De Dadès vallei

Het was vandaag moeilijk om wakker te worden en op te staan. Uiteindelijk zaten we om 8:45 uur aan het ontbijt. We zouden om 9:30 uur starten met de wandeling. Het was nog koud maar het zonnetje begon al aardig te schijnen.

Onze gids heet Olaiyd en we hadden hem gisteren en vandaag al aan het werk gezien in het hotel. Hij vroeg ons wat geduld te hebben en even te wachten. We gingen naar buiten en genoten vanaf het terras van het uitzicht. Wat een verschil was met gisteren.

Om 10:00 uur kwam Olaiyd zich verontschuldigen dat onze lunch nog gemaakt moest worden en we nog niet konden vertrekken. Uiteindelijk was alle klaar en konden we gaan. We liepen een klein stukje langs de weg en sloegen daarna af de wadi (vallei) in.

We liepen langs de rivierbedding die vol met stenen ligt en er stroomt water doorheen.  We liepen langs akkers waar graan (gerst, tarwe), wortelen, kool en aardappelen verbouwd worden. Ook staan er veel palmbomen, amandelbomen en vijgenbomen. Veelal voor lokaal gebruik. We kwamen door slaperige berberdorpjes en langs stoffige ingestorte kashba’s. Zomaar ineens stonden we voor de kleurige rode bergen en vreemd uitziende rotspartijen. Hier loopt een smal bergpad de bergen in.

De tocht bestaat uit drie delen. Het eerste deel was vrij gemakkelijk lopen maar al snel werd het smaller en we moesten we flink gaan klimmen. Dit is dus het tweede deel. Op sommige stukken moeten we ons zien te redden op de bijna verticale rotsen. Met kleine pasjes liepen we over smalle richeltjes en trokken we ons omhoog aan de rotsen om de weg te vervolgen. Sommige stukken waren weer smal en waren we bang dat mamma kwam vast te zitten.

Voor hele dikke mensen is deze route niet aan te bevelen. We kwamen ook twee karkassen van berggeiten tegen die in de winter door het water in de kloof waren verdronken. Olaiyd steekt ons vaak een helpende hand uit maar de meeste tijd loop en klim ik als eerste naar boven. Het laatste stuk naar het plateau was een flinke klim en ging bijna steil omhoog. Olaiyd vertelde ons om rustig aan te doen en heel voorzichtig te zijn.

Ik ondervond geen problemen en stond als eerste boven. Leuk om mamma en Keyro zo te zien zwoegen. Het plateau is grauw en dor en er staan alleen maar rotsplanten en struiken.

We moeten nog een stukje lopen totdat we bij een berberwoning komen. De woning is uitgehakt in de rotsen. We worden door de familie (moeder met drie kinderen) uitgenodigd om binnen te komen kijken. Het is niet groot en best donker. De moeder en dochter verzorgen een kop thee.

Nu niet alleen met mint maar er bleek ook verse tijm aan toegevoegd te zijn. Naast de grot is nog een kleine ruimte waar het vee gestald staat. Er liep een ezel, een jonge geit en een kip. De jonge kinderen keken verlegen naar ons.

De dochter was bescheiden en verlegen maar ondanks at zeer geïnteresseerd in foto’s die we konden laten zien op de display van onze spiegelreflexcamera. De terugweg gaat bergaf en is een stuk gemakkelijker te lopen.

We komen weer uit in de groene vallei maar gaan nog niet terug. We lunchen op een vlak stuk met gras langs de rivier. Het broodje met kip, paprika en uien was het wachten wel waard geweest. Het was veel en er was ook nog banaan en sinaasappel.

De zon scheen behoorlijk fel en het werd aardig warm. We lopen nog een stuk tot we uitkomen bij een plek waar de rivier flink stroomt. We houden een rustpauze bij het water.

Ik was al aardig moe en er werd besloten om terug te lopen naar het hotel. We steken de (op deze plek) flink stromende rivier over. Geen stevige brug maar een smalle boomstam. Het grootste gedeelte van de terugweg lopen we langs de openbare weg.

Goed opletten want sommige auto’s scheurden toch nog best hard langs. Mamma nam me de laatste paar honderd meter op haar rug, super lief.

We waren rond 16:00 uur terug en verlangden naar een lekkere douche. Helaas viel dat tegen en werd het water niet warm. We spoelden ons snel schoon en droogden ons snel weer af. We deden het verder rustig aan. In de avond aten we weer bij het hotel. Helaas werd er exact hetzelfde eten geserveerd als gisteren. Na het eten waren we moe en gingen we direct slapen. Morgen rijden we verder naar nog een kloof in het Atlasgebergte en wel de bekende Todgha (Todra) kloof.

De rozenvallei

De dag begon met het typische Marokkaanse ontbijt. Bijna overal bestaat het tot nu toe zo’n beetje uit dezelfde ingrediënten. Met volle buikjes zetten wij de spullen weer in de auto om de Dadès vallei verder in te trekken. Het eerste stuk zou ongeveer een kilometer of veertig rijden zijn. Het gebied waar we vandaag door heen kwamen staat bekend als de rozenvallei.

De vallei dankt haar naam aan de talloze rozenstruiken die langs de oevers van de Dadès -rivier groeien. Bij het binnen rijden van Kelaa M’gouna zien we heel veel advertenties en winkeltjes die producten met rozen verkopen. We wilden een fabriekje bezoeken waar de rozen verwerkt worden maar gezien de donkere lucht in de verte besluiten we eerst door te rijden in de richting van Bou Tharar voor een korte wandeling.

We stopten nog bij een uitzichtpunt waar we hoofddoeken kopen voor onze tocht in de woestijn. We betalen er achteraf gezien veel te veel voor maar ja. De verkoper deed alle moeite om ons aan te kleden en foto’s te maken. We rijden verder door schilderachtige en slapende dorpjes. Het lijkt alsof we steeds verder terug gaan in de tijd. We zien ezels met kar en Marokkanen in traditionele kledij om even later weer afgewisseld te worden met een luxe auto en moderne geklede Marokkanen.

We stoppen langs de weg bij een gesloten restaurant om te zien of we daar vandaan kunnen wandelen in de vallei. We worden direct aangesproken door een oudere man die ons zegt waar we de auto kunnen parkeren en waar we naar toe kunnen gaan om te wandelen. Niet veel later gingen wij op weg. Het verhaal gaat dat in de 10e eeuw Mekka-reizigers een bepaalde rozensoort mee namen naar Marokko en deze hier plantte. Een ander verhaal vertelt dat de Feniciërs uit Persepolis in het oude Perzië de kleine, roze Perzische roos meebrachten.

Welk verhaal de juiste is weten we dus niet. We lopen langs vruchtbare akkertjes en zagen al snel de vele rozenhagen. Ze dienen als bescherming voor het land en tegen de loslopende geiten en schapen. Rozen worden al duizenden jaren gehouden om hun schoonheid. Ze worden bij veel rituelen en symbolen gebruikt en hebben verschillende betekenissen. Zo zijn rozen het symbool van de liefde maar kunnen ze ook symbool zijn voor rouw en dood.

De bloei van de rozen is van half april tot half mei en wij waren hier dus op het juiste moment!  Overal zagen we in de struiken de mooie roze rozen. De roos wordt vooral gebruikt voor de cosmetische en parfum-industrie. De blaadjes worden verwerkt in Franse parfums en andere geur- en smaak producten.  In de winkeltjes in de omgeving wordt rozencrème, rozenlotion, rozenzeep, rozenwater en rozenolie verkocht.

De bloemblaadjes worden met de hand geplukt en de olie wordt eruit gewonnen door stoomdestillatie. We dalen af naar de rivierbedding en steken de rivier over die in de loop van de jaren diepe geulen hebben uitgesleten in de bergen. Via een smalle balk steken we over. We lopen door een woud met fel groene planten en bomen.

Het gebied wordt gekenmerkt door het lichtroze tot diep rode gesteende van de bergen met op de achtergrond de Ighil M’Goun, die met zijn 4071 meter de op één na hoogste berg van Marokko is. Tussen de akkers zagen we een  irrigatiesysteem die ervoor zorgt dat alles hier zo goed kan groeien en bloeien. Er wordt van alles geteeld op de akkers en boomgaarden. Van granen, wortelen, kool, fruit et cetera. We lopen door een slapend dorpje met enkele huizen en keren hierna via een andere route weer terug naar de auto.

De uitzichten tijdens de wandeling waren fantastisch. We rijden in de auto door tot Bou Tharar maar dit dorp stelt niet zo heel veel voor. We draaien om voor de terugweg  naar Kelaa M’gouna .Ronac wordt ook tijdens deze rit weer misselijk en moest weer overgeven. Deze keer richtte hij minder goed in de plastic zak en we moesten een stop maken om hem schone kleding aan te doen. Halverwege komt de regen ineens met bakken uit de lucht. Goed dat we eerst de wandeling zijn gaan maken. Vanaf Kelaa M’gouna vervolgen we de weg voor de laatste vijfentwintig kilometer naar Boumalne de Dadés.

Een rozendestilleerderij komen we helaas niet meer tegen maar we besluiten om hier niet voor terug te rijden. We besluiten om de afslag naar de Dadeskloof te negeren en door te rijden naar het centrum van Boumalne om daar te lunchen. We rijden enkele keren de weg op en neer voor een parkeerplekje. Blijkbaar werd het gezien en plotseling werd er een parkeerplekje vrij gemaakt voor een restaurantje. We parkeren de auto en gaan naar binnen. Het restaurantje was simpel maar zag er verder netjes en schoon uit. We bestellen een sandwich en pappa en mamma nemen de kebabschotel.

Het is redelijk snel klaar en de porties enorm. We eten smakelijk. Na de lunch halen we wat eten en drinken en pinnen we weer wat geld. Bijna alles moet contant betaald worden en je pint maximaal maar € 200 en dan is het snel op. We verlaten Boumalne en rijden in de regen de Dadès kloof in. De weg naar de kloof is zestig kilometer lang en bleek zigzaggend door het landschap te lopen. Na iedere haarspeldbocht werden we verrast met spectaculaire uitzichten. Jammer van de regen en hopelijk is het morgen droog.

Onze accommodatie ligt op Onze accommodatie ligt op 18 kilometer van Boumalne in het gehucht Tamellalt. Auberge La Vallée des Figues  is gebouwd in traditionele Berberse stijl. We parkeerden de auto en gingen naar binnen. Ook hier weer ontvangst met Marokkaanse thee en allerlei zoetigheden. Omdat we vroeg waren konden we uit twee kamers kiezen. Iedere kamer bleek een terras te hebben met uitzicht op de bergen en valleien.

We zouden hier twee nachten verblijven.  Aan het einde van de middag klaarde het weer wat op maar het bleef goed koud (10 graden). Pappa en mamma gingen samen nog een wandelingetje maken. Wij hadden geen zin want voor morgen hadden we al een gids geregeld en moeten we dus ook gaan lopen. Volgens pappa en mamma is de omgeving prachtig.

Tijdens de wandeling liep er (ongevraagd) een jongen, Jamaal, met hun mee en hij liet ze berbergrotten zien en verlaten kashba’s. We hadden het diner bij de accommodatie. We hadden om 19:30 uur afgesproken maar moesten uiteindelijk toch wachten tot alle gasten beneden waren zodat het diner voor iedereen gelijktijdig werd geserveerd. We kwamen de tijd door met verschillende kaartspelletjes.

We kregen vooraf een soep met groenten en couscous en die moesten we met een soort pollepel uit de soepkom eten. Het tweede gerecht was pasta met kip en groenten. We aten goed en toen bleek dat we nog een hoofdgerecht kregen namelijk tajine rundvlees met vijgen. Een specialiteit van deze regio. Het dessert bestond uit fruit wat goed is om onze vitamientjes op peil te houden. We lagen uiteindelijk pas om 22:30 uur in bed.

Kashba Amerhidil

Onze dag begon rustig. Wat lezen, douchen en rond 8:30 uur zaten we aan het ontbijt. Verse jus d’orange, gekookt eitje, luchtige pannenkoekjes, warme broodjes met amandelschaafsel, honing, smeerkaas en jam. Om 9:15 uur vertrekken we en laten we Aït Ben Haddou achter ons.

We kwamen door de grote stad Ouarzazate waar we aan het einde van onze reis nog twee nachten zullen overnachten. Onze bestemming is Skoura, een klein dorp met ongeveer 2800 inwoners, gelegen in een (palm)oase aan de voet van het Atlas gebergte op de Kashbaroute in de Dadés vallei. Het ligt op de overgang tussen bergketens en woestijn. De oase bestaat uit de droge rivierbeddingen Oued El Hajaj , eindeloze rijen dadelpalmen en reusachtige zandkastelen. De oase werd in de 12e eeuw aangelegd door sultan Yacoub el-Mansour.

We zagen verspreid staande ksar en kashba’s langs de weg. De meeste dateren uit de 19e een 20e eeuw, maar er zijn er ook uit de 17e en 18e eeuw. Tijdens een heftige stammenoorlog in 1893 zijn vele oude kashba’s verwoest, evenals in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, toen de Fransen hier regeerden. Sommige zijn deels  nog bewoond en andere staan leeg omdat de bewoners naar moderne huizen in de buurt zijn verhuisd.

De beroemdste kashba in deze omgeving is die van Amerhidil (ook wel Imridil genoemd). De kashba stond zelfs afgebeeld op het oude 50 dirham biljet. We verlaten de verharde weg en volgen een paar kilometer de stoffige en hobbelige weg die leidt naar de kashba. We parkeren de auto en lopen naar de ingang. We worden al snel aangesproken door een meneer die ons direct in het Engels begint te vertellen over de geschiedenis van de kashba. Pappa weet hem te onderbreken om duidelijk te maken dat we niet zeker weten of we een rondleiding willen. Kareem is vriendelijk en zegt dat we ook zelf rond mogen kijken.

Hij spreekt goed Engels en als pappa hem vraagt wat het kost om hem als gids mee te nemen, blijkt hij een redelijke prijs te vragen. We besluiten om de kashba met hem te bezoeken. Kareem weet veel te vertellen en heeft ook nog humor. Onze namen werden veranderd in Mohammed en Ali (Keyro). Kashba Amerhidil dateert uit 1100 en is ontstaan als nederzetting gebouwd door koranleraar Thami El Glaoui., de laatste pasja van Marrakesh.

De nederzetting werd gebouwd van klei en stro en rijkelijk versierd met berbertekens. Er zijn vier torens voor de vier vrouwen van de pasja. In de jaren 60 werd de kashba nog bewoond maar werd later verlaten omdat het te duur was om de kashba nog te onderhouden. Bij regenval spoelt er namelijk een deel van de klei en leemlaag van de muren en dien je het te restaureren zodat de boel niet instort.

Een rijke familie nam het over en betaalde de kosten van een restauratie. Het is nu gedeeltelijk omgebouwd tot hotel en een deel is als museum ingericht voor het publiek. In de binnentuin zien we allemaal gereedschappen die op het land worden gebruikt. Via smalle gangen brengen we ook een bezoek aan vier verschillende keukens en de gebedsruimte. Ook was er een ruimte waar de kinderen lees kregen uit de Koran. De muren van de kashba zijn dik, de vertrekken zijn hoog en de toegangsdeuren laag.

Het is zo gebouwd om in de winter warm en behaaglijk te zijn en in de zomer blijven de vertrekken zo juist koel. Na de rondleiding lopen we naar de palmoase achter de kashba en krijgen we een glaasje thee bij familie van Kareem. Er was een soort showroom met handgemaakte producten maar er werd niets opgedrongen of verplicht om te kopen.

We hadden een leuk gesprek en vertrokken een half uur later weer terug naar onze auto. In totaal waren we dik anderhalf uur onderweg geweest met de rondleiding. We betaalden omgerekend ongeveer 12 euro, wat wij niet duur vonden voor deze goede en informatieve rondleiding. Vanaf kasbah Amerhidil reden we in één keer door naar onze accommodatie Chez Laila in Skoura.

We waren erg vroeg en onze kamer was nog niet klaar. We konden de auto daar laten staan en gingen te voet naar het centrum. We kwamen langs kale dorre vlakten met hier en daar een palmboom. Door de droogte van de laatste jaren zagen veel palmen er slecht uit of waren dood. Het zag er een beetje zielig uit. We belandden op de lokale weekmarkt waar werkelijk van alles verkocht werd. We kwamen verder maar weinig toeristen tegen. In de hoofdstraat zochten we naar een restaurantje om te kunnen lunchen. In onze Trotter reisgids werd restaurant La Kasbah aanbevolen en we gingen daar naar op zoek. We vonden het en werden  niet teleurgesteld.

Het terras werd overschaduwd door een prachtige boom. Er was geen menukaart maar gastheer Abdullatif ,die alleen Frans sprak, gaf ons de mogelijkheden door. We gingen voor de kipspiesen. Als voorafje kregen we een schaaltje olijven, beetje te bitter voor mij, en zelfgebakken brood. De gegrilde spiesen werden geserveerd met zelfgebakken, verse frieten en tomatensalade.

Onze gastheer gaf ons veel aandacht en maakte een leuk praatje. Hij gaf ons ook het gastenboek om een recensie te schrijven. Ik maakte hier ook een mooie tekening in. Als nagerecht hadden we voor een streekgerecht gekozen. Zelfgemaakte geitenkaas met honing uit de regio. Zo’n lekker kaas en honing hadden we allemaal nog nooit gegeten. Wat was dat lekker zoet en romig zeg! We kregen ook nog wat banaan en sinaasappel met kaneel als nagerecht geserveerd.

We namen afscheid van Abdullatif en pinden wat geld voor de komende dagen bij de bank. We liepen terug over de markt en kochten nog wat kruiden en nootjes. Mamma betaalde nog geen twee euro voor vier soorten kruiden. Bij een oude man kochten we de nootjes. We kochten 500 g zoute pinda’s en 500 g suikerpinda’s voor vijf euro. Alles werd op een oude weegschaal met echte gewichten afgewogen. Ondanks dat we de man niet konden verstaan, was hij super vriendelijk. Hij wilde zelfs met ons op de foto en straalde van oor tot oor toen mamma hem de foto liet zien.

Terug bij Chez Laila werden we direct naar onze kamer gebracht. Lang bleven we daar niet want er was een mooie tuin met zwembad. Helaas was het water erg koud en bleef ik meer aan de kant om te pootje baden. Keyro vond het wel heerlijk. Pappa en mamma zaten heerlijk wat te lezen onder één van de tenten.

’s Avonds hadden we het diner ook weer in onze accommodatie. Natuurlijk weer een voor- hoofd- en nagerecht. We startten met soep en daarna het hoofdgerecht. Mamma had de lokale specialiteit lam met vijgentajijne en Keyro en ik hadden een bord spaghetti. Het toetje was vers fruit. Uiteindelijk lagen we toch weer laat in bed. ’s Nachts onweerde het wat maar daar kregen wij niet veel van mee.

Tizi ’n Tichka pas

Na ons ontbijt namen we afscheid van Moumir en werden we om 9.10 uur opgehaald om naar het autoverhuurbedrijf te gaan. Het was een stuk drukker dan toen we aankwamen en na ongeveer 20 minuten kwamen we aan bij het kantoor van NJAM Car om onze huurauto voor de komende tijd op te halen. We werden vriendelijk ontvangen, zoals overal in Marokko tot nu toe, door de medewerkster. Meteen werd er gevraagd of pappa Marokkaanse roots had want ze vonden hen eruit zien als een Arabier. Haha, waarschijnlijk zullen we dit vaker gaan horen.

Er moesten wat formaliteiten in orde gemaakt worden. Er werd geen borg geblokkeerd op onze creditcard want ze vonden ons een betrouwbaar en eerlijk gezin. We kregen de auto waar we mee opgehaald waren, een Dacia Duster, precies zoals geboekt. De auto was nog maar een paar maanden oud en had zelfs nog geen nummerbord. Op de voor en achterkant zat een sticker met het kentekennummer. Blijkbaar duurt het administratieve proces en aanvragen van het nummerbord te lang en op deze manier mag je in Marokko toch in de auto rijden.

Alles was vrij snel geregeld en om 10:00 uur rijden we over de ringweg de stad uit. Met plattegrond van Njam Car en de gedownloade kaarten op de telefoon hebben we al vrij snel Marrakesh achter ons gelaten en rijden we op de N9 in de richting van Ouarzazate. De weg N9 is bijna 200 kilometer lang. Vanuit Marrakesh kun je de hoge bergketens van de Hoge Atlas al zien liggen. In de winter ligt er sneeuw en er zijn een twintigtal skipistes.

Ze liggen niet veel lager dan de Alpen en hebben meer dan de helft van het jaar sneeuw. De Jbel Toubkal is 4.167 meter hoog en de Jbel Sirouna erachter 2.773 meter. In een klein dorpje stoppen we even om wat drinken in te kopen. De weg is niet moeilijk te rijden, maar vergt wel enige stuurkunsten. Met pappa achter het stuur komt dat helemaal goed. Na ongeveer 2 uur rijden gaan we echt de bergen in. De weg is een aaneenschakeling van bochten en de uitzichten en landschappen zijn adembenemend.  Na iedere bocht veranderen de kleuren van groen naar bruin of rood. Er wordt op veel plaatsen aan de weg gewerkt en dat geeft wat op onthoud. Halverwege passeren we de Tizi n Tichka bergpas. Het is de hoogste bergpas van Afrika op bijna 2300 meter hoogte.

Langs de route staan veel lokale handelaren die enthousiast (of wanhopig?) geodes verkopen. Een “geode” is een bolvormig stuk gesteente waar de binnenkant begroeid is met gekleurde kristallen. De kleuren zijn knal roze, blauw en groen. Ze zien er onnatuurlijk uit en je ziet direct dat het vervalsingen zijn. Blijkbaar verkopen ze af en toe toch wat want ze blijven het aanbieden en proberen. Ronac werd van de bochtige wegen goed misselijk en spuugde een deel van zijn ontbijt uit. Gelukkig wel in een plastic zak die mamma ons bij voorbaat al had gegeven.

Bij een van de weinige restaurants op de bergroute maakten we een korte stop. We kochten wat drinken en Oreo koekjes en betaalden natuurlijk de hoofdprijs (95 dirham). Ronac was kwaad dat hij geen Pringles (chips) kreeg en maakte flinke stampij.  Na de Tizi n Tichka bergpas gaat de weg naar beneden en passeren we oude verlaten kasbah’s, kleine dorpjes en groene rivierbeddingen. We rijden om 14:30 uur onze plaats van bestemming binnen: Aït Ben Haddou. Onze accommodatie, Kasbah Valentine,  vinden we meteen en  we gastvrij ontvangen.

We krijgen eerst een kopje Marokkaanse muntthee. De Marokkanen drinken hun thee heel sterk en met heel veel suiker of honing. De typische Marokkaanse muntthee wordt dan ook wel eens “Marokkaanse whiskey” genoemd. Andere namen zijn: Toearegthee, Sahrawithee, Atay Benaa’naa’ of muntthee . Het is een thee die in Noord Afrika en in Arabische landen wordt gedronken. De muntthee staat centraal in het sociale leven in het Maghrebgebied. De thee wordt uit kleine theeglaasjes gedronken. Hoewel de ceremonie niet zo uitgesproken is, is de bereiding wel strikt. Eerst wordt de Chinese groene thee die de basis van muntthee vormt, in een metalen theepot gedaan en met een scheut kokend water gewassen. Na het afgieten van het water gaan de suiker en verse blaadjes van de munt in de pot en wordt het kokende water erop geschonken.

Vervolgens worden enkele blaadjes verse thee toegevoegd. De thee moet daarna nog 5 minuten doorkoken. Het eerste glaasje thee dat uit de pot geschonken wordt, wordt weer terug gegoten in de pot zodat alle smaken goed door elkaar trekken. Daarna worden de glazen ingeschonken. Ik vind de thee echt heerlijk. Bij de thee worden koekjes, dadels en nootjes geserveerd. Na het theemoment konden we naar onze kamer. De kamer bleek traditionele berberstijl ingericht.

Bijna de helft van de Marokkanen behoort tot het berbervolk. Berbers stammen af van de oorspronkelijke bewoners van Marokko. Ze hebben hun eigen taal, literatuur en muziek. De Arabieren vormen in Marokko de grootste groep. Toch hebben zij niet altijd in dit land gewoond. Ze kwamen in de zevende eeuw vanuit Arabië naar Marokko om de bevolking tot de islam te bekeren. De Berbers hebben de Arabieren eeuwenlang als indringers beschouwd.

Ze konden het slecht met elkaar vinden. Inmiddels is dat voorbij en nu leeft de bevolking in harmonie samen. Arabieren en Berbers hebben al meer dan duizend jaar dezelfde godsdienst, cultuur en geschiedenis. Vanaf het dakterras hadden we een prachtig uitzicht over de omgeving en de beroemde kasbah van Aït Ben Haddou. Deze middeleeuws verstevigde stad ligt in een vallei langs een rivier. De stad is bekend om zijn schitterende kasbah’s en staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO. De kasbah’s zijn tegen een heuvel aangebouwd en opgebouwd uit leem, een grondsoort die fijner is dan zand. De kasbah is het verdedigbare deel van de medina (oudste deel van de stad) en wordt omringd door hoge stadsmuren.

Bijna iedere nederzetting in Marokko heeft haar eigen kasbah. Vroeger gebruikte men de kasbah als woning voor het dorpshoofd. Als er meerdere kasbah’s zijn noem je het ook wel een ksar. Een kasbah die als woonplaats wordt gebruikt noemt men ook wel een dar. Indien een kasbah als opslagruimte van graan wordt gebruikt, noem je het een igherm. En in sommige gevallen, zoals ook hier, doet de graanschuur tevens dienst als bewakingspost. Je noemt het dan agadir.

Vroeger  lag Aït Ben Haddou aan de handelsroute van de Afrikaanse Sahara naar Marrakech verbond. Toen de zon wat lager stond liepen wij naar de kasbah. Vanuit de verte leek het net op een zandkasteel. Voordat we de site konden bezoeken moesten we eerst de wadi (rivier) Maleh oversteken. Vertaald betekend wadi Maleh, “zoutrivier”. Het water is zeer zoutrijk en niet geschikt voor te drinken. Er stond niet heel veel water maar we moesten toch over de zandzakken en stenen lopen om geen natte voeten te krijgen.

De kasbah is één van de best bewaarde en best gedecoreerde kasbah’s van het land en staat inmiddels onder bescherming van Unesco. Er wonen niet veel mensen meer in de kasbah.  Er leven nog ongeveer tien families maar de meeste bewoners zijn weggetrokken naar het nieuwe gedeelte van de stad. De families die er nog wonen leven van het toerisme en niet meer van de opbrengsten van het land. We liepen via de smalle steegjes naar boven. De huizen (kasbah’s) zijn gegroepeerd in de verdedigingsmuren en die worden op de hoeken versterkt door hoektorens.

Bovenop de heuvel bevond zich de agadir (opslagplaats en bewakingspost). Het uitzicht over de omgeving, de palmenplantage, de woestijn en de Atlas is prachtig. De kasbah was ook het decor voor verschillende film. Zo werden onder andere de films:  Jewel of the Nile, Gladiator, Lawrance of Arabia, End of Times en Game of Thrones. We hadden ondertussen flink honger gekregen want we hadden niet geluncht. We liepen terug naar onze accommodatie en vroegen of het al mogelijk was om te eten. Het was geen probleem en al snel zaten we aan tafel en kregen we de menukaart. We bestelden als voorgerecht harira, gevulde soep met onder andere kikkererwten en linzen.


De kasbah werd ook gebruikt als decor voor de serie “Game Of Thrones”

Ik bestelde tajine rundvlees en groenten als hoofdgerecht, mamma nam couscous met kip, Ronac nam pizza en pappa had een speciaal gerecht pastilla. Vooraf werden er schaaltjes gemengde noten, amandelen, walnoten, olijven en dadels op tafel gezet. Zo lekker! We speelden kaartspelletjes tot het eten geserveerd werd. De soep kwam al snel en bleek aardig te vullen. De tajine, couscous en pizza kwamen ook vrij snel. Net pappa moest wachten op zijn gerecht. De pastilla werd vers gemaakt en is een hartig gevulde taart. Van oorsprong kom het gerecht uit Andalusië.

 

De buitenkant is van een heel dun deeglaagje en kan gevuld worden met verschillende soorten vleesvulling. De meest voorkomende vulling is met duif of kip en amandelen. Als de pastilla in de oven is gebakken wordt deze bestrooid met poedersuiker en kaneel. Het gerecht zag er prachtig uit en wordt dan ook vaker geserveerd op feesten. We wilden allemaal een hapje proeven van het gerecht. Een vreemde maar lekkere smaak. Het hartige in combinatie met de nootjes, poedersuiker en kaneel maakte het zeer zoet. Het toetje bestond uit sinaasappel met kaneel erover. Op de kamer keken we nog een filmpje en daarna gingen we naar bed.

Salaam Aleikum

Vanwege de late aankomst en donkere kamer werden we pas rond 9:00 uur wakker. De luiken voor de ramen zaten dicht en je hoort behalve wat vogeltjes nauwelijks andere geluiden. De kamer bleek er super en sfeervol uit te zien. We gingen naar beneden voor ons ontbijt dat geserveerd in de centrale ruimte.  De hele Riad straalt sfeer uit. Er is veel aandacht besteed aan details en afwerking. Het overdadige ontbijt werd geserveerd door Moumir en Aziza. Er was onder andere matlou (plat brood), beghrir (luchtige pannenkoekjes), verse jus d ’oranje, yoghurt, verschillende soorten jam, honing, koffie en Marokkaanse thee. Het smaakte prima. Na het ontbijt vertrokken we om de stad te gaan verkennen. Eerst moesten we aan geld zien te komen. Aan het einde van de straat vonden we een geldautomaat en konden we Dirhams, de nationale munteenheid pinnen. Het omrekenen is vrij gemakkelijk, 1 Dirham is ongeveer € 0.10.

Marokko is natuurlijk niet altijd hetzelfde geweest. De oudste staat van het land zoals we het nu kennen was het koninkrijk Mauretania (huidig Marokko en Algerije). De Berbers waren de allereerste bewoners van Marokko. In de 2e eeuw voor Christus tot begin 4e eeuw na Christus waren de Romeinen de baas in Marokko. In de 7e eeuw kwamen de Arabieren. Zij veranderden de geschiedenis van Marokko totaal. De Arabieren zijn afkomstig uit Arabië en brachten hun cultuur en godsdienst, de islam, met zich mee. Vanaf dat moment volgden mensen van dezelfde familie elkaar telkens op aan het hoofd van Marokko. In het begin van de twintigste eeuw ging het niet goed in Marokko door de ruzies en gevechten in het land. De Spanjaarden maakten hier handig gebruik van en vestigen zich in 1912 in het Noorden van Marokko. Vanaf 1830 had Frankrijk interesse in Marokko en er werd een overeenkomst gesloten met Frankrijk. De sultan van Marokko regeerde over zijn land, maar eigenlijk was de Franse regering de baas. Uiteindelijk kwamen de Marokkanen in opstand. Zo kwam sultan Mohammed Ben Youssef in 1956 op de troon terecht. Hij verklaarde Marokko onafhankelijk. Sinds 1999 kwam de huidige koning Mohammed VI aan het hoofd van het koninkrijk.

In de twaalfde eeuw was het de hoofdstad van de Almohaden. De handelsstad lag op de karavaanroutes in de Sahara die destijds bijna allemaal naar Timboektoe liepen. Rondom de stad loopt een negen kilometer lange rode aarden wal. Na de Franse bezetting in 1913 werd het moderne gedeelte van de stad gebouwd. Om de hoek bij onze Riad lag één van de koninklijke paleizen. Het Palais de la Bahia  is het mooiste en grootste paleis van de stad.

Eén gedeelte van het paleis wordt nog gebruikt door de huidige Koninklijke familie wanneer zij in Marrakesh zijn. Het werd gebouwd aan het einde van de 19e eeuw in opdracht van Abu ‘Bou’ Ahmed. Hij was voorheen een negroïde slaaf die uiteindelijk Eerste Minister voor de Sultan werd. Abu Ahmed had vier echtgenotes en een harem van 24 concubines. De hoeveelheid kamers, 150 in totaal, moesten er voor zorgen dat de harem vrouwen elkaar zoveel als mogelijk konden ontwijken. We haalden de entreekaartjes en kinderen bleken gratis toegang te hebben. Het paleis was prachtig maar wordt overspoeld door vele toeristen. We liepen er een aardige tijd rond en volgden de aangegeven route zodat we niets van al het moois zouden missen. In het paleis zagen we sierlijk beschilderde plafonds, wanden van mozaïek en marmer, beschilderde houten deuren, mooie binnenpleinen en een zeer grote tuin.

Na het paleis liepen we verder en kwamen we bij een mooi plein met restaurants en winkeltjes. Hier liepen wat verkopers rond die iedere toerist aanklampte om iets te verkopen. Sommigen spraken zelfs wat woordjes Nederlands. Zo zei één verkoopster tegen mamma: kijken, kijken en zegt mamma “niet kopen” waarop de verkoopster zegt: kijken, kijken, verkopen! Haha, een verkoopster met humor in ieder geval. We konden de verkopers netjes afwimpelen en liepen verder. We kwamen bij een ander fraai paleis, het El Badi. Hoewel dit paleis vroeger een paar honderd kamers meer had dan het Bahia paleis, is het tegenwoordig niet veel meer dan een ruïne. Sommige delen van dit zestiende -eeuws paleis zijn nog redelijk in tact.

We besloten om het toch een bezoek te brengen en het stelde zeker niet teleur. Op de muren van het paleis waren op verschillende plaatsen ooievaarsnesten te zien.  Ondertussen hadden we honger gekregen en besloten we op het pleintje waar we eerder waren geweest te gaan lunchen.

Bij Place des Saveurs bestelden we allemaal een ander gerecht. Pappa nam brochette boeuf (spiesjes rundvlees), mamma nam briwatte kofte (bladerdeeghapje met gehakt), Keyro nam swarma poulet (kipshoarma) en ik bestelde een cheeseburger. Het gerecht van mamma duurde lang en werd als laatste gebracht toen wij al klaar waren met eten. Desalniettemin smaakte alles erg lekker.

Met gevulde buikjes dwaalden we door een netwerk aan straatjes en pittoreske steegjes in de richting van het populaire centrale plein, Djemaa el Fna. Jammer dat we af en toe opgeschrikt werden door de brommers die als bezetenen langs rijden. Ook werden we af en toe ingehaald door ezel en wagen. De wirwar van markten ofwel soeks waren leuk om langs te struinen. Bij elkaar vormen de souks rondom het Djemaa el Fna plein de grootste overdekte markt van Afrika. We keken onze ogen uit van de verschillende kleuren, geuren, gesluierde vrouwen en ambachtslieden die we zagen.

Ieder heeft zijn eigen soek dus het ene moment liepen we tussen de tajine, lampen, tapijten of theepotten en dan weer tussen de kruiden, meubels of slippers. We hadden verwacht dat de verkopers zeer opdringerig zouden zijn maar wij ervaarden dit totaal niet zo. Bij een klein winkeltje kocht ik alvast mijn eerste souvenir, een mini tajine. Uiteindelijk kwamen we aan op het Djemaa el Fna plein.

De letterlijke vertaling is “Plein des doods” omdat hier vroeger executies plaats vonden. Op het plein stonden veel kramen waar je een glas versgeperst fruitsap kon kopen. Wij liepen naar een van de kramen  en konden proeven voor welke fruitsoort we wilden. We bestelden allebei een beker met gemengd fruit voor maar 10 dirham (ongeveer 1 euro).

We liepen wat over het plein en zagen slangenbezweerders en mannen met aangeklede aapjes. Er wordt vooral bij de toeristen geprobeerd om slangen om de nek te hangen of een aapje op de schouder te zetten. Wij maakten goed duidelijk dat we dit niet wilden en we werden netjes met rust gelaten.

Bij één van de kraampjes kochten we voor Keyro een FC Barcelona shirt en voor mij een Real Madrid pakje. We zochten een plaatsje bij een van de cafés met dakterras zodat we een goed uitzicht hadden over het plein. Mamma nam Marokkaanse muntthee, pappa cola en wij kregen een ijsje. Naar het wat later op de middag werd kwamen er langzaam karren het plein op. Er werd in recordtijd eetkraampjes opgebouwd.

Wij hadden afgesproken om in onze Riad te eten waar Aziza voor ons zou koken. Ons diner bestond uit voor- hoofd en nagerecht. Als eerste werden er olijven en diverse Marokkaanse salades geserveerd. Er was een aardappelsalade met peterselie, een wortelsalade met kurkuma en komijn en een tomaten komkommersalade. Het hoofdgerecht was een kip tajine met citroen en olijven en als toetje werd er verschillende soorten fruit geserveerd. Verrukkelijk allemaal.

Na het eten vertrokken we weer naar het Djemaa el Fna plein om het in de avond te bekijken. De eetstalletjes deden goed zaken, er waren muzikanten en er werden spelletjes gedaan. Leuk om zo rond te lopen. Na wat afdingen wisten we nog twee petjes te kopen om ons te beschermen tegen de zon. We kwamen uiteindelijk om 22:00 uur pas weer terug in onze riad. Helaas moeten we morgen deze geweldige stad al verlaten en werden de spullen ingepakt. We vertrekken morgenochtend op tijd en zouden Aziza niet meer zien. We namen daarom vanavond al afscheid van haar. Keyro en ik kregen een knuffel en dikke kus op onze wang. Wat een ontzettend warm en lief mens

Meivakantie in Marokko

Op school hadden we spelletjes dag ter ere van Koningsdag. Het is officieel pas volgende week maar dan hebben wij vakantie en daarom werd het nu gevierd. Het betekende dat we ’s middags eerder vrij waren. Ik moest echter toch drie kwartier eerder de activiteiten verlaten omdat we op vakantie zouden gaan. We hadden het vliegtuig om 17:40 uur vanuit Brussel naar Casablanca om daarna door te vliegen naar Marrakesh.

We moesten drie uur van te voren inchecken en er ook nog met de auto naar toe rijden. We vertrokken om 13:30 uur en het was vrij druk op de weg. De laatste negen kilometer tot het vliegveld kwamen we op de ring van Brussel vast te staan. Gelukkig bleef het heel langzaam rijden en konden we na 20 minuten vertraging de afslag naar het vliegveld nemen. We namen afscheid van Edie die ons had gebracht en liepen naar de vertrekhal. Het inchecken, controles en douane verliepen allemaal voorspoedig. We liepen wat rond over het vliegveld en vervelden ons een beetje.

Mamma kocht voor ons nog een broodje en wat drinken omdat we niet wisten of er een maaltijd en drinken aan boord geserveerd zou worden. Het is namelijk niet zo’n lange vlucht en dan gebeurd dat meestal niet. Pappa verklaarde mamma voor gek maar hij praat misschien wel anders als hij straks honger heeft en geen maaltijd. Onze reis gaat dus naar Marokko dat in het Noorden van  Afrika ligt.

Het land grenst in het oosten aan Algerije en in het zuiden aan de Westelijke Sahara. Aan de overkant van deze zee liggen Spanje en Gibraltar. Marokko is bijna 20 keer zo groot als Nederland. In Marokko wonen 26 miljoen mensen. Wij vlogen eerst Casablanca, de grootste stad van het land met bijna drie miljoen inwoners. Het vliegtuig vertrok redelijk op tijd. Wij mochten op onze tablet zodat we ons minder verveelden tijdens de vlucht. Na 1 uur vliegen kregen we toch een maaltijd geserveerd. Pappa had dus geluk (=gelijk) en wij een extra maaltijd. Op het vliegveld van Casablanca hadden wij een uurtje om over te stappen op een ander vliegtuig en dat verliep soepel en vlot.

Het vliegtuig vertrok daar later dan gepland en met een uur tijdsverschil landden wij om 23:45 uur op het Menara Marrakesh vliegveld. Bij de douane stond een mega lange wachtrij en het kostte ons dik anderhalf uur om de paspoortcontrole en bagagecheck door te komen. Buiten het vliegveld stonden veel taxichauffeurs met naambordjes en het duurde even tot wij ons pick-up hadden gevonden.

We werden door iemand van het autoverhuurbedrijf opgehaald en naar onze accommodatie gebracht. Gelukkig duurde het ritje vliegveld naar onze accommodatie nog geen kwartier. We waren doodmoe. Lokale tijd was het 1:30 uur in de nacht maar ons klokje stond op 2:30 uur. Onze chauffeur belde een medewerker van de accommodatie wakker en die kwam ons langs de straat ophalen.

Wij overnachten in Riad Dar Attika binnen de medina (oude stadsmuur) en veel straatjes zijn hier autovrij. Ondanks het late uur was de ontvangst door Moumir bijzonder vriendelijk. Wij werden naar de Africaine suite op de tweede etage gebracht. We zetten de bagage neer, kleedden ons uit en gingen direct het bed in. We zouden morgenochtend wel verder op verkenning gaan. We waren kapot.

Station Hombourg

We maakten vandaag een uitstapje in de buurt. We reden naar het dorp Hombourg en even buiten het dorp bevind zich een voormalig spoorwegstation. Het station Hombourg werd in 1895 gelijktijdig geopend met het deel van lijn 38 dat door het Land van Herve loopt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het station gevorderd door Adolf Hitler en werd het deel van de Deutsche Reichsbahn.

Dagelijks gingen er zes heen- en terugritten naar het Duitse Aachen. Deze pendeldienst werd in gebruik genomen toen de tunnel tussen Hombourg en Hindel werd vervangen. Het Belgische leger had deze tunnel in 1940 opgeblazen. Sinds 1958 is het station niet meer in gebruik en sloot het haar deuren in 1962. Na een leegstand van bijna twintig jaar werd het station en een groot gedeelte van het spoor in 1983 verkocht.

De particuliere eigenaar wilde er een spoorwegmuseum van maken. In het oude station werd een café / restaurant gemaakt. De spoorlijn is gerestaureerd met het idee dat de oude treinen naar het station gereden konden worden.

Tegenwoordig staan er langs het spoor tientallen oude treinen, locomotieven en verlaten wagons. Velen zijn vervallen, leeg of staan vol met rommel.

Het is een paradijs voor fotografen en wij poseerden af en toe voor mamma bij de treintoestellen. We liepen het spoor af en liepen nog verder door langs het huidige spoor dat nu gebruikt wordt.

We kwamen uit in de buurt van het grote rangeerterrein van Montzen maar liepen terug richting de auto. Op een terras in het kleine leuke centrum van Hombourg dronken we een lekker glas bier en fris. Het was daarna nog maar een klein stukje teruglopen naar de auto.

Ronac de voetballer

Al een paar maanden wilde ik gaan voetballen en nu was het eindelijk zo ver. Mijn lidmaatschap van de zwemclub Neptunus was opgezegd en nu had ik er de tijd voor. Pappa ging met mij kijken bij de training van Leonidas Wolder JO8-2.

De trainers zijn Dimitri en Ad en ik mocht meteen mee doen. In dit team zitten een aantal klasgenootjes en dat vond ik helemaal leuk. We moesten verschillende oefeningen doen en de training eindigde met een onderling partijtje. Na de training wist ik het zeker: “ik wil gaan voetballen”. Ik ben nummer drie in huis die gaat voetballen. Nu is mamma een echte voetbalvrouw, hihi. In dit team is ook nog plek en ik kan mij inschrijven.

Oranje Leeuwinnen

In tegenstelling tot de mannen doet het Nederlandse vrouwenvoetbal het op dit moment erg goed. In 2017 werd het elftal van de OranjeLeeuwinnen, Europees kampioen. Vanavond speelden ze in het Philips stadion de kwalificatiewedstrijd voor het WK 2019. De tegenstander in het duel was Noord Ierland. Corné had kaartjes geregeld en met zijn vieren (Corné, pappa, Quincy en ik) gingen wij naar het stadion van PSV in Eindhoven.

We vertrokken op tijd en nadat we de auto hadden geparkeerd, gingen we bij de Mc Donalds nog iets eten. Het stadion biedt plaats aan 35.000 supporters en is heel anders dan onze kleine Geusselt. Voorafgaande aan het kwalificatieduel werd er door de KNVB en fans officieel  afscheid genomen van vier OranjeLeeuwinnen.

Deze vrouwen stoppen hun carrière op het internationale niveau en hebben jaren succesvol gepresteerd bij het Nederlands Elftal. De wedstrijd tegen Noord Ierland begon om 20:00 uur. De tribunes waren vooral oranje gekleurd. De sfeer in het stadion was geweldig. Nederland kwam al snel op voorsprong dankzij doelpunten van onder andere spitsen Martens en Miedema. De einduitslag was een prachtige overwinning van 7-0 voor Nederland. Als de OranjeLeeuwinnen zo blijven voetballen en groepswinnaar worden, plaatsen ze zich rechtstreeks voor het wereldkampioenschap. Het WK 2019 vind volgend jaar plaats in juni en juli in Frankrijk.

1 April kikker in je bil…

Het regenachtige weer zorgde ervoor dat we dit paasweekend niet weg gingen maar lekker relaxt thuis bleven. In de ochtend hadden we een heerlijk paasontbijt met versgebakken broodjes, paasstol, jus d’orange, fruit en gekleurde eieren. In de middag hadden pappa en mamma gekleurde eieren verstopt in de tuin en mochten wij ze gaan zoeken. We zochten en we zochten maar konden geen enkel paasei vinden in de tuin.

We keken op de meeste vreemde plekken maar niets, geen enkel ei te vinden! Pappa en mamma stonden maar wat te gniffelen. Toen wij de zoektocht opgaven, riepen ze ineens heel hard: “1 april”! Waren wij er toch goed beetgenomen met deze 1 aprilgrap. Pappa en mamma vertelden dat ze de eieren binnen hadden verstopt en zo gingen wij op zoek.

Nu vonden we gelukkig wel eieren. ’s Middags kwam de familie van Zuijlen voor ons gezamenlijk paasdiner. Mamma had al wat voorwerk gedaan en rond 18:00 uur konden we aan tafel. We hadden vooraf een kip of garnalencocktail als hoofdgerecht hadden we saté van varkenshaas, Italiaanse varkenshaas en rollade. Het hoofdgerecht werd geserveerd met frietjes en verschillende groentes en salades.

Zoals gewoonlijk had mamma weer veel te veel gemaakt. Maar wij vonden dat niet erg want dan kunnen we er morgen gewoon nog een keer van smikkelen. Het dessert werd pas rond 21:00 uur opgediend. We hadden een zelfgemaakt chocolade ei gevuld met ijs, heerlijk.