Zeeschildpadden bij Matapica (dag 13)

Onze ochtend begon vrij rustig. We sliepen wat langer uit dan de afgelopen dagen en gingen op ons gemak ontbijten. Pappa, Ronac en ik gingen zwemmen terwijl mamma zorgde dat alles weer klaar was voor vertrek. De tassen moesten weer worden ingepakt want we zouden om 12:00 uur weer voor een dag uitchecken.  Om 14: 00 uur stond Reginald voor de deur en vertrokken we opnieuw richting het groene Commewijne district.
Voordat we naar de boot gingen, maakten we eerst nog een stop bij Fort Nieuw Amsterdam. Het werd aangelegd in de periode 1735 tot 1747 met bakstenen die uit Nederland kwamen. Vanwege de strategische plek, de Suriname rivier en de Commewijne rivier komen hier samen, was dit een goede verdedigingsplaats. Bij de eerste aanval door de Engelsen in 1800 werd het fort vrijwel direct aan de vijand overgedragen.  Nu is er een mooi openluchtmuseum waar diverse overgebleven gebouwen nog te bezoeken zijn.

We zagen twee kruithuizen, oude rijtuigen, waterreservoirs en kapa’s. Kapa’s zijn pannen waarin het geperste sap van suikerriet werd gekookt. Vanaf 1873 deed het fort dienst als gevangenis en we bezochten het gevangenisgebouw met de cellen. Ook stond hier nog een geheime schatkist die we samen met Reginald en de grote sleutel wisten open te maken.

Na het openluchtmuseum dronken we nog wat en vertrokken we richting een aanlegsteiger nabij Alkmaar. Bij de aanlegsteiger troffen we Lando, de oom van Reginald opnieuw. Hij ging met ons mee op trip en ging zelf ook voor het eerst in zijn leven naar Matapica. Ronac en ik mochten hem meteen en de kindvriendelijkheid lijkt in de familie te zitten. We staken de rivier de Commewijne over in een korjaal en kwamen bij de plantage Johan en Margarethe aan. Wij waren hier met de dolfijnentour ook al geweest. De gemeenschap die er woont bestaat voornamelijk uit Hindoestanen en zij zouden ons ook naar het strand van het Matapica Natuurreservaat brengen. We moesten even wachten op Reginald want de kinderreddingsvestjes waren er niet en hij ging het meteen regelen. Voor de tocht over het moeras was het niet zo’n probleem maar voor de trip op zee van vanavond toch wel belangrijk.

Onze tocht begon bij de sluis langs de oude plantage. Bij de controlepost van het reservaat moest de korjaal over een soort van dijk. De korjaal moest op een helling worden getrokken wat nog een flink karwei bleek te zijn. Alle mannen en ik hielpen mee terwijl om de boot over de helling te krijgen. Ronac en mamma keken toe vanaf de zijkant. Uiteindelijk lukte het ons en kon de boot aan de andere kant weer omlaag het water in en konden we onze tocht vervolgen.

Al snel veranderde het landschap in moerasgebied, soms open vlakten en soms dichtbegroeid, prachtig. We zagen verschillende watervogels zoals de Amerikaanse purperhoen (blauwe vogel),een leljacana (rood bruine vogel) en de grote en kleine ani (zwarte vogels). Na ongeveer een half uur varen kwamen we aan bij het strand.

We bleken de enigste gasten van die dag te zijn en het strand was uitgestorven. Er waren nog wat vissers aanwezig en zij hadden onze tenten al klaar gezet. We waren precies op tijd voor de zonsondergang wat een prachtig schouwspel was. We aten roti op het strand terwijl de zon langzaam onderging. Zodra de zon onder was werden we belaagd door de muggen. We leken wel een magneet waar ze naar toegetrokken werden, ze zaten echt met tientallen op ons. We liepen snel naar de hut op het strand en trokken snel onze speciale muggenwerende kleding aan en smeerden ons in Deet. Even leek het te werken maar we bleven erg aantrekkelijk voor de muggen.

Niet veel later stapten we in een piaka, een korjaal met hoge boeg om op de zee te varen. We voeren eerst een aantal kilometer langs het strand voordat we uitstapten. De zee was erg wild en het uitstappen moest snel gebeuren zodat de piaka niet kapot zou gaan door de hoge golven. We zouden een avond/nachtwandeling gaan maken op zoek naar zeeschildpadden die hier aan land komen om hun eieren te leggen.

In Suriname komen er in totaal vier soorten schildpadden naar de kust om hun eieren te leggen. De grootste is de lederschildpad (Surinaams Aitkanti), de soepschilpad (Krapé), Karet en de Warana. De laatste twee komen het minste voor. Het broedseizoen liep op het einde maar er was nog steeds een kans om de schildpadden te zien. Een jongen ging vooruit om schildpadden te zoeken die onderweg zijn om aan land te komen. We liepen een aantal kilometer maar hadden geen geluk.


Een prachtige zonsondergang op het strand van Matapica.

Bij een hutje van de kustwacht rustten we een lange tijd uit en dronken we water en aten we chips. Vervolgens hadden we twee mogelijkheden. 1. Doorlopen naar een stuk kust waarbij de kans groter was om schildpadden te zien, nadeel verder lopen betekende ook verder terug lopen 2. Terug lopen in de richting waar we vandaan kwamen en de kans om in een regenbui terecht te komen. Ik was al erg moe en er werd besloten om toch maar terug te keren in de richting van ons kamp met het risico dat we nat zouden worden van de regen.

Onze keus bleek een goede te zijn want na een tijdje lopen kregen we een signaal van de spotter dat hij een schildpad had gevonden. We liepen door en naderden het dier zachtjes. Het was een soepschildpad (Krapé) of ook wel de groene zeeschildpad genoemd. Het schild van deze schildpadden is ongeveer een meter groot. Ze was aan land gekomen en had al een kuil van ongeveer ½ meter diep gegraven en hier ongeveer 80 tot 100 eieren in gelegd. Ze was net bezig om haar eieren te bedekken en de kuil dicht te maken. Vol bewondering keken we naar het prachtige dier. Deze schildpad was ongeveer 80 jaar oud, kenners kunnen dit aflezen aan het schild. Het dichtmaken kan lange tijd duren en daarna gaat ze nog een dwaalspoor maken zodat andere roofdieren of stropers het nest niet kunnen vinden. Pas als ze dat allemaal heeft gedaan keert ze terug naar zee.  We wachten een tijdje maar kregen na een tijdje een nieuw signaal van de spotter dat hij een Aitkanti had gezien. We besloten om daar naar toe te lopen maar daar aangekomen bleek zij al terug te zijn gekeerd in de zee.


De schilpadden begraven na het de eieren na het leggen.

Het was ondertussen bijna middernacht en Ronac en ik begonnen flink moe te worden. Reggie had nog op kaaimannen willen gaan jagen met mij maar het was veel te laat geworden. Gelukkig bleek er niet veel verderop de paika klaar te liggen om ons op te pikken zodat we de laatste drie kilometer naar het kamp niet meer hoefden te lopen. Ronac viel direct in slaap op het deinen van de golven.

In het kamp aangekomen hadden pappa en ik het idee om de nacht in een hangmat met klamboe door te brengen. Toen Reginald me een maal geïnstalleerd had in de hangmat, kwam ik er na 15 minuten al achter dat het toch niet zo lekker lag. Ik verruilde de hangmat  toch maar voor de warme benauwde tent. Pappa bracht de nacht wel door in de hangmat met het gezoem van de muggen op de achtergrond.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *