hebben. Hij had er niets van gevoeld maar er liep wel een straaltje bloed over zijn voet. Hij haalde hem met een doekje er vanaf, jakkes. Het eten was super uitgebreid en de curry’s pasten niet allemaal op tafel en werden daarom op een extra bijzettafeltje gezet. Het eten en de service was hier echt top en toen we afrekenden konden we bijna niet geloven dat we in verhouding zo weinig hoefden te betalen.


We liepen terug aar de minivan en besloten om niet naar het Millenium park te gaan en als alternatief gingen we naar een edelstenenshop/juwelier. In Sri Lanka worden veel edelstenen gevonden soms hele kostbare. Zo vonden ze hier ooit de grootste en zwaarste blauwe saffier ter wereld. Bij de juwelier kregen we eerst een film te zien, in het Nederlands ook nog, over de mijnbouw en het delven van edelstenen in Sri Lanka, zeer interessant. Na de film zagen we onbewerkt en bewerkte edelstenen zoals saffieren, robijnen en maanstenen. In de winkel keken we even rond en pappa zei tegen mamma dat ze wel een mooi sierraad uit mocht zoeken. Ze had tenslotte nog geen verjaardagscadeau gehad.

Mamma’s oog viel op de bijzondere Cat’s Eye (kattenoog), een mineraal die na bewerking een kattenoogeffect geeft. Bij de juiste lichtinval wordt er een zilverachtige streep veroorzaakt in de steen en dit lijkt op een kattenoog. Er waren verschillende kleuren stenen variërend van grijs, bruinig tot groen. Vroeger waren kattenogen geliefde edelstenen die men combineerde met diamanten. De steen zou je aura beschermen tegen een negatieve energie en het stimuleert geluk, vertrouwen, innerlijke rust en voorspoed. Na wat zoeken, kijken en onderhandelen zocht mamma een mooie steen uit die ze in een ring zouden plaatsen. Morgenochtend zou de ring klaar zijn en konden we hem ophalen.

We bezochten daarna nog een werkplaats voor houtbewerking. Hier zagen we verschillende houtsoorten en hoe je deze in verschillende kleuren kan verven met natuurlijke producten. Het was sjiek om te zien wat een mooie dingen de houtbewerkers allemaal maakten van het hout. Van bed tot kast, maskers en schaakspellen.


Rond 16.30 uur stapten we uit bij de “Kandyan Arts Association Hall” vlakbij de Tempel van de Tand. Hier kregen we een culturele dansshow te zien van de “Kandy Dansers”. Helaas was het druk en waren de voorste rijen al bezet. Gelukkig vonden we een plaatsje op de vijfde rij en hadden we ruim zicht op het podium. Een paar minuten voor aanvang van de show kwam een man mamma en Ronac halen en mochten ze op twee gereserveerde plaatsen op de voorste rij gaan zitten. De show begon met mannen die in rood-witte kleding een oorverdovend lawaai produceren met hun traditionele instrumenten, de “Pancha Thuryas”. Er werden verschillende dansen opgevoerd en die werden begeleid door de muziekinstrumenten.Halverwege moesten Ronac en ik allebei naar het toilet. Snel plassen en daarna weer terug voor de show. Ik glipte snel met mamma en Ronac mee om de tweede helft ook vanaf de voorste rij te kunnen zien.

De dansen waren heel acrobatisch en ik vond het fantastisch. Aan het einde van de voorstelling was er een act met vuurfakkels die ze over hun lichaam lieten bewegen. Ze deden de fakkel zelfs in hun mond! Als laatste werden er kolen aangestoken. Je voelde de hitte er van af komen en toen gingen er twee mannen over heen lopen op blote voeten! Met open mond zaten wij te kijken, hoe kan dat?? Ongelofelijk hoor, zo knap!

Na deze show gingen we terug naar het hotel en regende het nog steeds. We kleedden ons om en gingen lekker wat eten in het goede restaurant van het hotel. Mamma waagde zich aan de verse krab en had veel priegelwerk om de kleine beetjes vlees uit de schaal te halen. Ze liet mij proeven en ik moet toegeven dat het wel heel erg lekker was. Ik nam verder soep, pasta met pestosaus en overheerlijke toetjes. Jammer dat we dit hotel morgen weer verlaten want ik vond het echt een super goed hotel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *