Dag 9; Het platteland

Onze koffer en rugzakken waren weer ingepakt en we verlieten het prachtige en goede Kassapa Lions Rock Hotel. Na het ontbijt reden we tien minuten en daarna stopten we bij een groot hotel in Habarana. Hier haalden we een lokale gids op en werden we geregistreerd voor toegang tot het gebied. We verlieten te voet de grote weg om te kijken hoe het dagelijks leven op het Sri Lankaanse platteland is. We verkenden het gebied rondom het plattelandsdorp Hiriwaduna. Na een stukje lopen stapten we in een kar die werd voortgetrokken door ossen. De ossenkar is één van de oudste manieren van transport en wordt hier nog veel gebruikt. De ossen liepen niet al te snel en zo konden wij goed de omgeving in ons opnemen. Opvallend was de grond onder ons die steeds roder werd.


We reden door het akkerland waar diverse groenten werden verbouwd. In dit seizoen werd er vooral uien en rijst verbouwd. We zagen boeren bezig om land te bewerken. De mannen doen eerst het zware werk van het omploegen van de aarde en daarna gaan de vrouwen verder met het zaaien van de gewassen. Na een tijdje hobbelen stapten we bij een stupa uit en gingen we te voet verder. We lopen door een prachtig gebied en zien in de verte zelfs een neushoornvogel (Hornbill) in de top van de bomen. Met de verrekijker van onze gids kan ik hem beter bekijken. Ik zag een grote vogel met een enorme felgekleurde en gebogen snavel. Bovenop de snavel zat nog een gekrulde “hoorn”. Kortom een prachtig dier!


Met een verrekijker lijken de dieren allemaal heel dichtbij.

Het volgende transportmiddel was een oruva, een traditionele vissersboot. Het was maar een klein stukje en we gingen direct weer aan wal. We liepen over een smal pad tussen de plantages met bananenbomen, papajabomen en palmbomen door. We kwamen uit bij een huisje van klei met een palmbladeren dak en kleine groentetuin met long beans (kouseband), een lange sperzieboon, aubergines en manioc. De bewoners was een oudere man die manioc aan het koken was. Manioc, wij kennen het als cassave, is een eetbare wortelknol die oorspronkelijk komt uit Zuid Amerika. De Portugezen namen de knol mee naar Azie. De plant kan groeien op arme grond en is goed bestand tegen droge periodes. Volgens Nana is het heel gezond en beschermd het je tegen allerlei ziekten zoals kanker.


Op zoek naar wilde olifanten vanuit de uitkijkpost.

We beklommen de uitkijkpost naast het huisje. Hier slaapt de man ’s nachts en kijkt hij of er geen wilde olifanten komen. De olifanten zijn een plaag voor de boeren want ze kunnen akkers, oogst en afrasteringen verruiineren. De boeren proberen de olifanten te verjagen met hulp van vuur of voetzoekers (vuurwerk). Jaarlijks overlijden boeren maar ook olifanten aan deze confrontatie. We kregen nog een paar banaantjes en zagen een gekko onder het dak van het huisje. We gaven de man wat roepies voor zijn gastvrijheid en liepen verder.


Een dakvlechten van palmbladeren.

We kwamen langs een gebied met meerdere huisjes en daar liet Nana ons zien hoe je van de palmbladeren een dak vlecht voor op een huis. Het laatste stuk legden we opnieuw af in een oruva en we voeren over het enorme waterreservoir (wewa). Wat een prachtig en bijzonder gebied was het, schitterend. Na deze mooie maar ook leerzame tocht reden we verder naar het oostkust. Onderweg zagen we veel rijstvelden en verschillende waterreservoirs uit de oude tijd. Ons hotel lag in het plaatsje Uppuveli op ongeveer acht kilometer van het centrum van Trincomalee. In het noorden woonden voornamelijk Tamils en dit veroorzaakte van 1983 tot 2009 een conflict met de Singalezen. De Tamiltijgers vochten voor een onafhankelijke staat. Het werd een langdurige burgeroorlog en er zijn veel slachtoffers gevallen aan beide kanten. Vanaf 2009 gaven de Tamil tijgers zich over en keerde de rust onderling weer terug.

Het toerisme is in dit gedeelte van het land echt in opkomst en staat in de kinderschoenen ten opzichte van de rest van Sri Lanka. Ons hotel Sea Lotus Park bereikten we via een omweg omdat de hoofdweg was afgesloten. We checkten in en kregen een ruime kamer op de begane grond met een terras aan de tuin. We gingen eerst iets eten want we hadden flink honger gekregen. We gingen binnen in het resaturant zitten in de hoop dat daar airco was maar dat bleek niet zo te zijn. Er was alleen wat verkoeling van de fan. We deden onze bestelling bij een ober in opleiding en zagen de jongen de hele tijd bezweet van hot naar her rennen. We hadden allemaal medelijden met de jongen. Het duurde lang (bijna een uur) voordat ons eten kwam en dat van mamma kwam zelfs helemaal niet. De bestelling was verkeerd gegaan en de sweet en sour garnalen van mamma zouden snel komen werd haar beloofd.


Trincomalee

Ondertussen gingen wij naar buiten om op het strand te gaan spelen. Helaas begon het donker te worden en kwam er een flinke regenbui naar beneden. We renden snel naar onze kamer maar waren toch al doorweekt. We amuseerden ons goed op de kamer al werden we af en toe in het donker gezet omdat de stroom uitviel. In de avond gingen we in het restaurant eten. De keuze van het buffet viel tegen bij hetgeen we tot nu toe hebben gehad. Er was keuze uit vis of vlees en wat bijgerechten. Ronac werd al snel vrienden met de kok en een paar obers en verdween in de keuken. Hij wist daarmee een schaaltje met chocoladeijs te versieren, de bofkont. Morgen gaan we lekker genieten van het strand en helemaal niets doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *