Fietsen door landelijk Dalí (dag 11)

Na een goede nacht zijn we vanmorgen rond 8:30 uur opgestaan. Lekker een ontbijt met vers gebakken witte en bruine broodjes, yoghurt, muesli, fruit, eitjes, koffie en thee. De energie zouden we nodig hebben vandaag want we huurden twee fietsen met kinderzitjes om de omgeving te gaan verkennen.


Dalí per fiets verkennen.

Dalí ligt in de zuidwestelijke provincie Yunnan op 2000 m hoogte aan het Erhai meer. De nieuwe stad Xiaguan vol met betonnen bouwsels was niet echt aantrekkelijk toen we daar aankwamen met de bus. Gelukkig ligt ons hotel net buiten de zuidpoort van het ommuurde deel van de oude stad Dalí. We reden het erf van het hotel af en zagen direct dat het hotel was gelegen in een oude wijk met traditionele huizen.


Af en toe leek de tijd stil te hebben gestaan in Dalí.

We reden een stuk langs de grote doorgaande weg maar buigen al snel af om tussen de akkers, rijst- en maïsvelden te kunnen fietsen. In en rond Dalí wonen vooral de Bai en de Yi minderheden. Soms zijn ze nog herkenbaar aan hun klederdracht maar velen dragen gewoon een spijkerbroek. Dalí was meer dan 600 jaar het centrum van Dali rijk van de Bai. Zo was er eens een groot boeddhistisch tempelcomplex even ten noorden van het huidige Dalí. In de Qing-dynastrie is dit door brand verwoest.


Vissers op het Erhai meer bij Dalí.

Gespaard bleven de drie ranke pagodes die we tijdens het fietsen bijna continu bleven zien. We fietsten door kleine gehuchtjes waar we het “echte” leven aan het Erhai meer konden zien. De naam Erhai betekent in het Chinees: “zee in de vorm van een oor”. Het meer is 250 vierkante kilometer groot en ligt op ongeveer 2 kilometer ten oosten van Dalí. We hadden niet echt een fietsroute gepland en we fietsten gewoon op ons gemak wat rond. De wegen waren niet allemaal even goed en het was fijn dat we een mountainbike hadden.

Af en toe moesten we door de modder, plassen en gaten in de weg fietsen. Ook leek het dat de weg vlak was om te fietsen maar het bleek soms verraderlijk “vals plat” te zijn. Mijn benen leken op een gegeven moment wel van lood te zijn en het trappen ging steeds lastiger. Misschien ook wat last gehad van de hoogte (2000m)

Tussendoor stopten we in een dorpje waar we de kinderen tussen de lokale kinderen op de gymtoestellen lieten spelen. Na deze stop besloten we om tussen de akkers door terug te gaan fietsen in de richting van de drie pagodes. Onderweg stopten we bij een kleine supermarkt langs de weg waar we wat eten, drinken en ijsjes kochten (in totaal 130 yuan, zo’n 1 euro 30).


Tijdens de fietstocht even fitnessen.

De eigenaresse kwam meteen met twee krukjes aan om op te zitten en probeerde zelfs een gesprekje met ons aan te knopen. Weer een beetje bijgetankt en met nieuwe energie fietsten we verder. We reden een stuk langs de grote weg omdat dit sneller en makkelijker fietste. Vlakbij de pagodes viel Ronac in slaap en moest ik gaan lopen zodat hij niet uit het stoeltje zou vallen.

Helaas was de gordel die hem stevig in het stoeltje zou houden aan een kant kapot en zat er niets anders op. Na 10 minuten werd hij echter alweer wakker en konden we weer verder fietsen. Voordat we het tempelcomplex betraden kochten we een lekkere maïskolf om te eten en kregen de kinderen fruit aangeboden door de fruitverkoopsters. De kinderen krijgen echt overal van alles toe gestopt en profiteren er dankbaar van. Ook bij deze bezienswaardigheid waren weer hordes met Chinese toeristen.


De drie pagodes.

De drie pagodes (Santasi) van het Chongshan-klooster zijn het symbool geworden voor Dalí. Het nieuwe tempelcomplex is pas na de dood van Mao gebouwd op de plaats waar eeuwenlang een soortgelijk klooster stond maar door brand was verwoest. De drie witgele torens aan de rand van de stad zijn al van veraf te zien. Ze behoren tot de oudste, nog bestaande bouwwerken van Zuidwest China. Na de ontdekking van meer dan 600 zeldzame relieken van de Nanzhou en het Dalí Koninkrijk.

Met speciale busjes werden we naar de hoogst gelegen tempel gebracht. In deze tempel waren net Boeddhistische monniken bezig met hun gebed. Het boeddhisme is ongeveer 2500 jaar geleden in India ontstaan. Boeddha zag dat er veel leed was. Hij leerde hoe je je van dit lijden kunt bevrijden. Boeddhisme is een godsdienst zonder god. Eigenlijk dus geen godsdienst, maar een leer.


Tempels vanhet Chongshan klooster.

Bij de tempel waren veel Chinezen die bloemen neer leggen voor het Boeddhabeeld en steken ze kaarsen of wierookstokjes aan. Hiermee willen ze hun liefde en respect voor Boeddha laten zien. Meestal buigen ze ook voor Boeddha uit dankbaarheid voor de wijze lessen. Met een busje gingen we weer een stuk naar beneden om uit te stappen bij het plein voor de drie pagodes.


Vanessa en haar mennekes.

De Qianxun Pagode is de hoofd pagode en tevens de hoogste van de drie met 16 verdiepingen en een hoogte van 69 meter. Deze pagode is in de 9de eeuw gebouwd door ingenieurs uit Xi’an. De twee kleinere pagodes ten noorden en zuiden van de hoofd pagode zijn beiden 42 meter hoog en bestaan uit 10 verdiepingen. Deze elegante pagodes zijn gebouwd tijdens de Vijf Dynastieën (907 tot 960). Op het plein werd vooral Ronac weer gestalkt door fotograferende Chinezen en hij liet het gewoon weer over zich heen komen.


Fotomodel Ronac omsingeld door toeristen.

We liepen de vele trappen naar beneden en liepen nog door prachtige tuinen waarbij de drie pagoden weerspiegelden in de vijvers. Het was nog maar een klein stukje terug naar Jim’s Tibetan Hotel maar we kregen het toch voor elkaar om de juiste weg niet te vinden. Uiteindelijk lukte het ons met behulp van een foto waar bergen op stonden onze locatie te bepalen. Een aardig Chinees stel wees ons dezelfde kant op als we dachten en gelukkig waren we daarna snel terug in het hotel.

’s Avonds aten we lekker bij het hoitel.Ralph had fried rice met nootjes, Keyro had een aardappelpannenkoek en ik een typisch streekgerecht uit Yunnan met aardappelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *