Dag 7; De oude koningsstad Polonnaruwa

We maakten vandaag een uitstapje naar de oude Koningsstad Polonnaruwa. Ooit was deze stad de hoofdstad van Sri Lanka en staat zij nu op de Werelderfgoedlijst. Onderweg er naar toe voelde Ronac zich niet lekker en spuugde hij zijn ontbijt uit. Zijn hele T-shirt zat er onder en mamma had geen reserve meegenomen. We stopten eerst bij een kledingwinkeltje om daar een nieuw T-shirt voor Ronac te kopen.


Ons privé-busje gedurende de rondreis.

We bezochten als eerste het museum dat ook op het complex gelegen was. De zalen waren thematisch ingedeeld en we zagen er schaalmodellen van hoe de gebouwen er vroeger uitgezien moeten hebben. Ik vond het heel interessant en pappa en mamma vertelde mij van alles erbij. Drie eeuwen lang (10e tot 13e eeuw) was Polonnaruwa de Koninklijke hoofdstad van Sinhalese en Tamil rijken. Eind 10e eeuw vestigde de zuidindiase Chola zich in Polonnaruwa, het centrum van de macht na de val van Anaradhapura. In 1070 verdreef de Sinhalese koning Parakramabahu de Chola en vestigde zich in Polonnaruwa. Onder deze koning kwam er stabiliteit en welvaart. Je kunt dit nog zien aan de enorme granieten paleizen, uitgebreide irrigatiesystemen en stenen boeken die de koning liet maken. Op haar hoogtepunt werd de stad beschermd door verdedigingswallen met een totale lengte van zes kilometer. Op het complex staan diverse boeddhistische en hindoeïstische tempels naast elkaar.


keyronia Jones & The Temple of Sri Lanka.

We begonnen bij de ruines van de oorspronkelijke citadel en het paleis van de koning (Vajayanta Prasada). Het oorspronkelijke paleis had uit zeven verdiepingen bestaan maar nu waren er nog maar drie. De onderste verdiepingen waren van graniet gemaakt en de bovenste van hout. De audientiezaal was een paviljoen met een fries met reliëfs van olifanten. Ook zagen we het grote stenen Koninklijke bad (Kumara Pokuna). Terwijl we daar liepen werden we door een vrouw aangesproken of we uit Maastricht kwamen. Wat was het geval haar zoontje zit op de Kennedyschool en herkende mij van de bso. Hoe was het mogelijk, kom je hier in Sri Lanka mensen uit Maastricht tegen. Na even leuk gepraat te hebben gingen we verder. We reden naar de “quadrangle”, een plek waar veel religieuze gebouwen staan. Zo zagen we de Vatadage, een centrale dagoba (stupa), met vier ingangen en onder aan de trap een maansteen. Voordat we verder mochten moesten we eerst onze schoenen uit doen. Bovenaan ieder trappetje stond een zittende Boeddha. We gingen ook naar de Thuparama tempel die een goede mix was tussen boeddhisme en hindoeïsme. We zagen de Galpata, een boeddhistisch beeldhouwwerk en wordt ook wel het stenen boek genoemd. Tussendoor dronken we uit een king coconut het kokosnootwater (thambili) bij een van de stalletjes langs de kant van de weg.


Even verfrissen met een kokosnootje.

De kokosnoot zou tegen een hoop kwaaltjes helpen en wordt vaak als medicijn gebruikt. Terwijl pappa en mamma samen de Kiri Vihara, een dagoba bekeken, bleven wij bij Nana en de minibus. Bij het betreden van de heiligdommen moesten de schoenen uit en het zand was inmiddels zo warm geworden dat het voor ons bijna onmogelijk was om op blote voeten te lopen. Nana kocht pindanootjes voor ons die we gezamenlijk oppeuzelden. Ook gingen we naar de Boeddha’s bij Gal Vihara. We moesten eerst een stukje lopen langs een lotus vijver waar we nog hoelmans en een watervaraan zagen. De Boeddha’s bij Gal vihara zijn uitgehouwen uit één stuk graniet. Er waren twee staande van elk zeven meter hoog, één liggende Boeddha van veertien meter lang en één uitgehouwen in een rotskamer.


Liggende Buddha, Polonnaruwa.

We verlaten dit mooie complex voor de lunch. We hadden Nana verteld dat we de voorkeur hadden voor kleinere restaurants en hoopten dat hij hier gehoor aan zou geven. In eerste instantie zagen we de tafels met lopend buffet opgesteld staan maar er kon ook van de menukaart besteld worden. We gingen aan een tafeltje buiten zitten en bekeken de menukaart. Pappa bestelde een kipcurry, mamma mihoen en ik nasi. We wachtten af tot het eten gebracht werd. Pappa werd overstelpt met een berg rijst en zijn kipcurry. Natuurlijk werd er volgens traditie ook nog een stuk of vijf bijgerechten geserveerd. De portie mihoen was ook enorm en het eten bleek heerlijk te zijn.

Na de lunch werd het flink doorrijden want we moesten rond 15:00 uur bij het Minneriya nationaal park zijn voor een jeepsafari. Het verkeer zat wat tegen en uiteindelijk waren we 25 minuten later. Onze jeep, parkranger en chauffeur stonden al klaar voor vertrek. Ronac was in slaap gevallen en was niet wakker te krijgen. Hij mocht voorin bij Nana op schoot zitten en ik stond samen met pappa, mamma en de parkranger in de achterbak van de jeep (4WD). We gingen met de jeep omdat we zo over moeilijk begaanbare wegen konden rijden en zo de wilde dieren dichterbij in hun leefomgeving konden zien.


Op jacht naar wildlife, safari Minneriya.

Ik moest goed opletten dat ik geen zwiepende takken in mijn gezicht kreeg maar gaf verder mijn ogen goed de kost. Het eerste stuk reden we goed door. In het park was een groot waterreservoir waar veel dieren komen drinken en daar reden we dan ook naar toe. We zagen een Ceylonhoen, de nationale vogel van Sri Lanka. De vogel is familie van de fazant maar ik vond hem persoonlijk meer op een haan lijken. Niet snel daarna zagen we een paar olifanten en we reden erop af. Prachtig om deze dieren nu in hun leefomgeving te zien. We reden verder en zagen heel veel vogels (o.a. aalscholvers, ooievaars) bij het water en in de lucht. Voordat we terug gingen zagen we een grote kudde olifanten bestaande uit volwassen dieren en hun kleintjes.


Sjiek hoor, zo boven op de jeep naar dieren spotten.

Ronac was gelukkig op tijd wakker geworden en kon ze ook zien. We bleven een hele tijd kijken maar op een gegeven moment wilde ik wel weer verder rijden. Op de terugweg stopten we bij een uitkijktoren. Ronac, pappa en mamma gingen naar boven maar ik bleef lekker in de jeep zitten. De zon begon langzaam aan onder te gaan terwijl we terug reden naar de parkingang. Ronac vermaakte zich met onze gids door hem zijn petje af te pakken en niet meer terug te geven. We reden vanaf het park binnen een half uurtje terug naar ons hotel.


Ronac had veel lol met onze gids/spotter.

Hier gingen we ons eerst opfrissen voordat we aan tafel konden voor ons avondeten. Opnieuw was er genoeg keuze en er liepen vanavond zelfs enkele muzikanten rond die aan tafel een verzoeknummer kwamen spelen. Na het eten gingen we terug naar onze kamer en daar werd ik opgeschrikt door een kleine kikker die zich in onze badkuip had verstopt. Ik gilde als een gillende keukenmeid terwijl pappa en Ronac hem gingen vangen met een glas. Achteraf weet ik niet of ik nu echt zo bang was voor dat mini kikkertje of dat ik me gewoon weer eens overdreven aan het aanstellen was.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *