De citadel en de koninklijke tombes

Na een heerlijke nacht in het Hong Thien hotel zaten we rond 8:00 uur aan het ontbijt. Wij kregen een chocolade milkshake, Ronac en mamma hadden fruit met yoghurt, pappa en ik hadden een lekkere omelet. We liepen om 9:30 uur naar de straat waar we opgehaald werden door een touringcar- bus. Helaas zat de bus bijna helemaal vol. Er moesten nog meer mensen opgehaald worden en daar moesten we een geruime tijd op wachten. Er was één stel dat op het dooie akkertje kwam aanlopen. Ze leken totaal geen haast te hebben en waren zich niet bewust dat er mensen op hun aan het wachten waren. Enkele passagiers werden ergens anders afgezet en daarna konden we eindelijk naar het complex met de keizerlijke paleizen.

Het complex ligt in het historische centrum met de citadel en het is uitgeroepen tot een UNESCO World Heritage Site. De citadel was lange tijd het middelpunt van de Nguyen dynastie.  Het werd aan het begin van de negentiende eeuw gesticht door keizer Gia Long.

Binnen deze muren ligt de Paarse Verboden stad en de laatste koninklijke familie van Vietnam woonde hier. Vroeger was dit de plek waar alleen de Koninklijke familie en de directe volgers mochten komen maar tegenwoordig is het opengesteld voor publiek.

We kwamen via verschillende poorten en bruggen bij de paleizen, pagodes en tempels. Ik vond het erg mooi en mocht met de spiegelreflexcamera van mamma al het moois vastleggen. Te voet liepen we de citadel door en uiteindelijk weer terug naar de bus. De volgende stop werd gemaakt bij een mooi aangelegde tuin met paviljoen. In de tuin zagen we verschillende soorten fruit groeien en prachtige bloemen.

De laatste stop voor de lunch was bij de Thien Mu pagode die gelegen is op slechts 5 kilometer afstand van de stad. De hoofdtempel werd gebouwd in 1601 door Nguyen Hoang die in die tijd gouverneur was. De achthoekige Phuoc Duyen toren is beroemd en torent met zijn 21 meter hoogte uit boven het complex. Op elk van de zeven etages staat een standbeeld van Boeddha. We moesten flink wat traptreden beklimmen om bij de toegangspoort tot het complex te komen.

Op het terrein staat ook een paviljoen met een enorme bronzen klok. De klok is al meer dan drie eeuwen oud en de klok is op grote afstand te horen. Achter de toren en de klok ligt de werkelijke tempel en de kloostergebouwen. De pagode is omringd met een tuin van bloemen en planten, die zorgvuldig worden onderhouden. Na dit bezoek is het tijd voor de lunch. We zochten een tafeltje en wachten tot het buffet werd geopend. We stonden redelijk vooraan in de rij maar er waren mensen die duidelijk niet langer konden of wilden wachten die voorkropen of aan de andere kant van het buffet begonnen.

Op zich smaakte het redelijk al vonden wij de vorm van buffet iets minder. Na de lunch moesten we de bus weer in. Het was in de bus warmer dan buiten en we zweetten ons letterlijk “een ei uit”. We bleven vooral veel water drinken om het zweet weer aan te vullen en niet oververhit te raken.  De middag zouden we een bezoek brengen aan enkele graftombes. De Nguyen dynastie telde in totaal dertien heersers en zeven van deze heersers hebben een tombe in Hué.

We brachten als eerste een bezoek aan de tombe van Minh Mang. Het gigantische complex ligt bij het dorp An bang, zo’n 12 kilometer buiten het centrum van Hué. Na het verlaten van de bus bleek dat er nog een groep toeristen zich had aangesloten en onze gids hun ook moest begeleiden. De groep werd erg groot en het was moeilijk om de uitleg te verstaan. We liepen zelf maar wat rond en lazen de informatieborden. Rondom het mausoleum waren prachtige tuinen, sierlijke bruggen, rijkversierde gebouwen, pleinen en mooie paviljoens. Het complex is spectaculair en past geheel bij het eerbetoon aan een van de meest geëerde keizers die Vietnam heeft gehad. Minh Mang was van 1820 tot 1841 keizer, opvolger van Gia Long en hiermee de 2e keizer in de Nguyen dynastie.

 

Tijdens zijn regeerperiode werden er wetten uitgebracht die de Katholieke missionarissen in de ban deden. Ook de Boeddhisten en de Taoïsten werden gestraft omdat de goddelijkheid van de keizer ondermijnden. Vanaf een plein met figuren in traditionele kledij en gevechtsklare olifanten en paarden liepen wij omhoog naar één van de terrassen. De terrassen waren voorzien van mooie terrassen met patronen die aarde, hemel en water symboliseren. De belangrijkste gebouwen zijn de afgelopen jaren stap voor stap in oude staat teruggebracht. We liepen terug naar de bus en waren daar op de afgesproken tijd. Helaas namen de toeristen in de andere bus het niet zo nauw met de tijd en stonden wij een dik half uur te wachten. Echt belachelijk!

De Khai Dinh tombe bezochten wij als tweede in de rij. Alleen al het uitzicht vanaf het complex was prachtig. Keizer Khai Dinh was de twaalfde keizer in de Nguyen dynastie (1916 – 1925). Bij de bevolking was hij niet erg geliefd omdat men vond dat hij heulde met de Fransen. De bouwstijl van de tombe is dan ook een mix tussen Europese en Vietnamese bouwstijlen. De bewaking van het complex bestond uit stenen soldaten, paarden en olifanten.

Er zijn verschillende delen te benoemen: de grafheuvel met de tombe, de tempel en een galerij met verhalen over de goede daden van Khai Dinh.  Na deze tombe stopten we onderweg bij een kraampje waar wierrook en de traditionele Nón lá (punthoed) gemaakt werd. Leuk om te zien. Ons laatste bezoek was aan de tombe en het complex van keizer Tu Duc, vierde in de Nguyen dynastie. Het complex is gelegen in een vallei tussen de bossen bij het dorp Dong Xuan Thoung. Het werd niet alleen gebouwd als rustplaats na de dood van de keizer maar het werd door de keizer ook gebruikt als plek om te werken en als buitenverblijf.  We kwamen via de zuidpoort binnen en kochten bij een van de kraampjes een ijsje. We liepen over een bakstenen pad naar een meer met waterlelies en lotusbloemen. Er stond ook een paviljoen waar keizer Tu Duc wijn dronk, gedichten schreef en zijn eigen afscheidsrede maakte.

Op het terrein staan diverse tempels die zijn opgedragen aan de 104 vrouwen en minnaressen die de keizer er op na hield. Hij bleef ondanks zijn vele vrouwen en minnaressen kinderloos. Het was een mooi complex met fraaie tuinen en het moet rustgevend zijn geweest om hier de tijd door te brengen. We reden met de bus naar een aanlegsteiger voor boten.

Het laatste stukje van de city-tour werd afgelegd met een drakenboot. We voeren over de “Sông Huong”, de parfumrivier. Een beetje een vreemde naam want echt fris zag de rivier er niet uit. Voor Hué is de rivier altijd erg belangrijk geweest. Het zorgt voor eten, vis, en het is een goede manier om goederen te transporteren. Na deze warme dag namen we even een verfrissende duik in het zwembad.

’s Avonds hadden we ons diner bij een Country restaurant. De bediening was vriendelijk en we knoopten een gesprek aan met de ober die aan een technische universiteit in Europa wilde gaan studeren. Pappa, mamma en ik bestelde een lekkere hamburger met frietjes en Ronac nam een broodje tonijn. We waren vrij moe van deze dag en sliepen rond 22:00 uur al.

Hué

We werden al vroeg wakker (6:30 uur) door de zon die door het raampje naar binnen scheen en de vroege vogels die al over de gang heen en weer aan het lopen waren. We fristen ons zo goed als mogelijk op en trokken onze kleding aan. We vermaakten ons met lezen, kaarten en kwartetten. Af en toe keken we door het raampje naar buiten. Het landschap veranderde al en het was een stuk vlakker dan in het noorden. Na een treinreis van 14 uur reden we omstreeks 08:50 uur het station van Hué binnen. We werden netjes op tijd gewaarschuwd door de train-attendant dat we ons klaar moesten maken om uit te stappen.

Kaarten in de trein richting Hué

Toen we het station uitliepen stonden er veel taxichauffeurs die ons naar het hotel wilden brengen. Er werden absurde prijzen gevraagd en we liepen verder door. Uiteindelijk troffen we een vriendelijke, goed Engels sprekende taxichauffeur die de meter aan wilde zetten en ons voor een “normale” prijs naar het door ons geboekte hotel bracht. We reden door Hué en het is een redelijk grote stad die zeer populair is bij toeristen. Ooit was het de keizerlijke hoofdstad van het land (1802 tot 1945). De stad heeft in het verleden behoorlijk wat ellende moeten doorstaan. Tijdens de Vietnamoorlog werd dit deel van Vietnam zwaar gebombardeerd en raakte een groot deel van de stad zwaar beschadigd. Hué lag namelijk vlak tegen de grens tussen Noord en Zuid Vietnam ten tijde van de Vietnamoorlog. Op zo’n 70 kilometer ten noorden van de stad lag de DMZ (Demilitariseerde Zone), dat de grens tussen beide strijdende landen aangaf. Tegenwoordig worden er veel nieuwe gebouwen neergezet en neemt de modernisering snel toe. Ook wordt er tegenwoordig hard gewerkt om zoveel mogelijk van de kapotte gebouwen te restaureren.

Bij het Hong Thien 1 hotel werden we vriendelijk welkom geheten door de receptionist en kregen we een drankje en vers fruit (ananas, watermeloen en passievrucht) aangeboden. We kregen nog wat uitleg over excursies die we konden doen en kregen toen al de sleutel van de kamer. De kamer was ruim en netjes. We hadden weinig zin om op de kamer te blijven want we hadden beneden een zwembad gezien. Snel onze zwembroeken aan en plonzen in het water. Van het zwemmen kregen we honger en we liepen richting de hoofdstraat waar we diverse restaurants hadden gezien.

We vonden een tafeltje bij Hot Tuna. Het was wederom een super warme dag en de fan bracht maar weinig verkoeling. Keyro bestelde fried seafood, mamma had fried calamari, pappa had zoutzure garnalen en ik nam frietjes. We liepen nog wat door de straten en zochten een tour voor morgen en vervoer naar Hoi An voor de dag erna. We boekten een citytour bij Brothers Travel en regelden bij hun ook een jeep met chauffeur voor de dag erna. Het bleef zweten en we zochten daarom in de middag weer verkoeling aan het zwembad. Aan het einde van de middag waren er nog meer Nederlandse kinderen dus een gezellige boel.

In de avond werden de straten opgelicht door de vele barretjes en restaurants. Bij de ene was het drukker dan bij de andere. We vonden een gezellig restaurant Les Garden waar we buiten op het terras konden zitten. We bestelden weer verschillende gerechten o.a. rundvlees met sojasaus, tomaat en paprika, eiernoedels met rundvlees en groenten en pizza margarita en pizza suprême . Na het smakelijke eten liepen we terug naar het hotel waar we nog even een filmpje keken voordat we naar bed moesten.

De nachttrein

Het was de bedoeling om vandaag op tijd op te staan en te vertrekken maar dat lukte ons toch niet helemaal. We hadden eerst weer een lekker ontbijtje en checkten ons daarna uit. De spullen konden we achterlaten en zouden we aan het einde van de middag weer ophalen. Te voet liepen we met een plattegrondje in de hand in de richting van het Mausoleum van Ho Chi Minh. Iedere dag weer staan hier enorme wachtrijen om de oud president de laatste eer te bewijzen.

Onderweg naar het Mausoleum

Ho Chi Minh was de aanvoerder van de onafhankelijkheidsbeweging tegen de Franse kolonisten. Hij werd na de Vietnamoorlog een communistische grootheid en is nog steeds zeer geliefd in Vietnam. “Uncle Ho” zoals men hem vaak noemt was een wijs man met hart voor zijn land. We kwamen onderweg langst langs een park waar we even wat verkoeling zochten onder de bomen. De zon brandde fel en we hadden het erg warm. We moesten een heel stuk om het terrein van het mausoleum lopen om bij de ingang te komen. Het was een hele bedoeling om binnen te mogen. Rugzakken moesten worden afgegeven, drinken is niet toegestaan, kauwgom kauwen, petjes, zonnebrillen zijn verboden. We moesten fotocamera’s afgeven en zouden deze aan de andere kant van het terrein weer terugkrijgen.

Het Mausoleum van Ho Chi Minh

Mamma vond het niet zo’n prettig idee om haar duurdere camera zomaar af te geven. Op goed geluk dan maar, zei ze. We sloten achteraan in een lange rij. Gelukkig was de wachtrij overdekt en stonden we nog een klein beetje uit de zon. Langs de wachtrij stonden wachters die de mensenmassa (soms wel 50.000 bezoekers per dag) in de gaten hield. Vlak voor het mausoleum moesten we ons opstellen in twee rijen, mochten we niet meer praten en schuifelden we langzaam het mausoleum binnen. We mochten niet stilstaan en moesten vooral doorlopen. Ho Chi Minh wilde na zijn dood gecremeerd worden en zijn as uit laten strooien over zijn geliefde Vietnam.

Maar na zijn dood dachten de Vietnamese leiders daar echter anders over. Het lichaam van Uncle Ho ligt al jaren als een gebalsemde mummie opgebaard in het mausoleum. Wel vreemd als je bedenkt dat hij dit zelf absoluut niet zo wilde. Het zag er uit alsof hij vredig lag te slapen en ieder moment kon ontwaken en opstaan. Na het verlaten van het mausoleum vroeg Ronac waarom we zo lang in de rij hebben gestaan om langs een dood iemand te lopen? Eigenlijk is het ook wel een beetje luguber maar deze man heeft zoveel voor Vietnam betekend dat wij het bij deze vakantie vonden horen en daarom een bezoek brachten aan het mausoleum. We volgden de massa en kregen bij een loket mamma’s fotocamera weer terug. De rugzak moesten we aan de andere kant voor 12:00 uur ophalen.

Het presidentieel paleis.

We hadden niet veel tijd om door het op het zelfde terrein gelegen huis en tuinen van Ho Chi Minh te bezoeken. Bij het loket van de tassen was het rommelig en mamma werd naar het kastje naar de muur gestuurd. Uiteindelijk wist ze toch onze rugzak terug te krijgen. We wandelden nog in de omgeving van het mausoleum en namen toen een taxi naar het Old Quarter. Opnieuw was het heel warm vandaag, zo’n 38 graden, en zochten we een restaurant uit met airconditioning.

Het Old Hanoi Restaurant was heel sfeervol gedecoreerd met lampionnen en had een leuke menukaart. Ronac en ik namen Pho Bo (noedelsoep), mamma nam Bun Cha, varkensvlees geroosterd op de barbecue in een zoete soep. Pappa had het gerecht Cha Ca Ha Noi style en dit werd op een speciale manier opgediend. De serveerster bereidde het aan onze tafel. In een kleine wok werd vis, pinda’s, groenten etc. gebakken daarna doe je het in een rijstvel en kun je het eten. Het was erg lekker en blijkbaar een specialiteit in Hanoi.

En alweer een heerlijke lunch

We hadden ruim de tijd genomen voor onze lunch maar besloten om toch nog een bezoek te brengen aan de Hoa Lo gevangenis, nu een museum. Ondanks dat het niet ver was namen we uit tijdsbesparing een  taxi. We hadden al snel in de gaten dat de meter wel erg snel opliep en er iets niet klopte. We stopten bij de gevangenis en hij wilde ons voor het kleine stukje heel veel geld laten betalen. Pappa ging in discussie en zei dat hij de boel aan het oplichten was en we het bedrag van de meter niet gingen betalen. Ineens deed hij alsof hij het niet begreep en niet verstond.

Toen pappa zei dat we dan de politie erbij zouden halen, ze stonden toevallig ook nog daar met een auto, werd hij wat zenuwachtig. Pappa gaf hem een bedrag waarvan hij vond dat dit bij het ritje paste en wij stapten uit. De taxichauffeur was het er niet mee eens maar reed er toch maar snel vandoor. Tja, ook dat hoort er een beetje bij. Men probeert af en toe de toeristen voor de gek te houden met opgevoerde meters enzovoort maar wij zijn er gelukkig niet ingetrapt. We liepen de voormalige gevangenis in en kochten de entreekaartjes.

De indrukwekkende “Hoa Lo” gevangenis.

De Hao Li gevangenis is door de Fransen gebouwd en in de onafhankelijkheidsoorlog werden veel Vietnamese strijders hier gevangen gezet. De omstandigheden waren slecht en de gevangenen werden gemarteld en gedood. Het waren niet alleen maar mannen die hier gevangen zaten maar ook veel vrouwen die soms ook nog in gevangenschap een kind kregen. De Fransen vertrokken maar de gevangenis bleef staan. Tijdens de Vietnam oorlog werd de gevangenis door de Vietnamezen gebruikt om politieke en Amerikaanse soldaten gevangen te houden.

Busted!

Het museum verteld gruwelverhalen van deze periodes. Er wordt uitgelegd welke martelingen de gevangen moesten ondergaan en onder welke erbarmelijke omstandigheden zij als beesten in een kooi gehouden werden. Volgens de propaganda die we zagen, zouden de omstandigheden tijdens het Vietnamese regime een stuk beter zijn geweest. Op foto’s die we zagen hangen, zagen we lachende Amerikaanse gevangenen volleyballen, schilderen en roken . Toch zeggen verschillende Amerikaanse gevangenen dat ze gemarteld zijn en zwaar ondervoed waren.

De waarheid zal mogelijk ergens in het midden liggen, vermoeden wij. Het is zeer indrukwekkend en op deze manier besef je een klein beetje beter wat dit land en haar inwoners hebben moeten doorstaan in het verleden. We konden in de cellen om te ervaren hoe het was maar we vonden het maar akelig. We keken nog een film en bij het monument voor de herdenking van de gevallen slachtoffers. We liepen terug en aten een ijsje op het terras in het park naast het Hoan Kiem meer. We haalden onze backpacks op bij het hotel en er werd een Uber taxi gebeld. Het personeel hielp ons mee met alles in de taxi zetten en ze zwaaiden ons uit toen we vertrokken.

Klaar voor de treinreis!

Wat een gastvrijheid! Binnen 10 minuten werden we netjes voor het station afgezet. We waren ruim op tijd en moesten nog dik 40 minuten in de wachtruimte wachten tot we de trein mochten betreden.  Omdat Vietnam uitgestrekt is, is het een ideaal land om met de trein te reizen. Er loopt een treinspoor van Hanoi tot Ho Chi Minhstad. Het is niet alleen een manier om van de ene naar de andere plaats te komen. Een treinreis is veel meer dan dat. Het treinspoor loopt door mooi landschap en je hebt kans om de lokale bevolking te ontmoeten.

In de slaaptrein.

De treinreizen duren in Vietnam vaak lang dus we hadden de nachttrein geboekt.  We hadden een vierpersoons- slaapcoupe in het Violetta gedeelte van de trein. We legden onze backpacks onder de smalle bedden en liepen wat heen en weer in de gang. We vertrokken stipt op tijd. Het was inmiddels donker geworden toen we het station uitreden. Het eerste stuk ging door Hanoi en de trein reed vrij langzaam. We zwaaiden naar de kinderen die langs het spoor liepen of achterop de motorfiets bij hun ouders zaten. In onze coupe was het sfeervol met de sfeerlamp en we deden wat spelletjes. We besloten om op tijd te gaan slapen. We poetsten onze tanden, gingen naar het toilet (lastig met dat wiebelen) en legden ons in het smalle bed. Door het heen en weer gaan van de trein, vielen wij al snel in slaap.

Old Quarter in Hanoi

We sliepen vanmorgen iets langer uit dan de andere dagen en waren nog net op tijd voor het ontbijt. In het Friends Inn hotel was het ontbijt inbegrepen en het werd geserveerd in een ruimte naast de receptie. Er stonden hoge tafels en we moesten op krukken zitten. Fruit en drinken kon je zo pakken en we konden kiezen van de kaart wat we wilden eten. Mamma bestelde een pannenkoek met honing, Keyro en ik namen scrambled eggs (roerei) met brood en pappa nam Pho, een noedelsoep.

Na het ontbijt vertrokken we lopend door de straatjes van het Old Quarter. We hebben nu twee dagen de tijd om Hanoi te ontdekken. Het is een drukke en levendige stad en er valt genoeg te zien en te beleven. Het charmante aan de stad is dat cultuur, oude ambachten en diepgewortelde rituelen  aan de andere kant worden aangevuld met hedendaagse mode, moderne restaurants en hotels. Hanoi is al eeuwenlang de hoofdstad van het Vietnamese keizerrijk.

De Vietnamese “Peppie & Kokkie”

Zo heette de stad onder bestuur van de Chinezen “Than Long (Stijgende draak)” en later in de vijftiende eeuw “Dong Kinh”. Tijdens de Vietnamoorlog richtten zware Amerikaanse bombardementen veel schade aan in de stad. Gelukkig zijn er toch nog veel gebouwen overeind gebleven en kunnen we deze nog terug zien in het straatbeeld. In Hanoi leven circa 2,6 miljoen mensen in de binnenstad en nog eens circa 6,5 miljoen mensen in de buitenwijken.

We gingen als eerste naar het kantoor van het Thang Long theater om kaartjes te kopen voor het waterpoppentheater. Het duurde heel erg lang en ondertussen dronken wij een smoothie op het terras naast het theater. Uiteindelijk wist mamma de kaartjes te bemachtigen voor de tweede show van vanavond om 19:00 uur. We liepen verder en kwamen bij een kraampje waar allerlei petten en hoedjes verkocht werden. Wij wilden wel zo’n traditionele Vietnamese punthoed. Na even afdingen kochten we voor een paar euro twee hoedjes die we meteen opzetten tegen de zon.

De Thap Rua pagode

We liepen naar het Hoan Kiemmeer (Meer van het zwaard). Het Hoan Kiemmeer is bekend vanwege de legende van Koning Le Thai To. Volgens de legende kreeg de koning van de goden een magisch gouden zwaard (Thuan Thien) toegezonden. Met dit zwaard kon hij de Chinezen, die de stad in bezit hadden, uit de stad verdrijven. Toen hij de dag na de gevechten met een boot over het meer voer, kwam er een gouden schildpad (Kim Qui) omhoog die het zwaard afpakte. De schildpad nam het zwaard mee naar de bodem van het meer en gaf het zo terug aan de goden. De reuzenschildpad zou nog steeds in het meer leven!? In het midden van het meer zagen we de Thap Rua pagode.

Deze pagode is gebouwd ter ere van de magische schildpad die er indirect voor zorgde dat de Chinese indringers verdreven werden. We bezochten ook de Ngoc Son tempel die gelegen is op een eiland in het Hoan Kiemmeer. De tempel werd gebouwd in de 18de eeuw en is opgedragen aan drie personenen. De geleerde Van Xuong, generaal Tran Hung Dao, die in de 13de eeuw de Mongolen versloeg, en La To, de patroonheilige van de artsen. We bereikten het eiland via de knalrode The Huc-brug. “The Huc” betekent in het Vietnamees opkomende zon. We liepen rond in en om de tempel en genoten ondanks de vele toeristen toch van de rust.

 

Na het bezoek aan de tempel liepen we langs de oever van het meer in de richting van het Vrouwenmuseum. Het museum is een eerbetoon aan de bijdrage van de vrouw bij de opbouw van het land. Bij aankomst bleek dat de airconditioning in het hele gebouw het niet deed maar we kregen allemaal een flesje water mee en er zouden fans staan. We namen een audioguide in het Engels mee en zo zouden we een route volgen door het hele museum. We leerden veel over de rol van de vrouw in Vietnam, zowel in het verleden als het heden.

In het vrouwenmuseum

We kregen informatie over familieaangelegenheden (trouwen), beroepen (straatverkopers, rijstverbouwers), mode en de rol van de vrouw in de oorlog tegen Amerika. In de 20 jarige oorlog hebben vrouwen een grote militaire bijdrage geleverd aan het bevrijden van Vietnam. Heel indrukwekkend om te lezen dat veel jonge vrouwen hebben gestreden en velen zijn omgebracht voor het bevrijden van hun land. Na het museumbezoek namen we een taxi terug naar het Old Quarter om iets te gaan eten. We liepen een tijdje rond maar vonden niet echt een leuk restaurant.

Uiteindelijk zijn we bij restaurant Le Pub gaan zitten en bestelden we iets te eten. De menukaart bevatte veel Westerse gerechten en natuurlijk bestelden Keyro en ik dat. Ik nam een hamburger met frietjes, Keyro had een pizza en pappa en mamma namen wel een Vietnamees gerecht. Op zich was het eten niet slecht maar op veel plaatsen krijg je een betere prijs-kwaliteit verhouding. Vanwege de warmte besloten we om even terug te lopen naar het hotel en ons iets op te frissen voordat we naar het theater zouden gaan.

De waterpoppenshow was geweldig!

De luchtvochtigheid is zo hoog dat de hele dag door het zweet van ons lijf afgutst. Na een uurtje in de hotelkamer waren we weer afgekoeld en opgefrist. We liepen terug naar het Thang Longtheater dat gelegen is aan de oever van het Hoan Kiemmeer. We moesten 10 minuutjes wachtten tot de mensen van de voorstelling van 18:00 uur naar buiten kwamen.

We hadden een plekje helemaal boven in de zaal op rij Q. Nadat de hele zaal vol zat met mensen, begon de voorstelling. De voorstelling werd uitgevoerd met poppen in en rond het water. Het is een typisch Vietnamese vorm van kunst. Het verhaal ging voornamelijk over het dagelijkse leven van de Vietnamese boeren. Tijdens de voorstelling werd gebruik gemaakt van zang (live), dramatische muziek (door een echt orkest) en allerlei effecten zoals vuurwerk, rook en water.

Het verhaal betoverde mij volledig en ik zat op het puntje van mijn stoel. De humor in de voorstelling deed ons lachen en het oh en ah gehalte bij het vuurwerk was heel hoog. Ik vond het heel jammer toen de voorstelling na 45 minuten alweer was afgelopen. We verlieten het theater en liepen naar de “Nightmarket”.

De markt wordt alleen gehouden in het weekend, is 3 kilometer lang en strekt zich uit van de Hang Dao straat in het noorden (nabij het meer) tot de Dong Xuan markt. Speciaal voor deze markt is het in de avond verboden gebied voor alle vervoersmiddelen. Er zijn kraampjes neergezet en de verkopers prijzen hun waren aan.  Bij de kraampjes kun je van alles kopen. Kleding, speelgoed, elektronica, souvenirs, je kunt het niet bedenken of je kunt het er vinden.

We mochten allebei wat kopen en al snel kocht ik een fidgetspinner. We kregen weinig van de prijs af en ik wilde hem zo graag hebben dat de verkoper uiteindelijk in het voordeel was. Tussendoor kochten we bij een eet-kraampje een gekrulde aardappel op een stokje. Jammer genoeg was deze iets te hard gebakken en brak ik bijna mijn tanden erop stuk. We zagen op een straathoek iemand een drankje verkopen. Het drankje heette Nuoc Mia (suikerrietsap).

De grote suikerrietstengels gingen door een pers heen en het sap dat er uitkwam, werd opgevangen en in een beker met ijs gedaan. Naar horen zeggen zou het drankje heel gezond moeten zijn. De Nuoc Mia zit vol met vezels en is daarom goed voor de darmen. Het was super zoet en voor we er erg in hadden was de beker leeg en had pappa niets om nog te proeven, acherm.

Smullen op de nightmarket

Keyro kocht op de markt nog een voetbalpakje en een fidgetspinner. Na al het slenteren liepen we terug in de richting van het hotel. We stopten nog bij een klein cafeetje waar we een drankje dronken met een paar verse “springrolls” erbij. Ondertussen was het toch weer laat op de avond geworden en gingen we moe maar voldaan ons bedje in.

Bánh mì

We werden wakker van het ruisen van de zee. De spullen werden alweer ingepakt want we zouden deze mooie plek alweer verlaten. We gingen naar het restaurant voor het ontbijt en opnieuw viel het eten tegen. Op zich verlangen wij niet veel maar gezien de hoge bedragen die het resort vraagt per nacht, verwacht je toch wel iets meer.

Vaarwel paradijsje…

We stapten op de boot en voeren door de Lan Ha baai richting Ha Long baai. Onderweg zagen we bij een aantal eilanden drijvende dorpen van vissers. Veel bewoners van de dorpjes komen nooit aan het vaste land en leven hun hele leven op zee. Ze leven van de vis en weekdieren die ze vangen en verkopen. Bij Ha Long Baai stapten we over op de boot die we eigenlijk hadden geboekt. Hij was groter dan de andere boot en iets luxer. Onze voorkeur had toch echt de eerste boot.

Aan boord van het schip volgden we een korte kookles. De gids aan boord leerde ons een echt Vietnamees gerecht klaar maken. Natuurlijk maakten we de wereldbekende Vietnamese loempia’s. De loempia’s worden gemaakt van rijstpapier. We vulden de loempia met ingrediënten die we lekker vinden. Zo kun je ze vullen met noedels, kip, garnalen, kruiden of knapperige groenten. Toen wij aan de beurt waren was er al veel van de vulling op maar het lukte ons toch om met de overgebleven ingrediënten een lekker loempia te vullen.

Workshop Vietnamese loempia’s

Na het klaar maken van onze eigen loempia mochten wij hem op eten. We vonden een tafeltje aan dek met het uitzicht op Ha Long baai op de achtergrond. Voordat we van boord gingen, hadden we nog een lunch. De gids van vandaag had veel haast en liep ons flink op te jagen bij het van boord gaan. Uiteindelijk stonden wij op de kade en pappa was nog op de boot. Ook in de haven zaten we nog een dik half uur te wachten voordat we in de bus konden. Dus waar al die haast nu voor nodig was, geen idee.

De terugreis naar Hanoi was een stuk relaxter dan op de heen weg. Na aankomst haalden we in Hanoi onze spullen op bij Friends Travel. Vanuit de Hang Buom was het ongeveer 10 minuten lopen naar ons hotel. We werden zeer vriendelijk ontvangen door het personeel van hotel Friends Inn. We kregen een hele zoete lemon juice aangeboden van het huis. Onze kamer lag op de eerste etage, was zeer ruim en had airco, douche en toilet. We fristen ons op en wilden iets gaan eten. Net op het moment dat wij de straat uitlopen, begint het toch te regenen. We schuilen even onder een afdak maar we hadden niet het idee dat het voorlopig zou stoppen met regenen. Aan de overkant van de straat lag een Coffee bar en we besluiten daar naar toe te rennen en iets te drinken. Alleen al van het oversteken waren we goed nat geworden.

Verrast door een tropische bui.

De vriendelijke mevrouw kwam meteen met een handdoek aan zodat we ons wat konden afdrogen. Ondanks dat ze geen Engels sprak lukte het ons om een bestelling te doen. We wilden ook iets eten maar dat ging niet in de bar maar ze nam pappa en mij mee naar de buren waar we een  Bánh mì bestelden. Het Vietnamese brood, Bánh mì (“Bánh” is brood, “mì” is  tarwe is afgeleid van het Franse baguette (stokbrood) dat werd geïntroduceerd door de Fransen in de koloniale tijd. Het brood is over het algemeen luchtiger en heeft een dunnere korst dan de Franse variant.

Een broodje “Bánh mì”

Het broodje kan gevuld worden met verschillende ingrediënten maar meestal zit er varkensvlees bij. Het is vaak een ratjetoe van varkensvlees. Werkelijk alles kan erin. Het vlees kan bestaan uit: Vietnamese gestoomde varkensworst (Cha lua), ham met veel vet, varkensoor,  gegrilde gehaktburgers (Nem nuong), varkenspaté, varkensgehakt Xiu mai of Chinese geroosterde varkensvlees (Xa xiu). Maar ook eieren of viskoekjes (Cha ca) kunnen erin. Bij het vlees kan er nog verse koriander, ingemaakte wortel, komkommer, Thaise basilicum en of chilipepers worden toegevoegd. Geen idee wat wij bestelden dus het was een grote verrassing toen het gebracht werd. Het was een heerlijk broodje die we binnen no- time op hadden. De rekening viel zoals altijd mee en de drankjes bleken duurder te zijn dan de broodjes. Gelukkig was het in de tussentijd droog geworden en waren we snel terug in het hotel.

Nam Cat Island in de Lan Ha Bay

We sliepen heerlijk op de boot. Ons ontbijt stond al klaar en we schoven aan bij de lange tafel. Terwijl wij van het ontbijt aan het genieten waren, lichtte de boot het anker en voer weg. We meerden aan in een mooie baai en zouden daar een bezoek brengen aan de Hang Sung Sot Cave (Grot vol verrassingen).

In de grot vol verrassingen (hang Sung Cot Cace).

De baai lag vol met boten en we gingen in optocht de trappen op naar de ingang van de grot. In de grot zijn drie kamers die we konden bezoeken. Het was een mooie grot en we zagen stalagmieten en stalactieten in bizarre vormen en maten. De grot wordt door verschillende kleuren verlicht en dat geeft het extra sfeer. Aan het einde van het wandelpad door de grot, kwamen we bij een lange trap. Deze leidde ons naar een plateau dat 25 meter boven het zeeniveau ligt. Hier vandaan hadden we een prachtig uitzicht over de baai.

We hoorden dat veel foto’s in de reisgidsen vaak vanaf dit punt worden gemaakt. We daalden terug af met de trap naar de wandelpromenade en liepen terug naar onze kleine boot die ons weer naar de grote boot bracht. We vervolgden onze vaarroute richting de Lan Ha Baai. Onderweg gingen wij aan boord van een andere boot die ons verder zou brengen naar Nam Cat eiland.

De Lan Ha baai ligt aan de andere kant van Halong Baai en is stukken minder toeristisch. Wij vonden de landschappen hier ook veel mooier. De eilanden liggen dichter op elkaar en er steken meer kalksteenrotsen uit het water. Tijdens het varen speelden we “bottle flip” en een spelletje op onze tablet. Net na de middag kwamen we aan bij Nam Cat eiland waar we een dag en een nacht doorbrengen bij het Cat Ba Sandy Beach resort.

Op weg naar Nam Cat 

De naam suggereert dat het resort op Cat Ba eiland ligt maar dit was niet het geval. Nam Cat is een privé eiland middenin de baai van Lan Ha. Vanaf de aanlegsteiger liepen we langs gezellige bungalows die gebouwd zijn op palen. We kregen eerst de lunch aangeboden in het restaurant alvorens we konden inchecken.  De tafel was al snel weer gevuld met heerlijke lekkernijen.

Paradijs op aarde.

Na het eten kregen we de sleutels van de bungalows en we lagen vrij ver van elkaar af. We hadden één deluxe bungalow aan het water en een andere aan het strand. In eerste instantie konden we niet ruilen omdat we voor een duurdere betaald zouden hebben? Na veel aandringen kregen wij een “downgrade” en hadden we twee kamers naast elkaar aan het strand. Bij het resort konden we veel watersportactiviteiten doen.

Ik ging samen met pappa een stukje kajakken en Keyro ging met duikbril op samen met Mart zwemmen. Blijkbaar hadden we in ons excursie pakket ook nog een middaguitstapje zitten maar dit meldden wij af. We wilden gewoon relaxen aan het strand en doen waar we zin in hadden.

Zwemmen, zandkastelen bouwen, graven, snorkelen, lezen, genieten van de mooie locatie en wat zonnen. Gewoon een middag niets doen, heerlijk! We speelden lang door tot de zon onder ging en het donker werd. We moesten ons voor het avondeten goed douchen want we hadden werkelijk overal zand zitten. Het avondeten bleek een barbecue-buffet te zijn en eerlijk gezegd vonden wij het allemaal een beetje tegenvallen. Er was weinig variatie en het bijvullen werd ook niet echt goed gedaan. Jammer want de lunch van vanmiddag was juist wel erg goed.

In de avond keken we nog een kort filmpje op de tablet en daarna gingen wij naar bed. Pappa en mamma genoten op de veranda nog van een lekkere cocktail en van het ruisen van de golven.

Halong Bay

Iedereen begon rond 6:30 uur een beetje te ontwaken. Keyro en ik waren nog moe en bleven nog vrij lang in bed liggen terwijl pappa en mamma de rugzakjes inpakten voor onze trip naar Halong Bay. De grote rugzakken bleven opnieuw achter in Hanoi. Snel wassen, aankleden en een ontbijtje. We namen afscheid van iedereen die we met de Sa Pa Experience trip hadden leren kennen. We werden rond 8:00 uur opgehaald voor onze trip naar Halong Bay zou begeleiden. Gelukkig kon de trip doorgaan want een paar dagen geleden werd er nog een tyfoon verwacht. In totaal zou het ongeveer vier uur rijden over een afstand van 170 kilometer.

Halverwege hadden we een plasstop bij een beeldentuin met souvenirshop en winkel. Het was erg warm en we kregen lekker een ijsje die we in de schaduw van een palmboom op aten. Op de afgesproken tijd stonden we bij de bus maar er was geen chauffeur en geen reisleider te zien.

Na een half uur wachten kwam de reisleider ons vertellen dat er een ongeluk was gebeurt op de weg naar Halong Bay en dat de weg volledig was afgesloten. Hij kon niet aangeven hoelang het zou gaan duren en of we er vandaag wel naar toe konden gaan. We zagen wel een langzaam rijdende file op de weg maar er vertrokken nog steeds bussen van het parkterrein in beide richtingen?

Bovendien wilden we de bus in want daar is airco en buiten was het niet uit te houden zo warm. De buschauffeur was in geen velden of wegen te bekennen, raar dat zo iets zomaar kan? Na aandringen van een aantal passagiers kwam hij bijna een uur na de afgesproken tijd eens aanlopen. De file was toen alleen maar aangezwollen en ondertussen reed het ook bijna niet meer. We sloten achteraan in de rij en het ging een hele tijd duren.

Uiteindelijk kwamen we voorbij het ongeluk en konden we weer doorrijden. De chauffeur had toen ineens haast en gaf gas. Voor ons niet zo fijn want wij zaten helemaal achter in en werden bij iedere rem actie, hobbel of put in de weg gelanceerd. We kwamen uiteindelijk rond de klok van 14:30 uur aan in de haven van Ha Long.

Op weg naar de boot voor onze tweedaagse cruise door Halong Bay

De boot van Imperial Cruise was er niet (meer?) maar met een bootje werden we aan boord gebracht van het schip de Classical Cruise. We konden direct plaats nemen aan tafel waar we de verlate lunch geserveerd kregen. Het programma werd wat omgegooid zodat we de dag nog optimaal konden benutten. Al snel hadden we de haven achter ons gelaten.

De Ha long Baai (Halong Bay) is een baai  in de Golf van Tonkin nabij de grens met China. Al snel zagen we de kalkstenen eilanden op rijzen uit het heldere water van de oceaan.  De ondergrond van deze eiland is van kalksteen en daardoor erg poreus. De eilanden waren groen begroeid en wij vonden het een spectaculair gezicht. De Vietnamese naam voor de baai is “Vịnh Hạ Long” en dat betekent “ Baai van de dalende Chinese draak”. Volgens de Vietnamese legende zijn de eilanden in Ha Long Baai ontstaan door een draak die hier vroeger woonde.

Relaxen op het dek, wat een uitzicht, wow!

De draak trok een deel van het land met zijn staart mee het water in. Alleen de hoger gelegen gebieden bleven boven het water uit steken. De draak zou zelfs meerdere keren gespot zijn door zeilers uit de omgeving. Een broodje aap verhaal natuurlijk maar ik houd wel van de legendes. In het verleden zijn er in deze baai ook zeeslagen gevoerd tegen de Chinezen en Mongolen.

Tijdens de Vietnamoorlog werden op verschillende vaarroutes ook mijnen gelegd door de Amerikaanse marinevloot. Sinds 1994 staat de Ha Long Baai op de werelderfgoedlijst van Unesco. Het is een zeer populaire bestemming bij toeristen en dat was aan de vele schepen die we tegenkwamen wel te zien. Na de lunch kregen we de sleutel van onze kajuit waar we de nacht zouden door brengen. Volgens de reisleider was het simpel, klein en zonder luxe .Wij waren het hier niet mee eens en waren tevreden.

We hadden twee kamers naast elkaar. De kamer bestond uit een tweepersoons bed, douch, toilet en zelfs een airco. We kleedden ons om en genoten vanuit onze luie stoel op het dek van de prachtige uitzichten. We voeren naar een plek in de baai waar we konden kajakken. Het vaarschema en het waterpeil was gunstig dus was het mogelijk om te kajakken.

De kajak is een kleine spitse boot. Van oorsprong komt het model van de kajak van de Inuit (Eskimo’s) en werd de kajak gebruikt  om op zee te jagen op grote vissen, zelfs walvissen. De kajak was van kunststof materiaal. De bovenkant van de kajak bleek dicht te zijn met uitzondering van een klein gat in het midden waar wij in moesten gaan zitten.

Samen met pappa in de kayak.

Mamma en Keyro gingen samen in een kajak en pappa en ik. Achteraf was dat niet zo’n verstandige keuze want mamma en Keyro hadden al snel mot met elkaar over het besturen van de kajak. Bij ons verliep het super goed en ik kon het zelfs alleen. Afwisselend stak ik de kajakpeddel links en rechts naast de boot in het water en zo kwamen wij vooruit. Al peddelend konden we hier een stukje van de baai verkennen.

Rustgevend was het niet want op de achtergrond hoorden we de hele tijd het gemopper van mamma en Keyro die het niet eens waren. Stiekem konden pappa en ik er wel een beetje om lachen. Na het kajakken konden we nog even zwemmen in het water. Vanaf het kleine bootje konden we in het water springen. We moesten wel een beetje opletten want er zijn een hoop kwallen.

Zonsondergang vanaf de boot.

Niet iedereen ging zwemmen want in het water dreef vrij veel afval. Gelukkig viel het op deze plek wel mee. Langzaam ging de zon onder en zagen we een mooie gekleurde lucht. We gingen met de kleine boot terug en weer aan boord van het schip. Er stond weer een verrassend goed diner voor ons klaar later op de avond.

Squid fishing, oftewel vissen op inktvis.

Na het eten hadden we nog een klein feestje want Mart, een Nederlandse jongen vierde vandaag zijn verjaardag. Er was door Friends Travel Vietnam een verjaardagstaart afgeleverd en hier konden we allemaal van smullen. Terwijl pappa en mamma op het dek zaten met een biertje en cocktail gingen wij vissen op squid (inktvis).

Helaas vingen we alleen maar een vieze kwal, beh!

Hengeltje met haakje in het water en vangen maar. We vingen veel. Zo hadden we plastic, een slipper en andere rotzooi aan ons hengeltje hangen maar geen inktvis. We gingen ons concentreren om een kwal te vangen want daar zagen we velen van. Van kleine kwallen tot enorme reuze kwallen. Het lukte ons één keer om er eentje aan boord te krijgen. Net op het einde lukte het ons bijna om een inktvis te vangen maar nadat de donkere inktwolk was opgelost, bleek hij toch stiekem van ons haakje geglipt te zijn. Na deze leuke avond gingen we toch later naar bed dan de bedoeling was. Lang lagen we niet wakker want we waren toch best wel moe.

Hike van Lao Cai naar Cat Cat

Ook vandaag drong de geur van pannenkoeken in onze neusgaten toen we onze ogen open deden. Snel wassen, aankleden en ons klaar maken voor vertrek. Even ontbijten op het terras. Ik at een paar pannenkoeken met honing en dronk een kopje koffie. Het weer is vandaag wat omgeslagen en de lucht is bewolkt. Het lijkt erop dat het ieder moment kan gaan regenen.

Op weg voor de 17km lange hike.

We vertrokken rond de klok van 8:45 uur. Al snel lieten we Lao Cai achter ons en lopen we weer midden tussen de rijstvelden. De bewolking en lagere temperatuur maakt het wandelen wel een stukje aangenamer. Onderweg kwamen we een paar beekjes tegen die we moesten zien te overbruggen zonder natte voeten te krijgen.

Op gevaar voor natte voeten naar de overkant.

We hadden we een redelijk tempo in en we arriveerden rond 11:00 uur al bij de locatie voor onze lunchstop. We zaten nog aardig vol van het ontbijt maar besloten toch om iets te eten. We zitten net of het begint te regenen. Een beter moment voor een pauze was er niet. We aten verse noedels met groenten en kip. Na het eten bleek de regen alweer gestopt te zijn en konden we verder met onze wandeling van 17 kilometer.

Het eten met stokjes gaat steeds beter.

In dit gebied was het veel drukker dan gisteren. Hier komen veel dagjes toeristen naar toe die een glimp op willen vangen van de omgeving en de mensen die hier wonen. Af en toe was het wachten of in een rij achter elkaar aan lopen. Het pad was wat glibberig geworden en we moesten iets beter opletten waar we de voeten plaatsten. We kwamen de groep Nederlanders weer tegen en die hadden ook een hoog tempo.

We werden ingehaald door onze “bekende” groep, Ronac liep voorop met ze mee.

Ronac volgde en liep op een gegeven moment voorop en gaf het tempo aan. Pappa en ik volgde ook maar mamma bleef achter met Ping en liep haar eigen tempo. We kwamen door weelderige bamboebossen en langs kleine kabbelende beekjes. Bij het dorp Cat Cat zien we nog veel meer dagjes toeristen. De afdaling naar het dorp gaat via een trap met ongelijke treden. Overal stonden kraampjes met zelfgemaakte knuffels, tassen, sieraden en versnaperingen. Op het einde van de afdaling steken we via een brug het water over.

Er is een waterval en er zijn een aantal waterraderen die langzaam ronddraaiden. Er was ook een klein theater waar een dansvoorstelling werd gegeven. We keken even maar konden het niet helemaal afzien omdat we op een bepaald tijdstip ergens moesten zijn om opgepikt te worden door een minibus. Terwijl we op de terugweg waren kregen wij allebei van Ping een handgemaakte knuffel. Zo ontzettend lief van haar!

De minibus stond al klaar en bracht ons terug naar het Garden Eden Hotel. We namen met veel dikke knuffels afscheid van onze gids Ping. Wat een schat van een vrouw en een super gids! In het hotel kregen we een kamersleutel en konden we even douchen. Met een groot deel van de Nederlandse groep zaten we buiten op het dakterras tot we rond 18:00 uur konden gaan eten.

Onze knuffel van Ping.

Het was een lekker diner. Langzaam zagen we de zon ondergaan en werden de bergen een donkere vlek. Ruim op tijd verlieten we met z’n allen het hotel om naar het busstation te lopen waar de sleeperbus zouden nemen. Het busstation lag in de buurt van de overdekte markt en het was nog een stukje lopen. We moesten nog een tijd wachten voordat de bus zou vertrekken. Van kenners hadden we gehoord dat we in de rij moesten gaan staan indien we een stoel onderin wilden hebben.

Pappa zorgde ervoor dat de rugzakjes in het bagageruim kwam terwijl wij in de rij bleven staan. Al snel bleek dat we niet zelf in konden stappen maar dat de namen werden opgeroepen. Toevallig zagen wij onze namen als laatsten op de pagina staan. Mamma gaf bij de chauffeur aan dat Ronac niet bovenin kon liggen omdat hij mogelijk uit de stoel kon vallen.

Gelukkig begreep hij dit en mochten we direct instappen. We stapten in, moesten onze schoenen uit doen, deden ze in het uitgereikte plastic zakje en gingen op zoek naar een plaats. Er waren drie rijen met (lig)stoelen onder en boven. Onderin was bijna alles al bezet. Ronac wist de laatste ligstoel onderin te bemachtigen. Net op tijd dus. Wij moesten wel bovenin. In een klein vakje konden we onze schoenen opbergen en verder hadden we nergens plaats voor. Door de beperkte ruimte klommen we een beetje onhandig in onze stoel.

In de slaap bus, al kwam er weinig slaap aan te pas.

Voor mensen die lang zijn is het echt een ramp in de sleeperbus. Wij zijn allemaal niet groot en hadden al weinig ruimte voor onze benen. Voor Stan, Archie en Job zou het geen fijne rit worden. We hebben er wel heel hard om kunnen lachen met zijn allen. De bus zag er nogal futuristisch uit met de roze paarse lampjes. Het duurde lang voordat we de slaap konden vatten.

Net toen we sliepen, stopte de bus alweer voor een plasstop. Het was warm, benauwd en stonk verschrikkelijk in de bus. Niet erg fris dus. We arriveerden midden in de nacht in Hanoi. Vroeger toen de snelweg er nog niet was arriveerde je vroeg in de ochtend. Nu stonden we dus half slapend in de nacht in Hanoi centrum. We liepen naar het kantoor van Friends Travel Vietnam waar we in de slaapzaal nog een paar uurtjes konden slapen. De bedden waren hard maar alles was al beter dan het slapen in de sleeperbus.

Trots op de mannen, de hike prima overleefd!

Het dak van Vietnam

Wat heb ik lekker geslapen op mijn matrasje op de grond. Ik stond op om mij klaar te maken voor het ontbijt. Het was druk bij de douche en ik moest even wachten tot ik aan de beurt was. Tussendoor keek ik bij de kinderen die een uil als huisdier hadden. De geur van versgebakken pannenkoeken begon mijn neus te bereiken en ik bleek goede honger te hebben. De pannenkoeken met banaan en honing waren een goed en stevig ontbijt. Met genoeg energie begonnen wij rond 08:30 uur aan onze wandeling. We zouden vandaag rond de 12 kilometer gaan lopen.

Pannenkoeken, een goed begin van de dag.

De zon scheen fel dus het zou een warme dag worden. De weg gaat direct omhoog en al snel zijn we het dorp uit en overal waar we kijken zien we bergen en rijstvelden. Het zijn een aantal rijstvelden bij elkaar voorzien van een irrigatiesysteem van beekjes, kanaaltjes of bamboebuizen. De velden staan goed onder water want dat heeft rijst nodig om te kunnen groeien. Onderweg worden we af en toe ingehaald door vrouwen op slippertjes en soms met een baby op de rug. Het blijft bergop gaan en af en toe stoppen we even om wat bij te komen want de zon brand op ons hoofd.

Nog even rondkijken bij de homestay voordat we vertrekken.

Ping vertelt ons dat ze zeven kinderen heeft in de leeftijd van 17 jaar tot 5 maanden oud. De kinderen gaan tot ongeveer hun veertiende jaar naar school. De vrouwen leren Engels om de toeristen te woord te kunnen staan als gids of in het hotel. De mannen gaan voornamelijk op het land werken of gaan hout sprokkelen. Ping spreekt redelijk goed Engels en heeft dit allemaal zelf van de toeristen geleerd.

 

Prachtig weer tijdens onze wandeling door het schitterende landschap.

Tijdens het gesprek lopen wij rustig door. Tussendoor worden er pauzes ingelast en komen we af en toe ook de andere groep tegen. Bij een waterval gooien we wat steentjes in het water en we hadden hier graag wat langer willen blijven. Na deze stop staat ons nog een flinke klim te wachten. Het is echt afzien in de bloedhete zon. Ik arriveerde als eerste boven en het was lang wachten op mamma die als laatste boven kwam. Gelukkig hoefden we nog een klein stukje te lopen tot we bij een eenzaam hutje kwamen waar we zouden gaan lunchen.

Even rusten en spelen bij de waterval.

Het uitzicht vanaf het hutje was geweldig mooi. Tijdens onze wandeling waren we de hele tijd gevolgd door Flower, een Zwarte Hmong vrouw. De Hmong afstammelingen zijn verspreid over Noord- en Centraal-Laos, Zuid-China, Vietnam en Thailand. De Hmong behoort tot het meest achtergestelde deel van de Vietnamese bevolking.

Op de foto met Ping, onze gids en Flower, onze hulpgids

Oorspronkelijk komen ze uit Zuid China waar ze zijn vertrokken tijdens de Ming en Qing dynastie. Ze  waren het niet eens met de overheersing van het keizerrijk. De Zwarte Hmong staan bekend om hun handwerk en hun traditionele indigo blauwe kleding. Voor het vervaardigen van kleding gebruiken zij hennep en de indigokleur.

Flower hielp ons ondersteunen bij het lopen op de paden die gevaarlijk, steil of glad waren. Bij de lunchstop kwamen de tasjes en armbandjes uit haar tas en vroeg ze ons om iets te kopen in ruil voor de hulp die ze ons had geboden tijdens het lopen. Wij wilden allebei wel een tasje en kochten deze van haar. Ze was zelfs zo eerlijk dat ze ons “leerde” dat we moesten afdingen voordat we de tasjes kochten. We kregen ook nog een armbandje gratis erbij.  De man van Ping kwam op de brommer met hun baby zodat Ping hem kon voeden. We mochten even in de keuken kijken waar Ping op een houtvuur een heerlijk eiergerecht voor ons klaarmaakte.

Keyro kon al goed met stokjes eten, voor mij was er gelukkig een lepel.

Het eten wordt vers bereid en er was zoals vaak een overvloed aan eten. Kip met groenten, heerlijk aardappelen, geroerbakte Rau Mong (morning glory) en meer. Morning glory is een groente die door heel Vietnam wordt gegeten en hoezeer deze van invloed is op de Vietnamese keuken. Na rijst is dit het belangrijkste eten in Vietnam en wordt het dagelijks gegeten. De plant is extreem verend en groeit snel en gemakkelijk in vochtige grond, modder of water. De groente bevat veel calcium en wordt als vervanger van zuivel gegeten. Ping at gezellig met ons mee. Niet normaal wat zij allemaal op kon.

Onderweg kwamen we ook deze jongens tegen.

Met nieuwe energie begonnen we aan het tweede deel van de wandeling. Het ging af en toe wat bergop maar het meeste was vrij vlak of naar beneden. We kwamen door kleine dorpjes waar vaak kinderen aan het buiten spelen waren. In de namiddag kwamen we aan in het dorp Lao Chai waar veel Zwarte Hmong wonen. Onze homestay was thuis bij ZuZu (shoeshoe), de gids van de groep Nederlanders.

We kregen met zijn vieren een privé kamer op de benedenverdieping. We gingen naar het terras op de 1e etage en kletsten daar met de anderen. Het was erg gezellig. Terwijl we daar zo zaten uit te rusten kwam er iemand vers gebakken frieten brengen. Heerlijk gekruid met knoflook. Overweldigend lekker na zo’n stevige wandeling. Als we wilden konden we in de centrale keuken helpen met het bereiden van het avondeten.

Mamma en ik stonden net onder de douche en hierdoor misten we het vouwen van de loempia’s. Het avondeten werd op het (dak)terras geserveerd. Iedereen hielp mee om iets naar boven te brengen en de tafels te dekken. De tafels stonden helemaal vol met vers bereide traditionele lekkernijen. Ook de hele familie van ZuZu schoof aan. Het was een drukke maar gezellige boel.

Ronac de “Koning” van de berg aan de voetmassage met zijn vriend 

Na het eten kwamen er een paar mensen uit het dorp om ons een voetmassage te geven. Ik sloeg dit niet af en zat als eerste als een prinsje in de stoel. Mijn voeten en kuiten werden met olie ingesmeerd en toen begon het kneden, drukken en wrijven. Door de massage wordt de bloedsomloop gestimuleerd en eventuele spierpijn wordt minder. Mijn lichaam ontspande zich en ik vond het heerlijk.

Na de massage moest ik nog 10 minuten met mijn voeten in een ontzettend warme ton met bladeren gaan zitten. Mijn voeten hadden een zacht babyhuidje gekregen. Rond 21:00 uur was mijn kaarsje zo goed als op. Natuurlijk wilde ik dit niet laten merken en vertrok ik onder luid protest naar onze kamer. Het duurde niet lang of ik was in dromenland.

Sapa

Onze ochtend begon vroeg (6.00 uur) en het was nog donker buiten. Even wassen, aankleden en de laatste dingen in de rugzakken stoppen. We hadden twee kleine dag rugzakken bij ons omdat we vooral licht moeten reizen tijdens de trekking. Veel hadden we dus niet bij ons. We liepen met bepakking naar het kantoor van Friends Travel Vietnam en daar was het al aardig druk. We zetten de grote rugzakken weg, die zouden daar blijven staan tot we weer terugkwamen. We kregen een goed ontbijt aangeboden. Het bestond uit twee Franse pistoletjes, roerei, jam en yoghurt. Met een goed gevulde maag gingen wij dus op weg naar Sa Pa. We werden door een bus opgehaald en naar het verzamelpunt gebracht. Hier stapten we over in een luxe bus met slaapstoelen. Het werd een rit van ongeveer vijf uur rijden. Tegenwoordig gaat dat over de snelweg en is het een stuk sneller dan vroeger. We probeerden nog even onze ogen dicht te doen en wat te rusten. Ronac sliep nog toen we de eerste pauze maakten. We konden even de benen strekken, plassen (tegen 2000 dong betaling) of iets te eten en drinken kopen.

Na ongeveer 4 uur rijden maakten we nog even een korte stop en kregen wij een lekker ijsje (45.000 dong). De laatste 30 kilometer naar Sa Pa ging over een bergweg met flinke haarspeldbochten. In veel reisgidsen staat geschreven dat je bij een bezoek aan Noord Vietnam vooral het gebied rondom het plaatsje Sa Pa niet over mag slaan. Sa Pa wordt ook wel “het dak van Vietnam” genoemd. Het dorp ligt in de Muong Hoa vallei op 1650 meter hoogte aan de voet van de Fansipan (Phan Si Pang), de hoogste berg van Vietnam (3143 meter). De grens met China is vlakbij. Ten tijde van de kolonisatie was Sa Pa de plaats waar de Franse bezetters konden ontsnappen aan de hitte in de rest van het land.

Net na de middag (12.45 uur) arriveerden we in Sa Pa. We werden bij het plaatselijke VVV kantoor afgezet. Meteen werden we omringd door meisjes die tasjes en souvenirs verkopen. Ze spreken wonderbaarlijk goed Engels. Mamma belooft aan één van de meisjes om later iets van haar te kopen. Ze blijven ons volgen ondanks de belofte die mamma gedaan heeft achter ons aanlopen. We worden per auto (het was maar een paar honderd meter) naar het Garden Eden Hotel gebracht waar we de lunch zouden hebben. De lunch werd geserveerd op de bovenste etage met een prachtig uitzicht over een groot deel van de vallei en de omringende bergen. Er werden allerlei lekkere gerechten geserveerd maar het was veel te veel. Ik at mijn buikje goed rond. We hadden wat tijd over en speelden een soort van hockey met enkele lokale kinderen. Met een stok en een plastic flesje werd het spel gespeeld. Niet veel later maakten we kennis met onze gids. Ping is een kleine, goedlachse vrouw. Er was tijd om Sa Pa te verkennen en Ping nam ons en nog een groepje Nederlandse jongens mee het centrum in. We bezochten als eerste het Sa Pa museum. Het is een goede manier om een indruk te krijgen van de cultuur van de mensen die hier in bergen leven. In en rondom Sa Pa zijn verschillende dorpjes waar etnische minderheden leven. Dit zijn de traditionele bevolkingsgroepen die, zoals gezegd, in de minderheid zijn. De bevolking leeft vaak nog volgens eeuwenoude gewoonten en gebruiken. Er zijn ongeveer 30 kleurrijke bergstammen in de omliggende omgeving van Sa Pa te vinden. Onder de stammen zijn bijvoorbeeld de Zwarte Hmong, de Bloemen Hmong, de Rode Dao (Yao), de Giay, de Tay en de Pho Lu. De groep van de Hmong, is de grootste. Iedere groep heeft zijn eigen klederdracht en taal.

We liepen verder en brachten een kort bezoek aan de kleine, stenen katholieke kerk. De kerk werd gebouwd door de Fransen. Voor de kerk ligt het grote Quang Truong plein, het centrale punt in de stad. Kinderen doen hier een spelletje en vrouwen proberen hun waar te verkopen of maken een praatje met elkaar. Sa Pa is niet echt een schilderachtige bergplaatsje. De laatste jaren is het toerisme explosief gegroeid en hierdoor wordt nu overal lukraak gebouwd. In sommige straten is het een grote bouwplaats . Het uitzicht wordt door de vele hotels en bouwkranen flink belemmerd en dat maakt het dorp een stuk minder aantrekkelijk. We liepen verder naar de overdekte markthal die net buiten het centrum van het dorp ligt. De bevolking van de stammen uit de omliggende dorpen komen hier hun producten verkopen. Alles wat je hier aan voedsel koopt is super vers. We kwamen langs de slager waar we verschillende onderdelen van geslachte dieren zagen liggen. Sommige dieren werden zelfs ter plekke geslacht. Ik zag hoe er bij kikkers en vissen de koppen werden afgehakt.

De verkopers doen die onder andere om te laten zien dat het gekochte product kakelvers is. We hadden gehoord da Vietnamezen ook hond eten en we vroegen Ping of dit klopt.  Ze bevestigde dat er inderdaad hond wordt gegeten. De Vietnamezen eten hond sinds de oorlog. In die tijd was er weinig eten en werden honden naast kippen, varkens en eenden gewoon gegeten.  De Vietnamezen denken dat het eten van honden goed is voor de gezondheid, het libido en het zou geluk moeten brengen. Op deze markt wordt ook hond verkocht maar deze was vandaag al uitverkocht. Er werd ook veel fruit en groente uit de omgeving te koop aangeboden. Wij kochten drakenfruit, ramboetan en  mangosteen.

Na het bezoek aan de markt liepen we terug en moesten we bij het Garden Eden Hotel wachten op onze transfer minibus naar de homestay. Mamma kocht een tasje bij het Hmong meisje dat nog steeds op de oprit van het hotel zat te wachten tot we terugkwamen. Met een minibus werden we naar de omgeving van Giang Ta Chai gebracht. De rit er naar toe was erg hobbelig en Stan en Archie stootten een paar keer hun hoofd tegen het dak. We werden langs de kant van de weg afgezet en moesten nog een stukje te voet afleggen naar onze homestay.

Onderweg hielpen Ronac en ik nog met het malen van meel op de ouderwetse manier. Best nog lastig om de maalsteen goed rond te laten draaien zodat graan gemalen wordt. Onze homestay lag op een prachtige locatie en we werden welkom geheten door de gastvrouw Zu. We sliepen op een soort zolder en hadden een matras en klamboe ter beschikking. Er was één badkamer en één (Westers) toilet voor de hele groep beschikbaar. Niet veel luxe maar dat hebben wij ook niet nodig.

De sfeer om het “echte “ leven in de bergen te ervaren is veel leuker dan luxe. Bovendien hebben de locals de luxe ook niet. Voor het avondeten aten wij wat van het gekochte fruit en babbelden we wat met Stan, Archie en Job. Het avondeten bevatte gerechten met groenten, aardappel en natuurlijk witte rijst. Na het eten mocht ik wat langer opblijven dan Ronac. Ik leerde van Stan het kaartspel “toepen”. Ik bleek een talent te zijn en wist heel wat potjes te winnen tot frustratie van Stan, hihi. Beginnersgeluk noemde hij het. Rond 21:30 uur zocht ik mijn matrasje op en ben ik gaan slapen.