Dag 6; Olifanten en de Lionsrock

De wekker ging om 5:45 uur en we checkten uit om 6:30 uur en verlieten deze leuke plek. Het verkeer was chaotisch, de weg druk, veel bochten en van al het optrekken en remmen werden we allemaal een beetje misselijk. Het bleef het eerste uur druk maar daarna werd het rustiger en de omgeving prachtig. We reden langs bananenbomen en rijstvelden met prachtige uitzichten, echt heel mooi. We arriveerden goed op tijd bij het Pinnawala Elephant Orphanage, een weeshuis voor olifanten. Hier worden verstoten, gehandicapte of gewonde olifanten opgevangen.


Pinnawala Olifantenweeshuis.

We liepen als eerste naar een gebouw waar twee jonge olifantjes gevoed werden. De babyolifantjes werden gevoed met een babyfles en deze was binnen twee slokken leeg. Ondanks de hoge entreekosten (2000 roepie p.p.) voor het weeshuis moet er voor extra activiteiten betaald worden. Zo kon je een olifant een flesje geven of wat fruit maar dan kostte dit natuurlijk wel extra geld. We keken bij een volwassen olifant die bezig was te helpen bij de bouw van een nieuwe shelter. Hij droeg wel 3 boomstammen tegelijk naar de bouwplaats, ongelofelijk sterk hoor!


De olifant is het grootste landdier ter wereld. Er zijn twee soorten olifanten namelijk de Aziatische en de Afrikaanse. Ze verschillen nog wel wat van elkaar. Zo heeft de Afrikaanse olifant grotere oren en kan hij veel zwaarder worden. De Aziatische vrouwtjesolifant heeft geen slagtanden en die van de Afrikaanse wel. Opvallend aan de olifant was en is natuurlijk zijn slurf. Hij gebruikt dit lichaamsdeel als extra hand. Hij gebruikt zijn slurf om dingen op te rapen, te eten, te wassen en het trompetgeluid te maken. We bekeken de kudde, momenteel zo’n 80 olifanten, op het 10 hectare grote land terwijl ze stonden te wachten om naar de Ma Oya rivier te gaan om te baden. Wij liepen alvast voor ze uit en staken de straat over en kwamen door een straatje vol toeristische winkeltjes.


Bij de rivier waren restaurants met terrasjes die uitkeken over de rivier. We namen plaats op een plastic stoel en niet veel later hoorden we het stampen van de kudde olifanten die eraan kwam. Ronac ging nog even met mamma een olifant aaien maar ik deed dat niet. De olifanten liepen langzaam de rivier in om daar te drinken en zich nat te maken. De mahouts, verzorgers, stonden aan de kant om ze in de gaten te houden. Een mahout, meestal een man, bouwt een speciale band op met de olifant en verzorgd hem zijn hele leven. De mahout communiceert met de olifant door lichaamstaal, observatie en gesproken of ongesproken taal. Helaas zagen we ook dat sommige mahouts de bullhaak (stok met scherpe punt) hadden om de olifanten te corrigeren, jammer.

Rond 10:30 uur liepen we terug naar de minibus en werden we verrast door een verfrissende regenbui. Omdat het hier warm is, maakt het niet veel uit en ben je zo weer droog als het stopt met regenen. We hadden weer een ritje van een paar uur voor de boeg. We reden naar wat ze noemen de culturele driehoek. In dit gebied bevonden zich vroeger veel koningssteden en stonden de paleizen van de koning. Onderweg kochten we langs de weg bij een fruitverkoper een aantal ramboetans. Het was een vrucht met een stekelige rode schil en hij wordt veel gegeten in Azië. Mamma pelde de schil eraf en toen verscheen er een glazige, witte vrucht met in het midden een ovale bruine pit. Het vruchtvlees was erg zoet en ik vond het erg lekker. Onderweg hadden we een lunch in Dambulla bij een vrij toeristisch restaurant met een lopend buffet. Het eten was niet slecht maar niet bijzonder en hopelijk gaan we deze vakantie ook nog eten bij lokale eettentjes.


De Sigirya Rock (leeuwenrots).

We waren rond de klok van 14: 00 uur bij de oude koningsstad Sigiriya. Het is één van de zeven plaatsen in Sri Lanka die op de Werelderfgoedlijst staat. Tussen het vlakke landschap en bomen zagen we al de steile wanden van een blok graniet uittorenen, de beroemde Sigiriya Rock of ook wel Leeuwenrots genoemd. We liepen het complex binnen via het buitenhof. Het werd omgeven door een hoge muur en een slotgracht. We volgden de lange rechte weg langs de symmetrisch aangelegde watertuinen met reservoirs en vijvers. Helaas stonden deze droog. Het complex werd gebouwd door koning Kassapa die eerst zijn vader en broer vermoordde om zo aan de macht te kunnen komen. We begonnen aan de pittige wandeling via trappen naar de citadel die boven op de rots ligt. Via een lange trap kwamen we uit bij een nis met prachtig bewaard gebleven fresco’s van “wolkenmaagden”, voor mij gewoon mooie vrouwen.


Vervolgens kwamen we langs de spiegelwand en we bij een terras aan de noordkant van de rots met de restanten van de leeuwenpoort. We zagen nog poten van een enorme leeuw die daar gestaan heeft. De naam leeuwenrots was nu verklaard. Via een smalle ijzeren trap liepen wij zonder Nana (hij was te moe) verder naar boven om daar uit te komen bij de citadel waar nog de ruines van de Koninklijke vertrekken waren. Ik liep de hele tijd erg goed terwijl mijn broertje zich lekker door pappa in het draagstel liet dragen. Het uitzicht over het complex en de omgeving was prachtig. Er stond wel veel wind dus af en toe moest ik me goed tegen houden om niet weggeblazen te worden, sjiek. Na even rond gelopen te hebben, daalden we weer af naar beneden waar Nana ons opwachtte. Het complex werd na de dood van koning Kassapa gebruikt als klooster en op de terugweg zagen we hier nog wat ruimtes van.


Langs de steile rotswand lopen was een echt avontuur.

We reden naar het kleine Sigiriya dorp dat uit niet meer dan wat restaurants, winkeltjes en hotels bestaat. Hier zouden we om 17:00 uur een rit maken op de rug van een olifant. We waren iets te vroeg en dronken nog een milkshake bij “Croissant Hut” één van de barretjes. We betaalden eerst bij het kantoortje de $ 30 per volwassene en $ 15 per kind. Vanwege het gebrek aan wisselgeld kregen we 25 roepie korting wat omgerekend € 0.14 is. Een lachertje natuurlijk maar pappa en de man konden er wel om lachen. Iets na 17:00 uur klommen we via een trap met platform in een houten mand op de rug van de 26-jarige olifant Rani. Ronac vond het “sjiek maar was ook een beetje bang” zoals hij het zei.


Ronac en mamma zaten samen aan de ene kant en pappa en ik aan de andere kant. H
et eerste stuk liepen we over de geasfalteerde weg en in de verte zagen we steeds de Sigiriya Rock. Onderweg stopte Rani een keer om wat bladeren van de bomen te eten. Olifanten zijn echte planteters. We zagen ook nog een groepje Hoelmans of grijze langoeren. Deze apen komen alleen voor op het Indische subcontinent. Het zijn slanke apen met een bruinige vacht, een lange dunne staart en een donker gezicht. De hoelman wordt door de Hindoes als heilig dier beschouwd. Het was leuk om ze achter elkaar aan door de bomen te zien klimmen en klauteren. Uiteindelijk ging Rani van de asfaltweg af en kwamen we uit bij een prachtig kunstmatig aangelegd meer dat helemaal vol stond met lotussen.


Rani liep het water in en begon lekker te drinken. Ze liep steeds verder maar onze voeten bleven toch droog. Vanaf het meer keken we ook uit over de Sigiriya Rock. Rani poseerde als een volleerd model voor de camera en hopelijk zitten er een paar leuke plaatjes bij. Voordat we aan de terugweg begonnen mochten mamma en Ronac op kop van Rani gaan zitten. Ik zei meteen “dat wil ik ook wel” en was stiekem een beetje jaloers. Halverwege stopten we even en toen werd er gewisseld. Samen met pappa mocht ik voorop. Ik voelde me net Tarzan in de jungle. Na afloop stegen we af en mocht ik haar nog een lekkere ananas geven die ze met smaak op at. Ik vond het een geweldig leuke ervaring zo op de rug van een olifant.


Ondertussen was het tijd geworden om richting ons hotel te gaan. We reden een half uurtje en kwamen uit bij het Kassapi Lions Rock Hotel in het kleine dorp Digampathaha. We kregen een welkomstdrankje (zuurzaksap) en warme handdoek terwijl we wachtten op de formaliteiten voordat we naar onze kamer konden. Het hotel bestaat uit kleine losstaande bungalows die verspreid over het terrein stonden. Onze driepersoonskamer was erg ruim met 3 bedden, televisie, airco en ruime, luxe en gedeeltelijk open badkamer. We fristen ons op en gingen naar het restaurant dat praktisch naast onze bungalow lag. Het avondeten was vanaf 19:30 uur en bleek in buffetvorm te zijn maar de keuze en kwaliteit waren zeer goed. Ik kon moeilijk kiezen want er was zoveel keuze. Soep, salade, brood, pasta, aardappelen, curry’s en lekkere toetjes. We blijven hier in totaal 3 nachten dus ik heb genoeg tijd om van alles wat uit te proberen.


Hocus Pocus…

Na het avondeten werd er achterin de zaal een kar met spullen opgezet. Er kwam een goochelaar optreden. Mamma en Ronac gingen op de stoelen zitten die klaar stonden voor de show. Onder begeleiding van opzwepende muziek deed de goochelaar allerlei trucjes en Ronac zat met verbazing en open mond te kijken. Hij snapte er soms helemaal niets van?! “Hoe kan dit nu?”, vroeg hij mamma de hele tijd maar ook zij kon er geen antwoord op geven. Ik bekeek het van een afstandje maar ging er niet veel later toch bij zitten. Ik bleek het toch leuker te vinden dan ik had gedacht. Ook ik zat met verbazing en open mond te kijken Ronac was dus niet de enige. Na de show ging Ronac met de goochelaar op de foto en liepen we terug naar ons huisje om naar bed te gaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *